Bureaucratische dominantie.

Hoewel de raad nog geen verzoek gedaan had om ook de offerte van Tuin cs openbaar te maken, heeft gemeente alvast Droomparken gevraagd om haar zienswijze daarover kenbaar te maken.

Liefst voor de raadsvergadering op 22 juni natuurlijk, maar als dat niet lukt dan kan er vast wel uitstel worden gegeven tot de eerstvolgende raadsvergadering, die gepland staat op 28 september.

De zienswijze van Droomparken kan dan gelijktijdig besproken worden met het rapport van het externe bureau, dat de gemeente adviseert over hoe om te gaan met het verzoek om openbaarheid van de in de motie genoemde stukken. Een werkwijze die toch al de voorkeur had van wethouder Heutink.

Het advies zal daarom geen verrassing opleveren. Voor externe deskundigen geldt nu eenmaal het adagium, dat “wie betaalt, bepaalt”. Deze opvatting zal wel weer onbetamelijk worden gevonden in bureaucratische kringen, maar de praktijk leert ons, dat het vaker wel, dan niet voorkomt.

Vast staat, dat het college tot dusver hemel en aarde heeft bewogen om geheim te kunnen houden onder welke omstandigheden de overeenkomst met Orez tot stand is gekomen. Dat standpunt zullen ze echt niet laten varen op advies van een, door henzelf aangestelde en betaalde “deskundige”.

Natuurlijk valt de raad te verwijten, dat ze zich zo makkelijk terzijde heeft laten schuiven waar het ging om project REZ. Echter dat is gebeurd en niet meer terug te draaien. Het ontslaat de raad niet van de verplichting om de gang van zaken te evalueren.

Een bezigheid waar de raad zelden de tijd voor neemt, naar ik aanneem omdat ze liever niet wordt geconfronteerd met haar eigen tekortkomingen. Zie in dat verband ook de steeds weer uitgestelde evaluatie van het raadsbrede akkoord.

Zo is er nog steeds geen antwoord op de vraag, waarom alle van belang zijnde besluiten (op aandringen van het college) buiten de raad om moesten worden genomen.

Ik denk daarbij aan het besluit om het oorspronkelijke plan, uitgifte op basis van erfpacht, te verlaten zonder daarover met de raad te overleggen. Ook artikel 169.4 van de gemeentewet, die het college de verplichting oplegt om de raad in staat te stellen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, alvorens ze een besluit neemt over grondverkoop, is nooit door het college nageleefd.

Het is beschamend, dat de raad genoegen heeft genomen met een nauwelijks leesbare versie van de Anterieure Overeenkomst, waarin de bedragen door het college zijn weggelakt. Dat men pas na lang soebatten van mijn kant, de moeite heeft genomen om kennis te nemen van documenten die bepalend zijn geweest voor het aangaan van de overeenkomst met Orez.

Minstens net zo beschamend is het dat, als er uiteindelijk wordt toegestaan om het taxatierapport in te zien, de raad genoegen neemt met een beperking in de tijd die er voor beschikbaar wordt gesteld.

Ik heb politiek al eerder omschreven als een worsteling tussen bureaucratische opvattingen (van college en ambtenaren) en democratische opvattingen (zoals die door de raad zouden moeten worden gerepresenteerd).

De herinrichting van het REZ is van meet af aan een project geweest waarbij (op verzoek van de bureaucraten) democratische opvattingen doelbewust werden afgezwakt en genegeerd.

Nu het aan de bureaucraten is om verantwoording af te leggen over het door hen gevoerde beleid barst het bureaucratisch verzet van alle kanten los en wordt alles in het werk gesteld om democratisch toezicht tegen te werken en onmogelijk te maken.

Om tot een gezonde en evenwichtige bestuurscultuur te komen zou het goed zijn, als de raad zich voor eens en altijd zou ontworstelen aan de gebruikelijke bureaucratisch dominantie en zou leren om haar functie (toezichthouder op de bureaucratie) naar behoren te vervullen.

Beter af zijn?

Ik heb, op dit blog, de lokale politiek wel eens omschreven als een worsteling om de macht tussen de democratische en bureaucratische krachten binnen een gemeente.

Beide krachten hebben hun specifieke voordelen en nadelen, maar het is in het belang van iedereen als ze elkaar in evenwicht houden. Helaas was dat niet het geval in Enkhuizen. Daar gedroegen de democraten (de gemeenteraad) zich als het verlengstuk van de bureaucraten (college en ambtenaren).

Een neiging, die nog eens werd versterkt door het raadsbrede akkoord, dat door de raadsleden Koning (D66) en Van Reijswoud (VVD) als oplossing van politiek gekrakeel was aanbevolen.

Niet beseffende dat daarbij de creativiteit en diversiteit van het democratisch proces volledig ondergeschikt werd gemaakt aan het starre denken (op basis van vermeende vakbekwaamheid) van onze lokale bureaucraten.

Aan die periode van kunstmatige (en ambtelijk geïnspireerde) eensgezindheid is een einde gekomen nadat SP, VVD en EV! kort geleden besloten om samen een oppositie te vormen.

Dat is geen betreurenswaardige ontwikkeling. In elke goed functionerende democratie speelt de oppositie de belangrijke rol van waakhond, die als taak heeft “de macht” te controleren.

De herinrichting van het recreatieoord is vanaf het begin (op het uitdrukkelijk verzoek van het college) in gang gezet als een bureaucratisch project, waarin geen rol van betekenis was weggelegd voor de raad.

Alleen het bestemmingsplan moest worden goedgekeurd, al het andere was al besloten. De verkoop van de grond in plaats van uitgifte in erfpacht, maar ook de prijs waartegen de grond was verkocht en op basis waarvan die verkoopprijs was vastgesteld.

Na jarenlang aarzelen heeft (naar het zich laat aanzien) een meerderheid van de raad eindelijk besloten om het college op te dragen een einde te maken aan het voortdurende gechicaneer over het openbaar maken van de documenten, die het college had doen besluiten, om de concessie tot herinrichting van het REZ onderhands te gunnen aan Orez bv.

Concreet, het taxatierapport dat volgens het college het bewijs was, dat het door Orez bv uitgebrachte bod marktconform was.

Zodat we uiteindelijk kunnen vaststellen, of we inderdaad beter af zijn als we er (op aanraden van de bureaucraten) in slagen, om de democratische inbreng tot een minimum te beperken.

Struisvogelpolitiek.

Terwijl het in de landelijke politiek zo’n beetje “all hands on deck” is vanwege een bestuurscultuur die zich zou moeten aanpassen, heerst er op lokaal niveau een doodse stilte.

Ik denk niet, dat mijn conclusie, dat de gemeente miljoenen is misgelopen door haar manier van aanbesteden, met veel meer dan een schouder ophalen (door de verantwoordelijke politici) zal zijn ontmoet.

Voor zover ik weet zijn er maar twee lokale politici werkelijk geïnteresseerd in wat er zich (in financieel opzicht) rond het REZ heeft afgespeeld.

Van Galen (CDA-raadslid) en van Gangelen (EV!-commissielid).

De rest zal het klaarblijkelijk allemaal worst wezen. Voor zover ik heb kunnen nagaan hebben CU/SGP, D66, PvdA, VVD niet eens de moeite genomen om kennis te nemen van de inhoud van het rapport.

Zodat er vanuit die partijen (totaal 7 leden, dus een substantiële minderheid) überhaupt niets zinnigs over de inhoud kan worden opgemerkt.

De rest die het wel gedaan heeft doet er het zwijgen toe, waaruit je zou kunnen afleiden, dat wie zwijgt, instemt met hetgeen er is gesteld. Echter, ergens me instemmen is één ding, de wil om tot iets te besluiten is een ander en die wil heb ik nog niet kunnen ontdekken.

Het probleem is natuurlijk, dat de overgrote meerderheid van de raad over dit onderwerp van toeten noch blazen weet. Men is waarschijnlijk nog niet eens tot het besef gekomen, dat men (als democratisch instituut) doelbewust buiten de besluitvorming is gelaten.

Kennelijk vindt men het volkomen normaal, dat documenten op basis waarvan verstrekkende besluiten werden genomen (zoals de verkoop van grond i.p.v. het in erfpacht uitgeven van grond), niet bestaan of, als ze wel bestaan, geheim worden verklaard.

Dat de uitgangspunten, op basis waarvan een zeer omvangrijke grondtransactie had plaatsgevonden, lang nadat transactie was voltooid, niet openbaar zijn.

Met als geen ander doel, een discussie over die uitgangspunten en het afleggen van verantwoording over die keuze, te voorkomen.

De ambitie van de meerderheid van de zittende raad gaat niet veel verder dan op beschaafde wijze meebabbelen met een college, dat op haar beurt de handen vol lijkt te hebben met het beheren van een Doofpot.

Kortom, in plaats van “all hands on deck”, struisvogelpolitiek.

Daad bij het woord voegen.

Nu de oppositie tot het inzicht is gekomen, dat het voortdurend alles geheim willen houden niet past binnen de beginselen van een democratisch bestuur, lijkt de tijd gekomen om de daad bij het woord te voegen.

Volgens het college heeft ze t.a.v. het taxatierapport geen geheimhouding opgelegd aan de raad, maar aan zichzelf, zodat er geen geheimhoudingsplicht rust op raadsleden.

Mocht die plicht wel (mondeling) zijn opgelegd aan raadsleden, die onlangs om inzage hebben verzocht (en hebben gekregen), dan is die plicht niet bekrachtigd tijdens de eerstvolgende raadsvergadering.

Daarmee is de plicht, zo hij ooit al bestaan heeft, van rechtswege opgeheven.

Het staat raadsleden derhalve vrij om mededelingen te doen over de inhoud van het taxatierapport dat ze hebben ingezien en dat, volgens het college, het bewijs vormt dat de bieding van Orez bv marktconform was.

Mijn vragen over het taxatierapport zijn de volgende.

Wat is de geraamde opbrengst van de plandelen recreatiewoningen en camping.

Wat zijn de geraamde kosten van grondexploitatie.

Zowel opbrengst als kosten zullen bij Droomparken bekend zijn (vanwege de door Orez bv verstrekte exploitatieopzet), zodat openbaarmaking verder voor de gemeente geen nadelige gevolgen met zich mee zal brengen.

Ik heb de fractievoorzitters van de oppositiepartijen het bovenstaande bericht toe gestuurd en kijk uit naar hun reactie.

Is dit het begin?

In de krant van vandaag het heugelijke nieuws dat drie partijen in de Enkhuizer gemeenteraad hebben besloten om oppositie te gaan voeren, waardoor de normale democratische verhoudingen binnen de Enkhuizer gemeenteraad weer zijn hersteld.

Want een democratie werkt alleen naar behoren, als er naast een coalitie ook een oppositie aanwezig is.

Als oppositie beloven de drie partijen (SP, VVD en EV!), dat ze precies het tegenovergestelde zullen doen, van wat ze in de 3 voorafgaande jaren hebben gepraktiseerd. Openbaarheid en transparantie.

Ik weet het, het zijn politieke partijen, de verkiezingen naderen en vossen die hun haren verliezen, maar ik geef ze dit keer graag het voordeel van de twijfel.

Je hoeft geen Einstein te zijn om te beseffen, dat men drie jaar geleden met het raadsbrede akkoord een doodlopende weg in sloeg. Waarbij democratische beginselen ondergeschikt werden gemaakt aan bureaucratische beginselen.

Ook de samenstelling van de oppositie doet me deugd. Liberaal, sociaal en lokaal lijkt me een prima combinatie. Zolang men elkaar het licht in de ogen gunt, verwacht ik realistische alternatieven op het voorgestelde beleid.

Iets minder tevreden ben ik over het eerste succes van de oppositie. Namelijk, het afblazen van het IKC.

Het college kan op dit punt meteen al zijn weerbaarheid tonen door de motie (een verzoek van de raad aan het college) onuitvoerbaar te verklaren en het voorstel (tot het oprichten van een IKC) in stemming te brengen.

Waarna (denk ik) een meerderheid alsnog zal besluiten om tot bouw van een IKC over te gaan. Wat me de beste oplossing voor Enkhuizen lijkt te zijn.

Maar of het besluit van SP, VVD en EV! daadwerkelijk het begin zal zijn van een andere bestuurscultuur zal moeten worden afgewacht.

Wat me me in dit verband wel toepasselijk lijkt is een lied over een totaal andere onverwachte gebeurtenis. De regenbui op een zonnige dag. “Have you ever seen the rain, coming down on a sunny day”.

Stap in de goede richting.

Gisteravond nam raadslid Rob van Reijswoud (fractievoorzitter VVD en van beroep topambtenaar) afscheid. Wethouder Luijckx noemde hem (terecht) de geestelijk vader van het raadsbrede akkoord en prees hem om die reden.

Ik zag en zie het raadsbrede akkoord, dat er zorg voor droeg dat de oppositie werd afgeschaft, eerder als een wanproduct waarvoor ik hem niet wil prijzen, maar wel verantwoordelijk voor houden.

Ik heb “politiek” op dit blog wel eens omschreven als een worsteling tussen de democratische en bureaucratische krachten binnen de gemeente.

Onder ideale omstandigheden houden ze elkaar in evenwicht, maar dank zij het raadsbrede akkoord zijn de verhoudingen verstoort geraakt en hebben de bureaucratische krachten (vertegenwoordigd door B&W en haar ambtenaren) de macht over genomen van de democratische krachten (vertegenwoordigd door de raad).

De functie van de raad werd daarmee teruggebracht tot een verlengstuk van de ambtelijke organisatie met als enige taak, dingen goedkeuren die haar door de organisatie werden voorgelegd.

Daarover vragen stellen was toegestaan, verdere bemoeienis werd niet op prijs gesteld. Mijn indruk was, dat Van Reijswoud de raad zag als een kind met een verstandelijke beperking, dat door zijn begripvolle ouders (ofwel de ambtelijke organisatie) met zachte dwang tot het nemen van de juiste beslissing moest worden gebracht.

Voor mijn blog, een poging om na het verdwijnen van de oppositie binnen de raad, oppositie buiten de raad vorm te geven heeft hij nooit een goed woord over gehad. Volkomen nutteloos in zijn ogen.

De perfecte metafoor voor deze gang van zaken is de afwikkeling van het REZ. Van meet af aan stelde het college zich op het standpunt, dat de uitvoering van het proces volledig in handen van haar diende te blijven en dat de rol van de raad zich zou dienen te beperken, tot het goedkeuren van het bestemmingsplan.

Kortom een overdracht van bevoegdheden van de democratische krachten naar de bureaucratische krachten en zie wat het heeft opgeleverd. Het hele gebied is vrijwel om niet overgedragen aan een commerciële partij, die het zal inrichten en (met forse winst) doorverkopen aan particulieren.

Om die verkoop te vergemakkelijken zal hij het gebied zo aantrekkelijk mogelijk maken (o.a. door het aanleggen van een strand) waarvan wij, inwoners van Enkhuizen, ook gebruik van mogen maken, omdat we de aanleg ervan indirect bekostigen.

Na 10 jaar worden de delen van het gebied die onderhoud vergen weer aan ons overgedragen en gaan we ze weer onderhouden. Logisch want als de gemeente ergens sterk in is, dan is wel in het onderhouden van de voorzieningen. Zoals het zwembad aldaar, dat we ook onderhouden.

Ik vind het wel een passend afscheidscadeau aan van Reijswoud, dat een deel van de raad zijn democratische plichten in ere herstelt en gaat proberen uit te vinden, wat onze bureaucratische krachten met de aan hen overgedragen bevoegdheden hebben gedaan.

Door de door bureaucraten geheim verklaarde documenten in te gaan zien.

Wat mij betreft, een eerste stap in de goede richting.

Doodzwijgen.

Wat tijdens de uitzending van RADAR gisteravond niet echt duidelijk naar voren kwam is mijn opvatting, dat de gemeente (bij het aanbesteden van de herinrichting van het recreatieoord) miljoenen aan inkomsten is misgelopen.

Ik heb mijn redenen voor die opvatting ruimschoots op dit blog beschreven. Ze zijn door college en raad nooit weersproken. College en raad beperken zich tot het doodzwijgen van iets, dat ze niet in staat zijn te weerleggen.

De juistheid van mijn bewering kan eenvoudig worden bewezen aan de hand van bewijsstukken, ware het niet, dat het college die bewijsstukken “geheim” heeft verklaard.

Die geheimverklaring kan eenvoudig worden opgeheven door de instantie, die in elke gemeente belast is met het toezicht op het doen en laten van het college van B&W. De gemeenteraad.

Het enige wat de raad moet doen is inzage eisen in de documenten (die door het college geheim zijn verklaard) om vervolgens (op basis van de inhoud van de stukken) te beoordelen of die plicht tot geheimhouding in stand moet blijven.

Tot dusver heeft de voltallige raad geweigerd om inzage te vragen en de inhoud te beoordelen. Een reden voor die weigering wordt niet gegeven. Het wordt haar trouwens ook nooit gevraagd. Ook nu niet door RADAR.

En dus blijft de discussie beperkt tot het uitwisselen van algemeenheden tussen deskundigen. Die bevestigen dat er sprake is van een probleem, maar daar geen oplossing voor geven.

Kern van dit probleem is de weigering van de toezichthoudende instantie om de beweringen van het college op hun juistheid te beoordelen. Dat is een politiek en geen juridisch probleem.

Uiteraard is het in het belang van het college om van een politiek probleem een juridisch probleem te maken. Omdat ze geen last heeft van beperkingen in het verkrijgen van juridische bijstand.

Beperkingen waar de doorsnee burger wel mee te maken heeft en die voor hem vaak een onoverkomelijk probleem zijn.

Dingen bij hun naam noemen.

Na 11 jaar schrijven over de lokale politiek leek me de tijd gekomen om me niet langer in eufemismen proberen uit te drukken, maar om de dingen gewoon bij hun naam te noemen.

Dus concludeerde ik gisteren, dat er in Enkhuizen sprake was van een corrupte bestuurscultuur.

Het begrip corruptie kan op verschillende manieren worden gedefinieerd. De definitie waar ik (in dit geval) de voorkeur aan geef is de volgende.

Machtsmisbruik ten bate van persoonlijke belangen.

Het machtsmisbruik bestaat uit het feit dat de raad (het hoogste orgaan binnen de gemeente) mij het recht op inspraak ontzegt met behulp van een drogreden.

Het collectieve persoonlijke belang kan als volgt gedefinieerd worden.

Het voorkomen van gezichtsverlies als gevolg van het feit, dat de gemeente Enkhuizen miljoenen aan inkomsten is misgelopen bij de “verkoop” van de concessie “herinrichting recreatieoord”.

Een verlies aan inkomsten, dat het gevolg is van een combinatie van factoren. Verregaande onbekwaamheid van de gemeentelijke onderhandelaars en haar toezichthouder, de gemeenteraad.

Voor wat betreft de bekwaamheid van de onderhandelaars kan worden gesteld, dat het college gemeend heeft (om haar moverende redenen) niet advies van de rekenkamer op te volgen. [Aanstellen van een ter zake kundige projectleider]

Maar ook, dat de aan de gunning gestelde voorwaarde bestond uit een wassen neus en dat de bewering, dat sprake was van een marktconforme bieding, niet juist is, maar berust op een (al dan niet opzettelijk gemaakte) denkfout.

Tot de onbekwaamheid van haar toezichthouder reken ik het feit, dat men niet ingreep toen het oorspronkelijke uitgangspunt (gronduitgifte door middel van erfpacht) werd verlaten en werd omgezet in verkoop van de grond.

Dat zij het misbruik van bevoegdheden door het college (op grond van artikel 169 lid 4 van de gemeentewet) nooit aan de orde heeft gesteld.

En voor twijfel aan de bekwaamheid van de toezichthouder is al helemaal geen plaats meer als men de raadsvergadering van september 2020 beluisterd.

Het onderwerp betreft een gewijzigde regeling bestemmingsplan REZ. Het is de derde versie van het bestemmingsplan. De wijzing zelf wordt door geen enkele partij ter sprake gebracht. In plaats daarvan een litanie over zaken aangaande het REZ, waarover men in het duister tast.

Kortom, het hoogste orgaan binnen de gemeente (de gemeenteraad) gebruikt haar macht niet om zaken (die fout zijn gegaan) aan het licht te brengen, maar ze gebruikt haar macht om te verhinderen, dat er zaken (waaronder hun eigen tekortkomingen) aan het licht gebracht worden.

En die handelswijze heeft uiteindelijk alleen maar tot gevolg, dat er op termijn een corrupte bestuurscultuur zal ontstaan.

Corrupte bestuurscultuur.

Op elke raadsagenda staat onder agendapunt 4 trots het “spreekrecht” vermeld. De mogelijkheid voor elke burger om een kwestie (die niet op de agenda staat, maar die in zijn ogen wel aandacht verdient) onder de aandacht te brengen van het hoogste orgaan van de gemeente. De gemeenteraad.

De kwestie die ik onder de aandacht van de raad wilde brengen was de volgende. Over de status van een document (het taxatierapport op basis waarvan het college concludeerde, dat de bieding voor de REZ concessie marktconform was) bestond onduidelijkheid.

Het college had (drie jaar eerder) door middel van een raadsbrief laten weten dat het document “geheim” was. De raad had deze geheimverklaring echter nooit bekrachtigd.

Dat maakt, dat deze geheimverklaring van rechtswege ongedaan was gemaakt en dat daarmee de grondslag voor de weigering mij het document ter inzage te geven niet bestond en het college dus onrechtmatig handelde door mij inzage te weigeren.

Echter, om juridische haarkloverij over dit onderwerp te voorkomen, vroeg ik het Presidium (overleg tussen fractievoorzitters onder voorzitterschap van de burgemeester) te bewerkstelligen, dat de raad datgene zou doen wat ze tot op dat moment had nagelaten.

Inzage te vragen in het (door het college) geheim verklaarde document en op basis van die inhoud te bepalen of het document (drie jaar na dato) nog steeds geheim moest blijven.

Het college had daarvoor een aantal redenen opgegeven. De raad is de enige instantie die in staat is te beoordelen, of die redenen nog steeds van kracht zijn.

Hoewel het college de bevoegdheid van de raad (om een dergelijk oordeel te vellen) betwist, kan daarover naar mijn mening geen misverstand bestaan. De raad is te allen tijde bevoegd om inzage te vragen in door het college geheim verklaarde documenten.

Zou dat anders zijn, dan zou de raad haar toezichthoudende functie niet kunnen uitvoeren.

De vraag was dus niet of de raad bevoegd was, maar of zij bereid was gebruik te maken van haar bevoegdheid.

Uit de gang van zaken blijkt, dat de raad niet bereid was om gebruik te maken van haar bevoegdheid, maar zich tevreden stelde met een door het college afgegeven verklaring, waarin deze de noodzaak tot geheimhouding bepleitte.

Die verklaring werd mij onthouden, zodat het Presidium haar besluit (tot het afwijzen van mijn verzoek) nam op basis van een eenzijdige voorstelling van zaken. Evenmin liet het Presidium mij weten waarom ze mijn verzoek had afgewezen.

Als ik me vervolgens, met een beroep op mijn spreekrecht, tot de voltallige raad wil wenden, wordt mij de uitoefening van dit recht door de raad ontnomen, met behulp van een bureaucratische drogreden. (Ik verzet me niet tegen een besluit van het gemeentebestuur, maar tegen een besluit van het Presidium)

Dat de raad weigert van haar bevoegdheid (tot het houden van toezicht) gebruik te maken, kan geen andere reden hebben, dan dat ze zich liever deelgenoot laat maken aan een doofpotconstructie, dan dat ze aan waarheidsvinding wil doen.

Daarmee levert zij het bewijs voor een corrupte bestuurscultuur, waarin het niet alleen mogelijk is om gemeentelijke grond ver beneden haar werkelijke waarde aan speculanten te verkopen, maar ook om vergunningen te verlenen die niet in overeenstemming zijn met de Provinciale regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening.

Daarover het gesprek aangaan met de raad is zinloos gebleken, hoe de provincie de gang van zaken zal beoordelen, kan ik u hopelijk eerdaags laten weten.

Tussen hoop en vrees.

Onder de titel “Geen openheid, dat is een patroon bij Mark Rutte“, schrijft het NRC afgelopen weekend over de val van het kabinet.

Vervang Mark Rutte door Enkhuizen en dan heb je de kop voor een column, die ik had kunnen schrijven.

Waar ik eerder op mijn blog schreef over een strijd om de macht in Enkhuizen tussen democratische en bureaucratische krachten, formuleert het NRC het als volgt.

“Mark Rutte heeft de laatste jaren steeds gebruikgemaakt van een Haagse cultuur, waarbij bestuurlijke waarden belangrijker gevonden worden dan democratische waarden”.

Er blijkt dus niet zoveel verschil te zitten tussen de landelijke politieke mores en de lokale politieke mores. Want ook in Enkhuizen vinden bestuurders (B&W en haar ambtelijke ondersteuning) tot dusver de bestuurlijke waarden vele malen belangrijker, dan de democratische waarden.

Zoals controle en transparantie.

Morgen over een week is het aan de raad van Enkhuizen om te bepalen “Which side they are on”. Aan de kant van de kiezers of aan de kant van de bestuurders.

Kiest men voor de rol van medebestuurder, die alles geheim wil blijven houden wat ook maar enigszins afbreuk kan doen aan het eigen prestige.

Of kiest men voor de rol van toezichthouder, die niet aarzelt om zaken (die niet geheel naar wens zijn verlopen) aan het licht brengt, om herhaling te voorkomen.

Ik hoop op het laatste, maar vrees voor het eerste.