Blootleggen van strafbare feiten.

In de raadsbrief van 28 juni 2021 komt de volgende passage voor.

Daarnaast is het taxatierapport momenteel onderdeel van een door extern betrokken adviseurs (Fakton en Pot Jonker) geleid financieel / juridisch onderzoek naar de in de tijd, tussen taxatie en nu, opgekomen wijzigingen in het project en de financiële en juridische consequenties daarvan.

Het op dit moment openbaar maken van het taxatierapport wordt door dit bureau nadrukkelijk afgeraden omdat dat het onderzoek belemmert en, zo lang er nog geen conclusies uit kunnen worden getrokken, de financiële positie en de onderhandelingspositie van de gemeente ondermijnt.

De gemeente verliest dan mogelijk de regie en dat is niet in het belang van de gemeente en de Enkhuizense gemeenschap.

Het bovenstaande zijn (door het college aangevoerde) aanvullende redenen om het taxatierapport geheim te blijven houden. De eerste alinea spreekt van een onderzoek naar de financiële consequenties van de wijzigingen in het project tussen het tijdstip waarop de taxatie werd gemaakt en nu.

Dat is een onzinnige opdracht. De financiële consequentie, die voortvloeit uit het taxatierapport is verwerkt in de Anterieure Overeenkomst en bestaat uit de verlaging van het oorspronkelijke onvoorwaardelijke bod met € 2,65 miljoen.

Andere wijzigingen die na het tekenen van de Anterieure Overeenkomst zijn opgetreden zoals het afblazen van plan vesting en de beperking van het aantal recreatiewoningen in het villapark tot 160 stuks zijn reeds in allonges verwerkt.

De opdracht aan Fakton om een onderzoek in te stellen, is niet anders dan een opdracht om en doofpot te construeren, waarin de werkelijke stand van zaken kan worden opgeborgen.

Die stand van zaken is, dat het door Fakton uitgebrachte taxatierapport niet de bevestiging is van een marktconforme bieding door Orez. Het is de bevestiging van een wens van het college, dat kost wat kost zaken wilde doen met Orez bv.

Fakton heeft, zoals zo vaak in de vastgoedwereld gebeurd, niet anders gedaan, dan voldoen aan de wens van haar de opdrachtgever. Door een “overschot” te berekenen, dat min of meer gelijk was aan het bedrag, dat Orez bv had aangeboden om te betalen voor de grond. (€ 335.000,-)

Toen dat gelukt was, werd de uitkomst marktconform verklaard en op hetzelfde moment de berekening ervan geheim. Het college weet uit ervaring, dat als zij iets geheim verklaard, de raad het niet in haar hoofd haalt om te controleren of die geheimverklaring op juiste gronden berust.

Fakton en het college hebben dus een gezamenlijk belang. Namelijk, voorkomen dat hun beider bedrog aan het licht komt. Dat lukt alleen, als voorkomen wordt, dat het taxatierapport openbaar gemaakt moet worden.

De eerste stap in die richting is gezet tijdens de besloten bijeenkomst van 29 juni 2021 waarin de raad haar eis tot opheffing van de geheimhouding los liet en zich plotseling voorstander toonde van geheimhouding.

Het zal niet de enige stap blijken te zijn. Meerdere stappen zullen volgen. Waar college en raad mee bezig zijn is het creëren van een doofpot waarin het college haar wangedrag en de raad haar plichtsverzuim in onder kunnen brengen.

De raadsbrief lijkt te eindigen met een optimistische constatering “Nadat het voornoemde onderzoek is afgerond, zal de geheimhouding waarschijnlijk kunnen worden opgeheven.”

Vergeet het maar. Het onderzoek is slechts een onderzoek naar de mogelijkheid om een doofpot te creëren. Fakton en het college zullen tot alles bereid zijn om de openbaarmaking van het taxatierapport te verhinderen, omdat als dat wel zou gebeuren, de door hun gepleegde strafbare feiten aan het licht zouden komen.

“Go, no go” besluit

Volgens het toenmalige college onder burgemeester Baas hoefde de raad over de herinrichting van het REZ maar twee besluiten te nemen. Ten eerste het “go, or no go” besluit en ten tweede het besluit over het bestemmingsplan.

Al de tussenliggende besluiten hadden (volgens het college) alleen maar betrekking op de uitvoering en konden dus, zonder verdere tussenkomst van de raad, door het college worden genomen. Wat uiteindelijk ook zo is gebeurd.

De raad werd achteraf geïnformeerd over besluiten die door het college waren genomen, maar werd niet vooraf geraadpleegd.

Met uitzondering van de fractie Langbroek gingen alle fracties akkoord met deze massale overdracht van bevoegdheden.

Ik was, net als Langbroek, vanaf het begin tegen. De reden waarom de rest vóór was, had volgens mij te maken met gemakzucht. Als je nergens een besluit over hoeft te nemen, hoef je je ook nergens in te verdiepen en maak je het jezelf een stuk makkelijker.

Het gevolg van die gemakzucht ligt nu voor ons. Het REZ is ver beneden haar werkelijk waarde verkocht. Ik heb daarbij niet over tienduizenden, maar over miljoenen euro’s.

Valt zoiets nog terug te draaien? Ik weet het niet. Maar het begint natuurlijk wel allemaal met het ERKENNEN, dat iets is nagelaten. College en gemeenteraad lijken daar tot dusver (naar ik aanneem vanwege hun eigen rol), weinig voor te voelen.

Dus modderen we door. Van weigering om kennis te nemen van de inhoud van de taxatie (de gemeenteraad) naar weigering de taxatie openbaar te maken (het college), tot een geheimhoudingsplicht voor raadsleden die kennis willen nemen van de inhoud van het taxatierapport.

De verbetenheid, waarmee het college zaken geheim probeert te houden wijst er wat mij betreft op, dat het college inmiddels beseft, dat het miljoenverlies niet het gevolg is van een samenloop van omstandigheden, maar gevolg is van het “je dommer voordoen dan je in werkelijkheid bent”.

Zonder overigens te willen beweren, dat de veroorzakers zich miljoenen hebben weten toe te eigen. Eerder een combinatie van een “een graantje meepikken” en volstrekte onkunde voor wat betreft de mogelijke gevolgen van “jezelf dommer voordoen”.

Kennelijk heeft het college de raad er van weten te overtuigen, dat degenen die bij de verkoop van het REZ over de schreef zijn gegaan, bescherming verdienen. Ik meen, dat ze verantwoording moeten afleggen over wat ze hebben gedaan.

Samengevat, de aanzet tot het bovenstaande malversaties berust bij de uitvoerende instantie en haar toezichthouder B&W.

Het kon slagen, omdat B&W op voorhand had bedongen, dat er tussentijds door de raad geen besluiten zouden worden genomen en de raad zich dus niet in de uitvoering hoefde te verdiepen. Hetgeen ook niet is gebeurd.

Het slaagt nog steeds, omdat het huidige college haar voorgangers in bescherming wenst te nemen en de raad tot nu toe weigert om haar verantwoording te nemen.

Door opdracht te geven voor het doen van een onderzoek. Niet door het college uiteraard, maar door een onafhankelijke instantie als de rijksrecherche.

Het zal blijven slagen, zolang het electoraat zich onverschillig blijft tonen voor wat betreft de gemeentelijke financiën.

Buy sheep, sell deer.

De cynische variant op de oorspronkelijke succesformule, waarvan de uitspraak het zelfde is. Buy cheap and sell dear.

Feitelijk wordt geadviseerd bedrog te plegen door schapenvlees als hertenvlees te verkopen.

Het bedrog van de Enkhuizer bestuurders bestaat er uit, dat ze de Enkhuizer bevolking (en niet zonder succes) nog steeds proberen wijs te maken, dat grond, die ze in het recreatieoord hebben verkocht, vrijwel niets waard was.

In haar procedure voor de RvS trappen de IJsselmeervereniging e.a een open deur in, door de rechter te wijzen op de mogelijkheid, dat het ingediende plan de plaatsing van 160 chalets toestaat in het plandeel camping.

De rechter reageert daar in zijn uitspraak (onder 11.1) als volgt op.

Het plan voorziet voor de nieuwe locatie van de camping in 200 standplaatsen, waarvan 160 kampeermiddelen en 40 niet permanente kampeermiddelen. Gelet op de definitiebepaling uit artikel 1.45 van de planregels valt niet uit te sluiten dat de 160 kampeermiddelen zullen bestaan uit chalets. Dat is ook niet in geschil.

Wat in geschil had moeten zijn, is dat recreatiewoningen geen kampeermiddel zijn zoals overeengekomen in de overeenkomst tussen de gemeente en Orez bv.

De tussen de gemeente en Orez BV overeengekomen Anterieure Overeenkomt definieert in artikel 1 (definities) welke verblijfsrecreatie er in het plandeel camping is toegestaan. Alleen in kampeermiddelen en in eenvoudige bouwwerken. Hieronder de letterlijke tekst van het artikel.

Verblijfsrecreatie is toegestaan in alle kampeermiddelen en in bouwwerken voor recreatief nachtverblijf die binnen 24 uur te verwijderen zijn. Onder deze laatste categorie vallen bijvoorbeeld eenvoudige bouwwerken zoals een stacaravan, chalet, camper, tent, vouwwagen en een trekkershut.

Een recreatiewoning valt hier niet onder. (Onderstreping en cursivering door mij gedaan)

De definitie van kampeermiddelen in het plan (opgesteld door de jarenlange zakenrelatie van Droomparken) is een andere, dan die door de gemeente met Orez bv werd overeengekomen.

In de AO staat luidt en duidelijk, dat recreatiewoningen niet thuis horen in de categorie kampeermiddelen.

De belangrijkste reden om van verschillende categorieën te spreken is niet de snelheid waarmee iets verwijderd kan worden. Elke woning kan binnen 24 uur worden verwijderd, maar het verschil in prijs tussen woning en kampeermiddel.

Dat prijsverschil komt ook tot uitdrukking in de kavelprijs.

Volgens een door Droomparken ter beschikking gesteld rapport is de kavelwaarde voor recreatiewoningen het dubbele van de kavelwaarde voor kampeermiddelen.

In het rapport wordt de waarde van een kavel voor kampeermiddelen geschat op € 40.000,- terwijl de (gemiddelde) waarde voor kavels voor woningen uitkomt op het dubbele (€ 80.000,-).

.Een gebied met 160 kavels voor kampeermiddelen is na bouwrijp maken € 6,4 miljoen waard. Hetzelfde gebied met kavels voor recreatiewoningen kan het dubbele opleveren, ofwel € 12,8 miljoen.

In hetzelfde Droomparken rapport worden de kosten van het bouwrijp maken van 160 kavels begroot op 3 miljoen. Daar moet dan nog wel de aanschaf prijs voor het gebied worden opgeteld. Die was € 75.000,-.

Dus voor wie het nog steeds niet wil begrijpen, op basis van een aankoopprijs van € 75.000,- en een investering van 3 miljoen in het bouwrijp maken van het gebied, beschik je over een gebied, waarvan de grondwaarde minimaal op € 10 miljoen kan worden geschat. (50% kavels voor kampeermiddelen en 50% kavels voor recreatiewoningen).

De uiteindelijke waarde van het gebied zal echter aanzienlijk hoger zijn dan de 10 miljoen die hier wordt aangenomen. Het valt namelijk te voorzien, dat (op termijn) de kavels voor kampeermiddelende zullen worden omgezet in kavels voor recreatiewoningen. Een proces dat inmiddels al in gang is gezet.

Ere wie ere toekomt, de enige partij in de gemeenteraad die aan dit onderwerp aandacht heeft durven besteden is Enkhuizen Vooruit in de persoon van Frank van Gangelen. . Alle anderen hebben zich tot dusver beperkt tot hetgeen waar ze gewoonlijk in excelleren.

Wegkijken en doodzwijgen.

Commissielid van Gangelen heeft op dit blog (over de vragen die EV! stelde) een bijdrage geschreven onder de titel “Even geduld a.u.b”. Datum 15 april 2021.

Zelf heb ik, over hetzelfde onderwerp, op 16 april “Dwarsbomen” geschreven.

Inmiddels zijn we weer 4 maanden verder en heeft het college de taxatie (die volgens het college bewijst, dat de getaxeerde grondwaarde marktconform is) opnieuw geheim verklaard.

In dat taxatierapport wordt de grondwaarde van het plandeel camping op een kwart miljoen getaxeerd, terwijl haar werkelijke waarde (gebaseerd op door Droomparken verstrekte gegevens) eerder boven de 10 miljoen euro ligt.

Terwijl de reguliere media verslag doet over de noodzakelijke aanleg van 2 ha moerasgebied en de aanleg van een voetpad, blijft de bestuurlijke bedrog (het ver beneden de marktwaarde verkopen van het eigen grondgebied) al weer 4 maanden lang buiten beschouwing en daardoor onbesproken.

Hoe langer je de zaken voor je uitschuift, hoe kleiner de kans wordt, dat je de gevolgen van deze uitzonderlijke wanprestatie nog ongedaan kunt maken. Wat in het belang zou zijn van de doorsnee Enkhuizer.

Maar het belang van de doorsnee Enkhuizer weegt voor het huidige bestuur nu eenmaal aanzienlijk minder zwaar, dan hun eigen belang.

Zodat het nog wel even kan duren voordat er aan het gehuichel een einde komt.

Niet willen horen, niet willen zien, maar doodzwijgen.

Eerlijk is eerlijk, raadslid van Galen had beloofd om wethouder Heutink te laten weten, dat wat hem betrof het taxatierapport openbaar gemaakt kon worden.

Hij heeft zijn belofte gestand gedaan, om vervolgens door B&W met een kluitje in het riet te worden gestuurd. Waar hij samen met zijn collega raadsleden nog enige tijd zal moeten doorbrengen. Althans voor wat betreft dit onderwerp.

Er was een jurist geraadpleegd liet de wethouder weten en het was allemaal heel erg ingewikkeld. De burgemeester hield een wat onsamenhangend verhaal waar uit viel op te maken, dat als de geheimhoudingsplicht ooit zou zijn opgelegd door het college, ze niet langer van toepassing was.

Was daarmee de kwestie uit de wereld? Nee, er was ook nog een Algemene Wet Bestuursrecht, met een soort vangnet clausule (2.5) waarmee zo’n beetje alles geheim verklaard kan worden.

Het is allemaal bijzaak in dit dossier. Hoofdzaak is, dat iedereen met meer dan een lagere school opleiding, na slechts korte bestudering van het taxatierapport, tot geen andere conclusie kan komen, dan dat het rapport berust op bedrog.

Het doet namelijk niet wat het zegt te doen, bewijzen dat de bieding die door Orez was uitgebracht marktconform was. Waardoor acceptatie van die bieding op losse schroeven is komen te staan.

Maar dat is niet het enige probleem. Een daaruit voortvloeiende probleem is, hoe het mogelijk is, dat dit tamelijk opzichtige bedrog nooit is opgemerkt door de bevoegde instanties.

Ogenschijnlijk is het bedrieglijke karakter van het rapport ook dit college nog niet opgevallen. Zou dat wel zo zijn, dan had men een onderzoek gelast naar de oorsprong van het bedrog en wie daar bij waren betrokken.

Tot dusver is ook haar handelen er alleen maar op gericht geweest, om elke vorm van onderzoek te voorkomen en te verhinderen.

Ik ben er inmiddels wel klaar mee. Enkhuizen is als gevolg van bedrog enkele miljoenen aan inkomsten misgelopen, maar zij, die zich er op laten voorstaan het belang van Enkhuizen te dienen (en zich daar ook ruimhartig voor laten betalen) doen (op een enkeling na) alles om een onderzoek naar dat bedrog te verhinderen.

Je kunt een paard wel naar het water leiden, maar niet dwingen om te drinken.

College en raad doen maar wat ze niet laten laten kunnen en dat is niet willen horen, niet willen zien, maar doodzwijgen. Het zij zo.

Onder één hoedje.

Ik beschreef gisteren een tweetal taxatierapporten die gebruikt werden om iets te suggereren. In beide gevallen precies het tegenovergestelde van wat er waar was.

Het eerste rapport wekte de indruk, dat het ging om de aankoop van grond en dat daarom de te betalen prijs (€ 92,- per m²) viel te rechtvaardigen.

Het tweede rapport beweert het bewijs te zijn, dat de door Orez uitgebrachte bieding (€ 335.000,-) marktconform was. Dit “bewijs” werd van meet af aan geheim verklaard, wat voor de toezichthouder meer dan voldoende reden was om geen kennis te willen nemen van de inhoud van het “bewijs”.

Pas na lang aandringen van mijn kant heeft een deel van de raad besloten om inzage te vragen in dit “bewijs”. Door hun zwijgen sindsdien (wie zwijgt stemt toe) onderschrijven ze de bewering van het college, dat het taxatierapport het bewijs is dat de bieding van Orez marktconform was.

Ik heb op mijn blog inmiddels aangetoond, dat de bewering (over de marktconformiteit van de Orez bieding) niet waar KAN zijn.

De Anterieure Overeenkomst sluit op het plandeel camping de realisatie van “recreatiewoningen” uit. Niettemin worden er wel 65 recreatiewoningen (met een bruto omzet van 18 miljoen) op het plandeel geplaatst. Omzet, die buiten het taxatierapport is gehouden, waardoor het rapport onmogelijk het bewijs kan zijn, dat de bieding marktconform was.

Maar deze beide rapporten zijn niet het enige bewijs, dat het college zich weinig aantrekt van wat je “een waarheidsgetrouwe weergave van feiten” zou kunnen noemen.

Een minstens even spectaculair voorbeeld van misleiding door het college zijn de kosten voor het verzwaren van het elektranetwerk in de Drommedaris. Het college “bewees” de kosten aan de hand van een offerte van de aannemer ter grootte van € 100.000,-.

De helft van de kosten bleek te bestaan uit kosten die gemaakt zouden worden als het werk na oplevering zou worden uitgevoerd, terwijl algemeen bekend was dat de werkzaamheden al voor de oplevering waren uitgevoerd en deze kosten zich dus nooit zouden voordoen.

Van de resterende € 50.000,- bleek wederom de helft te bestaan uit kosten voor inrichting waarvoor de exploitant van de Drommedaris zich garant had gesteld. Zodat de uiteindelijke kosten van verzwaring neerkwamen op € 25.000,-.

In alle drie bovengenoemde gevallen is er sprake van een patroon. Het college presenteert de raad documenten die misleidend zijn, de raad doet voorkomen alsof ze het niet in de gaten heeft en speelt zodoende onder één hoedje met het college.

Volgens het genootschap Onze Taal betekent “onder één hoedje spelen” het volgende.

Wie met iemand onder één hoedje speelt, werkt in het geheim met hem of haar samen. Deze uitdrukking suggereert vaak dat er sprake is van achterbakse en oneerlijke praktijken.

Nadenken.

Ik wil toch nog even terug naar wethouder Struijlaart, die nu hij niet langer in functie is, plotseling voor dingen is, waar hij ogenschijnlijk tegen was toen hij nog wel in functie was.

Openbaarmaking van exploitatieopzet en taxatierapport. Had hij graag gedaan maar mocht niet. Van wie mocht dat eigenlijk niet? Zou het niet prettig zijn als onze toezichthouders daar helderheid over zouden kunnen verschaffen?

Al die moeite die gedaan moest worden om raadsleden er van te overtuigen, dat ze eerst kennis moesten nemen van de inhoud, voordat je een besluit neemt dat die inhoud geheim moet blijven.

Al die steeds maar wisselende redenen voor geheimhouding. Het negeren van het advies van een onafhankelijke expert (Radar). Het blijkt achteraf allemaal verspilde energie te zijn geweest.

Nu hij niet langer in functie is verklaart Struijlaart (in het NHD) doodleuk, dat geheimhouding wat hem niet hoeft.

Ik ben benieuwd, of daar vanavond (in de raadsvergadering) nog vragen over zullen worden gesteld.

Tot slot zijn redenatie dat het gebied niet verkwanselt kan zijn, omdat dat dom zou zijn.

Maar wat nu, als uit de cijfers (die men tot dusver krampachtig geheim probeert te gehouden) onweerlegbaar blijkt, dat het gebied wel degelijk ver beneden haar eigenlijke waarde is verkocht.

En degenen, die daar voor gezorgd hebben niet dom zijn, wat blijft er dan nog als verklaring over. Anders dan, dat het gebied “opzettelijk” ver beneden haar eigenlijke waarde is verkocht.

En dat het beleid van de “bevoegde instanties” er op is gericht om dat feit, zo goed als mogelijk, voor de buitenwereld verborgen te houden.

Misschien zouden onze toezichthouders ook eens over die mogelijkheid na moeten denken.

Fotogeniek.

Waar ik dan weer ontzettend om moet lachen is, dat in de Droomparken Enkhuizer Strandbrochure (op pagina 2) een foto van de haven van Hoorn staat, herkenbaar aan de Hoofdtoren.

Waarschijnlijk vonden ze de Enkhuizer Drommedaris niet fotogeniek genoeg.

Even verderop in het voorwoord staat wie er tot uitverkorenen behoren, die als eerste een keuze mogen maken uit het aanbod van vakantiewoningen.

Behoort u, net als de kooplui ruim 500 jaar geleden bij de oprichting van de VOC, tot diegenen die een aandeel durven te kopen in een kansrijk handelsproject?

Zonder de risico’s uiteraard van destijds gezien de absolute A-locatie met historische betekenis.

De woningen zijn in de eerste plaats bedoelt als handelsobjecten voor de snelle beslissers. Tis maar dat u het weet.

Niets meer te zoeken.

Eerder publiceerde ik al hoe Droompark Enkhuizer Strand er uit zal zien vanuit het IJsselmeer. Nu is het tijd voor de plattegronden.

Er is maar liefst plaats voor drie soorten van beleving op Droompark Enkhuizer Strand. Te weten, bos, water en strand.

Eerst maar even de strandbeleving.

Er loopt een fietspad over het strand, maar dat maakt het nog niet tot openbaar gebied, zoals wethouder Struijlaart ons tot dusver heeft proberen wijs te maken.

Feitelijk is het strand de voortuin van de 31 beachhouses die daar zullen worden gerealiseerd.

Het strand is trouwens ook niet bedoeld voor de overige Droompark bewoners. Die zullen zich moeten behelpen met het openbare strand, dat voor een deel zal worden aangelegd in de zogenaamde kustboog.

Althans iedereen lijkt er van uit te gaan dat hij zal worden aangelegd, omdat er al meer dan 2 jaar constructieve gesprekken over de aanleg worden gevoerd. Zelf denk ik, dat die baai een gepasseerd station is en Droomparken daar ook al geen rekening meer mee houdt.

En het mooiste van alles is natuurlijk, dat dit exclusieve Droompark Strand, dat is aangelegd voor happy few die zich een beachhouse kunnen veroorloven, door de genereuze inwoners van de goede stad Enkhuizen mogelijk wordt gemaakt. Doordat ze bereid zijn geweest te besparen op hun voorzieningen..

Officieel is dat nog geheim en de huidige raadsleden (geen enkel uitgezonderd) hebben zich voorgenomen er werkelijk alles aan te zullen doen om het geheim te blijven houden. Naar ik aanneem, omdat ze zich diep schamen voor hetgeen ze tot stand gebracht hebben.

Maar wanhoop niet, na de verkiezingen van volgend jaar, ontstaat er weer een nieuwe mogelijkheid om de werkelijkheid (we hebben ons hele recreatieoord voor een habbekrats van de hand gedaan) onder ogen te zien. Namelijk, dat we in dat gebied, na de herinrichting, niets meer hebben te zoeken.

Tot dat moment blijven het college en de raad ons voorspiegelen, dat men in het belang van alle Enkhuizers, een fantastische deal gesloten heeft.

Gebruik van bevoegdheden.

Zowel het college als de raad van Enkhuizen lijken moeite te hebben met het begrip “bevoegd”.

Zo laat het college mij in haar brief van 17 december 2020 weten dat de raad niet “bevoegd” was om de door haar opgelegde geheimhouding op te heffen.

Omdat ze de geheimhoudingsplicht alleen aan zichzelf had opgelegd en niet aan de raad.

De bewering, dat de raad niet “bevoegd” is om een (door het college aan zichzelf opgelegde) geheimhoudingsplicht, ongedaan te maken berust op een onwaarheid. Omdat het college geacht moet worden te weten, dat haar bewering op een onwaarheid berust, mag gesproken worden van een leugen.

Doel van deze leugen van het college was, het creëren van een alibi voor de raad, waarmee ze haar plichtsverzuim (de weigering om de noodzaak tot geheimhouding te willen beoordelen) zou kunnen rechtvaardigen.

Een bestuurscultuur, waarin college en raad elkaar door middel van leugens in het zadel proberen te houden kan niet anders omschreven worden dan een corrupte bestuurscultuur.

——————–

Dat het college “bevoegd” is tot de verkoop van grond staat buiten kijf. Zoals ook buiten kijf staat, dat het college (in bijzondere gevallen) pas van die bevoegdheid gebruik mag maken, nadat ze de raad in de gelegenheid heeft gesteld om wensen en bedenkingen (met betrekking tot die verkoop) ter kennis van het college te brengen. Artikel 169 lid 4 van de gemeentewet.

Het feit, dat het college nooit aan de raad heeft voorgelegd, dat ze van zins was om op het recreatieoord grond (voor 400 kavels) te verkopen voor € 335.000,- (= € 837,50 per kavel) rechtvaardigt de conclusie, dat het college misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid (tot het verkopen van grond).

Dat de raad aan dat misbruik geen aandacht heeft geschonken maakt het feit niet anders.

Aangezien de gemeente zich blind en doof houdt voor de door mij aangevoerde bezwaren blijft er geen andere mogelijkheid, dan mijn bezwaren voor te leggen aan de provincie.

In de hoop dat die in staat zal zijn de gemeente over het juiste gebruik van haar bevoegdheden te adviseren.

Doorgestoken kaart.

De in 2017 gewekte indruk was, dat de opdracht tot herinrichting van het recreatieoord pas zou worden gegund, nadat er door Orez aan bepaalde voorwaarden zou zijn voldaan.

In werkelijkheid moet het van meet af aan duidelijk geweest zijn, dat het hier om boterzachte voorwaarden ging, waar Orez zonder problemen aan zou kunnen voldoen.

Het afgesproken controlemechanisme maakt dat duidelijk.

Het mechanisme bestond uit een taxatierapport, dat de door Orez bijeengebrachte ramingen (van opbrengsten en kosten) zou moeten beoordelen als zijnde marktconform.

De essentie van een taxatierapport is, dat het alleen taxeert wat er wordt voorgelegd en andere zaken buiten beschouwing laat.

Voor een beter begrip eerst even het begrip bieding in woorden. De bieding is gelijk aan de opbrengst minus (kosten plus winst). Uitgedrukt als formule, Bieding = Opbrengst – (Kosten + Winst)

Er ontstaat een verschil in de opbrengst (wat van invloed is op de hoogte van de bieding) als in de exploitatieopzet bij het onderdeel “camping” een “bungalowpark” met een verkoopwaarde van 18 miljoen wordt inbegrepen. Wat momenteel het geval is.

Er ontstaat een verschil in kosten (wat van invloed is op de hoogte van de bieding) als er in de exploitatieopzet bij het onderdeel “villapark” niet langer rekening hoeft te worden gehouden met omvangrijke waterbouwkundige werkzaamheden. Kosten, die inmiddels zijn komen te vervallen.

Degene die controle had over welke opbrengsten en welke kosten zou worden opgenomen in de exploitatieopzet was Orez. Zolang ze met haar ramingen van de opbrengsten en kosten binnen de grenzen van het betamelijk bleef, kon haar de opdracht niet ontgaan.

Kortom, het door het college gehanteerde controlemechanisme (ter vervanging van een openbare inschrijving) is slechts een simpel te omzeilen belemmering. Ofwel een doorgestoken kaart.

Des te opmerkelijker is, dat drie jaar later het college nog steeds van mening is, dat zowel de exploitatieopzet als taxatierapport geheim moeten blijven.

Om een zo laag mogelijke bieding te kunnen uitbrengen, had Orez er alleen belang bij een zo laag mogelijke opbrengst en zo hoog mogelijke kosten in haar exploitatieopzet op te nemen. Mededingers waren er immers niet. Het volstond vervolgens om met de ramingen binnen betamelijke grenzen te blijven.

Het college beweert nu, dat de uitgebrachte “marktconforme” ramingen (wat wil zeggen, ramingen die door elke andere marktpartij zouden zijn uitgebracht) tegelijkertijd allerlei “vertrouwelijk” verstrekte bedrijfsgeheimen van Orez zouden blootleggen, als ze openbaar gemaakt zouden worden.

Met daarbij de kanttekening, dat Orez niet meer is dan een rechtspersoon, die als doorgeefluik fungeert voor anoniem uitgebrachte ramingen van kosten en opbrengsten.

Van werkzaamheden waarvan inmiddels is besloten, dat ze niet zullen worden uitgevoerd.