Het kaf en het koren.

In de FTM pitch staan we op zaterdagochtend nog steeds op nr 1 en naderen de 100 stemmen (96 toen ik keek), maar echt uitlopen doen we niet. Gelukkig gaan de eerste twee pitchs over vakantieparken, dus het onderwerp zal de tweede ronde wel halen. De vraag is dan alleen nog waar de nadruk komt te liggen.

Echter, de competitie loopt nog 8 dagen en de kans bestaat dus nog steeds, dat er een onderwerp wordt aangedragen, dat meer tot de verbeelding spreekt voor een wat grotere groep mensen.

Verder komt er hopelijk deze maand een uitspraak van de Raad van State over de aan haar voorgelegd bezwaren en wordt het duidelijk of het bezwaar van de IJsselmeervereniging (over het aanleggen van de kustboog) zal worden overgenomen.

Zelf als dat niet gebeurd, is er ook nog Rijkswaterstaat dat dwars schijnt te liggen.

Hopelijk ook een definitief oordeel over de vraag of de camping gesitueerd mag blijven op de plek waar hij nu is gerealiseerd. In de zogenaamde kwaliteitszone waarin niet gebouwd mag worden.

En dan is er natuurlijk ook nog de aangenomen motie, waarin het college wordt verzocht om openbaarmaking van de Anterieure Overeenkomst. Inclusief de aanvullingen daarop als gevolg van planwijzigingen.

Het wachten is op instemming van Droomparken (die volgens sommigen al is toegezegd). Komt die instemming er niet, dan zullen we meemaken, dat de raadsmeerderheid een natte krant verscheurt. Het college wegsturen zie ik niet één, twee, drie gebeuren.

In september komt er dan ook nog een rapport van Fakton, dat de wenselijkheid van openbaarheid en de mogelijk nadelige gevolgen daarvan voor de gemeente zal hebben bestudeerd.

Hopelijk staat er tegen die tijd dan ook een deskundig journalist van Follow the Money klaar, die in staat is het gemeentelijke kaf van het gemeentelijke koren te scheiden.

Sint-juttemis

Wat weten we eigenlijk over de kostenverdeling, 2 1/2 jaar nadat ze tussen de gemeente en Orez bv werd afgesproken.

Vast staat het recreatieoord in zijn geheel is overgedragen aan Droompark Enkhuizer Strand voor € 335.000,- plus een nog te realiseren voorziening in de vorm van een strand.

Of dat strand er uit zal zien zoals het ons is voorgespiegeld (de baai) is nog niet zeker. Eerst moet de RvS een bezwaar verwerpen en dan moet RWS ook nog willen meewerken. Tot dusver is men daartoe niet bereid geweest, maar het kan zijn, dat men ooit van opvatting zal veranderen.

Verder moet er ook nog een centrale parkeervoorziening worden gerealiseerd voor de bezoekers van het nog aan te leggen strand.

Maar ook, om de Immerhornweg vrij van parkeren te kunnen maken. Voorheen was het een doodlopende weg en vormde het (langs de wegkanten parkeren) niet zo’n probleem.

Maar inmiddels is de Immerhornweg de toegangsweg tot de camping en vormt het langs de kant van de weg parkeren WEL degelijk een probleem.

Bij dit alles is het nog steeds volstrekt onduidelijk hoe de kosten zijn verdeeld. Legt Droomparken (op haar kosten) voor de bewoners van haar park een strand aan, dat ook door de inwoners van Enkhuizen kan worden gebruikt? Of legt de gemeente (op haar kosten) een strand aan voor haar inwoners, dat ook door de bewoners van Droompark Enkhuizer Strand kan worden gebruikt?

Hetzelfde kan worden gezegd van de centrale parkeervoorziening. De noodzaak ontstond doordat Droompark bestaande parkeerruimte nodig had voor het inrichten van haar park. Voor wiens rekening zijn dan de kosten voor de nieuwe voorziening. Voor de gemeente of voor Droomparken.

Verzoeken om inzage in die kostenverdeling zijn tot dusver steeds afgewezen. Zogenaamd omdat dit de belangen van de gemeente zou schaden. Pas na lang aandringen van mijn kant hebben een aantal fracties (SP, CDA en de drie lokale partijen) de moeite genomen die kostenverdeling in te zien, maar ondanks het feit dat er GEEN geheimhoudingsplicht rust op de verkregen informatie, doen ook zij er het zwijgen toe.

Tot dusver heeft slecht één partij zich publiekelijk voorstander getoond van het openbaar maken van de kostenverdeling. Het CDA. Het college heeft het verzoek in beraad genomen en zal daar te zijner tijd op terug komen. Naar het zich laat aanzien, omstreeks sint-juttemis.

Woningen en kavelprijzen.

De nieuwe camping bevat ongeveer 60 sta-caravans afkomstig van de oude camping die bedoeld zijn voor eigen gebruik. Daarnaast wil Droomparken zo’n 60 chalets plaatsen en verkopen voor de verhuur. Zeg maar een goedkopere versie van het vakantiepark dat ze elders op het Enkhuizerzand hoopt te realiseren.

De voor de camping benodigde grond is inmiddels eigendom van Orez, die er ongeveer één euro de vierkante meter voor betaalde.

De Droomparken chalets zullen (naar ik aanneem) verkocht worden als beleggingsobject, net als de chalets op de camping (inmiddels tot resort omgedoopt) in Broekerhaven.

Van die chalets aldaar is er één te koop, zodat we ons een beeld kunnen vormen van wat de marktprijzen ongeveer zijn. Beide foto’s zijn afkomstig van de website waar de chalet wordt aangeboden.

Van een volledig ingericht chalet (met een vloeroppervlak van 66 m2) direct aan het water en hardhouten terras is de vraagprijs € 225.000,- k.k.

Geweldig uitzicht over het Markermeer, terras voor en naast de chalet en parkeerplek voor twee auto’s,

InterieurNaast de aanschafprijs zijn er ook nog jaarlijkse lasten.

Huur van de kavel jaarlijks € 6000,-  en € 2000,- voor onderhoud aan woning en tuin.

Een uitgebreide set foto’s is hier te bewonderen, maar neem vooral ook een kijkje op de Droomparken website voor een indruk van hun woningenaanbod en de kavelprijzen.

Mijn gevoel zegt me, dat Droomparken uiteindelijk alle bestaande sta-caravans op den duur zal wil vervangen door chalets die ze zelf verkoopt, maar een bewijs daarvoor heb ik niet.

 

Verkeerde veronderstelling?

Mijn vorige bericht ging over de aanvraag voor een omgevingsvergunning ofwel een ontheffing voor het realiseren van een camping.

Omdat de gemeente mijn vraag (wat die ontheffing precies inhield) niet beantwoorde, heb ik de provincie de vraag voorgelegd of die ontheffing wellicht betrekking had op de 200 meter brede bebouwingsvrije “kwaliteitszone”.

Te realiseren vanaf de voet van de Westfriese Omringdijk, zoals voorgeschreven door de  Provinciale Ruimtelijke Verordening. (PRV)

Feit is namelijk, dat de nieuw ingerichte camping niet aan die voorwaarde voldoet, wat het risico met zich brengt dat na uitspraak van de Raad van State een deel van de reeds ingerichte camping weer moet worden ontruimd.

Er van uitgaande, dat de gemeente een dergelijk risico niet zou hebben willen nemen  veronderstelde ik, dat er tussen gemeente en provincie afspraken waren gemaakt over het verlenen van zo’n ontheffing en zocht ik bevestiging van die veronderstelling.

Inmiddels heb ik antwoord van de provincie, waaruit blijkt dat mijn veronderstelling onjuist was. De provinciaal ambtenaar liet me namelijk het volgende weten.

Ik heb navraag gedaan bij de gemeente Enkhuizen. Duidelijk is mij geworden, dat het gaat om verlenging van een reeds verleende tijdelijke omgevingsvergunning voor de ontsluiting van het terrein als bouwweg voor het (bouw)verkeer voor de camping. Een tijdelijke omgevingsvergunning kan tot maximaal 10 jaar verleend worden, artikel 4 lid 11 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Omdat het gaat om een strijdig gebruik wordt ook wel gesproken van een ontheffing. De termijn van de verleende vergunning is kennelijk aan verlenging toe, waardoor de aanvraag is gedaan. Aangezien het om een aanvraag gaat, staan hiertoe nog geen rechtsmiddelen open. Dat is pas mogelijk als er sprake is van een besluit. U zal te zijner tijd op het besluit kunnen reageren.

Tamelijk verwarrend allemaal, omdat de vergunningsaanvraag nadrukkelijk spreekt van een “ontheffing voor het realiseren van een camping” en niet van een verlenging van een tijdelijke omgevingsvergunning.

Ontheffing

Enfin, de vraag blijft natuurlijk hoe het kan, dat OREZ (bij het realiseren van de nieuwe camping) zich niet hoeft te houden aan de ruimtelijke voorschriften zoals die door de provincie zijn vastgelegd. Daarom heb ik die vraag opnieuw voorgelegd aan provincie en gemeente.

 

Trekken aan een dood paard.

Afgelopen zaterdag naar de eerste van de drie (door Droomparken te organiseren) participatiebijeenkomsten  geweest om mijn opvattingen over het vakantiedorp kenbaar te maken.

Er hadden zich vooraf 35 deelnemers gemeld, 15 waren komen opdagen, waardoor het aantal “participanten” min of meer gelijk was aan het aantal deskundige “toehoorders” die Droomparken had bijeengebracht om kennis te nemen van de opvattingen van de Enkhuizer bevolking.

Voor mij de kans om datgene naar voren te brengen wat ik eerder al heb geschreven in “Een A.W.A. Vospark”.

Als er in Enkhuizen een recreatiepark moet komen, laat het dan in hemelsnaam in de traditie van het Snouck van Loosenpark zijn en niet in de traditie van de Bloemenbuurt. Beide zijn sociale woningbouwprojecten.

Het SvL park dateert van 1897, terwijl de Bloemenbuurt dateert van kort na de 2e Wereldoorlog.

Het verschil tussen beide is, dat de Bloemenbuurt als oogmerk had zoveel mogelijk mensen te huisvesten, terwijl het SvL park als oogmerk had om gewone arbeiders zo geriefelijk mogelijk te huisvesten. Dat wil zeggen, in ruime huizen in een parkachtige omgeving.

Tegenover 50 huizen in het SvL park staan 200 huizen in de Bloemenbuurt. De ambitie van het recreatiepark zou niet moeten zijn, “zoveel mogelijk woningen” (want daar heeft de plaatselijke middenstand het meeste profijt van), maar liever een zo hoog mogelijke kwaliteit voor de bewoners van het park.

Tot uitdrukking gebracht door de kwaliteit van de huizen en de ruimtelijke indeling van het park.

Mijn suggestie werd onmiddellijk begrepen door de huisarchitect van Droomparken en  zijn enthousiasme werd alleen maar groter toen we samen een bezoek brachten aan het SvLpark.

Dus wie weet, heeft hij, als we over 14 dagen opnieuw bijeen zijn, al een schetsmatige opzet gereed.

Dat neemt niet weg, dat mijn idee financiële consequenties heeft, maar ik heb inmiddels het gevoel gekregen dat Droomparken, naast financiële overwegingen, ook rekening wil houden met immateriële overwegingen.

Daarnaast denk ik, dat mijn suggestie tegemoet komt aan de wensen die bij de provincie leven t.a.v. het aantal te realiseren woningen.

Verder bestaat er een direct verband tussen het aantal gebouwde woningen en de  verkeersintensiteit die daar het gevolg van is. Over dat onderwerp heb ik een zienswijze ingediend, waar het college zich met een Jantje van Leiden van af heeft proberen te maken.

Ik ga er van uit, dat het overleg met de provincie tot een gereduceerd aantal woningen zal leiden, zodat ik dat onderwerp verder kan laten rusten.

Tot slot dit. Het college heeft met haar plannen om te komen tot herinrichting van het recreatieoord (mijns inziens) een groot aantal beoordelingsfouten gemaakt. Ik heb daar op dit blog uitgebreid aandacht aan besteed, wat me niet in dank is afgenomen.

Die fouten hadden door de raad opgemerkt moeten worden, maar als gebruikelijk is dat niet gebeurd. Ook daar heb ik op dit blog uitgebreid over geschreven en ook dat is me niet in dank afgenomen.

Maar ook Droomparken heeft (volgens mij) een beoordelingsfout gemaakt. Door een plan te kopen, nog voordat het zeker was dat het kon worden uitgevoerd.

Daarom schreef ik, toen die aankoop bekend werd gemaakt, dat Droomparken door haar aankoop de trotse eigenaar was geworden van een dood paard.

Ook dat zal niet in dank zijn afgenomen, maar ik was er nu eenmaal van overtuigd, dat het plan dat de gemeente met Orez was overeengekomen, geen enkele kans van slagen had en nooit zou worden uitgevoerd. Mijn gelijk daarin staat inmiddels vast.

Een tweede beoordelingsfout van Droomparken was, om een Kort Geding bij de Raad van State aan te spannen met als oogmerk de provincie en gemeente te sommeren om met elkaar in gesprek te gaan.

Deze manier van optreden valt in de categorie “trekken aan een dood paard”.

Het probleem is niet, dat de beide overheden niet met elkaar in gesprek kunnen komen, tenzij Droomparken ze daartoe oproept.

Het werkelijke probleem is, dat de gemeente de provincie een bestemmingplan heeft aangeboden, dat niet voldoet aan de eisen die de provincie er aan meent te mogen stellen. En dat de provincie op dat gebied (en niet de gemeente) het laatste woord heeft.

Droomparken kan aansporen zoveel als ze wil, het overleg tussen gemeente en provincie zal nooit tot gevolg hebben, dat de provincie haar uitgangspunten zal verlaten om de gemeente gezichtsverlies te besparen of om Droomparken ter wille te zijn.

Gemeente en Droomparken zullen sowieso een nieuw plan met elkaar overeen moeten komen. Daarin zal het aantal te bouwen woningen aanzienlijk minder moeten zijn, wil het tegemoet komen aan de ruimtelijke wensen van de provincie.

Komen ze niet tot overeenstemming, dan is de chaos pas echt compleet. Ontbinding van de overeenkomst tussen Gemeente en Orez zal niet eenvoudig zijn.

In het licht van het bovenstaande denk ik, dat mijn suggestie, om nu je verlies te nemen en je bij de bouw van het recreatiepark te laten inspireren door de opvattingen van hen die het Snouck van Loosenpark tot stand gebracht hebben, zo gek nog niet is.

De ervaring leert echter, dat het degenen (die zich boven ons gesteld hebben) de grootst mogelijke moeite kost om te erkennen dat ze in het verleden fouten hebben gemaakt. Zodat het heel goed mogelijk is, dat de chaos, die men met zoveel toewijding tot stand heeft weten te brengen, nog even blijft voortduren.

Hoe dan ook, ik neem aan dat het participatieproces gewoon door gaat en ik kijk daarom nu al uit naar de  volgende fase. Omdat het overleg met de heer Bruil en het team dat hij om zich heen heeft verzameld me een waar genoegen is.

Wie op de hoogte wil blijven van de vorderingen van dat participatietraject doet er verstandig aan om dit blog te blijven volgen.

Dat kan via e-mail, via Facebook (zie daarvoor de rubrieken op het blog) maar ook via Twitter. Volg in dat geval “pimsep2”

 

Sjacheraars

In de grondwet is het volgend uitgangspunt vastgelegd. “De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.”

Deze (bij wet gestelde regels) zijn vastgelegd in de Wet Openbaarheid van Bestuur. Verder is het volgens mij zo geregeld, dat de vertegenwoordiger van de Kroon (de burgemeester) er op toeziet, dat de in dit land geldende wetten ook in zijn gemeente worden nageleefd.

Ten overvloede heb ik op 3 augustus een open brief gestuurd aan alle fractievoorzitters van de gemeenteraad in Enkhuizen. Ik begrijp ook dat de burgemeester een kopie krijgt van elke brief die aan het presidium wordt gestuurd.

In mijn brief beklaag ik mij over het feit dat B&W van Enkhuizen zich niet of nauwelijks bekommeren om een correcte uitvoering van de Wet Openbaarheid Bestuur. Zo werden de door mij gestelde vragen over de herinrichting van het REZ niet beantwoord.

Een voorbeeld daarvan zijn de vragen 7 en 8.

7. Documenten die aangeven welke verplichtingen de gemeente jegens Orez bv is aangegaan en tevens de gemeentelijke inschatting van de totale waarde van die verplichtingen.

8. Documenten die aangeven welke verplichtingen Orez bv jegens de gemeente is aangegaan en tevens de gemeentelijke inschatting van de totale waarde van die verplichtingen.

De gemeente weigert elke waarde bepaling van de wederzijdse verplichtingen openbaar te maken. Een tamelijk kinderlijke houding omdat sommige elementen (zoals de verkoopprijs van onroerend goed) wordt vastgelegd in het kadaster en daar door iedereen zijn te raadplegen.

En zodoende weet ik dus, dat alle voor camping en vakantiepark benodigde grond aan Orez is verkocht voor € 335.000.-. Inclusief een vergunning voor 200 standplaatsen op de camping 200 voor het vakantiepark. Als we de kavelwaarde op 50.000 per kavel stellen, dan is de uiteindelijke verkoopwaarde van de grond aan particulieren € 20 miljoen.

Van het verschil tussen aankoop- en verkoopprijs € 19.665.000,- moet dan een strand en andere civiel-technische werken worden uitgevoerd. Van de kosten van die werken zijn ongetwijfeld begrotingen beschikbaar, maar de gemeente weigert om die ter inzage te geven.

De begroting voor strandaanleg meer dan 10 jaar geleden was € 1.3 miljoen.

Samenvattend, op 3 augustus stuur ik het presidium (=alle fractievoorzitters) een open brief (waarvan een kopie in het postvak van de burgemeester belandt) waarin ik me beklaag over de uitvoering van WOB.

Niemand reageert. Vervolgens weigert men de verkoopprijs van onroerend goed bekend te maken. Een futiele opstelling waarmee men alleen maar verdenking op zich laat. Mijn eerdere inschatting (op basis van uitlatingen van een van de eigenaren van Orez BV) was in ieder geval minder dan een miljoen.

Dat blijkt veel te hoog te zijn geweest. De werkelijke verkoopprijs blijkt niet meer te zijn dan € 335.000,-.

Voor dat bedrag heb je overal elders net voldoende grond om een villa op te bouwen, maar in Enkhuizen heb je er voldoende grond mee om er een villawijk met 200 huizen op te bouwen. En dan hou je nog 60.000 m2 over om een camping in te richten.

Een prijs die ook bij de raadsleden bekend was, maar waarover men (op verzoek van het college, neem ik aan) geen mededelingen wilde doen.

Waar het college een loopje neemt met de Wet Openbaarheid Bestuur, knijpt de raad geruststellend een oogje toe. Wat ze hier weggeven, halen ze elders (d.m.v. belastingverhoging) wel weer op.

Kortom, we worden bestuurd door een zielig zooitje sjacheraars, die niet beter weten te doen dan elkaar de hand boven het hoofd te houden.

PS

Het betreft hier de verkoopprijs aan Orez. Voor hoeveel Orez is doorverkocht weten we nog niet met zekerheid, maar wellicht komt dat ook nog eens aan het licht.

Trekpoppen

Tijdens de laatste raadsvergadering van het jaar kwam het REZ weer even ter sprake. Door middel van een motie vreemd aan de orde van de dag.

De motie kunt u hier lezen. Ze draagt het college op het volgende te doen.

  1.  om met het oog op noodzakelijke goede bestuurlijke verhoudingen, alles in het werk te stellen om langs de weg van intensief diplomatiek overleg met gedeputeerde staten tot een oplossing te komen;
  2. om daarnaast voorbereidingen te treffen voor het inzetten van alle juridische instrumenten, waaronder bezwaar, beroep, en voorlopige voorziening, binnen de termijnen die de wet hieraan stelt en gaat over tot de orde van de dag.

Deze opdracht is door alle fracties (met uitzondering van het CDA) ondertekend.

Als reden voor de motie noemt de raad een aantal gebeurtenissen waarbij ze niet zelf aanwezig is geweest. Een daarvan is de bijeenkomst van 19 november waarin onze burgemeester meent op onjuiste wijze te zijn bejegend door de gedeputeerde van de provincie.

Over die bijeenkomst is een raadsbrief geschreven die u hier kunt lezen. In die brief  beweert B&W iets opmerkelijks. Namelijk, dat de gemeente was uitgenodigd door de gedeputeerde voor een bespreking, maar dat die geweigerd had om de delegatie uit Enkhuizen (onder leiding van burgemeester Eddy van Zuijlen) te woord te staan.

In de wandelgangen wordt beweerd, dat onze burgemeester zich in zijn waardigheid voelde aangetast. Wat geloofwaardig klinkt en voeding geeft aan de gedachte dat deze motie een overhaaste poging tot eerherstel van de burgemeester is.

Vanwege die opmerkelijke bewering van het college heb ik aan wederhoor gedaan en de gedeputeerde gevraagd of de raadsbrief een correcte weergaven bevatte van de gang van zaken. Die liet via zijn woordvoerder weten, zich niet te herkennen in hetgeen door B&W op schrift was gesteld’.

Er zijn dus twee versies van de werkelijkheid. De raad is er zo van overtuigd dat haar versie (binnenskamers ingefluisterd door het college) de juiste is, dat ze het college heeft opgedragen om haar gelijk (en dat van het college) desnoods voor de rechter uit te vechten.

Na zich 4 jaar lang niet met de uitvoering te hebben bemoeid, ziet de raad plotseling wel reden om zich er mee te bemoeien. En geeft ze (op basis van gekunstelde argumenten en kennis waar ze niet zelf over beschikt) opdracht om te gaan procederen.

Over de gekunstelde argumenten een andere keer, maar in plaats van de bewering van het college op juistheid te beoordelen neemt de raad ze klakkeloos over en toont zo voor de zoveelste keer aan wat haar taakopvatting is. Met uitzondering van het CDA lijkt de Enkhuizer raad te willen fungeren als trekpop voor het college.

Want als het college ook maar een seconde had gedacht, dat deze motie een bruikbare weg voorwaarts zou zijn, dan had ze de raad een voorstel gedaan.

Nu verstrekt de raad een opdracht. Het verschil is, dat als deze opdracht nergens toe zal leiden, hetgeen in de lijn der verwachting ligt, het college niets valt te verwijten. Men voert immers een opdracht van de raad uit.

Deze motie zal, zoals Van Galen terecht opmerkte, de verhouding met de provincie alleen maar doen verslechteren en de in het vooruitzicht gestelde procedures zullen alleen maar verdere vertraging opleveren en kosten met zich meebrengen.

 

De olifant in de kamer

De krant pakt lekker uit vandaag met de kop, dat het Enkhuizerzand (door het ingrijpen van de provincie) op losse schroeven staat.

Vervolgens schetst men de nog resterende mogelijkheden. Herinrichten overeenkomstig de wensen van de provincie, dan wel in beroep gaan tegen het besluit van de provincie.

Als gebruikelijk laat de krant de olifant in de kamer onbenoemd, waardoor het probleem nog lekker onoverzichtelijk blijft, terwijl er een voor de hand liggende oplossing is.

Namelijk, toegeven dat een vakantiedorp met 200 woningen iets te veel van het goede is en genoegen nemen met een aanzienlijk lagere hoeveelheid.

Bijvoorbeeld net zo veel als er in Broekerhaven staan, dus 80 kavels.

Probleem is dat men 200 kavels met Orez is overeengekomen en dat Droomparken haar aankoopprijs (van Orez) op basis van die hoeveelheid kavels zal hebben bepaald.

Ik heb de rekensom hier al eens uitgevoerd. Het oorspronkelijk plan telde 200 kavels met een uiteindelijke verkoopprijs van € 100.000,- per kavel. Het nieuwe (nog te maken plan) heeft maar 80 kavels met een geschatte opbrengst van 8 miljoen.

De kans is dus groot, dat Droomparken compensatie wil voor de 12 miljoen omzetverlies die het gevolg is van het toegeven aan de wens van de provincie (= minder bouwvolume).

Gaat dat de gemeente geld kosten? Op het eerste gezicht zou je denken van wel, maar ik denk dat het mee zal vallen.

Immers, de olifant in de kamer is, dat de deal die Struijlaart met Orez heeft gesloten zo ongelooflijk slecht voor de gemeente is (en zo ongelooflijk goed voor Droomparken) dat  Droomparken  zich wel twee keer zal bedenken voordat ze de hele “deal” afblaast.

Zelfs met een omzetverlies van zo’n 12 miljoen valt er voor Droomparken nog genoeg te verdienen aan een vakantiedorpje in Enkhuizen.

Alleen kunnen raad en college (die de deal met Orez tot dusver bejubeld hebben als de best mogelijke deal) nu niet plotseling erkennen, dat het in feite een volstrekt waardeloze deal was, die ze hebben gesloten/bejubeld.

En dat de huid, die de gemeente verkocht, zeker 12 miljoen meer waard was, dan ze er voor hadden bedongen.

Maar daar gaan ze, met een paar schijnbewegingen (en wat drogredenen) richting inwoners, wel uitkomen. De inwoners betalen namelijk liever wat meer belasting, dan zich ergens in te verdiepen.

Uiteindelijk zal blijken, dat dank zij de briljante onderhandelingen van de wethouder  aan de wensen van de provincie tegemoet kan worden gekomen, zonder dat dit (tegen ieders verwachting) de gemeente ook maar een cent extra zal hebben gekost.

Dat laatste zal waarschijnlijk ook niet waar zijn, maar zowel raad als college hebben er beide belang bij om dat te verbergen en dat gaat ze dus ook wel lukken.

Over de problemen met het ZZM, Heemschut en de IJsselmeervereniging een ander keer.

 

 

El Salvador

Raad, college en het bestuur van de campingvereniging lijken Andries Bruil (directie Droomparken) inmiddels als hun verlosser geaccepteerd te hebben. Vanwege de daadkracht die hij probeert uit te stralen.

Persoonlijk vind ik die daadkracht nogal meevallen. Veel geblaat, maar weinig wol. Zijn belofte, dat de nieuwe camping per 1 april 2020 van start gaat lijkt verdacht veel op de belofte van Rutte, dat iedere Nederlander € 1000,- tegemoet kon zien als hij premier zou worden.

Hoe dan ook, volgens het onderstaande bericht in de krant van zaterdag werpt hij zich nu ook al op als bemiddelaar voor het geschil tussen de gemeente en de provincie.

Bij zoveel hulpvaardigheid kan ik natuurlijk niet achterblijven. Ook ik ben best bereid te bemiddelen tussen gemeente en provincie. Ook al omdat de oplossing tamelijk voor de hand ligt. De, door de provincie gekoesterde opvattingen, serieus te nemen.

Het enige wat een oplossing in de weg staat is de erkenning van de gemeente, dat ze in haar onderhandelingen met Orez BV op ongelooflijke wijze geblunderd heeft en dat Droomparken (die Orez als stroman gebruikte) op het punt staat om daar de vruchten van te plukken.

Ik gun elke ondernemer zijn winstmarge, maar dit gaat, als gevolg de onbekwaamheid van de gemeentelijke onderhandelaars, alle perken te buiten.

Toen ik hoorde dat Droomparken de eigenaar was geworden van de overeenkomst die de gemeente had gesloten met Orez, schreef ik in mijn column van 21 mei 2019, dat ze daarmee de  trotse eigenaar was geworden van een dood paard.

Die voorspelling is, zoals de meeste van mijn voorspellingen, uitgekomen.

Droomparken en gemeente hebben inmiddels (noodgedwongen) het oorspronkelijke plan aangepast en daarmee bevestigd, dat het oorspronkelijke plan (zoals voorspeld) niet meer dan een dood paard was.

Verdere aanpassingen zijn noodzakelijk wil het gewijzigde plan uiteindelijk ook geen dood paard blijken te zijn.

Omdat de gemeentelijke onderhandelaars inmiddels hun onbekwaamheid ruimschoots hebben bewezen, is de tijd aangebroken voor een nieuwe, die het belang van Enkhuizen als uitgangspunt neemt en zich niet alleen bekommert om zijn  eigen status of die van de raadsleden, die hem in het zadel houden.

Enfin, als Andries Bruil zijn diensten (via de krant) aan de provincie aanbiedt, dan kan ik natuurlijk proberen het zelfde te doen. Als de krant daar aan wil meewerken ten minste.

19-11-23

Vragen stellen.

De meeste lezers van mijn blog zullen er wel rekening mee hebben gehouden, maar voor alle anderen, zoals het college, de gemeenteraad, Droomparken, de belangenvereniging van de campingbewoners en en de zeilschool (om er een paar te noemen) moet het toch als een verrassing komen dat provinciale staten van plan is de herontwikkeling van het Enkhuizerzand te blokkeren.

Door gebruik te maken van een reactieve aanwijzing waarover op 3 december besloten zal worden.

Zodat we een voorlopige tussenbalans kunnen opmaken.

  • Vanaf februari 2016 is het college met Tuin en consorten aan de gang gegaan met het maken van een plan voor de herinrichting van het Enkhuizerzand.
  • Nadat het college zich (november 2018) formeel verplicht had het plan te zullen uitvoeren, liet Droomparken (april 2019) weten inmiddels de eigenaar te zijn van dat plan.
  • Waarna (in samenspraak met Droomparken) het bestaande plan in de prullenbak werd gegooid en er samen met Droomparken een nieuw plan werd samengesteld, hetgeen door de voltallige raad met gejuich werd ontvangen.
  • In dat nieuwe plan is, volgens de provincie, onvoldoende rekening gehouden met de door de provincie ingediende bezwaren, met name op het gebied van de ruimtelijke kwaliteit.
  • Met als gevolg een “reactieve aanwijzing”, waarmee voorkomen kan worden dat er onderdelen van het bestemmingsplan in werken kunnen treden.

Daarmee zijn we terug in februari 2016 toen het toenmalige college (dat in het leven was geroepen door de SP en onder leiding stond van burgemeester Baas)  besloot om over te gaan tot onderhandse gunning aan de gelegenheidscombinatie Tuin en consorten.

Volgens mij zijn dat de enigen die van de hele operatie beter zijn geworden. Er van uit gaande, dat ze hun plan met dikke winst aan Droomparken hebben verkocht. Wat wederom de vraag oproept, wat de gemeente bezielde, om haar ziel en zaligheid te verkopen aan een gelegenheidscombinatie, die op geen enkele wijze voldeed aan de eisen, die men daar (vooraf) aan had gesteld.

Met andere woorden, welk gemeentelijk belang was er mee gediend, dat het college niet met een toekomstige eigenaar afspraken maakte, maar de voorkeur gaf aan een stroman, katvanger of hoe je zo’n tussenpersoon ook wilt noemen.

Het lijkt me een van de vele vragen die de raad zou moeten stellen, maar die zal het wel weer te druk hebben zichzelf van elke verantwoordelijkheid voor de gang van zaken vrij te pleiten.