Slaapverwekkend.

Een ander ambtelijk jeukwoord is “oppakken”.

Van Reijswoud gebruikt het ook in het interview met het NHD en zegt over het raadsbrede akkoord het volgende. “Ik denk dat het grootste deel van wat we voor ogen hadden is opgepakt, al heeft dat niet altijd tot uitvoering geleid.”

Dus als ambtenaren dingen oppakken, dan wil dit slechts zeggen, dat er kennis is genomen van iets, maar dat men dat iets (in veel gevallen) weer zorgvuldig in de onderste lade heeft gedeponeerd.

Een werkwijze die velen van ons bekend voorkomt, maar waarvoor we, dank zij Rob, nu ook het juiste woord weten. De kwestie is door het college opgepakt.

Verder verafschuwd Rob het ontstaan van twee kampen, terwijl het toch een wezenskenmerk van de politieke besluitvorming is. Je stemt ergens voor of je stemt ergens tegen. Meer smaken zijn er niet.

“Geen mening” is, zodra het op stemmen aankomt, geen optie. Wie dat niet aankan moet geen politieke functie ambiëren, maar kan natuurlijk altijd wel ambtenaar worden.

Door de eeuwen heen was het de taak van de oppositie, om het werk van het (door de coalitie gesteunde) bestuur te controleren. Ik weet het, ondankbaar, maar tegelijkertijd uiterst waardevol werk. Het totaal gebrek aan oppositie gedurende de afgelopen drie jaar heeft ons miljoenen aan inkomsten gekost.

In Engeland heet de oppositie “Her Majesty’s Loyal Opposition” waarmee wordt aangeven, dat ook het staatshoofd zich er (in de loop der tijden) bij neer heeft gelegd, dat de verplichting (om het altijd eens te zijn met zijn regering) niet langer houdbaar was.

Maar om een of andere reden denkt ambtenaar Van Reijswoud (en kennelijk met hem de raad van Enkhuizen), dat je de oppositie beter kunt afschaffen en dat de dingen dan soepeler zullen verlopen. Soepeler misschien wel, beter niet, ik heb daar tot op heden geen enkel bewijs voor gezien.

Wat ik wel zie, is een voortdurende overdracht van bevoegdheden van de democratische krachten in de gemeente (de gemeenteraad) naar de meer bureaucratische (en zogenaamd deskundige) krachten in de gemeente. [college en ambtelijke organisatie].

Wat, naar mijn mening, een voortdurende ondermijning van de democratische bestuurscultuur en besluitvorming tot gevolg zal hebben.

Ik heb dat gezien bij de aanbesteding van het REZ, maar recentelijk ook in het bepalen van de bevoegdheid tot het geheim verklaren van documenten of de verkoop van grond.

In beide gevallen handelt het college alsof het om een absolute bevoegdheid gaat, terwijl het in feite een gelimiteerde bevoegdheid is. Waarvan het gebruik (door het college) ter beoordeling aan de raad moet worden voorgelegd.

Voor Van Reijswoud is “politiek” de grootste spelbreker, die al het nuttige werk dat hij (en zijn mede bureaucraten) doen, onmogelijk maken en dwarsbomen. Zijn raadsbrede akkoord heeft dezelfde werking als valium en is bedoeld als kalmeringsmiddel daar waar politieke activiteiten dreigen.

Het vermindert de spanning, het vermindert de angst, heeft een kalmerend effect en is slaapverwekkend. Waarschijnlijk allemaal kwaliteiten, die door raadsleden als positief worden ervaren. Maar politiek gaat uiteindelijk dikwijls over de vraag “wie krijgt er wat, wanneer en hoe”.

Het lijkt me, dat die vragen niet beantwoord moeten worden door mensen die verslaafd zijn aan slaapverwekkende middelen, maar door mensen die volledig bij de les zijn.

Van Reijswoud heeft ons (met behulp van zijn kranteninterview) laten weten, dat hij zijn aanbeveling (gebruik te maken van slaapverwekkende middelen) niet betreurt. Ik kan, op mijn beurt, niet wachten tot de raad het besluit neemt om er mee te stoppen.

Stap in de goede richting.

Gisteravond nam raadslid Rob van Reijswoud (fractievoorzitter VVD en van beroep topambtenaar) afscheid. Wethouder Luijckx noemde hem (terecht) de geestelijk vader van het raadsbrede akkoord en prees hem om die reden.

Ik zag en zie het raadsbrede akkoord, dat er zorg voor droeg dat de oppositie werd afgeschaft, eerder als een wanproduct waarvoor ik hem niet wil prijzen, maar wel verantwoordelijk voor houden.

Ik heb “politiek” op dit blog wel eens omschreven als een worsteling tussen de democratische en bureaucratische krachten binnen de gemeente.

Onder ideale omstandigheden houden ze elkaar in evenwicht, maar dank zij het raadsbrede akkoord zijn de verhoudingen verstoort geraakt en hebben de bureaucratische krachten (vertegenwoordigd door B&W en haar ambtenaren) de macht over genomen van de democratische krachten (vertegenwoordigd door de raad).

De functie van de raad werd daarmee teruggebracht tot een verlengstuk van de ambtelijke organisatie met als enige taak, dingen goedkeuren die haar door de organisatie werden voorgelegd.

Daarover vragen stellen was toegestaan, verdere bemoeienis werd niet op prijs gesteld. Mijn indruk was, dat Van Reijswoud de raad zag als een kind met een verstandelijke beperking, dat door zijn begripvolle ouders (ofwel de ambtelijke organisatie) met zachte dwang tot het nemen van de juiste beslissing moest worden gebracht.

Voor mijn blog, een poging om na het verdwijnen van de oppositie binnen de raad, oppositie buiten de raad vorm te geven heeft hij nooit een goed woord over gehad. Volkomen nutteloos in zijn ogen.

De perfecte metafoor voor deze gang van zaken is de afwikkeling van het REZ. Van meet af aan stelde het college zich op het standpunt, dat de uitvoering van het proces volledig in handen van haar diende te blijven en dat de rol van de raad zich zou dienen te beperken, tot het goedkeuren van het bestemmingsplan.

Kortom een overdracht van bevoegdheden van de democratische krachten naar de bureaucratische krachten en zie wat het heeft opgeleverd. Het hele gebied is vrijwel om niet overgedragen aan een commerciële partij, die het zal inrichten en (met forse winst) doorverkopen aan particulieren.

Om die verkoop te vergemakkelijken zal hij het gebied zo aantrekkelijk mogelijk maken (o.a. door het aanleggen van een strand) waarvan wij, inwoners van Enkhuizen, ook gebruik van mogen maken, omdat we de aanleg ervan indirect bekostigen.

Na 10 jaar worden de delen van het gebied die onderhoud vergen weer aan ons overgedragen en gaan we ze weer onderhouden. Logisch want als de gemeente ergens sterk in is, dan is wel in het onderhouden van de voorzieningen. Zoals het zwembad aldaar, dat we ook onderhouden.

Ik vind het wel een passend afscheidscadeau aan van Reijswoud, dat een deel van de raad zijn democratische plichten in ere herstelt en gaat proberen uit te vinden, wat onze bureaucratische krachten met de aan hen overgedragen bevoegdheden hebben gedaan.

Door de door bureaucraten geheim verklaarde documenten in te gaan zien.

Wat mij betreft, een eerste stap in de goede richting.

Herstel van democratische verhoudingen?

Geheel volgens de Enkhuizer traditie hebben de SP en de drie lokale partijen over het verkeerde onderwerp en met de verkeerde argumenten een breuk geforceerd.

Maar dat wil niet zeggen dat die breuk niet gerechtvaardigd was. De betrokken partijen hebben zich (door middel van het raadsbrede akkoord) 3 jaar lang de rol van medebestuurder laten opdringen.

Onder gelijktijdige verwaarlozing van hun rol als volksvertegenwoordiger en toezichthouder. Wat mij betreft een uitermate dom besluit. Medebestuurder zijn, is een rol die traditionele partijen op het lijf geschreven staat. Maar die nauwelijks past bij de SP en de lokale partijen.

Hun kracht zou moeten bestaan uit het toezicht houden op het bestuur en het naar voren brengen van zaken die onder de bevolking leven. Doordat men zo graag medebestuurdertje wilden spelen, zijn die kwaliteiten in de afgelopen 3 jaar nauwelijks aan bod gekomen.

Het is natuurlijk volstrekt irrelevant of de PvdA gechoqueerd is of de CU/SGP witheet, zoals de krant weet te melden. Waar het om gaat is, of dank zij deze breuk de normale democratische verhoudingen, die tijdens de afgelopen 3 jaar ondergeschikt waren gemaakt aan bureaucratische verhoudingen, weer in ere worden hersteld.

Ik ben daar nog niet zo zeker van, maar als dat het uiteindelijk gevolg is van de veroorzaakte “breuk”, dan gloort er nog enige hoop.

Het absolute dieptepunt in de democratische verhoudingen binnen de raad van Enkhuizen werd (wat mij betreft) afgelopen week bereikt toen de raad me, bij monde van haar griffier, liet weten, dat men mij het spreekrecht had ontnomen, omdat ik mijn bezwaren (volgens hen) aan de rechter kon voorleggen.

Een pertinente onjuistheid, maar natuurlijk wel het product van de door B&W geprezen “samenwerking” tussen het bestuur en haar toezichthouders (die eigenlijk geen toezichthouder willen zijn, maar liever medebestuurders).

Van “Had je me maar” naar Paljas.

Als geboren Amsterdammer kende ik de Rapaille (gepeupel) Partij alleen maar uit de overlevering. Ook al, omdat het liedje van haar lijsttrekker Hadjememaar, bij mij thuis nog met enige regelmaat werd gezongen.

Mijn eigen generatie had meer op met de Kabouterbeweging die tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 1970 met 5 zetels in de raad werd gekozen. Onvrede over de gang van zaken, had toen nog een ludieke ondertoon.

Mijn eigen onvrede betrof het feit, dat van de 3 verschillende functies van het raadslidmaatschap er maar één serieus werd genomen. Namelijk, de functie van medewetgever.

De overige twee functies, volksvertegenwoordiger en toezichthouder werden in zijn algemeenheid verwaarloosd. Wat me deed concluderen, dat plichtsverzuim van de gemeenteraad, plichtsverzuim van het college tot gevolg zou hebben.

Vandaar het idee, dat elke gemeenteraad maximaal 2 raadsleden zou moeten hebben die zich NIET zouden bezig houden met het onderling verdelen van de macht, maar die het controleren ervan op zich zouden nemen.

Terwijl de functie van “volksvertegenwoordiger” met behulp van een blog vorm zou worden gegeven. Geen slecht idee vond ik destijds, al moest er nog wel een naam worden bedacht voor deze “beweging”.

De inspiratie daarvoor lag bij de middeleeuwse hofhouding en het voortdurende gekonkel om machtsposities. De enige die daar een uitzondering op vormde was de hofnar.

Als gevolg van het niet meedoen aan de strijd om de macht, hoefde hij van zijn hart ook geen moordkuil te maken en mocht hij de dingen gewoon bij de naam noemen. Iets wat door de gewone hovelingen zelden op prijs werd gesteld.

De hofnar, of Paljas, diende dus het symbool te worden voor een beweging, die toezicht op de macht (in plaats van het verwerven van macht) op de voorgrond wilde plaatsen.

Misschien dat het idee in mijn geboortestad (Amsterdam) nog kans van slagen zou hebben gehad, maar in mijn woonplaats (Enkhuizen) is het kansloos gebleken. Vrijwel niemand zag het nut in van een doelgerichter toezicht op het doen en laten van de lokale overheid.

In feodale tijden was het aanstellen van een Paljas het privilege van de koning, maar in democratische tijden dient het volk zijn verantwoording te nemen om (door middel van verkiezingen) Paljassen aan te wijzen.

Maar voor het zover is, zal het volk opnieuw moeten leren zich te organiseren en te bepalen aan welke kant ze willen staan. Aan de kant van de uitvoerende macht (de bureaucratie) of aan de kant van de toezichthoudende macht (de democratie).

Incompetent weten.

De Engelse voetballer, maar nu tv commentator, Gary Lineker heeft ooit gezegd, “Voetballen is een simpel spel, van 22 mannen die 90 minuten achter een bal aanrennen en door Duitsers wordt gewonnen.

Op een zelfde manier kun je de politiek omschrijven. Als zijnde “een worsteling over de macht tussen de democratische en de bureaucratische krachten binnen het gemeentebestuur, die door de bureaucratische krachten wordt gewonnen.

De representanten van de democratische krachten zitten (althans in theorie) in de gemeenteraad, terwijl de bureaucratische krachten deel uit maken van B&W en de ambtelijke organisatie.

Democratische krachten organiseren zich op basis van gelijkwaardigheid van het individu, terwijl de bureaucratische krachten zich organiseren met behulp van een strikte hiërarchie.

In het NHD van vandaag, maar liefst 2 hele pagina’s over de zorgwekkende ontwikkelingen binnen ons lokaal bestuur.

Op zichzelf een prima idee van de krant om daar wat meer aandacht aan te besteden. Maar helaas stelt ze dat die ontwikkelingen het gevolg zijn van gewijzigde democratische verhoudingen. Zoals te veel politieke stromingen binnen een gemeenteraad.

Feitelijk probeert men daarmee bestuurlijk falen te verklaren vanuit de nieuwe ontwikkelingen binnen de democratische verhoudingen. Volstrekt onjuist. Bestuurlijk falen vindt vrijwel altijd zijn oorsprong in de werkwijze van een ondemocratisch (en hiërarchisch) georganiseerde bureaucratie.

De herinrichting (en verkoop) van het Enkhuizer recreatieoord is georganiseerd met een minimum aan democratische invloed. De raad heeft een proces in gang mogen zetten en ze heeft het mogen afronden, door het goedkeuren van een bestemmingsplan.

Maar geen van de tussenliggende besluiten is onderworpen geweest aan wat je democratische besluitvorming zou mogen noemen.

Het eindresultaat is een product van bureaucratische arrogantie, dat miljoenen minder heeft opgeleverd, dan bij een democratische besluitvorming het geval zou zijn geweest.

De tragiek van de Enkhuizer gemeenteraad is, dat ze haar worsteling met de bureaucratische krachten in Enkhuizen al lang geleden heeft opgegeven en verloren.

En dat haar geloof, dat bureaucratische procedures superieur zijn aan democratische procedures een dwaze dwanggedachte is.

Zoals het opleggen van geheimhouding het ultieme wapen is van iedereen, die zich incompetent weet.

Serieus nemen.

Van tijd tot tijd zijn er mensen die me een berichtje sturen waarin ze voorstellen dat ik contact moet opnemen met Zembla, of Radar. Ze bedoelen het goed, maar ik schrijf altijd terug dat ik het nut er niet van inzie.

Denken we echt, dat de rest van Nederland zich zal gaan verdiepen in iets, dat de doorsnee Enkhuizer geen moer kan schelen?

Bovendien, wat is dat probleem? Het college heeft de ontwikkelaar (aan wie ze het recreatieoord heeft verkocht) een paar miljoen in de schoot geworpen. Dat geld zijn we kwijt, maar waarom zouden ze in Nieuwe Pekela daar van wakker liggen?

De instantie die dat had moeten voorkomen, de gemeenteraad, was allang blij dat ze nergens over na hoefde te denken en steunt het college in haar bewering dat er eigenlijk niets aan de hand is.

Lekker makkelijk natuurlijk, maar als de “gewone” Enkhuizer daar genoegen mee neemt, waarom denken we dan, dat er in Schin op Geul mensen rondlopen, die zich daar wel druk over zouden willen maken?

Kortom, als we het politieke klimaat in Enkhuizen willen veranderen, dan heeft het geen zin om de rest van Nederland er bij te betrekken. We zullen zelf aan een oplossing moeten werken.

In mijn vorige bericht schreef ik, dat de bureaucratische krachten in Enkhuizen de macht hebben gegrepen en dat de democratische krachten zich er inmiddels bij hebben neergelegd.

Als we willen dat de balans weer in evenwicht komt (niet alles wat bureaucraten naar voren brengen is slecht) dan hebben de democratische krachten geen andere keus dan zich te bundelen.

Niet om weer de zoveelste nieuwe partij te vormen, maar tot een instantie, die er op toeziet dat de politieke partijen hun verplichtingen ten opzichte van de kiezers serieus nemen.

Sisyphus werk.

Binnen elke gemeente, dus ook Enkhuizen, zijn er twee krachten aanwezig die met elkaar om de macht strijden. Een democratische kracht en een bureaucratische kracht.

De democratische kracht wordt gesymboliseerd door de raad. De bureaucratische kracht door B&W en haar ambtenaren.

Daar waar de democratische krachten streven naar zo veel mogelijk openheid, willen de bureaucratische krachten daar gewoonlijk maar mondjesmaat aan meewerken.

Helaas hebben in Enkhuizen de democratische krachten het onderspit gedolven en zijn ze niet langer als zodanig herkenbaar.

Sinds de verkiezingen van 2018 gedragen ze zich als onderdeel van de bureaucratie. Door teveel waarde te hechten aan eenstemmigheid en beslotenheid.

Terwijl democratie staat voor diversiteit, verschil van mening, maar bovenal openbaarheid.

In mijn brief aan het Presidium vroeg ik de raadsleden hun taak te vervullen en te beoordelen of bepaalde documenten geheim moesten blijven. Als een clubje bange bureaucraten deden ze er het zwijgen toe.

Van de dagelijkse politiek heb ik na 10 jaar mijn buik wel vol. Ook over het REZ heb ik inmiddels geschreven wat er te schrijven valt. Maar de inlijving van ons democratisch bolwerk (de gemeenteraad) door de bureaucratische krachten in Enkhuizen, wil ik niet, zonder ook maar enig verzet te bieden, aan me voorbij laten gaan.

Wat Enkhuizen ontbeert is een VVDD, Vrienden Van De Democratie, die zich tot doel stelt om onze gemeenteraad op het rechte (democratische) pad te brengen. Zouden er in Enkhuizen dan helemaal geen notabelen meer zijn, die deze nobele taak op zich willen nemen? Of zijn die zich er van bewust, dat het op het rechte pad brengen (en houden) van onze gemeenteraad Sisyphus werk is.

Pseudo Argumenten

Het college heeft geweigerd mij inzage te geven in een tweetal documenten. De door Orez gemaakte exploitatieopzet en het taxatierapport dat de beoordeling vormde van die exploitatieopzet.

Aan de eerder motivatie voor haar weigering heeft de gemeente gemeend een extra motivatie te moeten toevoegen. De eerste alinea van die toevoeging heb ik gisteren besproken. De resterende drie bespreek ik vandaag. Alinea 2 luidt.

Daarnaast bevat de inhoud van financiële aanbestedingsstukken concurrentiegevoelige informatie van de marktpartij. De belangen van de marktpartij kunnen geschaad worden bij het openbaar worden hiervan. Partijen geven over het algemeen geen toestemming voor openbaarmaking.

Door middel van pompeus taalgebruik (financiële aanbestedingstukken en concurrentiegevoelige informatie van de marktpartij) wordt de indruk gewekt dat het hier gaat om algemene waarheden. Ook het gebruik van de meervoudsvorm draagt daar toe bij.

Maar financiële aanbestedingstukken zijn in doodgewoon Nederlands, de ramingen van kosten en baten in een exploitatieopzet.

Terwijl concurrentiegevoelige informatie van de marktpartij niet gauw zal worden aangetroffen in een taxatierapport, dat concludeert, dat de ramingen die men heeft bestudeerd, marktconform zijn.

Hoe de gemeente financiële schade kan leiden door het openbaar maken van een taxatierapport wordt nergens aangetoond en dat is toch waar artikel 10 2b van de WOB over gaat. Daarin gaat het niet over “partijen” die over het algemeen geen toestemming geven voor openbaarmaking.

Die “partijen” doen er goed aan om geen zaken te doen met de overheid. Want bij de overheid is openbaarheid de norm en niet de uitzondering.

De derde alinea bestaat uit de volgende nietszeggende bewoordingen.

Tegenover de verkoop en ontwikkelingen van gebieden komt onder de streep een uitkomst te staan. In algemene zin maken verschillende aspecten deel uit van een totaal ontwikkelingscontract. Niet alleen een grondprijs dus.

Dit is het credo, dat SP fractievoorzitter Keesman ooit het NHD heeft laten weten. Vage omschrijving van een proces. Lege woorden, zonder betekenis.

Waarom dit de rechtvaardiging zou kunnen vormen voor het in stand houden van een opgelegde geheimhouding is me een raadsel.

De vierde alinea luidt als volgt.

Een overeenkomst bevat dus meerdere (financiële) componenten. Aangezien de overeenkomst in verband met voornoemde redenen geheim is verklaard, kunnen wij hier op dit moment niet nader op ingaan. Bij aanvang en ook tussentijds wordt de gemeenteraad onder geheimhouding geïnformeerd en over een raadsvoorstel besloten. Gebruikelijk is dat na afronding van het project de geheimhouding wordt opgeheven en verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad.”

Artikel 25 punt 3 van de gemeentewet bepaalt, dat een opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering door de raad is bekrachtigd. Dat is niet gebeurd, derhalve is de verplichting tot geheimhouding vervallen en kan dat dus ook geen reden zijn om mij inzage in het gevraagde document te weigeren.

Het college probeert hier een beetje omheen te redeneren met de mededeling dat men de raad bij aanvang en tussentijds heeft geïnformeerd. Dat laatste is niet echt waarschijnlijk.

Zowel de exploitatieopzet als het taxatierapport zijn documenten die geen tussentijdse beoordeling behoeven. Het college suggereert iets, dat nooit heeft plaatsgevonden. De raad heeft kennis genomen van het feit, dat de documenten vertrouwelijk dan wel geheim waren en verder (als gewoonlijk) geen interesse getoond in de inhoud van die documenten.

Kortom het college verzint voortdurend pseudo argumenten waarmee ze haar weigering probeert te rechtvaardigen. Men gebruikt pompeuze zinconstructies en haspelt begrippen door elkaar of geeft er een nieuwe betekenis aan.

Maar in haar afwijzingsbrief van 4 augustus 2020 verklaart het college, dat geheimhouding is opgelegd, gelet op het belang als genoemd in artikel 10 2b van de WOB.

Het in dit artikel genoemde economische, dan wel financiële belang betreft het belang van de gemeente en niet het belang van marktpartijen. Bovendien, degene die het taxatierapport op verzoek van de gemeente heeft gemaakt, is helemaal geen marktpartij.

Toch heeft het college gemeend het rapport geheim te moeten verklaren.

In geen van de 4 alinea’s is tot dusver duidelijk gemaakt, welk gemeentelijk belang schade zal ondervinden door openbaarmaking van het taxatierapport.

En dat maakt, dat het college de genoemde uitzonderingsgrond ten onrechte heeft gebruikt om geheimhouding te rechtvaardigen.

Mogelijk heeft men achteraf spijt over het sluiten van de overeenkomst, maar dat is geen uitzonderingsgrond, die een geheimverklaring rechtvaardigt.

De plicht tot geheimhouding was sowieso vervallen vanwege de nalatigheid van het college om de opgelegde geheimhoudingsplicht door de raad te laten bekrachtigen. Haar nieuwe poging tot argumentatie, met behulp van pseudo argumenten, maken dat niet anders.

Democratisch of bureaucratisch?

Gisteren en eergisteren ging het over het machtsgebruik door de overheid.

De raad maakt deel uit van de overheid en heeft tot taak er op toe te zien dat het college (noch zijzelf) zich schuldig maakt aan machtsmisbruik. Kortom, de spreekwoordelijke slager die zijn eigen vlees keurt.

Aanvankelijk dacht ik dit probleem te kunnen oplossen door met de Paljas Vereniging deel te nemen aan de verkiezingen. Zodat de kiezer in staat zou zijn om maximaal twee raadsleden te kiezen, die zich zouden concentreren op toezicht houden.

Die zouden zich dan onthouden van deelname aan de machtsvorming en dat over laten aan de resterende 15 raadsleden.

Achteraf gezien geen goed doordacht plan. Je lost geen probleem op door er deel van te gaan uitmaken. Dat de burger bepaalt wie er namens hem toezicht mag houden op het bestuur is een prima idee. Dat die toezichthouder vervolgens deel uit gaat maken van het bestuur, zoals nu ook het geval is, is een slecht idee.

Beter is het toezicht op het bestuur, buiten het bestuur om te regelen. Gelukkig is een van onze grondrechten het recht op vereniging. We kunnen dus, als we dat zouden willen, een vereniging oprichten die er op toeziet, dat de overheid geen misbruik maakt van de macht waarover ze beschikt.

Wie denkt dat zoiets niet nodig is omdat er in Nederland geen overheidsinstellingen zijn die zich schuldig maken aan machtsmisbruik, wijs ik op de recente ontwikkelingen bij de belastingdienst. Maar ook op lokaal niveau weet ik nog wel een paar voorbeelden.

In de meeste gevallen is de regelgeving dik in orde, alleen is er niemand die er op toeziet dat die regels worden nageleefd.

Dus willen we, dat er toezicht komt op de manier waarop de lokale overheid van haar macht gebruik maakt, dan moeten we niet langer blijven hopen dat de raadsleden dat wel eens gaan doen. Dan zullen we zelf iets moeten organiseren.

De keuze is dus voor een democratische oplossing, waarbij we zelf de handen uit de mouwen moeten steken, of een bureaucratische, waarbij we een nieuw protocol of gedragsregel toevoegen aan de bestaande hoeveelheid.

De bureaucratische oplossing is natuurlijk het makkelijkst. Niemand hoeft wat anders te doen dan het opvolgen van de nieuwe regel. Toezicht daarop bestaat slechts in naam.

De democratische oplossing is ingewikkelder. Er moet een vereniging worden opgericht. Een bestuur moet worden gekozen en verantwoording moet worden afgelegd. Allemaal zaken die een beetje tegen de tijdgeest ingaan.

Dus zegt u het maar. We kunnen tolereren, dat de overheid voor wat betreft het gebruik van haar macht van tijd tot tijd de bocht uit vliegt, of een vereniging oprichten die haar daarover (wanneer nodig) tot de orde roept.

Opvattingen hierover het liefst op het blog, zodat we een klein beetje bij het onderwerp blijven.

 

Een ander de schuld geven

Fractievoorzitter Jan Raven (NE) schrijft iedere maand een politieke beschouwing over de gebeurtenissen in de voorafgaande maand.

In september heeft hij (samen met andere lokale partijen in oostelijk West-Friesland) een vergadering bezocht die klaarblijkelijk georganiseerd was door burgemeester Blase van Heerhugowaard. Blase is woordvoerder van de pas opgerichte beweging Code Oranje en was gisteravond te gast bij Jeroen Pauw.

Code Oranje wil af van het klassieke coalitie/oppositie denken, zoals dat kennelijk reeds in Tubbergen en Etten-Leur het geval is en dat in Enkhuizen ook de grote boosdoener is.

Raven formuleert het probleem zo,

De afstand tussen burger en politiek wordt steeds groter en de burger steeds mondiger.

Klopt, en die afstand zal alleen maar groter worden als onze lokale politici zich blijven opstellen zoals zij nu doen.

En dat is elk debat, over welk onderwerp dan ook, ontwijken. Met uitzondering van de SP heeft geen enkele politieke stroming ook maar geprobeerd een debat te organiseren over welk onderwerp dan ook.

Correctie, de VVD heeft ooit eens een vergadering belegd toen ze drie dagen later de “go” dan wel “no go” beslissing moesten nemen (over opwaardering van het REZ) en de VVD raadsleden niet wisten welke beslissing ze moesten nemen.

Maar dat was een uitzonderlijke situatie, gewoonlijk weet men (vanwege de informatie die de bureaucratie heeft verstrekt) precies wat men moet doen en is consultatie van de gewone burger niet nodig.

Alleen, nu steeds vaker blijkt, dat de informatie verstrekt door de vol-tijd bureaucraten (zoals ambtenaren en het college) niet altijd even betrouwbaar is en er (te vaak) dingen mis blijven gaan, ontstaat er de noodzaak voor een nieuwe schaamlap waarachter men het eigen onvermogen kan verbergen.

En die schaamlap heet burgerparticipatie. Zodat, als er iets mis gaat, je als politicus de handen in onschuld kan blijven wassen en je de verantwoording bij de gewone burger neer kunt leggen.