Weinig hoopvol

gemeenteraad
Gekakel

Waarom schrijf ik zoveel over de afwikkeling van het Dromdossier?

Ik heb meermalen gezegd dat de hoogte van het bedrag dat we de aannemer verschuldigd zijn me niet interesseert.

Ik heb ook meermalen gezegd dat ik er van overtuigd ben dat de aannemer recht heeft op betaling.

Dus waar gaat al dit geschrijf dan wel over?

Het gaat over ons recht om democratische controle uit te kunnen oefenen op de afspraken die door onze bestuurders (in dit geval het college) worden gemaakt.

Het gaat over de plicht van onze bestuurders die controle mogelijk te maken en de plicht van de door ons gekozenen, om die controle uit te voeren.

College van B&W
plichtsverzuim

Maar zowel bestuurders, als gekozenen, hebben maling aan ons recht en van de bijbehorende verplichtingen willen ze al helemaal niets weten.

En dus kakelen ze tijdens hun maandelijkse bijeenkomsten over bijzaken. Bestuurder Olierook heeft laten weten dat alles wat ik hierover naar voren heb gebracht rommel is.

De gekozenen hullen zich in stilzwijgen en bereiden zich in hun achterkamertjes voor op een nieuwe kakelronde op 6 december.

Is Enkhuizen daarin uniek? Helaas, ook dat is niet het geval! In de krant van zaterdag een uitgebreide reportage over jarenlang voortdurende malversaties in de muziekschool van onze buurgemeente Stede Broec.

Wat is de typerende reactie vanuit de politiek nu die malversaties een onontkoombaar feit zijn geworden? Goedpraten van degenen die voor de malversaties  verantwoordelijk waren (de eigen politieke vrienden) en het beschuldigen van degenen die ze aan het licht brachten.

In Enkhuizen is dat niet anders. Men beschuldigt mij van het uitspreken van vermoedens (kennelijk tegenwoordig verboden door de gedachtenpolitie) en het verspreiden van rommel waaraan dus geen aandacht hoeft te worden geschonken.

Het tegenovergestelde is waar. Het is de raad die zich baseert op vermoedens en die de feiten negeert.

Feit is dat relevante originele documenten niet overlegd werden, zodat de democratische controle op gemaakte afspraken onmogelijk was. In plaats daarvan kregen we interpretaties van feiten en omstandigheden, die bij elke normale burger de wenkbrauwen deden fronzen.

Dat de raad (om politieke redenen) dat feit negeert, is omdat de enige juiste conclusie uit dat feit dient te zijn, dat degene die democratische controle onmogelijk maakt minimaal een reprimande verdient of dat het vertrouwen in hem wordt opgezegd. Die conclusie trek ik niet achteraf, maar trok ik al ruim voor de vergadering van 5 juli.

Alleen, de raad wenst die conclusie niet te trekken en daarom negeert men het onomstotelijke feit dat het college (door haar optreden) democratische controle onmogelijk heeft gemaakt.

Feit is ook, dat slechts twee raadsleden (Langbroek/Quasten) vanwege het ontbreken van originele informatie weigerden besluiten te nemen en de overige raadsleden gevraagd hebben hen daar in te steunen. Feit is, dat de overige raadsleden daartoe niet bereid waren.

Feit is verder, dat tijdens die historische bijeenkomst op 5 juli de meerderheid van de raad conclusies heeft getrokken op basis van vermoedens en dat die conclusies onjuist waren, omdat de vermoedens waarop ze gebaseerd waren onjuist waren.

Raad
plichtsverzuim

Van sommige vermoedens heb ik inmiddels (aan de hand van originele documenten) aangetoond, dat ze onjuist waren.

Of als gevolg daarvan raadsleden bereid zijn om hun conclusies (die ze op onjuiste vermoedens baseerden) te herzien moet worden afgewacht.

Democratie is niet alleen het recht om eens in de vier jaar een stem uit te brengen, het is ook het recht om controle uit te oefenen op de afspraken die er (namens ons) worden gemaakt.

Als de bereidheid daartoe ontbreekt bij de gekozen volksvertegenwoordigers, zoals in dit dossier op overtuigende wijze is aangetoond, dan rest niets anders dan een gang naar de rechter om dat democratische recht veilig te stellen.

Of de raad daar vervolgens dan ook iets mee zal doen moet wederom worden afgewacht. De gang van zaken in Stede Broec stemt weinig hoopvol.

Schijn-heiligen.

sinterklazen
schijn-heiligen

Tijdens de raadsvergadering op 1 november zal met algemene stemmen de Gedragscode Integriteit Raadsleden worden aangenomen. De volledige tekst van die gedragscode kunt U hier lezen.

Het beoogde effect is het volgende (letterlijke tekst):

Deze code wil duidelijkheid geven over wat de wet vraagt van politici.

Daarmee beoogt de code politici in eerste instantie te beschermen tegen onnodige misstappen. De tekst van de artikelen in de code volgt vrijwel letterlijk de wet. ‘Vrijwel’, want op enkele plekken is de code strenger dan de wet: 

  1. deze code draagt politici op zelfs de schijn van belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen 
  2. deze code draagt politici op hun financiële belangen bekend te maken (zie artikel 2) 
  3. deze code hanteert een zogenaamd ‘Nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken (zie artikel 3).

Laten we proberen artikel 1 serieus te nemen aan de hand van het het Dromdossier.

Om te beginnen verklaart wethouder Olierook dat er van de afspraken die hij met een aannemer heeft gemaakt geen schriftelijke aantekeningen of verslagen zijn.

Vrijwel de gehele gemeenteraad en zeker zijn eigen fractie accepteert dat als feit. Dit “feit” vormt echter tevens het bewijs van een overtreding van alle normen voor wat betreft ordentelijk bestuur. Omdat het de democratische controle op die afspraken onmogelijk maakt.

Is de wethouder voor deze overtreding berispt? Heeft men vanwege dit “feit” het vertrouwen in hem opgezegd? Zijn de coalitiepartijen er in geslaagd om zelfs maar de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen? Op geen enkele wijze.

Welk Enkhuizer belang is er mee gediend dat een wethouder de normen voor ordentelijk bestuur aan zijn laars lapt? Geen enkel.

Het  is slechts partijbelang dat dicteert dat men hem, zonder zelfs maar een berisping, de hand boven het hoofd blijft houden.

Hoezo dat de schijn van belangenverstrengeling (tussen Enkhuizer-belang en het partijbelang) daarmee is voorkomen?

Dan het voorkomen van de schijn van corruptie:

De betaling waartoe de gemeente zich ten opzichte van de aannemer heeft verplicht omvat een bedrag van € 40.000,- waarover gemeente noch de aannemer duidelijkheid wenst te verschaffen.

Er zijn offertes, die de gemeente (naar eigen zeggen) niet heeft geaccepteerd, maar alleen een mondelinge betalingsafspraak, die niet bevestigd wordt door een rekening.

Althans daarvoor hebben wethouder en burgemeester inmiddels het “bewijs” geleverd. Hoezo zelfs maar de schijn van corruptie proberen te voorkomen?

Kortom, men gaat op 1 november een gedragscode aannemen waarvan bij voorbaat al duidelijk is dan men er zich niet aan zal gaan houden.

Je zou dat een uitvloeisel van onze Sinterklaascultuur kunnen noemen. Waarbij ons van jongs af aan wordt ingeprent om toch vooral te geloven in schijn-heiligen.

Knollen voor citroenen.

olierook 2
Knollen voor citroenen

Als mijn schrijfsels rommel zijn volgens wethouder Olierook, hoe moeten we zijn schrijfsels dan beoordelen?

Feit is dat de wethouder de raad een offerte ter inzage heeft gegeven die achterhaald was op het moment dat dit gebeurde.

Feit is ook dat de tweede offerte (net als de eerste) een post bevat die gebruikerswensen wordt genoemd.

Ze bevat specifieke wensen van de stichting die niet in het bestek zijn genoemd. Zoals extra ventilatie, extra wandcontacten, data en telefooninstallatie en een intercom om de belangrijkste te noemen.

Het zijn duidelijk inrichtingskosten die (krachtens de overeenkomst tussen stichting en gemeente) voor rekening van de stichting zouden komen. Er is geen goede reden te bedenken, waarom die kosten niet rechtstreeks aan de stichting zouden zijn gefactureerd en waarom de stichting ze niet betaald zou hebben.

Trekken we de kosten van die gebruikersvoorzieningen af van de tweede offerte, dan resteert een bedrag van €  57.114,- exclusief 10% winstopslag.

De in de offerte genoemde kosten van verzwaring bedragen (inclusief kosten van Liander)  € 25.605,-, wat blijft is € 31.510,- aan bouwkosten.

Daarvan heb ik al gezegd dat die berekend zijn op basis van een uitvoeringstijd van 4 weken na inhuizing. In werkelijkheid vond de aanleg plaats voor inhuizing  en nam ze ook geen 4 weken in beslag. Met andere woorden, de bouwkosten zijn schromelijk overdreven. Met hoeveel valt moeilijk te bepalen aangezien correspondentie daarover ontbreekt in het dossier.

Dus als we er van uitgaan, dat de stichting normaal haar contractuele verplichtingen is nagekomen, dan blijft de restant rekening (inclusief 10% winstopslag) zelfs nog ruim onder de € 60.000,- die de gemeente heeft afgesproken de aannemer te zullen betalen.

Dat wordt pas anders als de gemeente ook de inrichtingskosten (een deel of geheel) voor haar rekening heeft genomen. Maar dat zou (een lezer wees me daar al op) betekenen, dat de gemeente een deel van de inrichtingskosten van een commercieel bedrijf (Drom BV) had vergoed.

Ik kan me voorstellen dat de horeca afdeling Enkhuizen daar met belangstelling kennis van zal nemen en voor haar overige leden een soortgelijke coulance zal bepleiten.

baas
instemming betuigen

Maar laten we er voorlopig van uitgaan dat de gemeente dat niet heeft gedaan en dat de stichting haar contractuele verplichtingen gewoon is nagekomen. Dan blijft er dus niets over van de bewering dat de aannemer € 40.000,- (€ 100.000,- minus € 60.000,-) heeft bijgedragen aan een compromis.

De kosten voor verzwaring en vage bouwkosten waren nooit hoger dan € 30.000,-. En als de stichting haar aandeel in de verzwaring (€10.000,-) net als de inrichtingskosten aan de aannemer heeft betaald, dan is van het gevraagde krediet (€ 60.000,-) slechts € 10.000,- te herleiden tot kosten van verzwaring.

Wat wil zeggen dat er nog steeds onduidelijkheid bestaat over een betaling van € 50.000,-. Slechts 2 van de 10 raadsfracties hebben daar moeite mee, de rest vindt het allemaal wel prima.

Dat brengt me tot de conclusie dat we een wethouder hebben die de raad (en daarmee ook de bevolking) knollen voor citroenen probeert te verkopen. Dat een overgrote meerderheid van de raad daar geen problemen mee heeft en dat de voorzitter van het college daar zijn instemming aan betuigt.

Rommelig beleid.

olierook 2
Rommelig beleid

Goed, Olierook roept, dat wat ik schrijf “rommel” is en dus leest hij het niet. Arrogantie van de macht zullen we maar zeggen.

De politiek wil graag betrokken burgers roepen ze voortdurend, maar dan weer niet zo betrokken dat ze een eigen mening mogen hebben. Want dan wordt het afgedaan als rommel.

Olierook vraagt om een krediet van € 60.000,- om een aannemer te kunnen betalen. Het was € 100.000,- (op basis van een achterhaalde offerte) dus nu claimt hij (bij monde van partijgenoot Snoek) een “besparing” van € 40.000,- te hebben bereikt.

Flauwekul, omdat hij een gebruikelijke verkoopprijs vergelijkt met de “officiële” verkoopprijs die alleen maar wordt gebruikt om ons wijs te maken dat we een voordeeltje hebben gescoord. In een volgend bericht daarover meer.

Enfin, € 60.000,- dus. In dezelfde brief waarin hij dat bedrag vraagt, verklaart hij dat de kosten van verzwaring begroot zijn op € 30.000,- en dat hij de aannemer er van heeft weten te overtuigen dat die 1/3 van die kosten voor zijn rekening neemt.

De feitelijke kosten voor verzwaring zijn dus € 20.000,- die vervolgens door gemeente en stichting worden gedeeld. Mag ik als belastingbetaler dan misschien weten waar de resterende € 40.000,- (die hij de aannemer wil betalen) voor zijn bedoeld?

Uit zijn brief (maar liefst 8 pagina’s lang) valt dat niet op te maken, dus vraag ik om de onderliggende stukken. Correspondentie en gespreksverslagen, maar daarin zitten hiaten. Als ik daar bezwaar tegen maak, blijft een antwoord uit. Pas tijdens een hoorzitting wordt me verteld dat de stukken waar ik om gevraagd heb er niet zijn. Maar waarom moeten er dan opnieuw weken verstrijken alvorens me dat “formeel” wordt medegedeeld?

Ik vraag om documenten die in elke normale bedrijfsadministratie (behoudens de maffia), aanwezig behoren te zijn,  maar die in Enkhuizen ontbreken omdat ze “uit efficiëntie overwegingen” niet zijn gemaakt.  Althans dat beweert men.

Dat Olierook leiding geeft aan een “rommelige” organisatie, die cruciale documenten wegmaakt of (nog erger) niet maakt, staat daardoor inmiddels wel vast.

Dus wat verwijt hij mij eigenlijk?

Dat ik wil weten waar mijn belastinggeld aan wordt uitgegeven? Betwist hij wellicht mijn recht om dat te willen weten? Wat probeert hij hier te verzwijgen? En wat proberen zijn hondstrouwe volgelingen te verzwijgen? Roepen die niet voortdurend dat ze transparant willen zijn?

Waarom geven ze verdorie dan geen antwoord op een simpele vraag? Waarom betalen we € 40.000,- extra aan een aannemer zonder dat daar een rekening voor is gestuurd? Waarom zijn de verplichtingen ten opzichte van die aannemer niet schriftelijk vastgelegd?

En sinds wanneer is een mondeling overeengekomen betalingsverplichting minder bindend dan een schriftelijke?

tuinkaboutersHet bestaan ervan is misschien moeilijker te bewijzen, maar de verplichting is net zo bindend. Of is zijn definitie van een “morele” verplichting, een verplichting waarvan het bestaan in twijfel kan worden getrokken, omdat ze mondeling is aangegaan?

Waar het beleid van Olierook op neer komt is, dat hij democratische controle op de door hem gemaakte (betalings)afspraken onmogelijk maakt.

En dat hij daar mee weg lijkt te komen dankt hij uitsluitend aan het feit, dat de Enkhuizer raad voor het merendeel bestaat uit gehoorzame tuinkabouters. (Wie de schoen past trekke hem aan)

Tuinkabouters

tuinkabouters

Terwijl ik altijd dacht dat ik mijn beschouwingen baseerde op gemeentelijke  publicaties, notulen van raadsvergaderingen en nieuwsberichten in de officiële pers, als de Enkhuizer Krant, weet wethouder Olierook te vertellen dat ik schrijf vanuit een onderbuik gevoel.

Althans dat beweert hij in een TV interview in de serie Westfriese Kopstukken van de lokale TV zender Weeff. (vanaf 5.35)

Hoe hij tot die conclusie is gekomen wordt niet duidelijk tijdens het gesprek, want hij zegt mijn “rommel”  niet te lezen.

Zelf hanteer ik een andere werkwijze. Ik lees eerst wat hij geschreven heeft en concludeer dan pas dat hij de kluit probeert te belazeren.

Waarna ik netjes uitleg waarom ik vind dat hij dat doet.

Dat hij, noch zijn hondstrouwe volgelingen, daar tot dusver geen ander weerwoord op hebben kunnen vinden dan mijn kritiek  als “rommel” te kwalificeren past binnen de lange traditie van (zogenaamd linkse) regenten.

Olierook mag zich gelukkig prijzen dat hij wethouder is van Enkhuizen. Waar het begrip democratische controle niet meer is dan een vage notie van hoe de dingen idealiter zouden moeten gaan.

Ik begrijp dat hij na de verkiezingen niet meer terug zal komen, maar in zijn tuin wil gaan werken.

Een passend afscheidscadeau van de raad lijkt me een set van tuinkabouters. Waardoor een soepele overgang van zijn huidige naar zijn toekomstige werkomgeving kan worden bewerkstelligd.

Dan kan hij in Wijdenes, zonder verder te worden tegengesproken, zijn zegenrijke werk voortzetten.

Boer met kiespijn.

kiespijn 1Komende dinsdag vergadert de gemeenteraad over de politieke actualiteit. Ik neem aan dat dit gaat over de ontstane situatie na het vertrek van capo de Jong, dus dat wordt dan weer lachen geblazen.

Als gebruikelijk geen enkele “voorbeschouwing” door onze politieke diepdenkers, zodat een Babylonische spraakverwarring (op de avond zelf) voor de hand ligt.

Eerst maar even een paar feiten. In de zeven jaar die ik over de lokale politiek schrijf heeft de raad geen enkele wethouder weggestuurd of formeel berispt.

In twee gevallen had dat moeten gebeuren.

Bij Boland omdat hij het budgetrecht van de raad op spectaculaire wijze had geschonden. Zozeer, dat de raad zich gedwongen voelde de verbouwing van de Drommedaris door te zetten, omdat anders het daarin door hem geïnvesteerde bedrag moest worden afgeschreven.

Bij Olierook, omdat hij, ofwel de raad onjuist heeft voorgelicht, dan wel leiding heeft gegeven aan een deel van de ambtelijke organisatie dat zich schuldig gemaakt heeft aan grove nalatigheid. Door betalingsverplichtingen aan te gaan met derden, zonder dat zij daar schriftelijk verantwoording over hebben vastgelegd.

Het “bewijs” voor het laatste heeft hij inmiddels zelf geleverd. Het bewijs voor het eerste is vastgelegd in het dossier dat onder zijn leiding is samengesteld en aan de raad ter inzage is gegeven.

Hoewel dus geen wethouder ooit is berispt of weggestuurd, hebben de afgelopen 4 jaar wel 4 wethouders besloten om vrijwillig hun dienstverband te beëindigen en gebruik te maken van hun wachtgeldregeling.

In alle gevallen omdat partijgenoten niet langer bereid bleken hem te steunen.

Daarbij ging het om Boland, Franx, de Jong en Kok. Of, uitgedrukt in partijen. VVD/D66, tweemaal NE en het CDA.

Ik ken het precieze bedrag niet, maar aangenomen mag worden dat de gemeente de afgelopen 4 jaar honderdduizend euro’s aan wachtgeld heeft uitgekeerd. Omdat partijen weigerden om de door hen voorgedragen wethouder nog langer te steunen.

Hebben die partijen daarover (ten opzichte van hun kiezers) publiekelijk verantwoording afgelegd? Uiteraard niet. VVD/D66 beschikten niet eens over een website.  NE wel, maar verschaft geen achtergrond informatie. Datzelfde geldt voor het CDA.

Samengevat, raadsfracties in Enkhuizen zeggen het vertrouwen op in wethouders zonder te verklaren waarom ze dat doen en laten wethouders, die zouden moeten worden berispt of worden weggestuurd gewoon zitten, of zwaaien ze met vlag en wimpel uit.

Er is maar één conclusie mogelijk. We worden bestuurd door imbecielen die voor geen enkele rede vatbaar zijn. Je daarover kwaad maken heeft geen enkele zin, beter is het om daar (als een boer met kiespijn) om te lachen.

 

Beter weten

pravdaHet verhaal gaat, dat er tijdens de hoogtij dagen van de koude oorlog een sportieve tweestrijd plaatsvond tussen Amerika en Rusland.

De Amerikanen wonnen. De dag erop stond er een kop in de Pravda: Rusland op eervolle tweede plek, Amerika één na laatste.

Feitelijk juist, maar een bijzondere presentatie van feiten die we tegenwoordig spin (Engels voor draaien) noemen. Wie daar bekwaam in is wordt een spindoctor genoemd. Ze zijn geliefd in de politiek en het bedrijfsleven.

Hun taak is feiten zo te (ver)draaien dat slecht nieuws door de ontvanger toch als goed nieuws wordt ervaren. Door de nadruk te leggen op een positieve bijzaak en daarmee de aandacht af te leiden van een negatieve hoofdzaak.

In het Drom dossier is het feit dat de wethouder geen opdracht heeft gegeven naar de voorgrond geplaatst, het feit dat daaruit niettemin een betalingsverplichting is voortgevloeid is naar de achtergrond verdwenen.

De reden is simpel. De wethouder is er van overtuigd dat niemand beschikt over het schriftelijke bewijs dat hij een opdracht heeft verstrekt, maar ontwijkt liever vragen die dieper ingaan op de aard van de betalingsverplichting.

Hij beweert dat die betalingsverplichting het gevolg is van de verzwaring, maar erkent tegelijkertijd in hetzelfde document (raadsvoorstel) dat de kosten daarvan slechts de helft zijn van het krediet waar hij de raad om heeft gevraagd.

Dus op grond waarvan meent hij dan die andere helft te moeten betalen?

Vragen daarover wil hij niet beantwoorden. In plaats daarvan herhaalt hij voor de zoveelste keer tegenover de verslaggever van de Enkhuizer Krant dat hij geen opdracht heeft gegeven tot verzwaring.

Dat weten we zo langzamerhand wel, maar wat wil hij daarmee aantonen? Dat er daarom geen betalingsverplichting bestaat?

In 2015 heeft hij daarvan de coalitiepartijen overtuigd, maar die weten inmiddels beter. Alleen D66, PvdA en van der Pijll geloofden dat nog, maar wellicht zijn ook die tot een verstandiger inzicht gekomen.

Al houden ze dat nog even voor iedereen geheim.

Net als de Pravda destijds, schept wethouder Olierook zijn eigen werkelijkheid, die helaas niet door feiten en omstandigheden worden bevestigd.

Feit is dat er een betalingsverplichting bestaat ten opzichte van de aannemer. Feit is dat de omvang daarvan niet schriftelijk is vastgelegd, maar mondeling is overeengekomen.

Maar aan die mondelinge overeenkomst moet een schriftelijke opsomming vooraf zijn gegaan waarmee de aannemer zijn aanspraken uiteenzet. Wat er uiteindelijk toe geleid heeft dat de gemeente die aanspraken (geheel of gedeeltelijk) heeft erkend en de wethouder er toe gebracht heeft de raad om een krediet te vragen.

Die opsomming van aanspraken van de aannemer, waar de architect in zijn interview met de Enkhuizer Krant ook naar verwijst,  bevindt zich niet in het dossier.

Zoals zich ook geen rekening van de aannemer in het dossier bevindt. Alleen offertes, maar een offerte is niet hetzelfde als een rekening. Kennelijk wordt die pas verstuurd als de wethouder zijn krediet heeft veilig gesteld en zijn mondelinge afspraken is nagekomen.

De “spin” die de wethouder daar tot dusver aan heeft gegeven is, dat de aannemer heeft opgebeld met de mededeling “ik krijg nog zoveel van jullie” en dat de gemeente daar (ook telefonisch) op heeft geantwoord, “dat zal dan wel, ik zal de raad om een krediet vragen.”

Dat geloven ze misschien in Wijdenes, maar in Enkhuizen weten we wel beter.

Witte Olifant

witte olifantIemand wees me op het  Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012.

Artikel 36 lijkt daarin van belang. Daar staat het volgende.

Bestekwijzigingen zullen de aannemer schriftelijk worden opgedragen. De aannemer kan genoegen nemen met een overeenkomstige aantekening in het dagboek, het weekrapport of het verslag van de bouwvergadering, welke dan als schriftelijke opdracht zal worden aangemerkt. Het gemis van een schriftelijke opdracht of van een aantekening in het dagboek of weekrapport laat de aanspraken van de aannemer en van de opdrachtgever op verrekening van meer en minder werk onverlet.

Ik lees hieruit, dat zelfs als een schriftelijke opdracht ontbreekt, dit geen invloed heeft op de aanspraken van de aannemer op vergoeding van het meerwerk.

Met andere woorden, het standpunt van de wethouder, dat de aannemer voor eigen rekening en risico de voorziening heeft aangelegd is niet meer dan een holle kreet.

Hij heeft daarmee bij de coalitiepartijen de suggestie gewekt dat er een wettelijk basis is waarop de aannemer betaling kan worden onthouden. Het bovenstaande maakt duidelijk dat die basis er niet is.

Dat maakt eveneens dat er geen wettelijke basis is voor het alternatief dat hij in zijn raadsvoorstel schetst en de suggestie inhoudt, dat de raad er voor kan kiezen de aannemer niet te betalen. Die keuzemogelijkheid is er niet. Sterker nog alles wijst er op dat de aannemer allang is betaald.

Er is slechts een keuze tussen betaling door de gemeente of de stichting. De noodzaak tot verzwaring vloeit voor uit een besluit van de stichting, terwijl de in de offerte genoemde “gebruikerswensen” ook voor rekening van de stichting zouden moeten komen.

Het raadsvoorstel doet het voorstel om de kosten voor rekening van de gemeente te laten, met een uiterst bescheiden bijdrage (€ 10.000,-) door de stichting.

Dit is in lijn met eerdere situaties waarbij de stichting ook niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. Ook toen is de gemeente financieel bijgesprongen.

Verwacht mag worden dat dit in de toekomst vaker noodzakelijk zal zijn. Met andere woorden, de raad heeft zichzelf (op aanraden van het college) een Witte Olifant cadeau gedaan en heeft daarom geen andere keus dan de gevolgen daarvan te dragen.

Desinformatie

DromVandaag een reflectie over hoe eenvoudig het eigenlijk is om de raad op het verkeerde been te zetten.

In mei 2015 lag er (naast de afsluiting van het Drom dossier) ook een verzoek aan de raad voor een extra krediet van € 100.000,-.

Onder het voorwendsel dat men de aannemer niet de dupe wilde laten worden van het feit dat hij (zonder dat hij daarvoor de opdracht had gekregen) toch de verzwaring had aangelegd.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de kwalificatie “voor eigen rekening en risico” niet meer is dan een opvatting van de wethouder en dat die opvatting vrijwel zeker door de rechter verworpen zal worden als zij (in een rechtbank) zou worden getest.

Dat punt alleen heeft me tot de veronderstelling gebracht, dat de factuur, die door de aannemer zal zijn ingediend, vrijwel zeker door de gemeente betaald zal zijn geworden. Geen betaling zou immers tot incasso hebben geleid en uiteindelijk tot een rechtszaak die de gemeente met glans zou hebben verloren.

Om die reden heb ik destijds ook mijn afkeuring uitgesproken over de weigering van de coalitiepartijen dat krediet te verlenen. Die weigering kon er, in mijn ogen, namelijk alleen toe leiden dat de gemeente in een rechtszaak zou worden betrokken die men geheid zou hebben verloren.

Dat die rechtszaak, bij mijn weten (ik weet in tegenstelling tot veel raadsleden niet alles) niet heeft plaatsgevonden stemt tot nadenken en heeft bij mij tot de conclusie geleid dat de factuur gewoon is betaald.

Als dat waar is ontstaat er een geheel nieuw probleem. Niet alleen heeft de wethouder zich niets aangetrokken van een door de raad aangenomen motie en amendement. Hij heeft, door zo te handelen, het budgetrecht van de raad geschonden.

Gewoonlijk doet de raad in dat soort gevallen of haar neus bloedt, maar met een dergelijke laconieke houding tast men alleen het eigen gezag aan. Op zijn minst zou ze moeten vaststellen of een dergelijke inbreuk op haar rechten (al dan niet) heeft plaatsgevonden.

Het verzoek om een krediet van € 100.000,- in mei 2015 werd onderbouwd met de offerte van 4 maart 2015 waar ik in mijn bericht van gisteren ook al over sprak.

Echter, op het moment dat de wethouder zijn verzoek indiende, moet de offerte allang vervangen zijn door de factuur voor de uitgevoerde werkzaamheden, die (zoals ik gisteren al berekende) aanzienlijk lager was dan het gevraagde krediet.

De vraag is dan ook: waarom vroeg de wethouder € 40.000,- meer krediet dan hij nodig had om de factuur te kunnen betalen die hij zei te willen betalen?

Bovendien, op die factuur zal een splitsing zijn gemaakt tussen de noodzakelijke verzwaring en die niet noodzakelijke “gebruikerswensen”. Het moet op dat moment de wethouder volkomen duidelijk zijn geweest dat hij deze “gebruikerswensen” eenvoudig kon doorbelasten aan de stichting.

Zodat de feitelijke onenigheid bestond over de vraag of de noodzakelijke kosten van verzwaring (€ 30.000,-) eveneens zouden kunnen worden doorbelast aan de stichting. Daarvoor zijn goede argumenten te geven, maar door een geschil over € 30.000,- op te blazen tot een geschil over € 100.000,- creëerde de wethouder een situatie waarvan hij nu de wrange vruchten zal moeten plukken.

Marcel_Olierook
Desinformatie

In de veronderstelling dat het om een geschil over € 100.000,- ging, meenden de SP en NE dat ze de nieuwjaarsreceptie moesten boycotten. Beiden moeten zich nu belazerd voelen door hun wethouder.

Ook de zogenaamde frictie tussen gemeentebestuur en stichtingsbestuur moet met een korreltje zout worden genomen.

Hoewel men naar buiten toe de indruk wekt dat men op armlengte van elkaar werkt, is de situatie binnenskamers precies het tegenovergestelde.

Waar de bijdragen van de stichting grote aandacht krijgt, worden de bijdragen van de gemeente (die de bijdragen van de stichting mogelijk maken) weggemoffeld.

Zo wordt het voorgesteld dat de stichting € 10.000,- heeft bijgedragen aan de kosten van verzwaring.

In werkelijkheid heeft ze niets bijgedragen aan de kosten van verzwaring en heeft de gemeente (via de achterdeur) € 20.000,- bijgedragen aan de kosten van de inrichting.

De hoeveelheid desinformatie die over de raad wordt uitgestort is adembenemend en ik vraag me af hoelang men daar genoegen mee blijft nemen.

Puberaal gedrag.

DromEen centrale rol in de discussie over de verzwaring van de elektravoorziening in de Drommedaris is de offerte die door Hillen & Roosen is uitgebracht op 4 maart 2015.

Deze offerte vormt de onderbouwing voor een krediet waar de wethouder destijds (in 2015) om vroeg.

De offerte kunt U hier downloaden of inzien.

De offerte is gebaseerd op aanleg van de verzwaring na inhuizing, wat des bouwers jargon is voor ‘nadat het gebouw in gebruik is genomen’.

De offerte kent drie onderdelen.

  1. Verzwaring (intern en extern) = € 26.000,-
  2. Bouwplaats kosten en begeleiding = € 46.000,-
  3. Gebruikerswensen = € 22.000,-

Het is goed te bedenken dat deze offerte betrekking heeft op een omstandigheid die zich niet zal voordoen.

De aannemer weet namelijk dan al dat de gemeente geen opdracht zal verstrekken en dat hij ook niet blijft wachten op een opdracht.

Zijn schatting van de extra kosten na inhuizing doen dan ook niet ter zake. Ze fungeren slechts als bewijs, dat de aannemer de gemeente geld heeft bespaard (€ 46.000,-) door niet te wachten op een opdracht.

Dus wat zijn de werkelijke kosten voor het aanleggen van de voorziening? Dat zou moeten blijken uit de factuur die de aannemer (na het aanleggen) zal hebben  verstuurd. Hans Langbroek heeft daar om gevraagd tijdens de commissievergadering, waarop de wethouder liet weten dat hij daarover niet beschikte.

In de raadsbrief doet hij echter een schatting van de kosten van verzwaring die ook de instemming heeft van de stichting: € 30.000,- . Laat ik die schatting overnemen.

Dan zijn de totale kosten van verzwaring en gebruikerswensen dus € 30.000,- + € 22.000.- = € 52.000.-.

De gebruikerswensen bevatten tal van voorzieningen die niets met de verzwaring uitstaande hebben.

Zoals een warmwateraansluiting, een geluid- en omroepinstallatie, bewegingsmelders en een CAI installatie, etc.  etc.  Het zijn inrichtingskosten.

In de overeenkomst tussen gemeente en stichting is vastgelegd, dat de gemeente de kosten van de verbouwing op zich neemt en de stichting de kosten van de inrichting.

Kortom, de uiteindelijke factuur van H & R voor de kosten van verzwaring en gebruikerswensen bedraagt € 52.000,-  Tel daarbij op een 10% winstopslag en je komt op een totaal van € 57.000,-. Van dat bedrag dient € 22.000,- plus winstopslag doorbelast te worden aan de stichting (zijnde kosten van inrichting).

Helaas heeft de stichting (ondanks haar succesverhalen in de krant) haar mogelijkheden tot fondsenwerving ernstig overschat. Ze kan de rekening van € 22.000,- plus winstopslag niet betalen en dus doet de gemeente wat zij tot nog toe altijd gedaan heeft en verschaft de stichting eerst de middelen, zodat stichting op haar beurt kan pretenderen dat ze een bijdrage aan de kosten levert.

In een eerder bericht heb ik er al op gewezen dat de zogenaamde bijdrage aan de verbouwingskosten van de stichting (via achterdeur constructies) feitelijk uit de zak van de gemeente kwam. Zo ook nu weer.

Het gebeurt als volgt. De gemeente ontslaat de stichting van haar verplichting om de post gebruikerswensen (feitelijk door de stichting bepaalde inrichtingskosten) te betalen en na een jaar keihard onderhandelen blijkt de stichting bereid om € 10.000,- naar de gemeente over te maken.

In plaats van € 22.000,- + voor de inrichting betaalt ze (maximaal) € 10.000,-. Zogenaamd als bijdrage voor de verzwaring.

Soortgelijke keiharde onderhandelingen zijn er ook met de aannemer gevoerd. Die doet zogenaamd € 40.000,- af van zijn offerte.

Niemand staat er bij stil dat die offerte alleen van toepassing was bij uitvoering van de werkzaamheden na inhuizing, terwijl de werkzaamheden in werkelijkheid (tegen aanzienlijk lagere kosten dan in de offerte genoemd)  hebben plaats gevonden vóór de oplevering.

Kortom, het compromis met de stichting houdt in dat zij meer dan de helft van haar rekening voor inrichtingskosten krijgt kwijtgescholden.

Het compromis met de aannemer is uit de duim gezogen. Zij heeft gewoon betaald gekregen voor het werk dat zij heeft verricht. En wat mij betreft hoort dat ook zo.

Het besluit dat de raad gevraagd wordt om te nemen heeft geen ander doel dan de administratie weer op orde te brengen. Waar ik één A4-tje nodig heb om uit te leggen hoe het zit, heeft de wethouder acht A4-tjes nodig om te beweren dat het allemaal anders is.

Marcel_Olierook
Overhoop halen

Hij haalt daarbij zoveel zaken overhoop en door elkaar, dat de voltallige raad in verwarring achterblijft. Dat maakt verder niet uit. Om een besluit te kunnen nemen hoef je alleen op het juiste moment “voor” te zeggen. Bovendien legt de burgemeester uit wanneer dat moment is aangebroken.

Het dossier dat de wethouder samenstelt is eerder bedoeld om verwarring te zaaien dan om op te helderen. Essentiële documenten, zoals facturen en briefwisselingen blijken te ontbreken. Het meeste wat hij zegt kan op twee manieren worden uitgelegd.

Kortom, hij is een representant van een bestuurscultuur waarbij het correct en volledig informeren van de raad niet langer een verplichting is, maar een mogelijkheid die kan worden overwogen.

Zolang ik dat vind is er natuurlijk niets aan de hand, maar zodra de raad dat ook gaat vinden ontstaat er een probleem.

Mijn vrouw, die in tal van opzichten verstandiger is dan ik, meent dat de raad (als collectief) puberaal gedrag vertoont. Als iemand ze vertelt dat  A beter is, dan gaan ze van weeromstuit voor B kiezen. Om te bewijzen dat ze toch ook een eigen mening hebben.

Aanstaande dinsdagavond zal blijken of ze gelijk heeft.