Toontje lager.

Toen ik vrijdag morgen het NHD open sloeg kon ik, vanwege een deja vu, een glimlach niet onderdrukken. Raadsfracties waren voor de zoveelste weer eens “onaangenaam verrast” over ontwikkelingen, waar ik maanden geleden al over had geschreven.

Maar waar dezelfde raadsfracties nooit enige aandacht aan hebben geschonken, omdat ze zichzelf hebben wijsgemaakt, dat ik een soort gekke Henkie ben, met wiens beschouwingen geen rekening hoeft te worden gehouden.

In januari 2020 wijs ik er op, dat Orez begonnen is met het inrichten van een camping in een gebied dat door de PRV (Provinciale Ruimtelijke Verordening) is aangemerkt als kwaliteitszone, waarin geen bouwsels mogen worden opgericht.

Niemand die daar op reageert. Als per 1 april 2020 de caravans naar hun nieuwe plek zijn verhuisd wordt er ontheffing gevraagd (en verleend) op het verbod tot plaatsing.

Hoewel IJsselmeervereniging e.a. daar aanvankelijk bezwaar tegen aantekenen, hebben zij inmiddels hun verzet opgegeven.

Als ik het goed begrepen heb, omdat de gemeente zich op het standpunt stelt, dat Vereniging en Comité geen belanghebbenden zijn.

Maar wat nu als, als de echte belanghebbende (de provincie) ontwaakt uit haar lethargie en van de gemeente eist, dat de PRV (die inmiddels deel uit maakt van het bestemmingsplan) wel wordt nageleefd?

In dat geval zal de camping moeten verhuizen tenzij de rechter anders beslist.

Duidelijk is, dat de plek waar naar toe verhuisd had kunnen worden, niet langer beschikbaar is, omdat Droomparken daar inmiddels een bungalowpark gesitueerd heeft.

De mogelijkheid van een bungalowpark zal niet zijn opgenomen in de exploitatieopzet die door Orez aan de gemeente is voorgelegd en door haar als uitgangspunt is genomen voor het verlenen van de concessie.

Over deze wijziging van de concessie, waarbij de camping (om wille van het bungalowpark) werd verplaatst naar de bebouwingsvrije kwaliteitszone moet zijn onderhandeld tussen Droomparken en de gemeente.

Met als consequentie, dat Droomparken verder niets valt te verwijten, indien de kwaliteitszone ooit in ere zou moeten worden hersteld. Maar dat in dat geval, de ellende voor de gemeente (en niet te vergeten de campingbewoners) niet valt te overzien.

In het licht van het bovenstaande vind ik de hysterie die ontstaan is rond het (zonder vergunning) plaatsen van een tijdelijk informatiegebouw tamelijk overdreven. Er wordt op hoge toon geëist, dat eerst het openbare gebied wordt opgewaardeerd.

Dat is een smalle strook groen onder aan de muur waar vroeger de passanten camping gesitueerd was. Plus een stuk grond tussen zwembad en villapark, dat wordt omschreven als hondenspeelplek annex hondenstrand. En tot slot de in het oog springende kustboog, waarvan ik al maandenlang beweer, dat de aanleg er van erg twijfelachtig is.

Iets wat tijdens het participatie-overleg van afgelopen woensdag is bevestigd.

Tegen het opnemen van die kustboog in het bestemmingsplan is door de IJsselmeervereniging en het Comité bezwaar gemaakt en het lijkt me onredelijk om van Droomparken te verwachten, dat ze alvast met de aanleg begint voordat de Raad van State dat bezwaar ongegrond heeft verklaard.

Maar los van de uitspraak van de RvS, er zijn ook nog bezwaren van RWS heb ik begrepen. Bezwaren waarover partijen al meer dan twee jaar (op constructieve wijze) met elkaar overleggen, zonder tastbaar resultaat te boeken.

Raadsfracties, die altijd hebben volgehouden dat de verkoop van het REZ het beste was, dat de gemeente in jaren was overkomen en alle waarschuwingen dienaangaande in de wind hebben geslagen, zijn klaarblijkelijk nu (met veel gespeelde verontwaardiging) tot de conclusie gekomen, dat (nu de gewekte verwachtingen niet worden waargemaakt) het tijd is om een zondebok aan te wijzen.

Aangezien de raad zichzelf altijd vrijpleit van elke verantwoording voor wat dan ook, blijven er maar twee kandidaten over voor het zondebok scenario.

Wethouder Struijlaart en Droomparken. De schadevergoeding die je zult moeten betalen om met de wethouder te breken is slechts een schijntje, vergeleken met wat je zult moeten ophoesten om met Droomparken (Orez) te kunnen breken.

De raad doet er dus verstandig aan om haar toon een beetje te matigen en te accepteren, dat ze naar de Enkhuizer bevolking toe verwachtingen heeft gewekt, die door de overeenkomst die ze hebben gesloten, niet kunnen en zullen worden waargemaakt.