Doelbewuste misleiding?

In mijn vorige bericht probeerde ik duidelijk te maken, dat de RvS (in haar inhoudsindicatie) beschrijft, wat de gemeentelijke rechtvaardiging is, voor wat je de noodzaak tot een herinrichting van het recreatieoord kunt noemen.

Tegen die noodzaak is bezwaar gemaakt door twee partijen.

Te weten, de IJsselmeervereniging en het plaatselijke Comité tot behoud van het recreatieoord.

Volgens beiden komt de herinrichting (in de voorgestelde vorm) neer op een aantasting van de natuur en worden er diverse verordeningen (op het gebied van de ruimtelijke ordening) niet op de juiste wijze nageleefd.

Morgen weten we wat de RvS van die bezwaren vindt.

Mijn eigen bezwaar is van totaal andere aard en wordt ook niet beïnvloed door de uitspraak van de Raad van State.

Mijn bezwaar is, dat college en haar ambtenaren, de Enkhuizer bevolking (en degenen die zeggen die bevolking te vertegenwoordigen, de gemeenteraad) doelbewust hebben misleid, door te doen voorkomen, dat zij het recreatieoord onder marktconforme voorwaarden hebben verkocht.

Het bewijs hiervoor bestaat uit een tweetal taxaties. Ten eerste, de taxatie van een bureau dat door de gemeente is ingeschakeld. Ten tweede van een taxatie van een bureau dat door Droomparken is ingeschakeld.

Het verschil tussen beide rapporten heb ik (op dit blog) berekend op ongeveer 20 miljoen Euro. Tot dusver heeft niemand die berekening aangevochten, wat overigens niet wil zeggen dat het niet zou kunnen.

Maar zelfs als het verschil maar 10 miljoen is, dan nog kun je niet volhouden dat de waardebepaling van het gebied (10 miljoen) marktconform is als een andere taxateur de waarde van hetzelfde gebied 10 miljoen hoger inschat.

Doelbewuste misleiding is uiteraard een strafbaar feit. Of daadwerkelijke sprake is van doelbewuste misleiding (of totale incompetentie van alle betrokkenen bij het proces) zal moeten worden onderzocht door de instantie die daar ervaring mee heeft, de rijksrecherche.

Een opdracht tot het doen van een onderzoek moet uiteindelijk gegeven worden door de hoogste instantie binnen de gemeente. De gemeenteraad.

Die is echter, op aandringen van het college, nog steeds druk doende met het zoeken naar mogelijkheden, om de kern van de zaak (misleiding van de Enkhuizer bevolking) in de doofpot doen te verdwijnen.

Hoelang de zittende raad daarmee door wil blijven gaan weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat er binnen afzienbare tijd een nieuwe raad kan worden gekozen en de inwoners van Enkhuizen in staat zullen zijn, om hun oordeel uit te spreken over het optreden van de zittende raad.

Minutieus verslag.

De vraag die het NHD zich in de krant van afgelopen zaterdag ogenschijnlijk stelde was, heeft Segerius gelijk met zijn mening, dat het gemeentebestuur het recreatieoord (als gevolg van haar manier van uitvoeren) heeft verkwanseld.

Door middel van haar doen en laten heeft het NHD haar opvatting over die mening eigenlijk al kenbaar gemaakt. Ze neemt haar niet serieus en volgt zodoende de breed gedeelde opvatting van de bevoegde instanties, die haar evenmin serieus neemt.

De krant denkt kennelijk, dat zij het door haar ingenomen standpunt (het niet serieus nemen van mijn standpunt) kan rechtvaardigen door deskundigen, die haar opvattingen bevestigen, in de krant aan het woord te laten.

De keuze van haar deskundigen spreekt echter boekdelen. Het zijn namelijk stuk voor stuk belanghebbenden die de krant ten tonele voert.

De directeur van Droomparken (Bruil) zal nooit of te nimmer zout in de wonde wrijven door te beweren dat de gemeente zich door P.Tuin en partners, knollen voor citroenen heeft laten verkopen. Hij zag slechts een deal voorbijkomen, die het waard was om over te nemen.

Wat hij er voor betaald heeft weten we niet. Het gerucht gaat dat de P. Tuin en partners er gezamenlijk 2 miljoen beter van zijn geworden. Wat geen slechte beloning is voor 2 jaar onderhandelen over een concessie, om het REZ (naar eigen smaak) te mogen inrichten.

Kortom Bruil is te nauw bij de gang van zaken betrokken om hem als objectief te bestempelen. De opvatting van de wethouder is duidelijk, mijn mening kan niet waar zijn, omdat als zij waar zou zijn, je dan slechts kunt concluderen, dat het gemeentebestuur dom is geweest.

Blijft over de laatste deskundige die het NHD ten tonele voert. CDA raadslid Van Galen. Ooit adviseur van Landal Greenparks.

Hij heeft niet alleen affiniteit met het onderwerp, maar steekt qua kennis over het onderwerp, met kop en schouders boven zijn collega raadsleden uit. Daarbij komt, dat hij sinds kort ook weet welke ramingen er door Orez (d.m.v. haar exploitatierapport) aan het gemeentebestuur zijn voorgelegd.

Dus ook de raming van de kosten voor aanleg en onderhoud van het openbaar gebied, waarvan Van Galen zegt dat ze 10 miljoen bedragen. Een redelijke winst over die investering lijkt me 10%, waardoor de totale kosten (investeringen) in publieke werken stijgt naar 11 miljoen.

Daar tegenover moet een geraamde opbrengst staat van 11 miljoen. Er blijkt uiteindelijk € 11.335.000,- te zijn geraamd, zodat er bod op de concessie kan worden uitgebracht van € 335.000,-. Hetgeen ook is gebeurd.

In hetzelfde bericht zegt Van Galen overigens er van overtuigd te zijn, dat er door Droomparken 15 miljoen winst gemaakt wordt. Laten we hopen dat hij daarmee opbrengst bedoelt.

15 miljoen geraamde opbrengst minus 11 miljoen geraamde kosten (inclusief een winst van 1 miljoen) is 4 miljoen extra winst boven de reeds gecalculeerde 1 miljoen winst. Ofwel, op een investering van 10 miljoen in het openbaar gebied wordt er (op basis van de door Van Galen gehanteerde rekenmethode) 5 miljoen winst gemaakt door Droomparken.

Van Galen doet dat af als een meevallertje voor de ontwikkelaar, ik beschouw het als een ernstige tekortkoming van de gemeentelijke onderhandelaars, de bestuurders en haar toezichthouders.

En daar ligt mijn werkelijke verschil van mening met Van Galen. Klaarblijkelijk zijn we het eens over het bedrag dat de gemeente is misgelopen. Waar we het niet over eens zijn is de oorzaak. Van Galen noemt als direct betrokkene (hij is toezichthouder) marktomstandigheden, maar levert daarvoor geen bewijs.

Mijn verklaring voor de gang van zaken (als buitenstaander) is, dat onbekwame onderhandelaars, werden aangestuurd door onbekwame bestuurders, onder het toezicht van onbekwame toezichthouders.

Twee maal raden welke verklaring de toezichthouders (inclusief Van Galen) als enig juiste zullen accepteren, ook al is daar geen enkel bewijs voor geleverd en weigert men nog steeds inzage te geven in de documenten, waarop de genomen besluiten zijn gebaseerd.

Uiteraard de verklaring die de toezichthouders, bestuurders en ambtenaren zal vrijpleiten van elke verantwoording voor het inkomstenverlies dat de gemeente (door onbekwaam handelen) heeft geleden.

Waarna de krant, zonder ook maar één kritische vraag te stellen, over die conclusie een minutieus verslag zal uitbrengen.

Planwijziging.

In de Anterieure Overeenkomst regelt artikel 21 hoe te handelen in geval van overdracht van rechten. De gemeente heeft bedongen dat zij daarvoor eerst schriftelijk toestemming moet geven.

Orez heeft daarin bedongen dat de gemeente een rechtsoverdracht niet mag weigeren, zolang de nieuwe eigenaar van die rechten en plichten aan dezelfde eisen voldoet, die er aan Orez bv werden gesteld.

Volgens de gemeente is geen sprake van een overdracht van rechten, die zijn in handen van Orez bv gebleven. Ook is de eigenaar van Orez bv dezelfde gebleven. Namelijk, de Holding Recreatieoord Enkhuizer Zand bv.

Echter, het eigendom van die bv is wel veranderd. Nieuwe eigenaar is Reynaerde Leisure BV, die via weer andere BV’s uiteindelijk eigendom is van Adrianus Vos in Apeldoorn.

Dezelfde persoon die via een reeks andere bv’s eigenaar is van Droomparken

Volgens wethouder Heutink, bij haar beantwoording van de op 24 maart door Enkhuizen Vooruit gestelde vragen, houdt deze eigendomsoverdracht geen overdracht van rechten en plichten in.

Of daar juridisch advies over is gevraagd (en aan wie) is niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat de gemeente zich op heel onbeholpen wijze, heeft proberen te beschermen tegen een ongewenste overname van hetgeen waartoe ze zich heeft verplicht.

Waartoe Orez zich heeft verplicht is nauwelijks af te dwingen. De bv heeft een eigen vermogen van € 200,-

Er moet in de kantoren van P. Tuin cs en Droomparken een onbedaarlijk gelach zijn uitgebarsten toen men artikel 21 onder ogen kreeg.

Niks schriftelijk aan de gemeente om toestemming vragen en een antecedenten onderzoek mogelijk maken. Gewoon een bv-tje kopen en vanaf dat moment ook bepalen waar dat bv-tje zich wel en niet aan zal houden.

Één van de zaken waar het bv-tje zich niet aan gehouden heeft, is wat er in de Anterieure Overeenkomst was vastgelegd t.a.v. het plandeel camping.

Volgens de AO zouden daar geen recreatiewoningen komen, maar de nieuwe eigenaar van Orez bv leek het beter als ze er wel zouden komen.

Volgens wethouder Heutingen is deze planwijzing verwerkt in een allonge en zijn ook de financiële gevolgen (20 miljoen meer omzet dan was geraamd en getaxeerd voor dit planonderdeel) verwerkt.

Een verzoek om inzage in de documenten die dat kunnen bevestigen is de deur uit. De vraag is nu, bestaan ze en mogen we ze inzien.

Verder heeft deze planwijziging (wel/geen) recreatiewoningen ook op ander gebied serieuze gevolgen. Daarover een andere keer meer.

Gedane zaken.

Dat aanstaande donderdag 5 partijen een exploitatieopzet en een taxatierapport gaan inzien doen ze natuurlijk niet om mij een plezier te doen.

Om eerlijk te zijn denk ik, dat binnen die vijf partijen maar een paar raadsleden zijn die zich (net als ik) echt betrokken voelen bij de herontwikkeling van het REZ.

Te weten Gerard van Galen (CDA), Freek Jans (HEA) allebei raadslid en Frank van Gangelen, commissielid voor EV!. De rest zal het allemaal krent wezen wat er met het recreatieoord gebeurd.

Als de wethouder roept, dat het hem gaat om de opwaardering van openbaar gebied, dan praten ze hem gewillig na, zonder te begrijpen over welk gebied hij het nu eigenlijk heeft.

Meestal heeft hij het dan over particulier eigendom, dat deel uitmaakt van het villapark, waar je omheen kunt fietsen en dat keurig zal worden bijgehouden door de eigenaars van de vakantievilla’s.

Het echte openbare gebied is een smalle strook grond tussen de zeemuur en de nog aan te leggen weg (met parkeerfaciliteiten) naar de dienstingang van het ZZM.

De bestaande ligweide ten zuiden van het zwembad, aangevuld met enkele speeltuigen voor kinderen en een paddenpoel. Inclusief het reeds bestaande strandje, dat blijft zoals het is en bekent staat als het hondenstrandje.

Plus een kustboog met 680 meter (en geen 1200 meter zoals de gemeentelijke website meldt) strand. Verder een parkeerterrein voor de strandbezoekers, de bezoekers van Sprookjeswonderland en de sportvelden.

Mocht de aanleg van de baai onverhoopt niet doorgaan (en de kans daarop is nog steeds aanwezig) dan zal de toegevoegde hoeveelheid strand nog maar een kwart bedragen van hetgeen er ooit in het vooruitzicht was gesteld.

De drie gebieden moeten recreatie mogelijk maken voor de inwoners van de vakantieparken en de inwoners van Enkhuizen. De parken zelf hebben, anders dan op een terras voor je huisje zitten, geen recreatie mogelijkheden.

Maar goed, aanstaande donderdag gaan de vijf partijen (door het inzien van geheim verklaarde stukken) ontdekken, waarom de concessie aan Orez werd verleend, waarom hij er maar zo weinig (€ 335.000,-) voor hoefde te betalen en waarom Droomparken er goed geld voor over had, om hem te kunnen kopen.

Zaken waar ze zich natuurlijk al eerder in hadden moeten verdiepen, omdat het nu gedane zaken zijn, die geen keer meer zullen nemen.

De overige vier partijen (VVD, D66,PvdA en CU/SGP) zullen nog even blijven volharden in hun, zo succesvol gebleken, struisvogelpolitiek.

Einde plichtsverzuim.

Het is altijd leuk om in de krant te lezen, dat een meerderheid van de raad heeft besloten een einde te maken aan hun al maanden durende plichtsverzuim door inzage te vragen in de (door het college geheim verklaarde) stukken.

Zelf zien ze het natuurlijk weer anders, maar laten we op die slak geen zout leggen. Omdat ze op 4 maart de geheim verklaarde stukken gaan inzien, zullen we op 30 maart weten of ze geheim moeten blijven, dan wel dat de opgelegde geheimhouding wordt opgeheven.

De beslissing daarover neemt de raad. Niet op basis van wat het college haar over de inhoud vertelt, maar op basis van wat ze zelf (na bestudering van de inhoud) heeft geconstateerd.

Dat is het spel, zo zijn de regels en zo moet het gespeeld worden.

Kan een taxatie van werkzaamheden, die grotendeels niet worden uitgevoerd, informatie bevatten waardoor de gemeente in de toekomst financiële schade zou kunnen leiden, als die taxatie openbaar zou worden gemaakt?

Neem de kosten van de nog aan te leggen baai. Is het niet zo, dat door acceptatie van de door Orez gedane bieding voor de concessie, elk financieel risico voor de gemeente is afgedekt?

Anders gezegd, wat de uiteindelijke kosten van aanbestedingen ook mogen zijn, de gemeente zal daar voordeel nog nadeel van ondervinden. Is dat niet de essentie van de deal die met Orez is gesloten?

De geheimhouding had en heeft een heel ander doel. Namelijk om te verhullen, dat de marktconformiteit (die de rechtvaardiging vormde om de de bieding van Orez te accepteren) alleen van toepassing was op de planuitvoering (d.w.z. de exploitatieopzet van Orez) die ter taxatie was aangeboden.

Wat me tot de vraag brengt, wist men of had men kunnen weten, dat de door Orez voorgelegde planuitvoering nooit zou worden gerealiseerd.

Volgens mij wisten alle betrokkenen van de bezwaren van het ZZM tegen het voorlopige plan. Die bezwaren werden alleen maar groter, bij het aanvaarden van het definitieve plan, door de opname van een nog prominenter aanwezige landtong.

Je kunt je in dat verband dan ook alleen maar afvragen, hoe het in hemelsnaam mogelijk is geweest, dat de onderhandelaars nooit hebben beseft, dat de voorgestelde (en getaxeerde) planuitvoering (als gevolg van de door het ZZM ingebrachte bezwaren) nooit zou worden uitgevoerd.

Maar dat is een raadsel, waar de formele toezichthouder (de raad van Enkhuizen), zich over zal moeten buigen.

Tegenmacht.

Indrukwekkende toespraak van Pieter Omtzigt over het ontbreken van een tegenmacht. Eerste klikt voert je naar Twitter, tweede naar de NOS site. Fragment, waarin hij uitlegt wat er mis, is duurt nog geen 2 minuten.

Zoals er een Haagse kliek is, die voornamelijk met zichzelf bezig is, zo is er ook een Enkhuizer kliek. Die zo nu en dan wat kibbelt om de schijn op te houden, dat men het ook wel eens niet met elkaar eens is. Maar toch voornamelijk bezig om het elkaar niet al te lastig te maken.

De innige band tussen kamer en regering, wordt op lokaal niveau gekopieerd door de innige band tussen raad en college. De geringe ambitie van de pers om zelfstandig onderzoek te doen, viert ook lokaal hoogtij.

Ik beweer al geruimde tijd dat de gemeente, door haar manier van aanbesteden, miljoenen is misgelopen.

Dat de aan Orez gesteld gunningsvoorwaarde een wassen neus was en bij nadere beschouwing meer weg had van een doorgestoken kaart.

Dat het taxatierapport geen bewijs is voor een marktconforme bieding en dat de bewering van het college daarover berust op een denkfout.

Allemaal zaken waar de lokale pers zijn vingers niet aan wil branden, omdat er geen autoriteit is die de juistheid wil bevestigen en ze zelf de moeite niet willen doen om het uit te zoeken.

Ik heb 11 jaar lang geprobeerd om tegenover de bureaucratische macht van de gemeente een democratische tegenmacht te stellen, door zaken aan de orde te stellen waar bureaucraten liever niet in het openbaar over praten.

Wat mij betreft kan de raad zich alleen nog in de komende raadsvergadering revancheren.

Door te besluiten om de twee documenten in te willen zien, die van doorslaggevend betekenis zijn geweest voor het verlenen van de concessie aan Orez bv.

De kosten/baten analyse en het taxatierapport waarachter het college haar denkfout probeert te verbergen.

Mijn verzoek aan de raad, door middel van een inspraaknotitie, heb ik de raad en de griffier (die haar moet voorlezen) vanochtend doen toekomen.

En als de raad halsstarrig haar kop in het zand wil blijven steken, wat zomaar zou kunnen, dan kan Radar misschien nog uitkomst brengen.

Ik heb ze inmiddels al laten weten wat mijn ervaringen zijn.

Geen haan die er naar kraait.

Wat ik me afvraag is, waarom gronden, die bij verkoop aan particulieren al gauw 30 miljoen zullen opbrengen, door de gemeente zijn overgedragen aan een ontwikkelaar voor een bedrag van € 335.000,-.

Het antwoord op die vraag ligt besloten in de bieding, die door de ontwikkelaar is gedaan in de vorm van een exploitatieopzet. Die bieding is vervolgens (in opdracht van het college) getaxeerd als zijnde marktconform.

Het college weigert inzage te geven in zowel de bieding als de taxatie en beroept zich in geval van taxatie op de door het college opgelegde geheimhouding.

Zo’n opgelegde geheimhouding dient in de daaropvolgende vergadering door de raad te worden bekrachtigd. [Artikel 25.2 gemeentewet]

Aangezien die bekrachtiging niet heeft plaatsgevonden, is de geheimhouding van rechtswege komen te vervallen. Ergo, het college handelde onrechtmatig door mij inzage te weigeren. Aldus mijn juridisch verweer tegen de weigering van het college.

Daarnaast heb ik een politieke oplossing voorgesteld. Namelijk door de raad te vragen om te beoordelen of 3 jaar na datum de opgelegde geheimhouding nog van kracht moest blijven.

De raad heeft, zonder opgaaf van reden geweigerd om aan dat verzoek te willen voldoen. Naar ik aanneem nadat men kennis had genomen van de aanvullende rechtvaardiging van het college voor de geheimhouding.

Die aanvullende verklaring werd me toegezegd tijdens de hoorzitting, maar is me nog steeds niet toegezonden. NH Nieuws heeft de tekst wel gekregen en de van hun website overgenomen tekst heb ik hier gepubliceerd op mijn blog.

In daaropvolgende berichten heb ik de aanvullende rechtvaardiging inmiddels van commentaar voorzien.

Als gezegd, de raad heeft geweigerd om (zonder opgave van redenen) aan mijn alleszins redelijke verzoek (te beoordelen of geheimhouding van de taxatie nog steeds noodzakelijk was) te voldoen. Naar ik aanneem handelde de raad op een advies van het college.

Het college wenst duidelijk verborgen te houden wat haar heeft doen besluiten om de bieding van een BV, zonder personeel, zonder ervaring en zonder kapitaal te accepteren. De raad ziet kennelijk redenen om haar daarin te steunen. Waar die redenen uit bestaan is niet duidelijk.

Als die redenen dezelfde zijn als die in de “aanvullende rechtvaardiging” staan genoemd, dan is begrijpelijk dat de raad er het zwijgen toe. De aanvullende rechtvaardiging bestaat namelijk uit een opeenstapeling van drogredenen.

Hoe nu verder. De raad is autonoom en kan min of meer doen en laten wat ze wil. Echter, als de politieke wil ontbreekt om openbaarheid van bestuur na te streven, dan handelt de raad niet alleen in strijd met wat de wet voorschrijft, maar ook in strijd met haar eigen doelstellingen m.b.t. transparant bestuur.

Echter, zolang de reguliere pers zich er niet mee bemoeit, is er geen haan die er naar kraait.

Ten goede komen.

Een verzoek om inzage van documenten die geheim blijken te zijn, moet ook worden opgevat als een verzoek tot opheffing van die geheimhouding. Dat lijkt tamelijk vanzelfsprekend, maar er was een uitspraak van de RvS nodig om die vanzelfsprekendheid in de vorm van jurisprudentie vast te leggen.

Tijdens de hoorzitting deed men voorkomen, dat het college zich dat niet had gerealiseerd en dat ik daarom nog een extra reactie tegemoet kon zien, die zou zijn toegespitst op het verzoek tot opheffing van de geheimhouding.

Thuis gekomen bleek, dat die aanvullende rechtvaardiging inmiddels al aan NH Nieuws was verstrekt.

De oorspronkelijke afwijzing bestond uit niet meer dan, “dat het taxatierapport door het college geheim was verklaard”. Mijn verweer daartegen hield in, “dat die geheimverklaring niet gevolgd was door bekrachtiging van de raad.” Wat maakte, dat deze geheimverklaring van rechtswege was opgeheven.

Met als daaruit voortvloeiende conclusie, dat het college onrechtmatig handelde toen men mij inzage weigerde.

Dan nu de reeds aan NH Nieuws verstrekte extra argumentatie (die mij nog zal worden toegezonden) waarmee het college haar weigering beter denkt te kunnen onderbouwen. Het argument kent 4 alinea’s. Ik behandel vandaag alleen de eerste alinea. Ze luidt als volgt.

“De belangrijkste reden voor het niet openbaar maken van financiële stukken tijdens de looptijd van projecten is meestal mogelijke marktbeïnvloeding. Zowel de ontwikkelaar als de gemeente hebben een financieel belang bij het niet bekend worden van de financiële kaders bij het verstrekken van opdrachten aan derden. Bij een ‘open begroting’ kunnen onderaannemers immers hun offerte afstemmen op het begrote bedrag. Dat komt de marktwerking gedurende het project niet ten goede.

De uitzonderingsgrond die het college van toepassing verklaarde was Artikel 10 lid 2b WOB. Ofwel, de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

In dit geval dus economische of financiële belangen van de gemeente en niet van de gemeente en de ontwikkelaar. Het financiële belang van de gemeente was (na ondertekening van haar overeenkomst met de ontwikkelaar) veilig gesteld. Het bedrag van de bieding (€ 335.000,-.) was vanaf dat moment niet meer onderhevig aan “marktwerking”.

Wat het college omschrijft als financiële kaders zijn in werkelijkheid ramingen van kosten en opbrengsten. Deze ramingen zijn niet tot stand gekomen onder druk van concurrentie. Anders gezegd, er hoefde door Orez dan ook niet scherp gecalculeerd te worden. Orez wist namelijk op voorhand, dat de opdracht haar niet kon ontgaan zolang ze, voor wat betreft haar ramingen, binnen redelijke grenzen zou blijven.

De opvatting die namens het college (tijdens de hoorzitting) werd verkondigd was, dat als onderaannemers de hoogte van de raming zouden weten, zij hun offertes daarop zouden kunnen aanpassen. (In de zin, dat hun offertes hoger zouden uitvallen dan als ze het geraamde bedrag niet zouden kennen.)

Natuurlijk kunnen onderaannemers dat doen, maar er is geen enkele garantie, dat ze, door het toepassen van deze strategie, hun kansen op het krijgen van de opdracht vergroten. Eerder zal het tegenovergestelde waar zijn.

Deze gedachtegang illustreert slechts, dat men van gemeentelijke zijde ofwel geen flauw benul heeft van wat marktwerking inhoud, dan wel dat men er van uitgaat dat anderen op dat punt onwetend zijn.

Maar los daarvan, de uitzonderingsgrond voor het niet openbaar hoeven maken van gegevens was volgens het college;

de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen en niet “dingen die de marktwerking gedurende het project niet ten goede komen”.

Kortom, het college gebruikt pseudo argumenten en in de besproken alinea staat niets, wat het in stand houden van de opgelegde handgeheimhouding kan rechtvaardigen. Morgen bespreek ik de overige alinea’s.

Doorgestoken kaart?

De hoorzitting op 22 oktober, waarin ik mijn bezwaar tegen college besluit mag toelichten, heeft uiteraard alleen ceremoniële betekenis.

De teerling is immers geworpen en het besluit staat vast. Kost wat het kost dient voorkomen te worden, dat we ooit zullen begrijpen wat destijds de doorslag heeft gegeven om de herinrichting van het recreatieoord in handen te geven van een bv zonder personeel, zonder geld en zonder ervaring.

Voor een prijs waarbij iedereen zijn vingers bij aflikt.

Met name de rol die de gemeenteraad daar in speelt is bijzonder. Ik heb haar via het Presidium verzocht inzage te vragen in het taxatierapport om vervolgens te beoordelen of de daarop rustende geheimhouding nog steeds in stand moest blijven.

Een redelijk verzoek lijkt me, waar echter geen gehoor aan is gegeven en men ook niet het fatsoen heeft kunnen opbrengen om op mijn verzoek te reageren.

Free lance journalist Chris Aalberts heeft een boekje over de lokale politiek in zijn geboortestad, Den Helder, geschreven. “Palermo aan het Marsdiep”.

Het wordt tijd dat ik ophoud mensen proberen te overtuigen die, vanwege de belangen die ze dienen, niet te overtuigen zijn en hetzelfde ga doen. “Cosa nostra aan het Krabbersgat”.

Naar verluidt hebben de vorige eigenaars van Orez bv (na het sluiten van de overkomst) de bv verkocht met 2 miljoen winst. Of zij de enigen zijn die aan de overeenkomst hebben verdiend is niet helemaal duidelijk.

Mogelijk was de exploitatieopzet toch niet zo marktconform als er door de gemeente werd beweert en kan de nieuwe eigenaar (Droomparken) die extra 2 miljoen zonder al te veel inspanning terugverdienen. Ik heb inmiddels ook al aangetoond, dat die mogelijkheid er inderdaad is en waar ze uit bestaat.

Dus de exploitatieopzet was van meet af aan een doorgestoken kaart? Er is veel dat daar op wijst, maar duidelijk is, dat de gemeenteraad er alles aan doet om te voorkomen dat we er ooit achter zullen komen.

Veel beloven, weinig geven.

Op 22 oktober mag ik op het stadhuis toelichten waarom ik vind, dat het college zich bedient van pseudo-argumenten. In haar poging te voorkomen, dat ik (of wie dan ook) te weten zal komen op basis van welke argumenten de concessie (tot herinrichting is van het recreatieoord) aan Orez bv is gegund.

Het college heeft duidelijk iets te verbergen. De vraag is, wat wil ze verbergen en waarom?

Het antwoord op de vraag is simpel. De gemeente heeft zich (bij verkoop van de concessie “herinrichting recreatieoord”) knollen voor citroenen laten verkopen.

Het daaruit voortvloeiende gezichtsverlies wil ze zichzelf (tegen elke prijs) besparen.

Daarin in gesteund door de gemeenteraad, die tot dusver ook alleen maar jubelklanken heeft voortgebracht en haar toezichthoudende functie invult op basis van het principe, dat je een door het college gegeven paard vooral niet in de bek moet kijken.

En zo levert de overdracht van recreatieoord aan Orez (aanvankelijk) niet meer op dan € 335.000,-. Dat zal ondertussen, als gevolg van de diverse wijzigingen in het plan wel minder zijn geworden. Eerlijk gezegd, denk ik, dat de opbrengst inmiddels tot nul is gedaald en dat het hele gebied om niet is overgedragen aan Orez bv.

Uit die opbrengst zullen de noodzakelijke aanpassingen van de toegangswegen moeten worden betaald. Omdat die opbrengst uiteindelijk nul zal blijken te zijn, komen de kosten voor verkeersvoorzieningen buiten het plangebied volledig ten laste van de Enkhuizer belastingbetaler.

Orez bv was een bedrijf zonder personeel, geld en ervaring, maar is inmiddels wel eigenaar van een hoeveelheid grond, die bij verkoop aan particulieren zeker 20 miljoen moet opbrengen en dan reken ik de camping niet eens mee.

Hoe deze opmerkelijke transitie tot stand is gekomen dient volgens het college geheim te blijven, omdat de belangen van niet genoemde derden in de ogen van het college zwaarder wegen, dan het algemeen belang.

De raad is het kennelijk met die redenering eens en heeft tot dusver geen enkele stap genomen, waarmee het algemeen belang gediend zou zijn. Ook voor hen geldt immers, dat hun gezichtsverlies tegen elke (door de belastingbetaler op te brengen) prijs voorkomen moet worden.

Zodat college en raad het volledig met elkaar eens zijn. Namelijk, dat het eigen belang van college en raad aanmerkelijk zwaarder dient te wegen dan het algemeen belang.

Een en ander mogelijk gemaakt door het eeuwenoude Enkhuizer adagium.

“Veel beloven en weinig geven, doet Enkhuizers in vreugde leven”.