Slaapverwekkend.

Een ander ambtelijk jeukwoord is “oppakken”.

Van Reijswoud gebruikt het ook in het interview met het NHD en zegt over het raadsbrede akkoord het volgende. “Ik denk dat het grootste deel van wat we voor ogen hadden is opgepakt, al heeft dat niet altijd tot uitvoering geleid.”

Dus als ambtenaren dingen oppakken, dan wil dit slechts zeggen, dat er kennis is genomen van iets, maar dat men dat iets (in veel gevallen) weer zorgvuldig in de onderste lade heeft gedeponeerd.

Een werkwijze die velen van ons bekend voorkomt, maar waarvoor we, dank zij Rob, nu ook het juiste woord weten. De kwestie is door het college opgepakt.

Verder verafschuwd Rob het ontstaan van twee kampen, terwijl het toch een wezenskenmerk van de politieke besluitvorming is. Je stemt ergens voor of je stemt ergens tegen. Meer smaken zijn er niet.

“Geen mening” is, zodra het op stemmen aankomt, geen optie. Wie dat niet aankan moet geen politieke functie ambiëren, maar kan natuurlijk altijd wel ambtenaar worden.

Door de eeuwen heen was het de taak van de oppositie, om het werk van het (door de coalitie gesteunde) bestuur te controleren. Ik weet het, ondankbaar, maar tegelijkertijd uiterst waardevol werk. Het totaal gebrek aan oppositie gedurende de afgelopen drie jaar heeft ons miljoenen aan inkomsten gekost.

In Engeland heet de oppositie “Her Majesty’s Loyal Opposition” waarmee wordt aangeven, dat ook het staatshoofd zich er (in de loop der tijden) bij neer heeft gelegd, dat de verplichting (om het altijd eens te zijn met zijn regering) niet langer houdbaar was.

Maar om een of andere reden denkt ambtenaar Van Reijswoud (en kennelijk met hem de raad van Enkhuizen), dat je de oppositie beter kunt afschaffen en dat de dingen dan soepeler zullen verlopen. Soepeler misschien wel, beter niet, ik heb daar tot op heden geen enkel bewijs voor gezien.

Wat ik wel zie, is een voortdurende overdracht van bevoegdheden van de democratische krachten in de gemeente (de gemeenteraad) naar de meer bureaucratische (en zogenaamd deskundige) krachten in de gemeente. [college en ambtelijke organisatie].

Wat, naar mijn mening, een voortdurende ondermijning van de democratische bestuurscultuur en besluitvorming tot gevolg zal hebben.

Ik heb dat gezien bij de aanbesteding van het REZ, maar recentelijk ook in het bepalen van de bevoegdheid tot het geheim verklaren van documenten of de verkoop van grond.

In beide gevallen handelt het college alsof het om een absolute bevoegdheid gaat, terwijl het in feite een gelimiteerde bevoegdheid is. Waarvan het gebruik (door het college) ter beoordeling aan de raad moet worden voorgelegd.

Voor Van Reijswoud is “politiek” de grootste spelbreker, die al het nuttige werk dat hij (en zijn mede bureaucraten) doen, onmogelijk maken en dwarsbomen. Zijn raadsbrede akkoord heeft dezelfde werking als valium en is bedoeld als kalmeringsmiddel daar waar politieke activiteiten dreigen.

Het vermindert de spanning, het vermindert de angst, heeft een kalmerend effect en is slaapverwekkend. Waarschijnlijk allemaal kwaliteiten, die door raadsleden als positief worden ervaren. Maar politiek gaat uiteindelijk dikwijls over de vraag “wie krijgt er wat, wanneer en hoe”.

Het lijkt me, dat die vragen niet beantwoord moeten worden door mensen die verslaafd zijn aan slaapverwekkende middelen, maar door mensen die volledig bij de les zijn.

Van Reijswoud heeft ons (met behulp van zijn kranteninterview) laten weten, dat hij zijn aanbeveling (gebruik te maken van slaapverwekkende middelen) niet betreurt. Ik kan, op mijn beurt, niet wachten tot de raad het besluit neemt om er mee te stoppen.

Beppen

Gisteren mocht oud-raadslid Van Reijswoud (VVD) van het NHD (aan de hand van 3 vragen) nog even leeglopen op zijn geesteskind, het raadsbrede akkoord.

Het toeval wilde, dat ik de dag ervoor uit het blad Binnenlands Bestuur een lijst met jeukwoorden had overgenomen. Dat zijn woorden en uitdrukkingen waar zelfs ambtenaren jeuk van krijgen.

Het eerste woord van de lijst was “aanvliegen” en ja hoor, Van Reijswoud kon niet laten deze ambtelijke vakterm in één van zijn antwoorden te verwerken.

De vraag was, Hoe heeft het beoogd raadsbreed akkoord in de praktijk uitgewerkt?

Volgens Van Reijswoud werkte het raadsbrede akkoord, omdat vrijwel iedereen hetzelfde wilde, maar wat niet goed uit de verf was gekomen, was het informele contact met de raad.

Het koningskoppel (ze waren bijeengeschraapt door voormalig D66 raadslid Jaap Koning) Luyckx en Struijlaart was ons aangeprezen als het summum van dualisme.

De bestuursvorm, waarbij bestuurder en toezichthouder niet langer op elkaars schoot zitten, maar een gepaste afstand tot elkaar behouden en dan krijg je dit weer. Te weinig informele contacten, waarin je (buiten ieders waarneming) de te nemen besluiten kunt voorkauwen.

Van Reijswoud vervolgt met. “In plaats van samen te bekijken: hoe vliegen we dit aan was de raad toch geneigd politiek te bedrijven.

Als ik het goed begrijp, verwijt Van Reijswoud hier de politieke partijen (die deel uitmaken van de gemeenteraad) dat ze zich bezig houden met hetgeen de reden voor hun bestaan is en niet met de superieure ambtelijke bezigheden. Zoals het aanvliegen van dingen.

Dat vacuüm was het best te merken in het parkeerdossier. Ik ben voorstander van met de benen op tafel met elkaar praten zonder standpunten of beslissingen, dat kreeg onvoldoende vorm.’’

Naast het aanvliegen van dingen schets hij toch ook een aardig beeld van waar de specialisatie van beleidsambtenaren op neerkomt. Met de benen op tafel (ook al weer zo’n jeukerige uitdrukking) lekker met elkaar praten zonder standpunten of beslissingen.

Een bezigheid, die in niet ambtelijke kringen ook wel bekend staat als “beppen” (gezellig, maar betekenisloos met elkaar kletsen).

Noblesse oblige

Rob van Reijswoud, de nieuwe gemeente secretaris van ouder Amstel, liet me (in een reactie op mijn blog) weten me te gaan missen, ook al is hij totaal niet met me eens.

Wat dat betreft is hij natuurlijk echt een ambtenaar. Dat wil zeggen iemand die in dienst is van de overheid en die (uit dien hoofde) in staat is om anderen ter verantwoording te roepen, maar die zelf nauwelijks ter verantwoording kan worden geroepen. Vanwege door hem gemaakte fouten.

Gewoonlijk zijn daar dan weer anderen voor verantwoordelijk.

Bij de overheid gaat het er nu eenmaal niet om welke resultaten je hebt bereikt, maar of je de juiste instelling hebt. Dat wil zeggen, dat je voldoende dienstbaar bent ten opzichte van je superieuren.

Het raadsbrede akkoord waarvan hij de pleitbezorger was, had als voornaamste doelstelling de onderlinge verhoudingen te verbeteren door het creëren van een ambtelijk klimaat in de gemeenteraad. Waarbij elk besluit unaniem wordt genomen en dus niemand verantwoordelijk is als achteraf zou blijken, dat het een verkeerd besluit was.

Doel van de gemeenteraad is het op efficiënte wijze organiseren van toezicht op het doen en laten van college en ambtenaren.

Deze doelstelling werd echter (op voorspraak van Van Reijswoud en met volle medewerking van Keesman) volledig ondergeschikt gemaakt aan het zo prettig mogelijk vergaderen over zaken waar raadsleden (dikwijls door gebrekkige informatie) nauwelijks een oordeel over kunnen vellen.

Anders valt niet te verklaren, hoe het mogelijk is dat raad telkens weer unaniem besluiten neemt over het REZ, die achteraf op een faliekante mislukking blijken uit te draaien.

Er wordt nu al gespeculeerd over mogelijke aanpassing van het ingediende BP. Dat zou dan de vierde versie zijn van het bestemmingplan. De derde versie had een kostenplaatje van € 65.000,-, maar volgens Rob en zijn volgelingen (maar ook zijn partijgenoot en wethouder) gaat alles naar wens.

De planuitvoering (zoals vastgelegd en overeengekomen in de exploitatieopzet) is inmiddels al meerdere keren aanzienlijk gewijzigd. Met als gevolg een hogere opbrengst en lagere kosten voor Orez bv.

Ik heb Rob, noch één van zijn volgelingen, zich nooit horen afvragen welke gevolgen er aan die planwijzigingen verbonden moesten worden.

Noblesse oblige, adeldom verplicht.

Het is van tweeën één. Je kunt niet de alleswetende deskundige uithangen en tegelijkertijd net doen, alsof de adembenemende ambtelijke en bestuurlijke incompetentie, waardoor de gemeente miljoenen is misgelopen, je is ontgaan.

Nieuwe jaar.

Mijn verwachtingen voor het nieuwe jaar zijn.

De raad revancheert zich en neemt op basis van de inhoud van de documenten (exploitatieopzet & taxatierapport) het besluit of die documenten nog langer geheim moeten blijven. Tegelijkertijd dringt bij sommigen het besef door, dat de combinatie van exploitatieopzet en taxatierapport (en daarmee ook de onderhandse gunning) feitelijk nooit meer is geweest dan een doorgestoken kaart.

Verder denk ik, dat mijn mening, dat de aanleg van de baai niet zal worden op uitgevoerd, ergens in 2021 door de gemeente tot feit bestempeld zal worden. Men weet dat nu al, maar wacht nog even met bevestigen. Zoals de verkoop van Orez Holding bv pas anderhalve maand, nadat ze had plaatsgevonden, werd bevestigd.

Ook denk ik, dat na het vertrek van Van Reijswoud uit de raad en met het oog op de naderende verkiezingen begin 2022, het raadsbrede akkoord niet langer een attractief concept is om de verkiezingen mee in te gaan en dat SP, CDA en de 3 lokale partijen een coalitie (met 10 zetels) in het leven zullen roepen.

Tot slot denk ik, dat het in 2020 uit de raad verdreven Nieuw Enkhuizen in 2021 een wederopstanding zal beleven, dankzij een radicaal vernieuwd programma en een radicaal vernieuwde kieslijst. Waardoor ze in 2022 opnieuw de grootste lokale partij zal worden.

Maar wat er ook gaat gebeuren, voor iedereen een prettige jaarwisseling en een gelukkig en gezond 2021.

Zinkend schip?

Altijd leuk om terug te gaan in de tijd en te beluisteren hoe de raadsleden op 29 oktober 2019 de presentatie van bestemmingsplan 2.0 beoordeelden. Klik op deze link en ga naar het agendapunt.

BP 1.0 waar ongeveer 2 jaar aan was gewerkt was vrijwel direct na presentatie in de prullenbak beland. Niemand die nog een woord vuil maakte aan de verspilling van tijd en geld. “De koning is dood, lang leve de koning.” was het motto.

De tevredenheid over BP 2.0 overheerst. Aan de 73 bezwaren was tegemoet gekomen. Men complimenteert bestuurders en ambtenaren (alsof die de plannen maken) en daarmee indirect zichzelf.

De gewone burgers hadden zich laten misleiden door valse profeten, was het oordeel. Alleen de raad had helder zicht op de voordelen die voor het grijpen lagen, vandaar ook (op aangeven van het College) het unanieme besluit.

Van Reijswoud kon de verleiding niet weerstaan om zichzelf belachelijk te maken door op neerbuigende toon de wensen van het ZZM te kenschetsen. Vrijwel direct nadat de gemeenteraad BP 2.0 met eenstemmig gejuich had goedgekeurd, volgde de domper.

In de vorm van een reactieve aanwijzing van de provincie en een drietal procedures bij de Raad van State. Opnieuw was de stemming onder de direct betrokkenen volkomen verkeerd ingeschat.

Een laatste oprisping volgde. Opgejut door het college gaf men opdracht om de provincie in rechte aan te spreken. Maar kort daarna nam Droomparken de leiding in handen en was het gezonde verstand aan zet.

Aan de wensen van de provincie en het ZZM werd tegemoet gekomen.

Dat ligt wat moeilijker voor wat betreft de IJsselmeervereniging en het Comité. Die willen bijvoorbeeld, dat de baai niet wordt aangelegd, wat Droomparken worst zal wezen, want dat levert alleen maar een besparing in de aanlegkosten op.

Maar er ligt wel een belofte hem te zullen aanleggen, tenzij hogere machten (zoals de RvS) dat onmogelijk maken. In dat geval komt er alleen een 30 meter breed strand langs de bestaande oever.

Ik ben bang, dat de raad zich zal moeten neerleggen bij het feit dat ze het REZ twee jaar geleden heeft verkocht en dat de nieuwe eigenaar (Droomparken) al vanaf dat moment bepaalt hoe hij zijn eigendom zal inrichten.

Ten teken van die nieuwe gezagsverhoudingen hebben VVD en PvdA al geen deel meer genomen aan de discussie over BP 3.0. Terwijl men bij SP en D66 het woordvoerderschap in dit dossier heeft over gedaan aan gewone raadsleden die (voor wat betreft dit dossier) van toeten noch blazen weten.

Als ervaren politici hun handen aftrekken van een dossier, dan kun je er beter van uitgaan, dat er geen eer meer valt te behalen aan het dossier en het schip zinkende is.

Mantel der liefde.

Eindelijk is het Noord Hollands Dagblad er in geslaagd om de grote vormgever van de Enkhuizer politiek (VVD fractievoorzitter van Reijswoud) er toe te verleiden een aantal uitspraken te doen over de huidige situatie.

Van Reijswoud is ambtenaar en geen politicus en dus werkt hij (als een goed ambtenaar betaamt) veel liever in de schaduw van de macht dan in de openbaarheid.

In het blad “Binnenlands Bestuur” stond onlangs een artikel onder de kop “Ambtenaren zijn verpletterend loyaal”. Ik twijfel er niet aan of Van Reijswoud is verpletterend loyaal ten opzichte van zijn werkgever, het college van Lelystad, waarvoor hij werkzaam is als loco-secretaris.

Maar of hij (in de rol van toezichthouder) een zelfde soort van loyaliteit aan de dag moet leggen ten opzichte van het Enkhuizer college is natuurlijk wel de vraag.

Volgens het Peterprincipe heeft een loyale ondergeschikte niet vanzelfsprekend de juiste kwalificaties om een toezichthouder te zijn en ik vrees, dat Van Reijswoud (in zijn rol van toezichthouder) net als veel van zijn collega raadsleden, ernstig tekortschiet.

Van Reijswoud was voorzitter van de commissie die de nieuwe burgemeester voordroeg en vormgever van het raadsbrede akkoord, waarin tegengestelde opvattingen niet meer naar buiten komen, maar binnenskamers worden opgelost.

Als ambtenaar is Van Reijswoud een bureaucraat en het is dus logisch dat zijn voorkeur uitgaan naar bureaucratische oplossingen, maar dat zijn niet altijd en overal de beste oplossingen. Soms werkt een democratische (en in openbaarheid gemaakte) afweging beter.

In het bovenstaande bericht erkent van Reijswoud, dat over de motie (over de te nemen juridische stappen) vooraf overleg is geweest tussen college en de fractievoorzitters wat impliceert dat de motie de goedkeuring kon wegdragen van het college.

Logisch, want hoewel de motie dreigende taal uitslaat richting provincie, kan het college zich proberen te verschuilen achter het feit, dat de motie niet haar opvatting, maar die van de raad weergeeft. Verschuilen is in dit verband een veel te rooskleurige voorstelling van zaken.

Immers, bij de provincie weten ze natuurlijk ook hoe de hazen lopen en dat een dergelijke motie door een evenwichtig college zou worden ontraden. Het feit, dat dit niet is gebeurd, zal voor de provincie het bewijs zijn, dat deze motie niet alleen met instemming, maar zeer waarschijnlijk zelfs op verzoek van het college, werd ingediend.

Dat maakt het tot een tamelijk doorzichtige manier van druk zetten op de provincie, die de reputatie van college en raad van Enkhuizen geen goed zal doen. Het staat Enkhuizen natuurlijk vrij om als een kleuter te gaan stampvoeten en het onmogelijke te eisen.

Maar  dat zal geen enkele indruk maken op het provinciale bestuur. Zoals hierboven al valt af te leiden uit de reactie van de woordvoerder van de provincie.

Van Reijswoud zou dat (vanuit zijn ambtelijk ervaring) allemaal moeten weten, maar op een of andere manier belet zijn verpletterende loyaliteit (jegens het college waarvan hij een van de grondleggers is) hem tot een evenwichtig oordeel te komen.

Met als gevolg dat elke beoordelingsfout van het college met de mantel der liefde wordt bedekt, zodat we blijven doormodderen op dit doodlopende karrenspoor.

Adequaat?

Het bericht in de krant van zaterdag (23-11-2019) bevatte niet alleen het aanbod van de directeur Bruil van Droomparken om te bemiddelen tussen provincie en gemeente.

Het bevatte ook reacties van raadsleden op het voornemen van de provincie om een reactieve aanwijzing te geven. Voor het gemak van mijn lezers reproduceer ik het bericht (dat in de krant van zaterdag stond) onder mijn column.

Keesman (SP) laat weten dat het eerst duidelijk moet worden wat de provincie wil. Wel, dat staat vrij nauwkeurig omschreven in de zienswijze zelf en het advies van van de PARK. (Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit). Het zelfde geldt eigenlijk voor Van Marle (D66) , die nu jammert dat die 200 woningen niet zo onaanvaardbaar waren als er nu door de provincie wordt voorgesteld.

Waar heeft hij het over? Ik citeer maar even letterlijk het PARK Rapport van 8 mei 2019.

Uit de door Van Uum onderzochte alternatieven blijkt dat op deze kwetsbare locatie 200 vakantiewoningen aan het water niet op een kwalitatief hoogwaardige wijze inpasbaar zijn.
Of de maximaal 200 vakantiewoningen wel hoogwaardig inpasbaar zijn, wanneer zij niet ieder aan vaarwater liggen laat zich thans niet beoordelen.

Ontwerpend onderzoek moet dat uitwijzen. Daar had de ARO ook om verzocht.

Op dit moment kan ik als PARK slechts de door de ARO gemaakte opmerking dat ‘maximaal 200 vakantiewoningen voor deze locatie mogelijk een te zwaar programma is’ onderschrijven.

Heeft de gemeente het gewijzigde ontwerp (dat niet veel meer was dan een voorlopig krabbeltje en dat als gevolg van participatie door Jan en Alleman in theorie nog alle kanten op kan) ter beoordeling voorgelegd aan de Aro? (Adviescommissie Ruimtelijke Ordening)

Volgens mij niet, dus waarom vindt Van Marle het dan gek, dat de ARO een voorbehoud maakt ten aanzien van dat onderdeel van het bestemmingsplan?

Freek Jans (Hea) beklaagt zich over het feit dat de bevolking eerder is ingelicht dan hijzelf, maar laat onvermeld, welke onherstelbare schade daarmee volgens hem is aangericht. Van Reijswoud (VVD) zet er ook zijn vraagtekens bij, om vervolgens te constateren,  dat het enige wat de provincie bereikt heeft een hoop onrust is.

Dat is een wel heel kortzichtige samenvatting van wat het provinciebestuur met haar reactieve aanwijzing hoopt te bereiken.

Ik neem aan, dat de provincie met haar aanwijzing hoopt te bereiken, dat de raad haar taken eindelijk serieus gaat nemen en dus niet alleen maar gedachteloos aan de hand van het college blijft voortmodderen.

En niet alleen het door het college gemaakte uittreksel van een zienswijze lezen, maar ook de zienswijze zelf en dan pas beoordelen of de door het college gegeven reactie op een zienswijze een adequate reactie was.

Dat was, op de door mij ingediende zienswijze, zeker niet het geval. Hieronder het krantenbericht waar deze column over gaat.

19-11-23

Verdienmodel.

Gisteren, geheel tegen mijn gewoonte in, de vergadering van de commissie grondgebied  in levende lijve bijgewoond. De achterzaal van de Werf was lekker gevuld, nu nog een knappe geluidinstallatie.

Vijf indieners van zienswijzen waarvan vier de indruk wekten min of meer tevreden te zijn met het gewijzigde bestemmingsplan.  Alleen het ZZM liet in het midden of men nog zaken zeker gesteld wilde zien.

Vervolgens mochten de raads/commissieleden hun vraagjes stellen. Keesman trapte af met een uitgebreide reconstructie en de rol van de provincie. Grappige gewoonte. De raad kijkt wel altijd kritisch naar anderen, maar zelden of nooit kritisch naar haar eigen gedrag. Dat doe ik dan weer wel, maar daar kunnen ze niet goed tegen is mijn indruk.

Neem nou bijvoorbeeld het begrip burgerparticipatie. Zoals gebruikelijk zijn ze er stuk voor stuk voorstander van, alleen doen ze er niks aan om het mogelijk te maken. Om als burger te kunnen participeren, moet je hem/haar eerst informeren en noem me één partij die haar informatieplicht op dat punt serieus neemt.

Ik kan me (op de VVD na) geen partij herinneren die over het REZ een bijeenkomst voor haar kiezers heeft uitgeschreven. En die VVD bijeenkomst kwam er ook alleen maar, omdat de toenmalige raadslieden niet wisten wat ze (drie dagen later) moesten besluiten en het daarom een goed idee leek om het aan de leden te vragen.

Enfin, elke fractie deed zijn democratische plicht door plichtmatig een vraagje te stellen die routinematig door wethouder Struijlaart werden beantwoord. In de tweede termijn deed ook Van Reijswoud een duit in het zakje. Waarna iedereen reikhalzend uitkeek naar het moment dat men plaats kon nemen aan de bar en de zaken kon bediscussiëren die de hele avond onbesproken waren gebleven.

Zoals het verdienmodel van Orez BV bijvoorbeeld.

List en bedrog.

Gisteren schreef ik dat de raad op 2 februari 2016 een besluit nam. Zonder dat het haar duidelijk was waar men, door het nemen van het besluit, voor of tegen was.

Tijd om wat dieper in te gaan op die merkwaardige gang van zaken. Allereerst de tekst van het besluit:

  1. Kennis te nemen van de resultaten van de gehouden enquête en interviews met betrekking tot de aanbesteding van het Recreatieoord Enkhuizer Zand (REZ);
  2. Kennis te nemen van de vervolgscenario’s met betrekking tot de voortzetting van het project REZ;
  3. Kennis te nemen van het risicodossier en de planning met betrekking tot de vervolgscenario’s voor de ontwikkeling van het project REZ;
  4. De wensen en bedenkingen kenbaar te maken met betrekking tot de keuze van voortzetting van het project REZ, conform het voorkeursscenario.

Van Marle en Van Reijswoud gaven een stemverklaring af, waarin ze lieten weten geen vertrouwen te hebben in de, door het college voorgestelde voortzetting met behulp van  scenario 1. [Het scenario, dat uiteindelijk toch is uitgevoerd onder instemmend geknik van de coalitiepartijen. SP, CDA, NE en CU/SGP.]

Daarop reageerde burgemeester Baas met de mededeling dat de raad geen besluit nam over het te volgen scenario. Dat was een uitvoeringsbevoegdheid van het college.

Voor Quasten voldoende reden om zich te onttrekken aan de discussie over het nog te nemen besluit.

Veel te vroeg naar mijn mening. Al behoort een voornemen tot de bevoegdheid van het college, dan nog kan de raad de uitvoering van dat voornemen verhinderen.

Weliswaar met behulp van een paardenmiddel (door het college naar huis te sturen als ze weigert rekening te houden met de wensen van de raad), maar de wil van het “volk” wint het in een echte democratie altijd van de wens van de bestuurders.

Dat het in de praktijk vaak anders lijkt komt voornamelijk door onkunde bij hen die het “volk” vertegenwoordigen en die hun handdoek voortijdig de ring in gooien.

Enfin, als de raad geen besluit nam over het scenario, waarover nam men dan wel een besluit? Het antwoord daarop ligt besloten in één van de overwegingen.

“dat de gemeenteraad op grond artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen; “

De uitvoeringsbevoegdheid  van het college (bij het verkopen van grond) wordt in artikel 169.4 beperkt als er aan de verkoop ingrijpende gevolgen kleven. Het college is onder die omstandigheid verplicht om de raad in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen tegen die verkoop kenbaar te maken.

Het is redelijk te veronderstellen dat uit contacten met de voorgestelde ontwikkelaar naar voren was gekomen, dat die de voorkeur gaf aan grondaankoop i.p.v. grondhuur. Ook als die 30 jaar lang zou worden kwijtgescholden.

Hoewel het college dus bevoegd was om de grond te verkopen, waren de gevolgen van die verkoop dermate ingrijpend, dat ze (voordat ze van haar bevoegdheid gebruik kon maken) VERPLICHT was de raad in staat te stellen om eventuele bedenkingen over die verkoop van de grond naar voren te brengen.

En zou het college die bezwaren niet serieus nemen, dan zou de raad in staat zijn om (door het vertrouwen in het college op te zeggen) de verkoop te verhinderen.

Aangezien die verplichting van het college nooit ter sprake werd gebracht, is het redelijk om te veronderstellen, dat de raad zich ook nooit van die verplichting bewust is geweest en men dus een stem uitbracht, zonder te weten waar men voor (of tegen) stemde. Komt wel vaker voor begrijp ik.

Kortom, zonder dat de raad het besefte, kwam het college een wettelijke verplichting na, die voortvloeide uit haar (niet tegenover de raad uitgesproken) voornemen om de grond op het REZ te  verkopen in plaats van in erfpacht uit te geven.

Voor de onwetendheid van de raad zou je begrip op kunnen brengen, ware het niet, dat je alleen maar “gemeentewet artikel 169” hoeft in te tikken op je (door de gemeente verstrekte) computer en je krijgt het betreffende artikel voor je neus getoverd.

Maar voor twee personen maak ik graag een uitzondering, omdat die uit hoofde van hun beroep zouden moeten weten waar 169.4 over ging.

Ten eerste de griffier, werknemer en adviseur van de raad. Het is naar mijn mening zijn taak om de raad te wijzen op de addertjes die onder het gras schuil gaan. Maar onder het besluit staat zijn naam: wil dat zeggen dat hij de adder eigenhandig onder het gras heeft verborgen?

Ten tweede Van Reijswoud, fractievoorzitter van de VVD en in het dagelijks leven de loco secretaris bij de gemeente Lelystad. Ook zijn kennis van de gemeentewet moet dusdanig zijn, dat hij geweten moet hebben, dat het college bezig was met een verkapte poging tot grondverkoop. Als hij dat niet door had, dan heb ik hem de afgelopen jaren toch te hoog ingeschat.

Samengevat, het college is (op aandringen van de ontwikkelaar) voornemens de grond op het REZ te verkopen in plaats van het 30 jaar lang erfpacht vrij aan te bieden. Zich er van bewust, dat er een wettelijke verplichting bestaat om de raad in staat te stellen tegen een dergelijk voornemen bezwaar te maken, verzwijgt men het voornemen en verbergt men de bezwaarmogelijkheid achter een reeks zienswijzen.

De bestuurscultuur in Enkhuizen is gebaseerd op geheimhouding en list en bedrog.

De enige die daar een eind aan kan maken is de gemeenteraad. Maar voor hen, meer nog dan voor “gewone” mensen, gelden de woorden van Mark Twain.

Het is makkelijker mensen te bedriegen dan ze er van te overtuigen dat ze zijn bedrogen.

===================================================

Voor de echt geïnteresseerden. Bovenstaande column is, net als de voorgaande column, gebaseerd op de notulen van de raadsvergadering van 2 februari 2016, die u hier kunt vinden.

Moeizame compromissen.

volkscongresTijdens het Nieuwe Doelen debat liet Rob van Reijswoud weten dat hij een besluit over de fusie van de drie SED gemeenten niet wilde toevertrouwen aan de gewone kiezer, omdat hij van mening was  dat die zich bij dat besluit zou laten leiden door emoties.

Daarin heeft hij niet helemaal ongelijk. Veel van de tegenargumenten berusten op romantische opvattingen over de werkzaamheden van leden van de raad. Wier primaire taak het is om in te stemmen met wat door het college (= ambtelijke organisatie) wordt voorgesteld.

Aan dat soort voorstellen gaat maandenlange voorbereiding vooraf door lieden die er voor hebben doorgeleerd (zoals Rob van Reijswoud) om vervolgens beoordeeld te worden door raadsleden die er niet voor zijn opgeleid en soms de stukken nauwelijks hebben bestudeerd, maar vanuit de onderbuik en vage ideologische overwegingen allerhande tegenwerpingen beginnen te maken.

Ik herken dat gevoel. Zeker bij de Drommedaris debatten heb ik met stijgende verbazing geluisterd naar de kromme redeneringen die (raadsbreed) naar voren werden gebracht en hoe de raad van het ene naar het andere standpunt zwalkte.

Ik denk ook wel eens, misschien is ons systeem wel helemaal niet zo superieur als we denken dat het is. Misschien hebben ze (gelet op de enorme vooruitgang die ze boeken) in China wel beter door wat er nodig is om een land effectief te besturen. Gewoon met strakke hand en technocraten die besluiten nemen waar iedereen van profiteert. Zoals de mandarijnen ooit deden.

Zou dat zijn waar Rob (maar eigenlijk ook Jaap Koning) naar toe willen? De gemeenteraad als een soort van Chinees volkscongres waar alle afgevaardigden het roerend eens zijn met wat de mandarijnen hebben uitgedacht?

Misschien is onze democratie (die in zijn huidige vorm zo’n 300 jaar bestaat) wel een merkwaardige oprisping in de wereldgeschiedenis en vragen ze zich over honderd jaar af, hoe we ooit zo dom konden zijn geweest om de te nemen besluiten te laten afhangen van mensen die daarvoor nauwelijks gekwalificeerd zijn en wordt de opvatting van Rob wel gezien als de opvatting van iemand die zijn tijd ver vooruit was! Wie zal het zeggen?.

In ieder geval zijn de landen met een democratie als de onze in de minderheid en raken we de economische voorsprong, die we ooit hadden, langzamerhand kwijt.

Maar toch houd ik het voorlopig nog even op het morsige en het bij lange na verre van volmaakte model wat we nu hanteren. Waarin we niet, zoals het Chinese volkscongres eensgezind de toekomst tegemoet marcheren, maar waarin publiekelijk moeizame compromissen moeten worden gesloten tussen een coalitie en een oppositie en we rekening moeten houden met allerlei minderheidsbelangen.