Beter uitleggen

kunst-1
Geheim

In een recente column op de PvdA website constateert Karin Kunst dat de informatie voorziening aan de raad in veel gevallen “geheim” is. In de zin dat nogal wat informatie alleen wordt gedeeld met raadsleden en voor de rest van de bevolking niet toegankelijk is.

De rechtvaardiging hiervoor, al zal niemand dat hardop zeggen, is dat de rest van de bevolking geen rol speelt in de besluitvorming.

Althans dat is de opvatting van burgemeester Baas. Formeel gezien heeft hij gelijk.

Door middel van verkiezingen mogen we elke jaar 17 mensen aanwijzen die besluiten nemen waar de rest van de bevolking aan gebonden is.

Bij het nemen van die besluiten wegen de persoonlijke opvattingen van raadsleden het zwaarst. Zij leggen bij hun aantreden immers een eed/belofte af dat zij hun werk (het nemen van besluiten) zonder last of ruggespraak (van anderen) zullen uitvoeren.

Anders gezegd, anderen raadplegen over een te nemen besluit is een gunst die een raadslid kan verlenen, maar zeker geen verplichting. Dat wordt pijnlijk duidelijk als men kijkt naar de gedragingen van de het overgrote deel van de Enkhuizer raadsleden.

Zo men al een verplichting voelt om anderen te informeren over de te nemen besluiten, dan geldt die alleen voor een kleine kring van vertrouwelingen. Die wordt aangeduid als steunfractie.

Deze opvatting wordt goedgekeurd door een groot deel van de bevolking, die geen zin heeft zich te verdiepen in de manier waarop besluiten tot stand komen, maar zich tevreden stelt met het achteraf kenbaar maken hun onvrede over een reeds genomen besluit.

Die onvrede kan in sommige gevallen gênante vormen aannemen, zoals onlangs in Geldermalsen, maar in de meeste gevallen blijft het bij wat gemopper tijdens verjaardagen of (meer hedendaags) gemopper op sociale media als Facebook en Twitter.

Hoewel alle partijen een transparanter besluitvorming zeggen voor te staan, doen ze zelf nauwelijks iets om dat te bereiken. Informatie en voorlichting aan de kiezer wordt (buiten de verkiezingstijd) tot een minimum beperkt of is totaal afwezig.

Sinds kort  heb ik op mijn blog een tijdlijn geplaatst van de tweets die de politieke kopstukken in Enkhuizen doen uitgaan. Zelden hebben ze betrekking op hun werk als raadslid.

Het merendeel gaat over de politiek correcte standpunten die ze innemen voor wat betreft nationale of internationale vraagstukken. Kortom zaken waar ze, net als de meeste burgers, geen enkele invloed op kunnen uitoefenen.

Standpunten over de stand van zaken in Enkhuizen (waar ze nog wel enige invloed op hebben) lees je daarentegen zelden. Laat staan dat ze zouden worden uitgewerkt of beargumenteerd.

Het probleem zit hem dus niet alleen bij de gemeentelijke organisatie, die bepaalde informatie bijeenkomsten “geheim” houdt voor belangstellende burgers. Het probleem zit hem ook bij leden van de raad, die menen dat deze vorm van geheimhouding voor henzelf statusverhogend werkt.

Maar die statusoverwegingen zijn in veel gevallen contra-productief.

Raadsleden kunnen onmogelijk alles weten. Hetzelfde kan gezegd worden voor de leden van hun steunfractie. Alleen al om die reden is het verstandig om anderen te stimuleren zich te verdiepen in de zaken waarover je een besluit moet nemen. Dat zal er nooit toe leiden dat mensen zich massaal zullen voelen aangesproken.

Maar het huidige percentage (door mij geschat op 0,5 procent) van de bevolking dat zich bezig houdt met de besluitvorming vind ik een beschamend lage ambitie.

Kortom, Karin Kunst heeft gelijk als ze stelt dat de gemeente (gesteund door een meerderheid van de raad) te geheimzinnig doet over de informatie die ze aan raadsleden beschikbaar stelt.

Maar tegelijkertijd, vind ik het nog veel problematischer, dat raadsleden nauwelijks de neiging hebben om (op gestructureerde wijze) hun opvattingen en inzichten te delen met degenen die voor hun verkiezing hebben gezorgd.

Ik heb het gevoel dat raadsleden met transparantie bedoelen, nadat iets besloten is, beter uitleggen wat er besloten is.

Wat mij betreft zou het moeten zijn, voordat je iets gaat besluiten, beter uitleggen wat je argumenten zijn voor dat besluit.

Bestuurlijk gehuichel.

kunst-1
Motie verworpen

Drie maanden geleden diende Karin Kunst (PvdA) een motie in waarin bepleit werd dat alle vergaderingen van de gemeenteraad openbaar geagendeerd dienden te worden.

De bestaande situatie was, dat alleen de maandelijkse reguliere raadsvergaderingen op een voor het publiek toegankelijke agenda stonden.

Andere bijeenkomsten van de raad (zoals bijvoorbeeld informatie bijeenkomsten) werden aangekondigd op een agenda die alleen toegankelijk was voor leden van de raad.

Wat kan in hemelsnaam het bezwaar zijn dat de raad haar vergaderschema openbaar maakt?

Ik zou het niet weten. Die mening wordt gedeeld door 5 leden van de raad. Te weten PvdA, LQ, HEA, en één lid van D66. De overige leden van de raad stemden tegen de motie die U hier kunt lezen.

Waarom besloten maar liefst 12 raadsleden tegen een motie te stemmen terwijl een groot deel van hen verklaarde het met de inhoud eens te zijn?

Allereerst van der Pijll, uitvinder van de nieuwste politiek beweging “betrokken burgers”.  Zijn bezwaar was, dat als externen de raad zouden uitnodigen voor een vergadering, de keuze voor openbaarmaking bij de externen behoorde te liggen en niet bij de raad.

Zijn voormalig fractiegenoot de Jong, die leiding geeft aan een partij die weinig opheeft met democratische processen, (althans volgens van der Pijll) was het met hem eens.

Waar moeten we aan denken als het gaat om externen?  In zijn algemeenheid gaat het om lobbygroepen die de raad haar opvattingen willen voorleggen in de hoop dat ze daardoor de besluitvorming kunnen beïnvloeden.

Van der Pijll en zijn betrokken burgers vinden dus, dat we niet mogen weten dat de raad vergadert met zogenaamde “special interest” groepen, tenzij die groepen daar zelf  hun toestemming voor hebben geven.

Jezelf nog meer onderwerpen aan belangengroepen is eigenlijk niet mogelijk, maar van der Pijl is gelijktijdig wel voorstander van transparant bestuur. Geen idee verder wat hij daar dan onder verstaat.

Van Reijswoud (VVD) was het inhoudelijk met de motie eens, maar had moeite met de procedurele gang van zaken. Wat bedoelde van Reijswoud eigenlijk met de te volgen procedure? Eigenlijk hetzelfde als wat de burgemeester bepleitte, namelijk dat er binnen het presidium eerst overeenstemming moest worden bereikt over de juiste bewoordingen.

Van Reijswoud maakte er een punt van te betogen dat presidiumvergaderingen openbaar zijn. Dat klopt, voor zover het niet over personen gaat. Alleen is de agendering van de presidiumvergadering flexibel. Gewoonlijk de dag na de raadsvergadering, maar soms (als er tijd over is) direct na de raadsvergadering. De vergaderingen mogen openbaar zijn, de notulen van die vergaderingen zijn dat niet.

En als er meer dan twee burgers zouden opdagen om zo’n vergadering bij te wonen, dan ontstaat al snel een ruimte gebrek. Men vergadert namelijk niet in de raadszaal, maar in een andere ruimte.

Keesman (SP) noemt in haar verslag van de vergadering een ander fantasie argument om de motie niet te steunen. Het college zou niet in staat zijn de motie uit te voeren. Het is een fantasie argument omdat het college wel degelijk in staat moet worden geacht een agenda van alle vergaderingen van de raad te verzorgen.

Vanwaar dan die koudwatervrees van de meerderheid van de raad voor het vrijgeven van de data van alle raadsbijeenkomsten? Het antwoord is simpel.

Zodra de vergaderdata bekend zijn, loopt men het risico dat belangstellenden (of de pers) die vergaderingen zouden willen bijwonen.

Het college en klaarblijkelijk een grote meerderheid in de raad wil dat risico liever niet lopen.

Tot de dag van vandaag kunnen raadsleden, wanneer ze worden aangesproken op de reden voor hun besluit,  zich verschuilen achter de bewering dat ze over meer (vertrouwelijke) informatie beschikken dan de gewone burgers. En dat dit de reden is voor hun afwijkende stemgedrag.

Field

Het gaat dus helemaal niet om het openbaar maken van vergaderdata (waar de motie om vroeg), maar om de vraag wanneer een vergadering vertrouwelijk is en wie dat bepaalt.

Het college of de raad. De huidige situatie is, dat het college dat bepaalt.

De meerderheid van de raad is daar kennelijk tevreden mee, alleen moet er nog even gezocht worden naar een manier waarop je die situatie kunt bestendigen zonder dat het de buitenwereld opvalt.

Vandaar dat men in het openbaar de kwestie niet wil bespreken, maar in kleine kring tot overeenstemming wil proberen te komen.

Kortom, hoewel vrijwel elke partij de mond vol heeft over transparantie en openheid, ziet een meerderheid van de raad openheid nog steeds als een bedreiging.

Naar ik aanneem, omdat dit de mogelijkheid beperkt je ergens achter te kunnen verschuilen.

Wat afgelopen dinsdag door de tegenstemmers naar voren werd gebracht is dan ook weinig meer dan een fraai staaltje bestuurlijk gehuichel.

Schuilhouden.

Openbaar
Openbaar ?

In complexe dossiers organiseert het college van tijd informatie bijeenkomsten voor raads- en commissieleden. Volgens Margreet Keesman (SP) zijn dat soort bijeenkomsten openbaar. Volgens de griffier is dat niet het geval.

In ieder geval wordt de datum van dergelijke bijeenkomsten niet gepubliceerd.

In haar tweede motie stelt Karin Kunst (PvdA) voor om dat wel te doen. Dat heeft natuurlijk alleen zin als belangstellende burgers en de pers dat soort bijeenkomsten mogen bijwonen.

De motie werd aangehouden in afwachting van een discussie in het presidium. Die heeft mogelijk de daarop volgende dag plaatsgevonden. Zekerheid daarover bestaat er niet. De gemeente noch de politieke partijen doen mededelingen over wat ze tijdens een presidium (fractievoorzitters) vergadering besluiten.

Op 24 november vindt er een informatieavond plaats over het REZ. Onderwerpen zijn

Presentatie aanbestedingsresultaat enquête en interviews.

Presentatie mogelijke opties, waarna overleg in groepjes raadsleden over de voorkeursoptie en terugkoppeling naar de plenaire vergadering.

We hebben het hier dus over het stadium van de beeldvorming. Daarna volgt de oordeelsvorming in de commissie. Die is openbaar, maar niet ongebruikelijk is dat men daarin verwijst naar wat er tijdens de beeldvormende vergadering reeds is voorbereid. Zonder verdere details.

De besluitvorming houdt in dat geval niet meer in dan de rituele hamerslag van de voorzitter tijdens de raadsvergadering.

Samengevat, de verantwoording die wordt afgelegd over dit (tot dusver) compleet mislukte project vindt binnenskamers plaats. Hetzelfde geldt voor de voorbereiding van de vervolgstappen.

Maar tegelijkertijd blijven raad en college volharden in hun opvatting dat zij een transparant bestuur nastreven.

Openbaar?
Openbaar ?

Daar zou nog enigszins sprake van kunnen zijn als raad of college verslag deden over hetgeen er in dergelijke informatieve bijeenkomsten werd besproken. Ik heb daarvan de afgelopen 6 jaar nog nooit een verslag gezien. Niet van het college, maar  evenmin van welke politiek partij dan ook.

Ik heb over het REZ zeker 75 keer gepubliceerd. Raadsleden zijn geneigd dat af te doen als speculatie, maar wat blijft er anders over als zijzelf hardnekkig weigeren openbaarheid te betrachten.

Maar als gezegd, er is een motie ingediend die dat zou kunnen veranderen. Men wilde die niet tijdens de raadsvergadering behandelen, maar in het presidium. Wat daar het resultaat van is geweest is niet meegedeeld. Er stond dus niets anders op dan de griffier een verzoek te sturen om aanwezig te mogen zijn tijdens de informatiebijeenkomst op 24 november.

Het verzoek heb ik op 11 november verstuurd. Een kopie ervan is verstuurd naar alle fractievoorzitters, zodat die in ieder geval niet kunnen zeggen dat ze niet op de hoogte waren van mijn verzoek.

Ik ben in afwachting van een reactie. Het zou mooi zijn als de fractievoorzitters mij een kopie zouden sturen van hun reactie naar de griffier, zodat er op dat punt in ieder geval duidelijkheid zou ontstaan voor wat betreft de voor- en tegenstanders.

Maar het zou me tegelijkertijd ook niet verbazen als men zich ook op dat punt liever schuilhoudt.

Hulde

Hulde

In de krant van vandaag het “nieuws” dat er tijdens de raadsvergadering van vanavond een commissie zal worden benoemd die zich zal buigen over de verlenging van het burgemeesterschap van Baas.

Wat mij betreft slaat de Enkhuizer Krant voor wat betreft “nieuwswaarde” de plank volledig mis. Het echte nieuws van vanavond zijn natuurlijk de twee motie’s die door Karin Kunst (PvdA) zijn ingediend.

Beide hebben ze betrekking op de openbaarheid van bestuur. Waren ze een paar jaar eerder ingediend (en aangenomen) dan had ik er niet over gepiekerd om met Paljas aan de verkiezingen mee te doen.

De raad hanteert het zogenaamde BOB model. Dat staat voor Beeldvorming – Oordeelsvorming – Besluitvorming.

Beeldvorming vindt grotendeels binnenskamers plaats. Onder meer met behulp van  informatiebijeenkomsten die voor raadsleden worden georganiseerd.

Openbaar
Openbaar

Hoewel de raadsgriffier de aanwezigheid van waarnemers (gewone burgers) probeert te ontmoedigen, staat daar een uitspraak van Margreet Keesman (SP) tegenover. Die stelt, dat dit soort van vergaderingen ook toegankelijk moet zijn voor gewone burgers.

Logisch, waarom zouden alleen ambtenaren een bijdrage mogen leveren aan de beeldvorming.

Verder geen probleem mee dat dit niet tijdens een informatieavond zelf kan, maar als burger zou je in ieder geval in de gelegenheid moeten zijn om een bijdrage te kunnen leveren aan de beeldvorming zolang die nog niet is afgesloten.

Knelpunt is dat het bestaan van dergelijke informatiebijeenkomsten niet algemeen bekend waren. Kunst stelt voor om dat te veranderen en de agenda ervan publiek te maken.  Prima idee.

Na de beeldvorming komt de oordeelsvorming. Daarvoor is de commissievergadering bedoeld. Die is openbaar, maar slechts voor een deel. Een belangrijk deel van de oordeelsvorming (althans in theorie) wordt gevormd door de vragen die raadsleden aan de ambtelijke organisatie stellen (en de antwoorden die ze daarop ontvangen).

Die vragen en antwoorden gaan via een webforum dat Agora heet. Dat is nu alleen toegankelijk voor raadsleden.

Kunst stelt voor het openbaar te maken. Baas verzekerde me ooit dat hij tegen openbaarmaking was, vanavond weten we of hij dat standpunt zal blijven innemen.

Het bovenstaande maakt duidelijk waarom de besluitvormingsfase (de eigenlijke raadsvergadering) in de meeste gevallen een wassen neus is.

Het beeld is namelijk al binnenskamers gevormd, het oordeel wordt gebaseerd op informatie die deels binnenskamers is verkregen, het enige wat er overblijft is het tellen van de stemmen en eventuele stemverklaringen in ontvangst nemen.

Kortom, hulde voor Karin Kunst vanwege het feit dat ze beide moties heeft ingediend. En nu maar hopen dat de voltallige raad ze zal ondersteunen, want daarmee doet ze een flinke stap in de richting van openbaarheid van bestuur.

(red) Herringtown

red herring
Dwaalspoor

Ruilhandel (of barter) was de gebruikelijke manier van handeldrijven voor de uitvinding van het geld.  Geruime tijd geleden dus. Dat ging als volgt.

Wie vissen had, maar trek had in bloemkool ging op zoek naar iemand die bloemkolen had en trek had in vissen. Omdat lang niet iedereen in het bezit van bloemkolen, trek had in vissen kon het even duren voordat de gewenste transactie tot stand kwam.

Na de uitvinding van geld verdween deze manier van handel drijven. Men verkocht de vissen voor geld en met het verkregen geld werd bloemkool gekocht.

Om redenen, die mijn verstand te boven gaan, heeft de raad van Enkhuizen (op advies van het college) besloten om deze ruilhandel (nadat ze duizenden jaren in onbruik was geraakt)  nieuw leven in te blazen.

Paprika
Paprika ?

Men besloot om grond (waarop vakantiehuisjes mochten worden gebouwd) gratis in bruikleen te geven aan iemand die als tegenprestatie een strand en een camping wilde aanleggen.

Na jarenlange voorbereiding (en begrote kosten van € 200.000,-) is deze zoektocht naar een tegenpartij voor deze ruilhandel uitgelopen op een complete mislukking.

De opdrachtgevers voor deze ruilhandel (raadsleden) laten door de Enkhuizer krant hun teleurstelling optekenen over het mislukken van deze transactie.

Zo laat Kunst (PvdA) weten dat er onvoldoende gebruik is gemaakt van de creativiteit van de markt.

Wat ze daarmee bedoelt is me niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk wil ze zeggen,  dat de zoektocht zich had moeten uitbreiden naar de bezitters van paprika’s en ijsbergsla.

Groenteman?
Groenteman ?

Van Marle (D’66) is ook teleurgesteld en meent dat een deskundige (groenteman ?) had moet worden ingeschakeld.

Keesman (SP) daarentegen wil een onderzoek naar de geringe belangstelling voor de aangeboden vis.

andere vis ?
Andere vis ?

Iets wat de bedenkers van deze ruilhandel (college en ambtenaren) ook voorstaan. Zal iets te maken hebben met het feit dat de partij van Keesman in het college vertegenwoordigd is.

Nu is het verleidelijk om de bedenkers van deze ruilhandel (college en ambtenaren) af te schilderen  als volslagen incompetente imbecielen.

Maar er is nog een andere mogelijkheid. Namelijk dat deze ruilhandel slechts een dwaalspoor is in een verder logisch en een weloverwogen plan.

En dat het de opdrachtgevers (raadleden) ontbreek aan onderscheidend vermogen om deze ruilhandel te zien voor wat het is. Een dwaalspoor.

In het Engels is “red herring” een synoniem voor dwaalspoor.

En kijk, dat past nu weer helemaal bij Enkhuizen.       Enkhuizen = (red) Herringtown.

Kluitjesvoetbal

Kluitjesvoetbal
Kluitjesvoetbal

Gisteren weer eens een prachtige partij voetbal gemist (Bayern-Barcelona) omdat ik weer eens zo nodig live moest luisteren naar het partijtje kluitjesvoetbal dat er in de raadszaal werd gespeeld.

Qua wedstrijdmentaliteit viel er weinig te verwijten, zeker waar het de dames Quasten en Kunst betrof, maar voor wat betreft spelinzicht  moet ik helaas een dikke onvoldoende geven.

Gisteren schreef ik (nog voor) de raadsvergadering de kanttekening met de volstrekte duidelijke titel “Uitstellen”.

Ik heb het al zo vaak eerder meegemaakt. Als een college denkt dat ze een moeilijke discussie tegemoet gaat, ze de raad overstelpt (op het laatste moment) met een enorme hoeveelheid extra informatie.

De enig passende reactie hierop is vragen om uitstel. Dat is een simpele procedure. Punt drie van de elke agenda  heet vaststelling definitieve agenda.

Zodra dat punt aan de orde is vraag je om uitstel van behandeling. Vervolgens neemt de raad daarover een beslissing.

De tot dusver gebruikelijke gang van zaken is, dat de coalitie (de meerderheid) die zich (tijdens behandeling van het onderwerp) gewoonlijk verschuilt achter de rug van het college er weinig voor zal voelen om uitstel te verlenen en het verzoek afwijst.

Gepassioneerd
Gepassioneerd

Waarom zou ze de oppositie in de gelegenheid stellen om een beter verweer te organiseren tegen hun wethouder?

Maar de achterliggende vraag is natuurlijk. Hoe democratisch wil je zijn. Wil je een oppositie, kost wat kost, de mogelijkheid ontnemen oppositie te voeren of bestaat er ook nog zoiets als democratisch fatsoen.

De tamelijk voorspelbare reactie van de meerderheid (ongeacht haar samenstelling) is tot dusver altijd geweest “geen uitstel”.

Als oppositie heb je dan twee keuzes. Je kunt blijven zitten en tijdens het agendapunt wat meningen naar voren brengen (die door de meerderheid niet zullen worden gedeeld) of je kunt concluderen dat je verder niets hebt te zoeken in de raadszaal als de meerderheid je toch geen gedegen voorbereiding voor het debat gunt.

Als je dat één keer doet, zal dat een gênante ervaring voor de coalitie zijn en zal ze in toekomstige gevallen iets meer democratisch respect op willen brengen voor de belangen van de oppositie.

Maar dat is niet gebeurd. Men ging gemankeerd het debat (wat uiteraard geen debat werd) aan en werd daarbij door de wethouder soepeltjes naar de zijlijn gedirigeerd.

En dan kom ik aan bij het tweede mankement. Als je beweert onvoldoende tijd te hebben gehad om de argumenten van het college tot je te kunnen nemen (wat op zichzelf juist is) dan kun je vervolgens wel allerlei meningen over het college formuleren, maar die zullen dan weinig onderbouwt zijn zoals de wethouder ook fijntjes vaststelde.

Gepassioneerd
Gepassioneerd

Stella Quasten heeft haar meningen op haar weblog gepubliceerd en die kunt U hier lezen.

Met de meeste meningen ben ik het eens en ik heb ze op dit blog beargumenteerd. Maar met het ventileren van meningen ben je er niet. Dat is facebookpolitiek. Het grootste doorgeefluik van onbeargumenteerde meningen van dit land.

Hoe gepassioneerd je dat soort meningen ook naar voren brengt (en Quasten en Kunst waren gepassioneerd) je brengt er een wethouder er niet mee in moeilijkheden en zaait ook geen twijfel bij de coalitie.

Dat doe je alleen door vragen te stellen waar de wethouder geen antwoord op weet of wil geven.

En als ik in de korte tijd die ik de stukken heb kunnen zien een paar vragen weet te stellen (zie mijn vorige bericht) dan moet het toch voor de voltallige oppositie mogelijk zijn een paar vragen te stellen.

Ze werden niet gesteld, de wethouder hoefde nergens antwoord op te geven en voor wat betreft de meningen, hij had een andere.

Kortom een potje kluitjes voetbal, leuk om naar te kijken zolang het de F pupillen betreft, maar alleen goed voor plaatsvervangende schaamte als het gespeeld wordt door doorgewinterde raadsleden.

Doodgeboren

kunst-1Naast de fietsendief motie van Jan va Oostende was er afgelopen dinsdag nog een tweede PvdA motie, de motie Kunst.

Doel van deze motie was het college aan te sporen om alles te doen om de realisatie van een buurtbus (na het verdwijnen van buslijn 138 in december 2014) mogelijk te maken.

Wethouder Kok liet weten dat deze oproep in zekere zin overbodig was, omdat hij (onder de radar) al de nodige maatregelen had genomen.  Er was reeds contact geweest met buurgemeenten en de voorwaarden waaronder zo’n buurtbus zou moeten rijden waren al grotendeels in kaart gebracht.

Om te beginnen zou er een vereniging (?) moeten komen die de buslijn zou exploiteren. Zo’n vereniging heeft dan weer een bestuur nodig maar de dorpsraad van Andijk had zich reeds bereid verklaart als bestuur te willen functioneren.

Verder moesten er minimaal 35 vrijwilligers worden gezocht om de bussen te besturen. Maar bovenal moest duidelijk zijn dat niet de gemeente, maar de nog op te richten vereniging verantwoordelijk zou zijn voor de exploitatie.

Kunst was door de antwoorden van wethouder Kok dermate gerustgesteld, dat zij de motie introk.

Maar wat me in het antwoord van Kok nog het meest is bijgebleven was zijn opmerking over de gemiddelde bezettingsgraad van de lijn. Die bleek 238 personen te zijn, waarvan er 170 zich uitsluitend binnen Enkhuizen verplaatsten.

Bedoelde hij nu 170 personen per dag? Dagelijks vinden er 32 ritten plaats op het grondgebied van Enkhuizen en dat betekent een bezettingsgraad van gemiddeld  5 personen per rit. Dat komt niet helemaal overeen met mijn waarnemingen.

Ik zie wel eens lege bussen rijden, wat inhoudt, dat men (om het gemiddelde te kunnen halen) ook wel eens afgeladen bussen zou moeten  zien rijden en dat kan ik me eerlijk gezegd niet herinneren..

Maar goed, omdat de meeste bus gebruikers zowel heen als terug gebruik zullen maken van de bus gaat het dus om pakweg 85 tot 100 mensen die voor verplaatsing in Enkhuizen zijn aangewezen op de toekomstige buurtbus.

En daarvoor gaan we dus een vereniging oprichten die 35 vrijwilligers in dienst gaat nemen om die mensen binnen Enkhuizen te vervoeren. Over de kosten van een en ander zullen we het nog maar even niet hebben.

IK vrees dan ook dat we het hier over een doodgeboren kindje hebben.

Amendementen

gemeenteraadVanavond dus weer een raadsvergadering. Altijd weer spannend of men er deze keer wel in zal slagen om tijdig verbinding te maken met de buitenwereld.

Op de agenda de Go-No Go beslissing inzake de ontwikkeling het recreatieoord Enkhuizerzand.

Er zijn vier amendementen ingediend. Twee door Kunst (PvdA) en twee door van Marle (D66).

Geruststellende gedachte
Geroezemoes

Het eerste amendement van Kunst betreft de volgende aanvulling.

“Marktpartijen die met het realiseren van recreatiewoningen of andere bedrijfsmatige activiteiten de herontwikkeling van de openbare ruimte (mede)financieren (bijvoorbeeld het strand) ontvangen een vergunning voor exploitatie van die activiteiten als aan die financiering is voldaan.”

Alweer een bijdrage aan het geroezemoes in dit dossier.

Elke marktpartij zal om te beginnen willen weten tegen welke kosten hij de grond kan huren (verkopen is niet zo’n goed idee) teneinde te kunnen berekenen wat hij eventueel zou willen bijdragen aan de de kosten van de ontwikkeling van het openbare gedeelte.

Die bijdrage kun je uitdrukken door middel van een van lumpsum. (bedrag in eens). Vervolgens neem je op basis van de kwaliteit en de hoogte van de lumpsum een beslissing over aan wie zijn plan mag uitvoeren. Het amendement van de PvdA probeert in ingewikkelde bewoordingen te regelen dat de lumpsum betaald moet zijn voordat men tot exploitatie mag overgaan.

De zou eigenlijk niet nodig moeten zijn omdat een dergelijke gang van zaken van zelf sprekend zou moeten zijn, maar het ambtelijke geroezemoes is er op gericht zo veel mogelijk onduidelijkheid te laten voor te bestaan. Over de prijs waarvoor men de grond beschikbaar wil stellen bijvoorbeeld.

Hetzelfde geldt voor het tweede amendement. Nog meer geroezemoes.

MarleVan Marle komt ook met twee amendementen, waarvan er één betrekking heeft op de gunningscriteria. Het voorstel is de kwaliteit van het plan het zwaarst te laten wegen. Van Marle stelt voor deze voorwaarde te laten schrappen. Een verstandig besluit lijkt me.

Kwaliteit is een tamelijk subjectief begrip. Wat wordt daar eigenlijk mee bedoeld. De kwaliteit van de huisjes? De inrichting van het park zelf?

Zijn huisjes die aansluiten bij de bebouwing van de stad (voorwaarde in het beeldkwaliteitsplan) kwalitatief beter (of slechter) dan wat SWL voorstelt?

Namelijk een  Anton Pieckachtige sprookjesdorp. Ik heb een persoonlijke voorkeur, maar om nu te zeggen dat mijn voorkeur “kwalitatief” beter is dan de voorkeur van een ander lijkt me overdreven.

Wat mij betreft is veel meer bepalend wat de marktpartij wil bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het gebied, de lumpsum dus.

Maar wat we bij dit alles opvalt is dat de gemeente niets heeft geleerd van het SMC. Ook daar werden er allerlei voorwaarden gesteld die uiteindelijk (door toedoen van de gemeente zelf) die niet te vervullen bleken.

In mijn vorige bericht heb ik al berekend dat de gemeente jaarlijks tussen de € 150.000,- en € 200.000,- is misgelopen door niets te ondernemen en nu kiest men wederom voor een ingewikkeld onderhandelingstraject, waarvan de uitkomst waarschijnlijk al bepaald is.

De kwestie is simpel. Het gaat om het verhuren van grond en een eventuele extra bijdrage in de verdere ontwikkeling van het gebied. Daarvoor hoef je niks aan te besteden, maar alleen maar iets te gunnen aan de hoogste bieder.

Door van alles op een hoop te willen gooien verzwak je (als raad) alleen maar je eigen positie.

Tot slot het tweede amendement van van Marle. Daarin bepleit hij de mogelijkheid parkeerruimte te reserveren voor het ZZM. Lijkt me verstandig, maar ook dit amendement zal het (vanwege het coalitie akkoord) niet halen. Het argument dat gebruikt wordt in de notitie, dat dit voor toename zal zorgen van het verkeer in de binnenstad slaat natuurlijk nergens op.

Geruststellende gedachte.

Marle
Auditcommissie

De behandeling van de jaarrekening tijdens de raadsvergadering leverde nauwelijks nieuwe gezichtspunten op. Het tekort op de begroting van 2013 (bijna 3 ton) leverde een vertekend beeld op omdat er een reeks werkzaamheden (gepland in 2013) niet waren uitgevoerd.

Zouden die wel zijn uitgevoerd, dan zou het tekort rond de 1 miljoen hebben gelegen.

Maar 2013 was ook het jaar voor de verkiezingen en dan zijn politieke partijen gewoonlijk huiverig voor wat betreft het nemen van minder populaire maatregelen. En dat gold dus kennelijk ook voor de voorgaande coalitie.

Maar uitstel betekent natuurlijk geen afstel. Die impopulaire maatregelen gaan er dit jaar zeker komen. Er waren wat vragen over de mei-circulaire, waarin de rijksoverheid duidelijkheid verschaft over de te verstrekken uitkeringen.

De website van Binnenlands Bestuur verschaft daarover wat meer opheldering. Uit de overzichtsstaat die men produceert blijkt dat Enkhuizen (voor wat betreft de WMO uitkering) € 40,-per inwoner minder zal ontvangen dan waarop in januari gerekend werd.

Dat is dus een tegenvaller van zo’n € 720.000,- . Dat hadden onze raadsleden (en de wethouder) natuurlijk ook kunnen weten, maar die wachten liever op wat hun uiteindelijk door de financiële afdeling zal worden voorgeschoteld.

Dan kun je tussentijds tenminste nog wat extra geld uit geven.

Pijl
Schriftelijke notulen

Voor de schriftelijke notulen bijvoorbeeld. Ik vind ook dat die erbij horen, maar je maakt mij niet wijs dat er veel burgers zijn die ze raadplegen zoals van der Pijl beweerde. Bovendien als je extra geld gaat uitgeven wordt je geacht daarvoor de dekking te regelen, zoals Quasten terecht opmerkte.

Niet alleen voor dit jaar, zoals er nu gebeurde, maar ook voor de daarop volgende jaren.

auditcommissie
auditcommissie

Van Marle (D66) hield een keurig onderbouwd betoog, waarin hij stelde dat je dit soort extra uitgaven niet via een amendement op voorjaarsnota diende te regelen, maar dat maakte geen enkele indruk op de coalitie (aangevuld met Langbroek).

Keesman (SP) maakte er een woordspelletje van.

Het ging weliswaar om extra uitgaven in 2015, maar niet om nieuw beleid. Het was meer een kwestie dat oud beleid in ere werd hersteld.

Tja, zo lusten we er allemaal nog wel eentje. Dat gaat straks gezellig worden in de auditcommissie waarin Keesman, naast financiële zwaargewichten als van Marle (D66) en Reijswoud (VVD) werd gekozen.

Te meer daar Wijnne het plan ontvouwde om samen met de auditcommissie de nieuwe begroting te willen opstellen. Iets waar Visser (CDA) het weer niet mee eens was. Leek hem meer een kwestie van de gehele raad.

Tot slot liet Kunst (PvdA) nog even weten dat ze de jaarrekening ook had gelezen, wat natuurlijk een geruststellende gedachte is.

Formeel

Tijdens de behandeling van het Drom dossier hielt Karin Kunst (PvdA) een hartstochtelijk pleidooi over een m.i. wat formele kwestie.

Als ik haar goed begreep kwam haar betoog er op neer, dat als je in mei 2011 besluit om in januari 2012 een besluit te nemen over de doorgang van een project, je dan correct handelt, als je in januari 2012 (zonder daarover een besluit te nemen) de zaak gewoon doorschuift naar een latere datum.

Omdat dat tijdstip je (als college) mogelijk beter uitkomt?

Karin vond van niet en Ik denk dat ze daarin gelijk heeft. Bovendien kan ik haar irritatie daarover heel wel begrijpen. Als het college het goed uitkomt dan hanteert men allerlei formele argumenten om de Raad de mond te snoeren. Als het haar niet goed uitkomt, dan hanteert men met evenveel liefde de losse pols methode.

Als SP/LQ besluiten dat zij de door hun ingediende motie zullen intrekken reageert de burgemeester onmiddellijk en schrijft hij,

“Het op basis van de mededeling buiten de orde van de vergadering besluiten tot van de agenda afvoeren van de motie, ontneemt andere leden van de raad de mogelijkheid er iets van te vinden, te zeggen of een raadsinstrument in te dienen.  Dit zou niet alleen onbehoorlijk en a-reglementair zijn, maar pleegt ook
inbreuk op de rechten van de leden van de raad.”

Harde woorden en een stevige conclusie. Maar kun je niet hetzelfde zeggen van een college dat verzuimt een raadsbesluit voor te leggen, waarin formeel gevraagd om het te nemen besluit nog even uit te stellen?

Is dat opeens dan niet onbehoorlijk en a-reglementair? En wordt er dan geen inbreuk gepleegd op de rechten van de raad?

En kan niet hetzelfde gezegd worden over de kandidaatstelling voor de Floriade. Een in beginsel verstrekkend besluit waaraan aanzienlijk financiële consequenties zouden kunnen kleven. Ook hier besloot het college op eigen gezag  en werd de Raad slechts geïnformeerd  over het genomen besluit.

Kortom, het komt wel vaker voor dat er inbreuk wordt gemaakt op de rechten van de Raad. Dat de meerderheid van de Raad daar zelden problemen mee heeft is een gegeven, maar dat haar voorzitter zich daar alleen maar drukt over maakt als dat gebeurt door leden van de raad zelf, vind ik wat merkwaardig.

Alhoewel, bij nader inzien toch ook weer niet, want als lid van het college heeft hij een dikke vinger in de pap als het gaat om de besluiten van het college.