Machtsdronken?

Dinsdagavond 2 maart doet wethouder Heutink, in haar rol als de invaller voor wethouder Struijlaart, een aantal beweringen.

Ten eerste dat, op 2 maart aan Droomparken een last onder dwangsom was afgegeven, met als oogmerk het afbreken van het tijdelijke informatiegebouwtje (waarvoor op 3 februari een omgevingsvergunning was aangevraagd) te bewerkstelligen.

Ten tweede, een verbod tot het in gebruik nemen van het informatiegebouwtje voor de door Droomparken geplande voorverkoop informatiebijeenkomsten op 3 en 4 maart.

De wethouder laat de raad weten, dat die informatiebijeenkomsten zijn afgelast en dat men heeft laten weten, dat het gebouwtje zal worden afgebroken.

Wat ik me afvraag is, zijn beide beweringen die door de wethouder zijn gedaan, wel juist.

Is er een schriftelijke bevestiging van Droomparken ontvangen, waarin er wordt bevestigd, dat het gebouw zal worden afgebroken en de geplande bijeenkomsten zijn afgelast?

Of gaat het hier slechts om een interpretatie van het ambtelijk overleg, dat met vertegenwoordigers van Droomparken (welke) heeft plaatsgevonden.

Vast staat, dat twee leden van het Comité Enkhuizerzand de bewering van de wethouder wel voor “waar” hebben aangenomen en aangifte doen bij raadslid van Galen (CDA) als ze op donderdag 4 maart constateren, dat (in weerwil van hetgeen de wethouder had beweerd) er toch gebruik werd gemaakt van het informatiegebouw.

Volgens de krant ontsteekt van Galen (CDA) daarop in woede en informeert de waarnemend burgemeester Luyckx over het gebruik van het gebouw, die daarop de politie inschakelt.

Deze wet handhavers constateren, dat het gebruik in strijd is met de coronamaatregelen en gelasten sluiting van het gebouw. Voor zover ik weet is deze wetsovertreding niet beboet. Mogelijk omdat er geen sprake was van een wetsovertreding.

Er is een stroming in de samenleving, die het gevoel bekruipt, dat de overheid Corona gebruikt om het gebruik van dwangmaatregelen te rechtvaardigen.

Ik behoor niet tot die stroming, maar stel wel vast, dat het niet echt gebruikelijk is, dat de gemeente, zonder waarschuwing vooraf, een last onder dwangsom afgeeft.

Waarom dit nu wel gebeurd is hoop ik, nog voor de vergadering over dit onderwerp op 16 maart, uit te vinden.

Voorlopig lijkt het er echter op, dat ook onze lokale overheid (onder druk van corona), enigszins machtsdronken is geworden.

Machtswellust.

In dit land heeft iedereen, die werk verricht voor een ander, recht op betaling (voor dat werk) door die ander.

Wie meent dat dit recht (vanwege bijzondere omstandigheden) niet op hem/haar van toepassing is, kan zich tot de rechter wenden. Met het verzoek om ontslagen te worden van die betalingsverplichting.

Behalve raadsleden in Enkhuizen. Die beschikken over zoveel eigendunk, dat ze denken zelf te mogen uitmaken, wie ze wel en wie ze niet betalen.

En dus weigerde men tot tweemaal toe een krediet waarmee een aannemer (die naar tevredenheid werk had verricht voor de gemeente) kon worden betaald. Omdat de aannemer niet kon aantonen, dat hij over een door de gemeente verstrekte opdracht voor de werkzaamheden beschikte.

De gemeente erkende, dat het werk noodzakelijk was, maar had naar de aannemer toe voorgewend, dat ze geen opdracht kon geven zolang door de raad (voor dat werk)  geen krediet beschikbaar was gesteld.

Waarop de aannemer besloot het werk (op basis van de toezegging dat de gemeente om een krediet zou vragen) toch uit te voeren. Te meer, daar uitstel extra kosten (in de orde van grootte van € 50.000,-) zou opleveren.

Maar als hierboven gezegd, de raad van Enkhuizen achtte zichzelf bekwaam genoeg om te beoordelen wie wel en niet betaald hoefde te worden en weigerde tot tweemaal toe een krediet dat betaling mogelijk zou maken. Wat de zaak enigszins vertroebelde was de onjuiste omschrijving van het college m.b.t. de reden voor het krediet.

Een correcte omschrijving zou zijn geweest, verzwaring elektra-netwerk, diverse andere meerkosten en extra subsidie voor de toekomstige exploitant van de Drommedaris.

In plaats daarvan werd de reden voor het krediet toegeschreven aan de noodzaak van de verzwaring van het elektra-netwerk en werd verzwegen, dat het ook nodig was om extra meerwerk en een extra subsidie te betalen.

Enfin, nadat tot tweemaal toe het krediet geweigerd was, bleek driemaal scheepsrecht en werd het krediet uiteindelijk alsnog (omdat inmiddels een nieuwe wethouder was aangetreden) verleend.

De eigendunk, die de door raadsleden gedurende het hele proces ten toon werd gespreid was tenenkrommend. Een beschamende gang van zaken, waarbij machtswellust  van de raad naadloos over ging in machtsmisbruik.