Verlies van vertrouwen.

Mijn laatste bericht (voor Pasen) ging over leiderschap en de daarbij behorende kwaliteiten. Naar aanleiding van een tweet van mevrouw Keesman, lokale fractievoorzitter van de SP.

In haar tweet sprak ze over het gedrag van de landelijke partijen D66 en het CDA en de schade die ze met hun optreden (in de landelijke politiek) hadden toegebracht aan het vertrouwen in de democratie.

Grote woorden en verwijten, die ik heb vergeleken met haar eigen optreden in de lokale politiek.

Niet alleen was ze er in geslaagd te voorkomen, dat een jarenlange samenwerking tussen twee lagere scholen in de binnenstad tot het beoogde resultaat (een ikc) zou leiden. Ze had er ook voor gezorgd, dat het college (door middel van een motie) werd opgedragen om een nieuw samenwerkingsverband (tussen twee andere scholen) te bevorderen.

Namelijk tussen pcbs Mozaïek locatie Veste en Montessorischool De Wegwijzer.

Mevrouw Keestman is de echtgenote van de voormalig directeur van de laatste basisschool. Hoewel het haar vrij staat om tijdens een openbare raadsvergadering een samenwerking tussen genoemde scholen te bepleiten, had zij er beter aan gedaan om zich (bij het stemmen over dit onderwerp) van stemmen te onthouden.

In ieder geval zal het lokale vertrouwen in de democratie niet zijn toegenomen, nu mevrouw Keesman aan een stemming heeft deelgenomen, waarin het college gevraagd werd haar echtgenoot (en de school waar hij werkt) te begunstigen.

Zonder haar deelname zouden de stemmen gestaakt hebben en zou het advies aan het college aanzienlijk minder dwingend zijn dan het nu is.

In ieder geval hoop ik er op, dat partijen in de raad er tijdens de eerstkomende raadsvergadering in zullen slagen om deze tamelijk opvallende vorm van belangenverstrengeling weer ongedaan te maken.

Gansch het raderwerk

In de krant van zaterdag een soort van terugblik op wat je een turbulente week op het recreatieoord Enkhuizerzand zou kunnen noemen. Een (door de lokale pers) nogal aangewakkerde storm in een glas water.

Wat is er aan de hand? Droomparken heeft op het terrein van het toekomstige vakantiepark een informatiegebouwtje geplaats, dat door de krant steevast een tent wordt genoemd.

Voor het plaatsen van het gebouwtje is vergunning aangevraagd, maar nog niet verleend. Het is in bedrijf genomen voor het organiseren van informatiedagen.

Vooropgesteld dat er geen redenen zijn om de vergunning te weigeren, zie ik die voortijdige ingebruikname niet als een halsmisdrijf.

[In het noordelijke deel van het recreatieoord heeft het college zonder enig bezwaar een ontheffing verleend voor een verbod tot plaatsen van stacaravans, lang nadat ze waren geplaats.

De vergunning voor het informatiegebouwtje was 3 februari aangevraagd. Het verlenen van vergunningen is vaak alleen maar een administratieve bezigheid, waarbij de gemeentelijke snelheid van werken soms botst met de snelheid van werken van de aanvrager.

De eis tot afbraak van het gebouwtje (omdat er nog geen vergunning is verleend) komt me dan ook als zeer overdreven voor.]

Hetzelfde geldt eigenlijk voor het informeren van toekomstige investeerders in het park. Zo’n 70% van de huisjes worden gefinancierd door mensen die de aanschaf van zo’n huisje als een winstgevende beleggingsobject beschouwen. De overige 30% koopt het als tweede woning en verhuurt niet.

Dat je mensen warm wilt maken voor het doen van zo’n investering zie ik dan ook niet als een illegale activiteit. Dat daarbij ook een hapje en drankje wordt geserveerd, lijkt me evenmin opzienbarend en daarom (voor de krant) het vermelden waard.

Geen reden voor paniek lijkt me dus. Ook geen noodzaak de sterke arm der wet in te schakelen, zaken te verbieden of dwangsommen op te leggen. Toch is dat wat er is gebeurd of staat te gebeuren.

Aanleiding is voor dit alles was de verklaring, die wethouder Heuting (vanwege afwezigheid van Struijlaart) tijdens de vergadering van afgelopen dinsdag, voorlas.

Daarin werd melding gemaakt van de teleurstelling, die door sommigen was uitgesproken over het type woningen dat Droomparken wilde aanbieden. Die dienen in overeenstemming te zijn met het beeldkwaliteitsplan. Daarover was nog geen overleg geweest tussen gemeente en Droomparken.

De wethouder stond verder stil bij de reden voor vertraging van de aanleg van het openbaar gebied (kustboog met strand). Bezwaren die aan de Raad van State waren voorgelegd door de IJsselmeervereniging en het Comité Enkhuizerzand.

Als gevolg van die bezwaren kunnen werkzaamheden aan de kustboog pas in het voorjaar van 2022 worden uitgevoerd. Bovendien kunnen ze alleen worden uitgevoerd, als de RvS de bezwaren van de Vereniging en het Comite heeft verworpen.

Verder verklaarde de wethouder, dat informatiedagen niet door zouden gaan en het gebouw zou worden afgebroken. Dat soort van verklaringen passen zonder twijfel in het zelfbeeld van ambtenaren en bestuurders, samengevat in “gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm dat wil”.

Helaas, ik ben bang, dat vandaag de dag, de zaken toch net iets gecompliceerder liggen.

Waarom zou je een gebouw afbreken, als de vertraging bij het afgeven van een vergunning niet door jou is veroorzaakt, maar door de gemeente. En sinds wanneer is het aan ambtenaren van de gemeente om te bepalen met wie (en op welk tijdstip) je mag overleggen over de verkoop van je huisjes?

Ik wil wethouder Heutink graag geloven, maar denk toch dat de werkelijkheid iets anders in elkaar steekt. Het gebouw blijft gewoon staan en die dwangsom zal ook wel niet doorgaan.

En dan het staartje waar raadslid Van Galen op doelt. Dat is het staartje tussen zijn benen, na ontvangst van de brief van de advocaat van Droomparken waarin hem wordt verzocht zijn kwalificatie “zeer onbetrouwbare actie” terug te nemen.

Bestormingen.

Wat ik me tijdens de bestorming van het Capitool zat af te vragen was, valt dit nu in dezelfde categorie als Bastille en Winterpaleis en wordt 6 januari straks een nationale feestdag in de VS.

Zoals 14 juli en 7 november dat ook zijn in respectievelijk Frankrijk en Rusland.

Of moeten we eerder denken aan de Bierkellerputsch van Adolf en de zijnen. Dat lukte aanvankelijk ook niet, maar uiteindelijk lukte het hem toch om Duitsland groter dan ooit te maken, al duurde dat maar heel even.

Na het Bastille kwam Robespierre met zijn Schrikbewind en de bestorming van het Winterpaleis bracht eerst Lenin en uiteindelijk Stalin aan de macht.

In alle gevallen viel de opstand van de bevolking volkomen te rechtvaardigen. Alleen brachten ze daarmee leiders aan de macht, die zich net zo onverschillig toonden ten opzichte van de noden van de bevolking als hun voorgangers.

Ik ben dus geen voorstander van bestormingen, omdat je daarmee meestal de verkeerde mensen aan de macht helpt.

Maar als het Capitool het symbool is van de Amerikaanse democratie, dan is het ook het symbool van de corruptie binnen de Amerikaanse democratie, waarin de winnaar gewoonlijk degene is met het meeste geld.

Daarom zoek ik deze verwarrende tijden graag troost bij de te vroeg overleden (2008) stand-up comedian George Carlin.

Vijftien jaar geleden beschreef hij de stand van zaken in Amerika met behulp van de onderstaande monoloog. Hij wond er geen doekjes om en ik heb niet de indruk, dat er sindsdien veel verbeterd is. Zowel in Amerika als in Europa.

Misschien zouden de bewoners van het Capitool zich eens moeten afvragen in hoeverre hun gedrag nog te maken heeft met wat een democratie beoogd. En of ze hun oren niet te veel laten hangen naar de deelbelangen, die de lobbyisten vertegenwoordigen.

Tot slot een waarschuwing. George Carlin schuwt het gebruik van woorden zoals f*ck niet. Wie daar moeite mee heeft kan zijn onderstaande monoloog beter niet bekijken. Ondertiteling (Engels) is beschikbaar

Machtsgebruik.

Politiek is het instrument waarmee we de samenleving besturen en onderlinge verschillen op vreedzame wijze kunnen oplossen. Maar het overgrote deel van de bevolking lijkt politiek liever te vergelijken met het weer.

Het overkomt je, je mag er over mopperen op verjaardagen en in de kroeg, maar je moet je er verder niet mee bemoeien of druk over maken, want je kunt er toch niets aan veranderen.

In de politiek gaat ook over het uitoefenen macht. In Nederland staat tegenover elk systeem om macht uit te oefenen, een systeem om de macht te controleren en in toom te houden.

Niet zonder reden. Macht corrumpeert. Overal waar macht gebruikt wordt ligt (bij geen controle) machtsmisbruik op de loer. Van de gymcoach die zijn pupillen terroriseert, tot de globale onderneming die het milieu verwoest, om meer geld te kunnen verdienen.

Het ontbreekt ons zelden aan wet en regelgeving. Meestal gaat het om een gebrek aan wil om het machtsgebruik te controleren.

In onze democratie berust de macht bij het volk.

Indirect, omdat het volk haar macht heeft overgedragen aan afgevaardigden. Persoonlijk vindt ik dat een prima systeem. Zolang het overgrote deel van de bevolking nog steeds denkt, dat politieke macht vergelijkbaar is met de weersverwachting, zie ik geen voordeel in directe democratie.

Doordat het volk zijn macht heeft overgedragen is er een nieuwe groep machthebbers ontstaan. De afgevaardigden van het volk. Voor hen geldt, wat er voor alle andere machthebbers ook geldt, dat er op moet worden toegezien dat zij geen misbruik maken van hun macht.

Dat toezicht heeft de vorm van verkiezingen. Waarbij het volk zijn macht tot uitdrukking kan brengen door het kiezen van andere afgevaardigden. De vraag is alleen of dat voldoende is.

Op landelijk niveau wel, omdat de landelijke pers haar taak als medetoezichthouder op redelijke wijze vervult.

Op lokaal niveau is deze vorm van toezicht vrijwel geheel afwezig. Men beperkt zich tot het doen van verslag. Ofwel, het verspreiden van de opvattingen van lokale machthebbers. Met (zo nu en dan) een verslag over een afwijkende mening.

De afgelopen 10 jaar heb ik geprobeerd om dit lokale tekort aan toezicht aan te vullen met persoonlijke beschouwingen over gebruik van macht. Dat is me door de andere toezichthouders, de raadsleden en de lokale pers niet echt in dank afgenomen. Klaarblijkelijk zien beiden het als aantasting van hun alleenrecht.

Inmiddels ben ik het strijden moe geworden. Wat me nu nog rest is, zo lang als dit nog mogelijk is, me verzetten tegen een een specifieke vorm van machtsmisbruik.

Het geheim proberen te houden van gemaakte fouten in de uitvoering. Ook daarbij ondervind ik tot nu toe weinig steun van de andere toezichthouders. De gemeenteraad en de lokale pers.

De reden hiervoor heb ik in het verleden al aangegeven.

De “uitvoering” is het werk van bureaucraten. In Enkhuizen hebben de democratische krachten plaatsgemaakt voor de bureaucratische krachten.

Het verschil tussen beide is, dat een bureaucratische (en tevens hiërarchisch) systeem geen toezicht door “ondergeschikten” zal tolereren, terwijl een democratische systeem er op is gebaseerd.

Regels omzeilen.

Niemand lijkt van regels te houden, maar ze beschermen ons tegen willekeur. Als de één zich wèl aan de regels moet houden en een ander zich er aan kan onttrekken, dan ontstaat rechtsongelijkheid.

En aan rechtsongelijkheid heb ik een broertje dood. Dat zou ook zo moeten zijn voor de mensen die we hebben afgevaardigd in de gemeenteraad, maar ik heb niet het gevoel dat rechtsongelijkheid hun bijzonder interesseert. Vaak denk ik, dat ze zichzelf wijsmaken dat het fenomeen in hun gemeente niet voorkomt.

En in iets, dat niet bestaat hoef je je natuurlijk niet in te verdiepen of zorgen over te maken.

Maar ik krijg toch een beetje een oncomfortabel gevoel als ik zie, dat de adviseur voor leefruimte, die de gemeente heeft aangetrokken om een bestemmingsplan te maken, ook al jarenlang de huisadviseur van Droomparken is.

En dat die (vanuit die hoedanigheid) ook weer allerhande ontheffingen vraagt ten aanzien van de toepassing van regels.

Over haar mobiliteitsnota schreef ik, dat het typisch een werkstukje was waarin de degene die betaalt ook de uitkomst van het onderzoek mag bepalen. Ik dorst dat te schrijven, omdat men bij de berekening van de verkeersintensiteit een methodologische fout had gemaakt.

Die fout hield in, dat er bij een aantal maximale waarden ook een gemiddelde waarde werd opgeteld. Waardoor de totale waarde (verkeersintensiteit) lager kon worden ingeschat, dan wanneer de fout niet zou zijn gemaakt.

Een en ander doet me allemaal net iets te veel denken aan de praktijken van wereldwijd opererende accountantskantoren, die niet alleen verdienden aan de door hun uitgevoerde controle op de bedrijfsvoering, maar nog veel meer op hun adviezen over die bedrijfsvoering.

Waarna ze vervolgens geacht werden om te beoordelen, of dank zij de door hun gegeven adviezen, de bedrijfsvoering was verbeterd. Een aantal spectaculaire faillissementen (vanwege ontoereikend toezicht op het eigen doen en laten) waren daarvan het gevolg.

Bij dit alles gaat het niet om klein bier. Afhankelijk van de vraag of de grond waarop de camping gerealiseerd gaat worden deel uitmaakt van een provinciaal monument, of onderworpen is aan de regel dat er niet op gebouwd mag worden, varieert de waarde van de grond.

Die waardestijging is aanzienlijk en grond, waarop gebouwd mag worden, is al gauw een veelvoud waard van grond waarop niet mag worden gebouwd.

De uiteindelijk verkoopwaarde van kavels die aan particuliere eigenaren worden verkocht, loopt niet zelden op tot het honderdvoudige van de prijs waartegen de grond was ingekocht.

Het heeft me verrast, hoe eenvoudig het eigenlijk is om een regel die geen bebouwing toestaat, met behulp van niet te doorgronden argumentatie, te veranderen in een regel die bebouwing wel toestaat. Met als onmiddellijk gevolg, dat de grond in kwestie aanzienlijk meer waard is dan daarvoor.

Of deze waardestijging ten goede is gekomen aan de eigenaar van de grond (de gemeente) of degene die weet hoe je regels kan omzeilen en naar je hand kan zetten, laat zich (door de nauwelijks transparante opstelling van de gemeente) niet vaststellen.

Izzy Stone

Toen ik ruim 10 jaar geleden begon met het schrijven van dit blog liet ik me inspireren door de werkwijze van de Amerikaanse journalist Izzy Stone.

Hij was, wat je met recht “eigen meester, niemands knecht” kunt noemen en was niet alleen eigenaar en uitgever, maar schreef ook eigenhandig zijn blad “Stone’s bi-weekly” over de Amerikaanse politiek, vol.

Stone was er van overtuigd, dat regeringen ons voorliegen zodra hun dat beter uitkomt en ging om die reden ook nooit naar de door de regering belegde persconferenties (waar men in zijn ogen toch alleen maar vertelde wat men kwijt wilde). Ook het stellen van vragen kwam hem als nutteloos voor.

In plaats daarvan las hij rapporten en de notulen van commissievergaderingen en baseerde daarop zijn conclusies.

Leek me een uitstekende manier van werken, die ik de afgelopen 10 jaar ook heb toegepast en waarmee je nieuwsfeiten aan het licht kunt brengen, die door de reguliere pers dikwijls over het hoofd worden gezien.

Zo vind ik het feit, dat alle grond voor de camping en het recreatiepark door de gemeente is verkocht voor € 335.000,- een belangwekkend nieuwsfeit. Dit in tegenstelling tot de reguliere pers die er geen enkele aandacht aan heeft besteed.

Interessant, omdat het college weigerde om het bedrag (in weerwil van een WOB verzoek) openbaar te maken en de raad geheimhouding had opgelegd.

Een volstrekt nutteloze poging tot geheimhouding, omdat de verkoopprijzen van onroerend goed in een openbaar register [kadaster] worden opgenomen.

In het verleden heb een paar keren de gemeentelijke overheid gevraagd om mij de documenten ter inzage te geven waar haar beleid op was gebaseerd, maar dat leverde iedere keer weer problemen op.

Hoewel dit land een Wet Openbaarheid van Bestuur heeft, weten college en raad elkaar telkens weer te vinden in het bedenken van nieuwe manieren om hun gepruts voor de buitenwereld verborgen te houden.

Zoals ook nu weer. B&W stelt ons weliswaar in staat bezwaar te maken tegen een door haar verleende ontheffing, maar verzwijgt, waarvan ze de aanvrager heeft ontheven. [Zodat hij in staat is een camping aan te leggen.]

Bovendien had die ontheffing verleend moeten worden voordat er begonnen was met het aanleggen van de infra-structuur van de camping. Pakweg zo’n drie maanden geleden.

Enfin, als ik het goed heb begrepen gaat de afdeling communicatie van het SED daar nu verandering in brengen en antwoord geven op de vragen die er bij me leven. Ik wacht gespannen af.

Zou er eindelijk dan toch schot in komen?

Vanmiddag werd ik gebeld door de communicatie-medewerkster van de SED organisatie met de vraag wat ik nu precies wilde weten over het bovenstaande besluit van het college.

Het verlenen van een ontheffing voor het realiseren van een camping en of ik haar daarover een email wilde sturen.

Heb onverwijld ik gedaan en benieuwd of ik op de gestelde vragen (binnen een redelijke termijn) antwoord krijg. Ik heb de volgende vragen voorgelegd.

Wie heeft het verzoek tot ontheffing gedaan en waarvan wil men ontheven worden, teneinde een camping te kunnen realiseren.

Op grond waarvan heeft het college besloten die ontheffing te verlenen.

Waarom werd die ontheffing niet gevraagd en verleend direct na 18 november 2019, toen HHNK had ingestemd met de aanleg van een camping en Orez een maand later met de aanleg van de camping begon?

Ik ben benieuwd naar de antwoorden en of die gegeven zullen worden binnen de termijn dat er bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit van het college.

Vrijwel direct na deze doorbraak een telefoontje van NH nieuws, waarin de verslaggeefster liet weten zich in de kwestie te willen verdiepen om zodoende in staat te zijn de gedeputeerde te kunnen bevragen over de gang van zaken. Het veronachtzamen van de gemeente Enkhuizen van wat er bepaald is in de PRV.

Een 200 meter brede kwaliteitszone aan de voet van de Westfriese Omringdijk.

Die vraag had ik hem zelf ook al gesteld, maar ik heb het vage vermoeden dat hij niet reageert op vragen van een hem niet bekende blogger en alleen vragen van de reguliere pers serieus neemt.

Omertà

Tien jaar lang ging dit blog over de politieke besluitvorming in Enkhuizen. Hoe die tot stand kwam en welke (gewoonlijk financiële) gevolgen er aan kleefden. De uiteindelijke uitkomst van het besluit kon me meestal weinig schelen. Het ging me meer om de weg er naar toe en de financiële gevolgen.

Als een meerderheid van de raad vindt dat de Drommedaris moet worden omgebouwd tot een volwaardig cultureel centrum vind ik dat prima, maar ik vind tegelijkertijd dat degenen die dat besluit namen, ook verantwoording moeten afleggen voor de financiële gevolgen van dat besluit.

Maar dan werken college en raad eendrachtig samen om de financiële gevolgen van hun besluit zo veel als mogelijk voor de gewone kiezer verborgen te houden.

Of er nu wel of geen vakantiehuisjes op het REZ gebouwd gaan worden kan me eigenlijk ook niet eens zoveel schelen. Als een meerderheid van de raad beslist dat dit moet, dan leg ik me er wel bij neer. Maar ik vind dan weer wel, dat college en raad de financiële gevolgen van dit besluit openlijk met hun kiezers zouden moeten bespreken.

En dan bedoel ik niet alleen maar het gemeentelijk persberichtje, dat men doet uitgaan en dat voldoende is voor de regulaire (veelal door de overheid gesubsidieerde) media.

Maar, mede voor de 263 reguliere volgers van mijn blog, zou ik graag een verklaring willen voor het feit, dat als de college en de raad grond op het REZ kopen, ze grif € 92,- m2 betalen, maar als ze grond verkopen genoegen nemen met € 2,23 m2.

Maar hiervoor geldt (binnen de Enkhuizer politieke elite) een soort zwijgcultuur, die in andere kringen ook wel omertà wordt genoemd. Zaken die je alleen onderling bespreekt, maar naar buiten toe doodzwijgt.

Ik heb (door middel van mijn blog) 10 jaar lang geprobeerd om die omertà te doorbreken (zonder al te veel resultaat overigens) en beperk me vanaf oktober 2019 tot de omertà rond de herinrichting van het REZ. Waarmee men de eigen incompetentie (van raad en college) voor de kiezer verborgen probeert te houden.

Kat uit de boom kijkers.

Ik schat dat de gemeente, door met Orez in zee te gaan, een paar miljoen aan opbrengst is misgelopen. Geld, dat wat mij betreft beter besteed had kunnen worden aan de bouw  van een parkeergarage op de Ossenmarkt of zoiets dergelijks.

Maar stel, dat we niet ontkomen aan de eisen van de provincie en dat het aantal kavels voor vakantiewoningen terug moet naar 80, (gelijk aan de omvang van Broekerhaven) dan kun je er vergif op nemen, dat Droomparken begint te mekkeren over haar verlies aan inkomsten.

Dan zou het heel nuttig zijn, als er iemand in die Participatieclub van Droomparken zou zitten  met een beetje zakelijk inzicht. Om het gehuil om vergoeding van geleden schade tot normale proporties te beperken.

Wie het gaan worden kan me niet schelen, zolang ze maar beloven er niet te gaan zitten om er zelf beter van te worden.

Zoiets op persoonlijke titel doen heeft geen zin, want dan leg je verder geen gewicht in de schaal. Daarom roep ik mensen op om zitting te nemen in het participatie comité, met als doel vorm te geven aan het door Droomparken te exploiteren vakantiedorp. 

Ik neem aan dat college en raad met een soortgelijke oproep komen. Zodat er sprake zal zijn van een keuze. Wil men het belang van het wettige gezag vertegenwoordigen of wil men het belang van de bevolking vertegenwoordigen?

Als er zich tenminste 5 kandidaten melden, dan organiseer ik een openbare bijeenkomst waarin de kandidaten zich kunnen voorstellen en kunnen worden gekozen. Hoeveel er aan het participatieberaad mogen deelnemen hangt natuurlijk van Droomparken af.

Enfin, ik zie wel wie vertegenwoordiger van de bevolking wil zijn, als die er überhaupt zijn. Het merendeel van de Enkhuizers zijn volgens mij, “door de wol geverfde kat uit de boom kijkers, die liever wat meer betalen dan de autoriteiten voor de voeten te lopen”.

Ter afsluiting een wat ingetogener studio opname van “el pueblo unido”, omdat ik het zo’n mooie meeslepende melodie vind. Niet meer van deze tijd natuurlijk, maar dat ben ik zelf ook niet.

Enkhuizer Belang?

Wat me opviel tijdens de laatste raadsvergadering was het gezamenlijk optrekken van de twee ex-NE raadsleden, Langbroek en de Jong. Men diende gezamenlijk moties in, wat er op zou kunnen wijzen dat beide lokale partijen uit zijn op samenwerking.

langbroek.jpgDat is wat mij betreft alleen maar toe te juichen. Drie lokale partijen die, voor wat betreft programma, nauwelijks van elkaar verschillen is te veel van het goede. In wezen zijn het eerder persoonsgebonden fanclubs dan politieke stromingen.

Ooit begon het met de legendarische Jan “washand” Hart die als eerste de knuppel in het gemeentelijke hoenderhok gooide met zijn Enkhuizer Belang.  Eigenzinnig en recht in de leer bleek hij echter niet in staat de boel bij elkaar te houden.

Een deel van zijn aanhangers (waaronder Langbroek) wilde meer bestuurlijke invloed en splitste zich af om Nieuw Enkhuizen te vormen. Dat onder leiding van Jan Franx tot bloei kwam, maar na zijn vertrek weer vrijwel teloor ging.

Mdejong

Oud NE collega’s Langbroek en de Jong lijken elkaar nu dus gevonden te hebben en voor je het weet krijgt die samenwerking een eigen naam en gaan ze verder als het Enkhuizer Belang. Dan zou de cirkel rond zijn en zijn we weer terug bij wat Jan Hart ooit was begonnen.

Eén zwaluw maakt natuurlijk nog geen zomer, maar het zou jammer zijn als deze prille samenwerking geen vervolg zou krijgen.