Doodzwijgen.

Ik was de eerste (en ben tot dusver de enige) die op mijn blog wist te melden, dat de grond op het recreatieoord voor in het totaal € 335.000,- was verkocht aan Orez bv.

Een feit, dat ik ontleende aan een akte van overdracht van het kadaster. Ik vond het merkwaardig zoveel grond, voor zo weinig geld was verkocht, maar in die opvatting bleek ik alleen te staan.

Alle andere nieuwsmedia zwegen het feit dood, met als gevolg, dat raadsleden er ook niet over aan de tand werden gevoeld. En omdat de media geen vragen stelde, konden raadsleden zichzelf blijven wijsmaken, dat kennis van feiten voor hun niet van belang was.

We weten sinds kort, dat pas op 28 juni van dit jaar de raad een leesbare versie van de Anterieure Overeenkomst onder ogen heeft gekregen. Een exemplaar, waarin de relevante bedragen NIET zijn weggelakt.

Met andere woorden, alles wat de raad tot op dat moment (28 juni van dit jaar) pretendeerde te weten over de inhoud van die overeenkomst, berustte niet op kennis van feiten, maar op kennis van (door het college gedane) beweringen over feiten.

Eén van die beweringen was, dat de gemeente jaarlijks € 265.000,- zou ontvangen van de exploitant. In ruil voor gratis toegang tot het zwembad van de huurders van recreatiewoningen en als de garantie voor de belastinginkomsten die de exploitant geacht werd in rekening te brengen bij dezelfde huurders.

Wat echter niet was meegedeeld, was dat het jaarlijks te ontvangen bedrag weer aan de exploitant moest worden terug betaald. Als zijnde een bijdrage aan de ontwikkeling van het openbare gebied.

De noodzaak voor teruggave vloeide voort uit het taxatierapport, dat alleen maar marktconform zou zijn, als de eerder overeengekomen inkomsten ter waarde van totaal € 2.650.000,- terug zouden vloeien naar de exploitant.

Een feit, dat het college 2 1/2 jaar lang voor de raad verborgen heeft weten te houden door de bedragen op de AO weg te lakken.

Vanaf 28 juni van dit jaar heeft het college besloten om de raad formeel inzage in de stukken gegeven, maar tegelijkertijd over de inhoud van die stukken een geheimhoudingplicht opgelegd.

Maar de hierboven aangestipte terugbetaling van € 2,65 miljoen valt niet onder de geheimhoudingsplicht en valt af te leiden uit openbaar gemaakte stukken.

Tot dusver ben ik de enige die van dat feit (de terug betaling van 2,65 miljoen euro aan de exploitant) melding heeft gemaakt en hebben alle overige media deze terugbetaling (en de reden ervoor) doodgezwegen.

Motie De Jong, Van Galen, Keesman, Stomp, Jans, Raven.

In de genoemde motie, aangenomen in de raadsvergadering van 25 mei 2021, komt de volgende zinssnede voor.

dat om te komen tot een budget neutrale ontwikkeling van het REZ er vanuit de Gemeente Enkhuizen een forse financiële injectie van enkele miljoenen euro’s (middels “kwijtschelding” van 10 jaar toeristenbelasting en 10 jaar “gratis” gebruik van het zwembad) nodig en overeengekomen is;

Het staat er wat omfloerst en ik zou het zelf anders hebben omschreven, maar voor de insiders is het duidelijk.

De in het taxatierapport gemaakte berekening komt er op neer, dat de bieding van Orez alleen maar marktconform kon zijn, als de (eerder al toegezegde) minimale belastinginkomsten en bijdrage aan de exploitatie van het zwembad (in ruil voor gratis toegang) aan de exploitant zouden worden teruggegeven.

Logisch, dat een meerderheid van de raad daar in alle openheid over zou willen praten, daarom volstrekt onbegrijpelijk, dat ze dat een maand later plotseling niet meer wil en zichzelf (zonder enige toelichting) geheimhouding oplegt.

Hoewel het college in juni nog suggereerde, dat die geheimhouding mogelijk in september weer zou kunnen worden opgeheven maakt een voorstel daartoe nog geen deel uit van de raadsagenda voor september.

De teruggave (of financiële injectie zoals het in de motie wordt genoemd) komt neer op 10 jaar lang € 265.000,- per jaar dus totaal € 2,65 miljoen.

Het minste wat je als lokale pers zou kunnen doen is natuurlijk, de indieners van de motie te bevragen naar hun reden om af te zien van het openbaar maken van het taxatierapport en hun plotselinge keuze voor het tegenovergestelde, geheimhouding.

Maar klaarblijkelijk vinden ze dat te veel werk in die kringen.

Hand en spandiensten.

Toen het college weigerde MIJ inzage te geven in het taxatierapport bestond er (vanwege de dubieuze gronden voor die weigering) nog een mogelijkheid voor beroep (via de bestuursrechter).

Door mijn keuze voor een oplossing via de raad kwam die mogelijkheid te vervallen Een hernieuwde poging via een verzoek door Bob Sikkema dreigt, zo vrees ik, te mislukken om de volgende reden.

Door het inschakelen van de raad heeft het college zich een nieuwe reden voor weigering verschaft, die veel meer beroepsbestendig is dan de vorige. Als reden voor weigering geldt nu dat sprake is van een raadsbesluit en niet een besluit van het college.

Ik moet het nog even navragen, maar ik zie het niet zo gauw gebeuren, dat een rechter zal oordelen, dat de raad ten onrechte gebruik heeft gemaakt van het haar bevoegdheid om zaken geheim te verklaren.

Is mijn inschatting juist, dan zou dat betekenen, dat er geen bureaucratische middelen meer over zijn waar we gebruik van kunnen maken en dat ons niets anders rest, dan gebruik te maken van democratische middelen.

Zoals de verkiezingen.

Wat mij betreft prima. Ik ben god zij dank geen gemeentelijk jurist, wiens taak het is om rekening te houden met het eigen belang van het college en dus geen andere keus heeft, dan geheimhouding te bepleiten waar openbaarheid op zijn plaats zou zijn.

Het is nu aan de bevolking om te bepalen wat ze wel of niet belangrijk vindt. De veelal loze beloften over de toekomst die er ongetwijfeld gemaakt gaan worden, of de hand en spandiensten, die de raad gemeend heeft te moeten verrichten om te kunnen voorkomen, dat de waarheid over de verkoop van het recreatieoord aan het licht komt.

Extra horde.

Het is natuurlijk niet zo, dat ik verzin, dat de gemeenteraad als taak heeft er op toe te zien, dat een college geen misbruik maakt van haar bevoegdheden. Dat is volgens mij vastgelegd in de wet.

Hoe ze dat doen, mogen ze volgens mij zelf weten en in Enkhuizen komt dat toezicht er dus op neer, dat “niets op basis van eigen waarneming zal worden vastgesteld en dat alles (wat door het college over het onderwerp naar voren wordt gebracht), voor waar zal worden aangenomen.”

Anders gezegd, het door de raad uitgeoefende toezicht bestaat alleen in naam, maar niet in werkelijkheid.

Dat bleek een jaar geleden toen ik de raad vroeg om kennis te nemen van de inhoud van het taxatierapport. Om zodoende te bepalen, of het rapport nog langer geheim moest blijven.

In plaats van de inhoud van het stuk te raadplegen nam men genoegen met een verklaring over de inhoud van het college.

Dat bleek op 29 juni van dit jaar, toen de raad (in een besloten vergadering) besloot om de eis tot openbaarmaking los te laten en (unaniem??) te kiezen voor geheimhouding. Wederom op basis van wat haar vertrouwelijk door het college was medegedeeld

Ik ga er vanuit, dat dit opnieuw zal blijken als de raad (naar ik mag hopen dit keer in een openbare vergadering), haar 3 maanden eerder genomen besluit (om het “bewijs” van marktconformiteit geheim te houden) zal bekrachtigen.

Over de mogelijke gevolgen van het feit, dat het taxatierapport niet het bewijs vormt van een marktconforme bieding door Orez, zal de raad zich (naar zich laat aanzien op aandringen van het college) als vanouds niet bekommeren.

Die gevolgen kunnen echter zijn, dat de overeenkomst tussen gemeente en Orez (vanwege ongeoorloofde overheidssteun) nietig verklaard zal worden. Uit niets blijkt, dat de raad zich ooit in die mogelijke gevolgen heeft verdiept.

De noodzaak tot de her bekrachtiging van het eerdere besluit vloeit voort uit een verzoek om inzage van het taxatierapport door Bob Sikkema.

Nadat de raad een besluit heeft genomen over het verzoek tot opheffing van de geheimhouding, zal het college een besluit moeten nemen over het verzoek om inzage in het taxatierapport van Sikkema.

Dat verzoek zal echter, onder verwijzing naar het raadsbesluit, door het college worden afgewezen.

Meer over deze extra horde in een volgend bericht.

Blootleggen van strafbare feiten.

In de raadsbrief van 28 juni 2021 komt de volgende passage voor.

Daarnaast is het taxatierapport momenteel onderdeel van een door extern betrokken adviseurs (Fakton en Pot Jonker) geleid financieel / juridisch onderzoek naar de in de tijd, tussen taxatie en nu, opgekomen wijzigingen in het project en de financiële en juridische consequenties daarvan.

Het op dit moment openbaar maken van het taxatierapport wordt door dit bureau nadrukkelijk afgeraden omdat dat het onderzoek belemmert en, zo lang er nog geen conclusies uit kunnen worden getrokken, de financiële positie en de onderhandelingspositie van de gemeente ondermijnt.

De gemeente verliest dan mogelijk de regie en dat is niet in het belang van de gemeente en de Enkhuizense gemeenschap.

Het bovenstaande zijn (door het college aangevoerde) aanvullende redenen om het taxatierapport geheim te blijven houden. De eerste alinea spreekt van een onderzoek naar de financiële consequenties van de wijzigingen in het project tussen het tijdstip waarop de taxatie werd gemaakt en nu.

Dat is een onzinnige opdracht. De financiële consequentie, die voortvloeit uit het taxatierapport is verwerkt in de Anterieure Overeenkomst en bestaat uit de verlaging van het oorspronkelijke onvoorwaardelijke bod met € 2,65 miljoen.

Andere wijzigingen die na het tekenen van de Anterieure Overeenkomst zijn opgetreden zoals het afblazen van plan vesting en de beperking van het aantal recreatiewoningen in het villapark tot 160 stuks zijn reeds in allonges verwerkt.

De opdracht aan Fakton om een onderzoek in te stellen, is niet anders dan een opdracht om en doofpot te construeren, waarin de werkelijke stand van zaken kan worden opgeborgen.

Die stand van zaken is, dat het door Fakton uitgebrachte taxatierapport niet de bevestiging is van een marktconforme bieding door Orez. Het is de bevestiging van een wens van het college, dat kost wat kost zaken wilde doen met Orez bv.

Fakton heeft, zoals zo vaak in de vastgoedwereld gebeurd, niet anders gedaan, dan voldoen aan de wens van haar de opdrachtgever. Door een “overschot” te berekenen, dat min of meer gelijk was aan het bedrag, dat Orez bv had aangeboden om te betalen voor de grond. (€ 335.000,-)

Toen dat gelukt was, werd de uitkomst marktconform verklaard en op hetzelfde moment de berekening ervan geheim. Het college weet uit ervaring, dat als zij iets geheim verklaard, de raad het niet in haar hoofd haalt om te controleren of die geheimverklaring op juiste gronden berust.

Fakton en het college hebben dus een gezamenlijk belang. Namelijk, voorkomen dat hun beider bedrog aan het licht komt. Dat lukt alleen, als voorkomen wordt, dat het taxatierapport openbaar gemaakt moet worden.

De eerste stap in die richting is gezet tijdens de besloten bijeenkomst van 29 juni 2021 waarin de raad haar eis tot opheffing van de geheimhouding los liet en zich plotseling voorstander toonde van geheimhouding.

Het zal niet de enige stap blijken te zijn. Meerdere stappen zullen volgen. Waar college en raad mee bezig zijn is het creëren van een doofpot waarin het college haar wangedrag en de raad haar plichtsverzuim in onder kunnen brengen.

De raadsbrief lijkt te eindigen met een optimistische constatering “Nadat het voornoemde onderzoek is afgerond, zal de geheimhouding waarschijnlijk kunnen worden opgeheven.”

Vergeet het maar. Het onderzoek is slechts een onderzoek naar de mogelijkheid om een doofpot te creëren. Fakton en het college zullen tot alles bereid zijn om de openbaarmaking van het taxatierapport te verhinderen, omdat als dat wel zou gebeuren, de door hun gepleegde strafbare feiten aan het licht zouden komen.

Blijven opkomen.

Gisteren is de link van mijn blogpost “Ongeloofwaardig” van Facebook verwijderd. Het is de eerste keer dat dit gebeurde. Ik weet niet waarom.

Het onderwerp, de ongeloofwaardigheid van politici, stond landelijk in de belangstelling.

In mijn blogpost betoogde ik waarom dat lokaal ook het geval zou moeten zijn. Niet echt revolutionair dacht ik zelf, maar wellicht heeft toch iemand aanstoot genomen en was de moderator het met hem/haar eens. Ik zal in ieder geval navraag doen.

Zoals ik het zie, is de lokale politiek al jarenlang bezig met het om zeep helpen van de lokale democratie.

Waar, of niet waar doet er niet langer toe. Het enige wat telt is, kunnen we er als overheid mee wegkomen.

Verder verberg ik mijn conclusies niet onder stoelen of banken.

Doelbewust heeft het college ons recreatieoord (ver beneden haar eigenlijke waarde) aan bevriende speculanten verkocht. Geen politieke partij heeft die bewering tot dusver durven tegen te spreken.

Hoogstens heeft men haar gebagatelliseerd en doodgezwegen, terwijl ze het bewijs van juistheid van mijn bewering geheim hebben verklaard.

Waar de raad in het openbaar zegt voorstander te zijn van openbaarmaking van het taxatierapport, (volgens het college het bewijs van marktconformiteit van de verkoopvoorwaarden), besluit ze in besloten bijeenkomsten tot precies het tegenovergestelde.

De lokale democratie eist transparantie en het afleggen van verantwoording.

De lokale politiek biedt ons slechts gekonkel in achterkamertjes en een totaal gebrek aan bereidheid om daarover verantwoording af te leggen.

De lokale politiek en vrijwel iedereen die er deel van uitmaakt kan me gestolen worden, maar voor de lokale democratie zal ik ten allen tijde blijven opkomen.

Geloofwaardig.

Toen ik de cijfermatige onderbouwing van het taxatierapport van Fakton onder ogen kreeg, kostte het me nog geen 5 minuten om te beseffen, dat het rapport (om een aantal redenen) niet deugde.

Hoe is het dan mogelijk, dat wethouder Struijlaart (die zichzelf maar al te graag profileert als ervaren zakenman), die onregelmatigheden niet zijn opgevallen toen HIJ het rapport onder ogen kreeg.

Of zijn ze hem wel opgevallen en heeft hij vervolgens alleen maar de vraag gesteld “wat schuift het als ik hier mee instem?”

Hoe geloofwaardig is hij eigenlijk, als hij, nadat hij zijn biezen had gepakt, doodleuk verklaart dat het rapport wat hem betrof mocht worden vrijgegeven. Terwijl zijn opvolgers hemel en aarde bewegen om het rapport geheim te houden.

Hoe geloofwaardig is het zittende college nog, als ze de raad geheimhouding oplegt van een frauduleus taxatierapport en hoe geloofwaardig is een raad die zich daar zonder tegenstribbelen bij neerlegt.

Hoe geloofwaardig ben je als onderhandelaar, als je een overeenkomst afsluit waarvan de uiteindelijke opbrengst 2.65 miljoen euro minder is, dan het bod, dat je oorspronkelijk hebt ontvangen.

En hoe geloofwaardig ben je als gemeenteraad als je, nadat je van al die feiten kennis hebt kunnen nemen, je jezelf nog steeds in stilzwijgen hult.

Door haar manier van aanbesteden is de gemeente miljoenen aan inkomsten misgelopen. Maar omdat iedereen, inclusief de pers, zich doelbewust gedeisd houdt en de andere kant op kijkt, blijft het wangedrag onbestraft en wordt er niets ondernomen om de schade te beperken.

Advies over geheimhoudingsplicht.

Op 28 juni jongsleden heeft het college van Enkhuizen de raad (voor wat betreft de inhoud van een taxatierapport) een plicht tot geheimhouding opgelegd.

De raad zelf heeft die plicht de daaropvolgende dag bekrachtigd., waarmee ze zichzelf het zwijgen heeft opgelegd, tot het moment ze die plicht weer zal opheffen.

In de raadsvergadering van 28 september aanstaande zal zij een besluit moeten nemen of ze haar eerdere (op 28 juni genomen) besluit wil handhaven, dan wel wil intrekken.

Noodzaak voor dat nieuwe besluit wordt gevormd door een WOB verzoek van Bob Sikkema om inzage te krijgen in het taxatierapport.

Zijn verzoek om inzage in het rapport moet (volgens een uitspraak van de Raad van State) beschouwd worden als een verzoek tot opheffing van de geheimhoudingsplicht.

Omdat het besluit tot geheimhouding (op advies van het college) door de raad is genomen, is dat ook de instantie die dat besluit (uiteraard wederom op advies van het college) weer ongedaan zal moeten maken..

Dat college advies wordt gewoonlijk veertien dagen voor de raadsvergadering bekend gemaakt. Ik heb voor de zekerheid even gekeken op de agenda voor 28 september, maar die is nog niet gepubliceerd.

Dus ook geen advies aan de raad over het te nemen besluit. Zoals ik hier al meermalen heb betoogd vormt de door Fakton uitgevoerde taxatie niet het bewijs dat het bod van Orez BV marktconform was.

Maar het bewijs, dat het college zich schuldig gemaakt had aan malversaties door het recreatieoord beneden haar werkelijke waarde aan Orez te verkopen.

De namens het college geschatte waarde bedraagt 10 miljoen, terwijl de namens Droomparken geschatte waarde 30 miljoen bedraagt.

Een onbekend aantal raadsleden zijn inmiddels van deze feiten op de hoogte, maar doen er tot dusver het zwijgen toe.

Ik ben dan ook benieuwd wanneer die zwijgzaamheid doorbroken gaat worden en welk advies het college de raad zal geven m.b.t. de geheimhouding.

Moedig zijn

Tijdens de raadsvergadering op 25 mei van dit jaar nam de raad een motie aan, waarin werd gevraagd om de openbaarmaking van de inhoud van een taxatierapport.

Dat rapport vormde het bewijs, dat de door Orez bv gedane bieding (op de concessie tot herinrichting van het recreatieoord) marktconform was.

Het college liet weten de motie te zullen omarmen, maar vroeg een maand uitstel om haar te kunnen uitvoeren. Wat door de raad werd gegeven.

Per raadsbrief van 28 juni liet het college weten, dat de opsteller van het taxatierapport (Fakton) haar nadrukkelijk had afgeraden om het rapport openbaar te maken en dat zij dat advies had overgenomen.

Dat de taxatie wel ter beschikking van de raad zou worden gesteld, maar wel onder het voorbehoudt, dat t.a.v. de inhoud een plicht tot geheimhouding zou gelden.

Die plicht tot geheimhouding werd de daaropvolgende dag door de raad bekrachtigd. Met als consequentie, dat de raad vanaf dat moment ook de enige zou zijn, die de plicht weer zou kunnen opheffen.

Hoewel de raad gewoonlijk genoegen neemt met verklaringen van het college over de inhoud, staat vast, dat ze in staat is gesteld om kennis te nemen van de inhoud van het taxatierapport en dat ze dus kan WETEN, dat de raming van de gebiedswaarde door Fakton circa 10,6 miljoen euro bedroeg.

Tegelijkertijd heeft de raad kennis kunnen nemen van het in opdracht van Droomparken gemaakte rapport van Cushman & Wakefield, dat de waarde voor beide oorspronkelijke plandelen (villapark en camping) becijferde op circa 30 miljoen euro.

Op bases daarvan kan worden vastgesteld, dat er geen enkel bewijs is, dat de door Fakton berekende (maar geheim verklaarde) waarde het bewijs vormt, dat de door Orez uitgebrachte bieding marktconform was.

Eerder is het taxatierapport het bewijs van het tegenovergestelde.

Namelijk, dat (ongetwijfeld op verzoek van het college) de gebiedswaarde veel lager werd getaxeerd dan ze in werkelijkheid was. Om het op die manier voor de gemeente mogelijk te maken om haar overeenkomst met Orez bv te sluiten.

Een werkwijze die gebaseerd is op strafbaar gedrag.

Waarmee het raadsbesluit (zichzelf geheimhouding op te leggen) in context kan worden geplaatst. De raad heeft zichzelf verplicht, om het bewijs van strafbare gedragingen, geheim te verklaren.

Raadsleden die de moeite hebben genomen om kennis te nemen van de feiten, WETEN inmiddels, dat het taxatierapport niet het bewijs is van marktconformiteit, zoals dat door het college wordt beweerd.

Maar beschikken klaarblijkelijk niet over voldoende moed om dat inzicht met anderen te delen.

Echter, binnenkort zal de raad, naar aanleiding van een WOB verzoek, opnieuw een besluit moeten nemen over de plicht tot geheimhouding.

Het is gebruikelijk, dat zo’n besluit genomen wordt, nadat het college daar een advies over heeft gegeven. Ik ben razend benieuwd naar dat advies en wie er inmiddels over voldoende moed beschikt.

Hopeloze taakstelling.

Zoals je op verschillende manieren tegen een huis kunt aankijken, plek om te wonen of object van waarde kun je ook tegen het recreatieoord aankijken.

Mijn insteek was van meet af aan, object van waarde en de manier waarop door de gemeente de waarde zou worden bepaald. Ik heb daar vanaf het eerste begin op- en aanmerkingen over gemaakt, die stuk voor stuk werden genegeerd door de raad.

Inmiddels is vrijwel alles over het proces van waardebepaling bekend en kan de balans worden opgemaakt. Wie door de bomen het bos niet meer ziet, hierbij een vereenvoudigde versie van de manier waarop het college de waarde van het object (recreatieoord) heeft bepaald.

Waarbij de verkoop van het recreatieoord vergeleken wordt met een makkelijker voorstelbaar object van waarde, een huis.

Op dat huis heeft de gemeente een onvoorwaardelijk bod gekregen van zeg 5 ton. De gemeente heeft dat bod laten beoordelen op marktconformiteit. Het oordeel van de taxateur is dat een bod van 4 ton marktconform is.

De gemeente verkoopt vervolgens haar huis voor vier ton en verklaart het bewijs van marktconformiteit geheim.

Vrijwel onmiddellijk daarna verkoopt de koper het huis door aan een derde die ook een taxatie laat uitvoeren en tot een waarde komt die het drievoudige is van de waarde die de gemeente tot marktconform heeft verklaard. In dit voorbeeld dus 1.2 miljoen.

Deze gang van zaken laat zich, met behulp van inmiddels openbaar gemaakte documenten, aantonen.

Omdat de gemeente weigert het bewijs van marktconformiteit ter inzage te geven heb ik geconcludeerd, dat het taxatierapport niet het bewijs is van marktconformiteit, maar het bewijs is van iets geheel anders.

Het bewijs van malversaties door het college. Bestaande uit, het doelbewust beneden de eigenlijke waarde verkopen van het huis.

Met als oogmerk daar zelf voordeel uit te behalen. Mits bewezen komt dat neer op het plegen van een strafbaar feit. Het bewijs daarvoor bevindt zich voor een deel in het taxatierapport dat (op verzoek van het college) door de raad geheim is verklaard.

Wat de interessante conclusie met zich brengt, dat de raad zich medeplichtig heeft laten maken aan het verbergen van het bewijs van mogelijke (door het college gepleegde) strafbare feiten.

Dit dus de huidige stand van zaken. Dat het gemeentelijke bezit beneden haar waarde is verkocht kan inmiddels worden aangetoond. De resterende vraag is alleen, of dit opzettelijk is gebeurd, dan wel het gevolg is van ongelooflijke stupiditeit van het college en haar ambtenaren.

Op die vraag zou een ter zake deskundige instantie zoals de rijksrecherche een antwoord moeten geven. De opdracht tot een onderzoek moet worden gegeven door de gemeenteraad, maar die is momenteel alleen nog geïnteresseerd in het verbergen van bewijsmateriaal.

Wat naar zich laat aanzien, op termijn, een hopeloze taakstelling is.