Aanleg en onderhoud.

Maar liefst 44 negatieve beoordelingen voor mijn column van gisteren “Dooie mus”. Wat minder is dan het aantal negatieve beoordelingen van mijn column “Met een sisser aflopen”. Dat kreeg 52 negatieve beoordelingen.

Beide columns gingen over de uitspraak van de Raad van State over de bezwaren die waren ingediend door de IJsselmeervereniging en het Comité tot het behoud van het Enkhuizerzand.

Omdat geen van de beoordelaars (als gebruikelijk) een toelichting heeft gegeven voor de reden van hun negatieve beoordeling tast ik daarover in het duister.

Is men ontevreden over de uitspraak zelf, of over mijn uitleg van de uitspraak? Om ontevreden te kunnen zijn over mijn uitleg moet je, om te kunnen oordelen, kennis hebben genomen van de inhoud van de uitspraak.

Hoewel ik in veel gevallen de link naar het document in kwestie opneem in het bericht, wordt er zelden gebruik van gemaakt. In dit geval had ik zelfs de link naar de uitspraak niet opgenomen in het bericht.

Dat 50 mensen de website van de Raad van State hebben bezocht en de moeite hebben genomen om het vonnis te lezen, teneinde te kunnen beoordelen of mijn uitleg van de uitspraak juist was, kan ik me dan ook niet voorstellen.

Ik houd het er dus maar op, dat men teleurgesteld was over de inhoud van de uitspraak.

Die teleurstelling deel ik. Nadat de provincie nogal wat heisa had gemaakt in haar “aanwijzing” over het ontbreken van een verwijzing naar de PRV in het bestemmingsplan heb ik lange tijd gedacht, dat de provincie haar provinciaal ruimtelijke verordening (PRV) serieus nam.

Twijfel ontstond, toen de provincie zich geen partij stelde in de voor de Raad van State gevoerde procedure en men de bewerkstelliging van haar eis “een onbelemmerd uitzicht op het IJsselmeer” over liet aan de vereniging en het comité.

Ik begrijp nu, dat de provinciale eis, onbelemmerd uitzicht over het IJsselmeer, vorm heeft gekregen met behulp van voetpad langs de camping.

De kwaliteitszone waar de PRV over spreekt ligt dus niet aan de voet van de Omringdijk, maar 200 meter Oostwaarts en bestaat uit een openbaar voetpad op de grens van camping en IJsselmeer.

Ofwel de groene zone in de tekening hierboven.

Ik ben benieuwd wie het gaat aanleggen en onderhouden. Volgens mij is er geen rekening mee gehouden in de Anterieure Overeenkomst, zodat het zomaar zou kunnen dat de gemeente opdraait voor de kosten van aanleg en onderhoud.

Plandeel camping.

De waarde van het plandeel camping werd door Base Value geschat op circa 1000 euro per kavel. De campingkavels worden verhuurd aan passanten en seizoenkampeerders. De laatsten betalen voor jaarlijks gebruik van de kavel het dubbele van de aanschafwaarde. € 2000,-.

Veel lucratiever is het echter om de kavels te verkopen en er dan recreatiewoningen op te plaatsen. De kavelwaarde stijgt dan al snel van € 1000,- naar € 100.000,-.

De plaatsing van recreatiewoningen in het plandeel camping was niet voorzien in de Anterieure Overeenkomst (AO) die tussen gemeente en Orez bv werd gesloten, maar wel mogelijk volgens het bestemmingplan.

Plaatsing van recreatiewoningen in dat plandeel betreft echter wel degelijk een wijziging van hetgeen er was vastgelegd in de AO. De financiële gevolgen van de planwijziging hadden op zijn minst besproken moeten worden tussen gemeente en de nieuwe eigenaar van het plan, Droomparken.

Na een mondelinge gegeven bevestiging, dat dit was gebeurd, die schriftelijk weer werd herroepen, is door een WOB verzoek komen vast te staan, dat een dergelijk overleg niet heeft plaatsgevonden.

Als gevolg van die nalatigheid is de gemeente miljoenen aan inkomsten uit het plandeel camping misgelopen.

Direct verantwoordelijk voor die nalatigheid was wethouder Struijlaart, die uit eigen beweging is afgetreden, zonder dat de raad de moeite heeft genomen om zijn beleid te evalueren en analyseren.

Of deze miljoenen kostende nalatigheid nog te herstellen is, is onduidelijk. Wat inmiddels echter wel duidelijk is, is dat de overgrote meerderheid van de raad op nadrukkelijke wijze gefaald heeft in haar functie van toezichthouder.

De constatering dat de gemeente miljoenen aan inkomsten is misgelopen bij de verkoop van het recreatieoord is al meermalen gemaakt op dit blog, maar iedere keer weer op hooghartige wijze door de raad genegeerd. Daarmee heeft de raad zichzelf, voor wat betreft haar toezichthoudende functie, gediskwalificeerd.

De enig passende maatregel die haar daarom nog rest, is een onafhankelijke en bevoegd instantie te vragen een onderzoek in te stellen naar de manier waarop de overeenkomst tussen gemeente en Orez bv tot stand is gekomen en door de partijen is uitgevoerd.

In een gevaar verdiepen.

Gisteren schreef ik over de planwijzigingen voor het plandeel camping, waarbij er in tegenstelling tot was overeengekomen in de anterieure overeenkomst, er wel recreatiewoningen mochten worden geplaatst.

Naar ik aanneem, omdat de nieuwe eigenaar van de anterieure overeenkomst (Droomparken) daar op had aangedrongen.

Gevolg van die planwijziging is, dat beide campingdelen (de passantencamping en de seizoencamping) naar de uiteinden van het gebeid zijn verplaatst. Zo is de passantencamping gesitueerd in het gebied dat voorheen ingedeeld was als een openbaar parkeer terrein voor de bezoekers van het strand.

Die oorspronkelijke publieke parkeerfaciliteit is inmiddels gehalveerd.

Wat de seizoencamping betreft, die heeft moeten uitwijken naar een gebied dat in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) omschreven staat als zijnde een “kwaliteitszone”, die openbaar toegankelijk moet zijn en waarin geen bouwsels (stacaravans) mogen worden geplaatst.

De door de gemeente verleende ontheffing op dat verbod, is derhalve in strijd met het bepaalde in de PRV, die (naar ik heb begrepen) echter nog geen deel uitmaakt van het definitieve bestemmingsplan.

Zou dat wel het geval worden (er ligt een verzoek bij de Raad van State) dan ontstaat er een bijzonder onzekere situatie voor de bewoners van de seizoencamping.

De meesten hebben inmiddels al weer voor duizenden euro’s geïnvesteerd in hun nieuwe standplaats. Uitwijken naar een nieuwe locatie is niet mogelijk, omdat die inmiddels is ingenomen door de bungalows van Droomparken.

Voor de goede orde, ik ben niet degene die deze situatie heeft gecreëerd. Ze is ontstaan als gevolg van een hulpvaardige gemeente (die bereid was om een ontheffing te verlenen), zodat haar partner (Droomparken) in staat zou zijn, om de door haar te behalen winst te maximaliseren.

Ik heb niets tegen een hulpvaardige gemeente en evenmin iets tegen het maximaliseren van winst Maar ik vind wel, dat gewone, nietsvermoedende burgers, daar niet het slachtoffer van zouden moeten worden.

Dat gevaar dreigt, het zou onze volksvertegenwoordigers sieren, als ze zich in dat gevaar zouden verdiepen.

Goedkeuring planwijziging.

Wethouder Heuting las afgelopen dinsdag haar antwoorden op de vragen van Enkhuizen Vooruit in een razend tempo voor. Het zou handig zijn als er een kopie (van de tekst die ze voorlas) beschikbaar zou komen.

Zodat haar antwoorden vergeleken kunnen worden met de gestelde vragen .

Bij terugluisteren hoor ik haar, als antwoord op de vragen 8, “ja” zeggen. Die vraag luidde,

  • is de verkoopwaarde van dit aanzienlijke aantal chalets (en daarmee een verhoging van de winst uit dit deelgebied) meegenomen in de waardebepaling van de verkoopprijs van de gronden op het REZ

De waardebepaling van de gronden (€ 335.000,-) vloeit voor uit de door Orez bv voorgelegde exploitatieopzet, die op marktconformiteit is beoordeeld door de firma Base Value.

De taxateur concludeert, dat de door Orez bv uitgebrachte bieding marktconform is, onder voorwaarde, dat de definitieve planuitvoering plaatsvindt conform de in het rapport gehanteerde uitgangspunten. (raadsbrief 31 oktober 2017)

Met andere woorden, elke wijziging van de voorgestelde planuitvoering, doet de marktconformiteit van de bieding teniet.

Voor de vastgelegde planuitvoering geldt, dat op het plandeel camping geen recreatiewoningen zullen worden gerealiseerd.

(Artikel 1.1 Definities van de Anterieure Overeenkomst)

In weerwil van het gestelde in Artikel 1.1 zijn er in het plandeel camping wel degelijk recreatiewoningen gerealiseerd, met een geschatte verkoopwaarde van 20 miljoen, op basis waarvan een winst van minstens 4 miljoen aannemelijk is, gelet op de grondprijs voor het gebied van 1 euro per m2.

Hoewel de bouw van recreatiewoningen in dat plandeel niet was toegestaan, beweert de wethouder nu, dat de winst over deze niet toegestane bebouwing, meegenomen is in de waardebepaling van de grond.

Ik vrees dat de wethouder op dat punt een onwaarheid spreekt.

De grondwaarde, die partijen op 20 november 2018 overeen kwamen, was gebaseerd op de exploitatieopzet van Orez, waarin geen rekening was gehouden met de plaatsing en verkoop van recreatiewoningen.

Volgens mij heeft Orez, onder druk van haar nieuwe eigenaar Droomparken, besloten om hetgeen ze was overeengekomen te negeren. Met als gevolg een geheel nieuwe planuitvoering die marktconformiteit van het plandeel teniet heeft gedaan.

De vraag is nu, heeft de gemeente er in toegestemd, dat de uitvoering van de plannen (op aandringen van de nieuwe eigenaar van Orez bv) is aangepast, of heeft Orez (annex Droomparken) zich die bewegingsvrijheid zelf toegekend.

Gegeven het feit, dat de wethouder beweert dat de opbrengsten als gevolg van de planwijziging in de grondopbrengst is verwerkt, moet worden aangenomen dat er tussen gemeente en Orez bv overleg is gevoerd over deze planwijziging.

Voor mij aanleiding tot het doen van een WOB verzoek, met als doel inzage te krijgen in de documenten, die van invloed zijn geweest op het toestaan van de planwijziging en op welke wijze de financiële gevolgen daarvan zijn verwerkt in de waardebepaling van de grond.

Aan de regels houden.

In mijn laatste column vroeg ik me af wie van de twee statenleden [Van Wijnen (GL) of Hoogervorst (SP)] het zouden aandurven om gedeputeerde Loggen er op te wijzen, dat hij bij de beantwoording van vragen een groteske onwaarheid had verkondigd.

Ik noem het een onwaarheid, omdat ik aanneem dat hij de vraag niet zelf heeft beantwoord maar heeft overgelaten aan zijn ambtenaar. Uiteraard weet die wél, dat zijn antwoord berust op een onwaarheid. Zodat je kunt spreken van een ambtelijke leugen, waarvoor de gedeputeerde dan weer verantwoordelijk is.

Mevrouw van Wijnen heeft laten weten dat ze vandaag overleg heeft met mensen die wat beter in de materie zitten, waarna ze haar standpunt zal bepalen.

Volgens mij maakt GL deel uit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en dan is het niet de bedoeling, dat je elkaar het vuur na aan de schenen legt.

Voor Hoogervorst geldt dat niet, de SP maakt geen deel uit van gedeputeerde staten, maar die zit weer met een heel ander probleem. Zijn partner is de fractievoorzitter van de SP in Enkhuizen en die wil geen kwaad woord horen over de manier waarop het gebied wordt ingericht.

Mijn verwachting is dan ook, dat beide politici doen wat ze altijd doen als er geen eenvoudige oplossing voorhanden is. Ze zullen, net zoals gedeputeerde Loggen deed, domweg het bestaan van een probleem ontkennen.

Is daarmee de kou van de lucht voor wat betreft de kwaliteitszone. Nog niet helemaal. Het hangt er van af, wat de IJsselmeerverenigingen en het Comité tot behoud van het Recreatieoord doen.

Ze hebben (bij de bestuursrechter) bezwaar aangetekend tegen het besluit van het college een bouwvergunning te verlenen voor de kwaliteitszone.

Tot voor kort beriep de gemeente zich er op dat er niets in het Bestemmingplan stond, dat het verlenen van een bouwvergunning in de weg stond, maar dat kan sinds de laatste wijzing van het Bestemmingsplan niet meer.

Nu staat er wel in, wat in de voorgaande versie van het Bestemmingsplan was “vergeten”. Namelijk, dat er in de kwaliteitszone (aan de voet van de Omringdijk) geen bebouwing is toegestaan.

Terwijl politici, wanneer hun dat beter uitkomt, kunnen doen of de regels die ze hebben vastgesteld er eigenlijk niet toe doen, ligt dat voor de rechters toch wat moeilijker. Van hen wordt namelijk verwacht, dat ze er op toezien, dat de bestaande regels worden toegepast.

Daarom zijn we niet alleen een democratie waarin een meerderheid van politici bepaalt wat er moet gebeuren, maar een democratische rechtstaat, waarin een rechter kan bepalen, dat ook politici zich aan de regels moeten houden.

De weg vrij.

Op 24 juni van dit jaar schreef ik SP statenlid Wim Hoogervorst een mail over de vergunning, die de gemeente had verleend om bebouwing de kwaliteitszone aan de voet van de Westfriese Omringdijk toe te staan.

Door die vergunning te verlenen negeerde de gemeente een provinciaal belang. Mijn vraag aan de gedeputeerde was, gaat u dit belang nog verdedigen, of laat de provincie het aan particuliere instanties (of personen) om de belangen van de provincie (als vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening) veilig te stellen.

Op die vraag aan de gedeputeerde kwam een nietszeggend antwoord. Vandaar mijn vraag aan Hoogervorst, “Wellicht bent U in staat hem een antwoord te ontlokken op de vraag waarom de provincie, als het gaat om het verdedigen van haar belangen, ze die verdediging niet zelf ter hand neemt, maar overlaat aan particuliere personen en instanties.”

Anders dan “Ik zal eens kijken welke weg ik zal bewandelen om aan uw verzoek te kunnen voldoen.” heb ik niets meer van de heer Hoogervorst vernomen.

Ondertussen heeft zich een tweede statenlid over het REZ gebogen. Mevrouw Tessa van Wijnen van GL. Ze stelt 6 vragen. De enige relevante vraag is nr. 3.

In het plan is de camping verplaatst naar het noordelijke deel van het Enkhuizerzand, waarbij op de gehele camping bebouwing is toegestaan (chalets en stacaravans). Die bebouwing is mogelijk tot dicht bij de Westfriese Omringdijk.
Hebt u vanwege die bebouwing tot aan de dijk overwogen om voor dit deel van het plan een reactieve aanwijzing te geven op grond van artikel 15 PRV?
Zo nee, waarom niet.
Zo ja, waarom hebt u die reactieve aanwijzing voor dit plandeel niet gegeven?
Antwoord.
Nee.
Voor dit deel van het plan is een zienswijze niet overwogen, omdat de verplaatsing van de camping geen afbreuk doet aan het gestelde in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie met betrekking tot de Westfriese Omringdijk. Dit plandeel voldoet daarmee aan artikel 15 van de PRV
.

Anders dan Hoogervorst is Van Wijnen er dus wel in geslaagd om een antwoord te ontlokken aan de gedeputeerde. Het antwoord is, dat de camping geen afbreuk doet aan de kwaliteitszone, die de provincie voor ogen staat.

Een 200 meter breed gebied, vrij toegankelijk en zonder bebouwing of hoge begroeiing. Een beetje zoals de oorspronkelijke situatie.

Toen het gebied nog deel uitmaakte van een provinciaal monument, hetgeen bij nadere beschouwing (door wie eigenlijk) een vergissing bleek te zijn.

Een plaatje zegt meer dan duizend woorden. Het moet iedereen duidelijk zijn, dat nieuwe inrichting van het gebied allesbehalve een kwaliteitszone is en dat de gedeputeerde in zijn antwoord een groteske onwaarheid spreekt.

Ik ben benieuwd of Van Wijnen (of anders Hoogervorst die ter plekke bekend is) hem daarop durven te wijzen. Indien niet, dan neem ik aan, dat de weg vrij is voor toekomstige ontwikkelaars om het buitendijkse land tot aan de vuurtoren vol te proppen met caravans.

Nog eens “de kwaliteitszone”.

Zo zag de kwaliteitszone er uit voor dat ze werd vol gezet met caravans.

Het oorspronkelijke plan van de gemeente kwam neer op een verhuizing van beide campings (seizoen en passanten) naar het noorden van het gebied, om zodoende ruimte te maken voor een vakantiepark in het zuiden.

Die verhuizing is inmiddels achter de rug.

De seizoencamping is gesitueerd op een plek waar volgens het bestemmingplan geen bebouwing is toegestaan. Het laatste (herstelde) bestemmingplan wel te verstaan. Het eerdere bestemmingsplan bevatte geen verwijzing naar een “kwaliteitszone”.

De huidige indeling was noodzakelijk, omdat Droomparken naast de verhuizing van de beide campings ook een deel van het gebied wilde inrichten als een mini-Droompark, met 65 te bouwen, te verkopen en te verhuren chalets van eigen makelij.

De vraag is natuurlijk, maakte deze uitvoering deel uit van de oorspronkelijke opzet, zoals die met Orez was overeengekomen en was vastgelegd in de exploitatieopzet.

Of zien we hier wat creativiteit van de markt allemaal vermag.

Anders gezegd, was in de oorspronkelijke exploitatieopzet rekening gehouden met de aanleg en exploitatie van een (mini) park of was het gebied ingedeeld als een camping en zou het ook als zodanig geëxploiteerd worden.

In het laatste geval had er zowel een camping, als een kwaliteitszone kunnen worden gerealiseerd. De extra realisatie van een mini Droompark is weliswaar uiterst lucratief voor de huidige eigenaar, maar mag geen argument zijn om de kwaliteitszone dan maar op te geven.

Het antwoord op de vraag, (maakte het mini Droompark deel uit van de exploitatieopzet, zoals die door Orez aan de gemeente werd voorgelegd) ligt besloten in de exploitatieopzet, die de gemeente weigert ter inzage te geven.

Maar mogelijk brengt de procedure, over het herstel van de kwaliteitszone, die gevoerd wordt door de IJsselmeervereniging en het Comité tot behoud van het recreatieoord, uitkomst.

Wellicht kan in die procedure de rechter gevraagd worden om de gemeente op te dragen het betreffende document ter inzage te geven.

Mocht de oorspronkelijke exploitatieopzet geen mini-park bevatten, dan zal het voor de rechter ook eenvoudiger zijn, om de eis van Vereniging en Comité toe te wijzen. In ieder geval kan betoogd worden dat de latere toevoeging van een mini park ten koste is gegaan van de “kwaliteitszone”.

Er van uitgaande dat het mini-park niet voorkomt in de exploitatieopzet zou het voor de raad natuurlijk van belang zijn te weten wie er akkoord is gegaan met deze uitbreiding. Welke financiële compensatie voor de gemeente daar tegenover heeft gestaan en waarom het algemeen belang er mee was gediend dat de kwaliteitszone werd opgeofferd.

Maar de raad kennende willen ze alleen maar verhinderen, dat de waarheid aan het licht komt.

Kwaliteitszone.

De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) bevat een begrip waar ik nooit eerder van had gehoord.

“De kwaliteitszone”. Een maximaal 200 meter brede zone vanaf de voet van de Westfriese Omringdijk, die toegankelijk moest blijven en vrij van bebouwing.

Dat ik niet van het bestaan van de zone afwist, wil natuurlijk niet zeggen, dat de Enkhuizer ambtenaren of de adviseur van Droomparken (RHO) niet van het bestaan af winsten.

RHO was niet alleen adviseur van Droomparken, ze was ook belast met het maken van een bestemmingsplan door de gemeente. In het door RHO gemaakte plan ontbrak, tot grote ergernis van de provincie, een verwijzing naar de PRV.

Een tekortkoming, die uiteindelijk ten koste van € 65.000,- ongedaan werd gemaakt.

Het ontbreken van een verwijzing naar de PRV gold voor de gemeente enige tijd als excuus om Droomparken een ontheffing te kunnen verlenen (op het verbod om te bouwen) in de kwaliteitszone.

Eind maart 2020 waren alle caravans van de oude camping naar de nieuwe verhuisd.

Begin april, dus nadat de caravans waren geplaatst, vroeg Droomparken om ontheffing op het verbod tot plaatsing. Die ontheffing werd verleend en tegen het verlenen van die ontheffing werd door de IJsselmeervereniging en het Comité tot behoud van het recreatieoord, bezwaar aangetekend.

Het bezwaar van Vereniging en Comité werd door het college niet ontvankelijk verklaard en tegen die afwijzing door het college hebben Vereniging en Comité bezwaar aangetekend bij de bestuursrechter in Haarlem.

Over hoe dit afloopt een andere keer, maar nu even aandacht voor de werkwijze van de gemeente en RHO. Beide moeten ze geweten hebben, dat de verplaatsing van de camping naar een gebied, dat volgens de PRV vrij van bebouwing moet blijven, een gevaar met zich mee zou brengen. Het gevaar dat de verhuizing naar die plek ongedaan moet worden gemaakt.

Ik acht een dergelijke handelswijze moreel verwerpelijk, te meer daar er meer dan voldoen ruimte was om de camping naar een veilige plek te verhuizen.

Maar met moraliteit houden college en raad zich niet bezig. Het gaan hun er alleen maar om zoveel mogelijk geld verdienen. Niets eens voor Enkhuizen, maar voor de ontwikkelaar, die op plek waar de camping had kunnen komen liever zijn eigen bungalowpark creëert.

Morgen meer over dit onderwerp.

Recapitulatie

Half januari begon Droomparken (zonder over een omgevingsvergunning te beschikken) met het aanleggen van een camping. Ik waarschuwde op mijn blog, dat dit gebeurde in het gebied, dat door de provincie tot kwaliteitszone was verklaard, waarbinnen er geen bouwsels (zoals stacaravans) mochten worden geplaatst.

Er werd me verteld, dat het bestemmingsplan niets bevatte dat plaatsing zou kunnen verhinderen. Eind maart werden alle stacaravans naar de nieuwe locatie verhuisd en vroeg Droomparken de gemeente om een vergunning, die plaatsing van stacaravans op de nieuwe locatie (in de kwaliteitszone) mogelijk moest maken.

Uiteraard werd die vergunning verstrekt.

Tegen dat besluit (het verstrekken van een vergunning) tekenen de Vereniging en het Comité bezwaar aan. Immers, het besluit stond toe wat in de provinciale richtlijnen als onwenselijk was omschreven.

In september besluit de gemeenteraad (op advies van het college) om de PRV (Provinciaal Ruimtelijke Verordening) in het nieuwe bestemmingsplan op te nemen. Met als gevolg, dat de eerder verleende vergunning voor het plaatsen van stacaravans in de “kwaliteitszone” nu wel in strijd was met het bestemmingplan.

Zoals ik eerder al meldde in Pyrrusoverwinning.

Ook in september verklaart de gemeente de bezwaren van Vereniging en het Comité niet ontvankelijk. Tegen die beslissing zijn (anders dan ik eerder heb geschreven) Vereniging en Comité in beroep gegaan bij de bestuursrechter in Haarlem.

Dat beloofd een interessant juridisch gevecht te worden. Immers, de gemeente heeft haar oorspronkelijke positie (het BP staat het verlenen van de vergunning niet in de weg) ondergraven door het BP wijzigen. Waardoor het verlenen van een vergunning (voor het plaatsen van caravans in de kwaliteitszone) nu wel in strijd is met het bestemmingsplan.

Dat feit kan moeilijk ontkent worden, maar welke gevolgen de rechter daar aan zal verbinden is nog even onduidelijk.

Foutenfestival.

Vandaag in het NHD een hele pagina over de camping op het REZ waarbij zowel het bestuur van de vereniging van campingbewoners als de voorzitter van het comité tot behoud van het recreatieoord aan het woord worden gelaten.

De campingbewoners zijn tevreden met hun nieuwe stek en willen rust in de tent. De voorzitter van het comité, dat samen met de IJsselmeervereniging bezwaar heeft gemaakt tegen het bestemmingsplan, durft niet uit te sluiten, dat het deel van de camping, waar de stacaravans (afkomstig van de oude camping) gestald zijn, verplaatst zou moeten worden.

Het probleem waar ik al sinds januari voor gewaarschuwd heb is, dat door de gemeente, de provinciale voorschriften inzake het in stand houden van een kwaliteitszone aan de voet van de West-Friese Omringdijk, genegeerd zijn.

In die kwaliteitszone, die 200 breed is vanaf de voet van de Omringdijk, mag niet gebouwd worden en moet voor iedereen toegankelijk blijven .

Het deel van de camping met stacaravans valt binnen die twee honderd meter. Niettemin heeft de gemeente (nadat ze waren geplaatst) een vergunning verstrekt om ze te mogen plaatsen.

De IJsselmeervereniging en het comité hebben bezwaar aangetekend tegen het verlenen van de vergunning. Dat bezwaar is niet ontvankelijk verklaard door de gemeente.

Tegen die beslissing kun je bezwaar aantekenen bij de bestuursrechter. Maar vanaf dat punt wordt het onduidelijk.

Volgens de krant hebben IJsselmeervereniging en het comité het daarbij gelaten en geen bezwaar aangetekend. Men concentreert zich nu alleen nog op de procedure bij de RvS.

Dat het bezwaar tegen het verlenen van een vergunning is opgegeven verbaast me, omdat het aanvankelijke verweer van de gemeente was, dat de provinciale richtlijnen geen onderdeel vormden van het bestemmingsplan. Met andere woorden het verlenen van de vergunning was niet in strijd met het BP.

Echter sinds de laatste wijziging van het BP, maken de provinciale richtlijnen wel deel uit van het BP en kan dus gesteld worden dat de verleende vergunning in strijd met het bestemmingsplan is verleend.

Morgen meer over dit foutenfestival.