Bureaucratische dominantie.

Hoewel de raad nog geen verzoek gedaan had om ook de offerte van Tuin cs openbaar te maken, heeft gemeente alvast Droomparken gevraagd om haar zienswijze daarover kenbaar te maken.

Liefst voor de raadsvergadering op 22 juni natuurlijk, maar als dat niet lukt dan kan er vast wel uitstel worden gegeven tot de eerstvolgende raadsvergadering, die gepland staat op 28 september.

De zienswijze van Droomparken kan dan gelijktijdig besproken worden met het rapport van het externe bureau, dat de gemeente adviseert over hoe om te gaan met het verzoek om openbaarheid van de in de motie genoemde stukken. Een werkwijze die toch al de voorkeur had van wethouder Heutink.

Het advies zal daarom geen verrassing opleveren. Voor externe deskundigen geldt nu eenmaal het adagium, dat “wie betaalt, bepaalt”. Deze opvatting zal wel weer onbetamelijk worden gevonden in bureaucratische kringen, maar de praktijk leert ons, dat het vaker wel, dan niet voorkomt.

Vast staat, dat het college tot dusver hemel en aarde heeft bewogen om geheim te kunnen houden onder welke omstandigheden de overeenkomst met Orez tot stand is gekomen. Dat standpunt zullen ze echt niet laten varen op advies van een, door henzelf aangestelde en betaalde “deskundige”.

Natuurlijk valt de raad te verwijten, dat ze zich zo makkelijk terzijde heeft laten schuiven waar het ging om project REZ. Echter dat is gebeurd en niet meer terug te draaien. Het ontslaat de raad niet van de verplichting om de gang van zaken te evalueren.

Een bezigheid waar de raad zelden de tijd voor neemt, naar ik aanneem omdat ze liever niet wordt geconfronteerd met haar eigen tekortkomingen. Zie in dat verband ook de steeds weer uitgestelde evaluatie van het raadsbrede akkoord.

Zo is er nog steeds geen antwoord op de vraag, waarom alle van belang zijnde besluiten (op aandringen van het college) buiten de raad om moesten worden genomen.

Ik denk daarbij aan het besluit om het oorspronkelijke plan, uitgifte op basis van erfpacht, te verlaten zonder daarover met de raad te overleggen. Ook artikel 169.4 van de gemeentewet, die het college de verplichting oplegt om de raad in staat te stellen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, alvorens ze een besluit neemt over grondverkoop, is nooit door het college nageleefd.

Het is beschamend, dat de raad genoegen heeft genomen met een nauwelijks leesbare versie van de Anterieure Overeenkomst, waarin de bedragen door het college zijn weggelakt. Dat men pas na lang soebatten van mijn kant, de moeite heeft genomen om kennis te nemen van documenten die bepalend zijn geweest voor het aangaan van de overeenkomst met Orez.

Minstens net zo beschamend is het dat, als er uiteindelijk wordt toegestaan om het taxatierapport in te zien, de raad genoegen neemt met een beperking in de tijd die er voor beschikbaar wordt gesteld.

Ik heb politiek al eerder omschreven als een worsteling tussen bureaucratische opvattingen (van college en ambtenaren) en democratische opvattingen (zoals die door de raad zouden moeten worden gerepresenteerd).

De herinrichting van het REZ is van meet af aan een project geweest waarbij (op verzoek van de bureaucraten) democratische opvattingen doelbewust werden afgezwakt en genegeerd.

Nu het aan de bureaucraten is om verantwoording af te leggen over het door hen gevoerde beleid barst het bureaucratisch verzet van alle kanten los en wordt alles in het werk gesteld om democratisch toezicht tegen te werken en onmogelijk te maken.

Om tot een gezonde en evenwichtige bestuurscultuur te komen zou het goed zijn, als de raad zich voor eens en altijd zou ontworstelen aan de gebruikelijke bureaucratisch dominantie en zou leren om haar functie (toezichthouder op de bureaucratie) naar behoren te vervullen.

Kool en geit syndroom.

In de krant van maandag lees ik dat de SP voor noch tegenstander is van een bestuurlijke fusie van de SED gemeenten, maar vindt, dat de bevolking zich daarover moet uitspreken.

Lekker makkelijk natuurlijk. Zelf geen mening durven hebben en de beslissing daarom over te laten aan mensen, die tijd noch zin hebben om zich in de kwestie te verdiepen.

Ik ben voorstander van een representatieve democratie (het feit dat ik me vrij voel om kritiek te leveren op de representanten doet daar niets aan af) en vind referenda ongewenst als het om eenvoudige bestuurlijke bevoegdheden gaat.

Fractievoorzitter Keesman vraagt zich (in het krantenbericht) niet alleen af of een bestuurlijke fusie wel de oplossing is, ze stelt zelfs vast, dat een fusie nooit in het belang van de bevolking is. Omdat ze niet goedkoper is.

Daarmee heeft het marktdenken (waar men normaal gesproken zo op tegen is) ook zijn intrede gedaan bij de SP.

Het is niet goedkoper, dus moeten we het niet doen.

Bovendien betreft het een ondeugdelijk argument, een bestuurlijk fusie is wel degelijk goedkoper voor wat betreft bestuurlijke uitgaven. Door te besparen op het aantal Chiefs, maak je geld vrij om meer Indians in dienst te nemen.

Twee burgemeesters, twee gemeentesecretarissen en twee griffiers zijn bij een bestuurlijke fusie overbodig. In plaats van 9 wethouders zijn er slechts 5 nodig, terwijl het aantal raadsleden terug gebracht kan worden van 53 naar 35.

Een bestuurlijke fusie is gewenst om in bestuurlijk opzicht efficiënter te kunnen werken, als dat een besparing oplevert is dat meegenomen, maar mag nooit het hoofddoel zijn.

Die fusie staat helemaal los van de noodzaak om een ambtelijke organisatie op te bouwen (en in stand te houden), die in staat is om de op haar rustende taken naar behoren uit te voeren.

Omdat de SP (uit angst voor stemmenverlies) geen standpunt durft te bepalen in deze kwestie bepleit ze een referendum.

Wat natuurlijk het symbool is van het “kool en geit syndroom”, waar zoveel partijen onder lijken te lijden.

Struisvogelpolitiek.

Terwijl het in de landelijke politiek zo’n beetje “all hands on deck” is vanwege een bestuurscultuur die zich zou moeten aanpassen, heerst er op lokaal niveau een doodse stilte.

Ik denk niet, dat mijn conclusie, dat de gemeente miljoenen is misgelopen door haar manier van aanbesteden, met veel meer dan een schouder ophalen (door de verantwoordelijke politici) zal zijn ontmoet.

Voor zover ik weet zijn er maar twee lokale politici werkelijk geïnteresseerd in wat er zich (in financieel opzicht) rond het REZ heeft afgespeeld.

Van Galen (CDA-raadslid) en van Gangelen (EV!-commissielid).

De rest zal het klaarblijkelijk allemaal worst wezen. Voor zover ik heb kunnen nagaan hebben CU/SGP, D66, PvdA, VVD niet eens de moeite genomen om kennis te nemen van de inhoud van het rapport.

Zodat er vanuit die partijen (totaal 7 leden, dus een substantiële minderheid) überhaupt niets zinnigs over de inhoud kan worden opgemerkt.

De rest die het wel gedaan heeft doet er het zwijgen toe, waaruit je zou kunnen afleiden, dat wie zwijgt, instemt met hetgeen er is gesteld. Echter, ergens me instemmen is één ding, de wil om tot iets te besluiten is een ander en die wil heb ik nog niet kunnen ontdekken.

Het probleem is natuurlijk, dat de overgrote meerderheid van de raad over dit onderwerp van toeten noch blazen weet. Men is waarschijnlijk nog niet eens tot het besef gekomen, dat men (als democratisch instituut) doelbewust buiten de besluitvorming is gelaten.

Kennelijk vindt men het volkomen normaal, dat documenten op basis waarvan verstrekkende besluiten werden genomen (zoals de verkoop van grond i.p.v. het in erfpacht uitgeven van grond), niet bestaan of, als ze wel bestaan, geheim worden verklaard.

Dat de uitgangspunten, op basis waarvan een zeer omvangrijke grondtransactie had plaatsgevonden, lang nadat transactie was voltooid, niet openbaar zijn.

Met als geen ander doel, een discussie over die uitgangspunten en het afleggen van verantwoording over die keuze, te voorkomen.

De ambitie van de meerderheid van de zittende raad gaat niet veel verder dan op beschaafde wijze meebabbelen met een college, dat op haar beurt de handen vol lijkt te hebben met het beheren van een Doofpot.

Kortom, in plaats van “all hands on deck”, struisvogelpolitiek.