Weer ongedaan maken.

Het was me niet opgevallen, maar de lijsttrekker van Enkhuizen Vooruit bij de aankomende verkiezingen, Frank van Gangelen, wees me op het bericht, dat zijn partij op 23 oktober 2021 op Facebook had geplaatst.

Daarin concludeert Enkhuizen Vooruit, dat in haar opvatting het taxatierapport van de firma Fakton/BaseValue geen bewijs is, dat het door Orez bv uitgebrachte bod voor de herinrichting van van het REZ, marktconform was.

Als het taxatierapport niet het bewijs is van de marktconformiteit van het door Orez uitgebrachte bod, waar is het dan wel het bewijs van?

Volgens mij is de taxatie het bewijs van aan Orez bv verstrekte steun, in de vorm van het ver beneden de waarde, onderhands gunnen, van een opdracht.

Steun, die de aanvankelijke eigenaren van Orez bv na ontvangst onmiddellijk ten gelde gemaakt hebben door het bedrijf, met dikke winst, door te verkopen aan Droomparken.

Volgens Fakton had de opdracht een negatieve waarde en moest de gemeente daarom eerder overeengekomen inkomsten (ter waarde van € 2.65 miljoen) inleveren om de eveneens toegezegde € 335.000,- te kunnen incasseren.

Volgens Droomparken had de opdracht een positieve waarde van € 18,4 miljoen voor wat betreft alleen al het villapark. Tellen we daar de camping bij op, dan is de totale positieve waarde van het project 30 miljoen.

Kortom, het taxatierapport vormt het bewijs van een wanprestatie, die door het vorig college was voorbereid en door het huidige college is uitgevoerd. Terwijl het bewijs van die wanprestatie door vrijwel de gehele raad geheim is verklaard.

Ik heb, voor deze vorm van medeplichtigheid aan een wanprestatie, (door het bewijs er van geheim te verklaren en daarmee onbespreekbaar te maken) de raad (vanaf deze plek) meermalen gewaarschuwd. Het heeft niet mogen baten.

Op één fractie na volhardt de raad nog steeds in de opvatting, dat de met Orez gesloten overeenkomst marktconform was en dat er hoogstens hier en daar wat vlekjes moeten worden weggewerkt.

Waarvoor (tegen zeer aanzienlijke kosten) de hulp is ingeroepen van het bedrijf, dat er bij een eerdere waardebepaling maar liefst 30 miljoen naast zat.

De SP heeft tijdens de Presidium vergadering van gisteravond het onderwerp REZ op de agenda geplaatst. Maar vanwege de geheimhoudingsplicht, die de raad zichzelf heeft opgelegd, werd de discussie verdaagt naar een besloten bijeenkomst.

Tot na de raadsvergadering van vandaag.

De geheimhoudingsplicht t.a.v. het taxatierapport werd door het college in een besloten bijeenkomst opgelegd. Werd in een besloten bijeenkomst door de raad bekrachtigd en zal, naar ik aanneem, vanavond weer ongedaan worden gemaakt. Uiteraard in een besloten bijeenkomst.

Want aan openbaarheid van bestuur heeft de meerderheid van deze raad een broertje dood.

Tot slot voor mijn vrouw, die al die jaren eindeloos geduld met me heeft gehad en zonder wiens steun ik het nooit had volgehouden.

Nog steeds een olifant in de kamer.

Hoewel raad en college tot voor kort strak en stijf volhielden, dat er niets mis was met de overeenkomst met Orez bv is men daar (ogenschijnlijk) toch anders over gaan denken.

Men heeft het nog niet openlijk toegegeven, maar er is min of meer stiekem een opdracht gegeven tot het doen van een financieel onderzoek.

Het raadsbesluit, over het in stand houden van het geheimhouden van het taxatierapport, noemt dit onderzoek als reden voor het geheimhouden.

(dat) het taxatierapport onderdeel is van een door extern betrokken adviseurs (Fakton en Pot Jonker) geleid financieel / juridisch onderzoek naar de in de tijd, tussen taxatie en nu, opgekomen wijzigingen in het project en de financiële en juridische consequenties daarvan;

Dit onderzoek is een geheel nieuwe reden om het rapport geheim te houden en is ook een heel andere reden, dan de reden voor weigering die mij (een jaar eerder) was voorgehouden in het kader van mijn WOB verzoek.

Toen heette het, dat een openbaarmaking van het rapport Droomparken zou benadelen bij het uitbesteden van werk aan onderaannemers.

Als die zouden weten tegen welke prijs werkzaamheden waren begroot, dan zouden ze daar bij hun offerte rekening mee houden was de gedachte.

Deze gedachtegang illustreert slechts, dat men van ambtelijke zijde geen enkel benul heeft hoe aanbestedingen in zijn werk gaan. Dan wel, dat men bereid was om elk flauwekul argument te gebruiken om te voorkomen, dat het taxatierapport openbaar gemaakt zou moeten worden.

We mogen er vanuit gaan dat het laatste het geval is. Ook de reden is duidelijk. Het rapport bewijst (in tegenstelling tot wat het college tot dusver beweert) dat ze NIET het bewijs was, dat de exploitatieopzet die Orez bv had voorgesteld, marktconform was.

Op dat punt had het college destijds (om haar moverende reden) gelogen en is het huidige college er klaarblijkelijk alles aan gelegen om te voorkomen, dat het bewijs van die leugen (door openbaarmaking van het taxatierapport) geleverd zal worden.

Er zijn slecht twee instanties die het bestaan van die leugen kunnen bevestigen, dan wel ontkennen. Omdat hun de inzage in het document niet kan worden geweigerd. De bestuursrechter en de formele toezichthouder van het college (de gemeenteraad).

De gemeenteraad heeft het document ingezien, maar wankelmoedig als altijd, durft ze geen antwoord te geven op de vraag of het document daadwerkelijk het bewijs vormt van een marktconforme exploitatie door Orez bv..

In plaats daarvan maakt ze gretig gebruik van het rookgordijn, dat het college (in de vorm van een nog uit te voeren, maar volkomen nutteloos onderzoek) voor haar heeft geschapen.

Het is een (in democratisch opzicht) beschamende gang van zaken. In plaats van haar verantwoording als toezichthouder te nemen onttrekt de raad (met behulp van allerhande door het college aangereikte drogredenen) zich aan haar verantwoordelijkheid.

En weigert zij hardnekkig om de aanwezigheid van een olifant in de kamer te bespreken.

De medeplichtigen.

Hoewel de gemeenteraad van Enkhuizen het (althans in theorie) voor zichzelf onmogelijk gemaakt heeft om over het taxatierapport van BaseValue te praten, geldt die restrictie natuurlijk niet voor mij.

Al de dreigementen van de burgemeester ten spijt, een raadslid heeft niets te vrezen, als hij zou laten weten, dat wat ik over de inhoud van het rapport naar buiten breng, NIET juist is.

Dat is tot op heden niet gebeurd en dan geldt er gewoonlijk “wie zwijgt, stemt toe”.

Dus wat staat er in dat taxatierapport?

Dat de taxatie van het bouwrijp gemaakte gebied van het plandeel camping een gebiedswaarde van € 265.550,- heeft opgeleverd.

Dat schiet lekker op. In het rapport van Cushman & Wakefield (dat niet geheim is verklaard) valt te lezen, dat het bouwrijp maken van een gebied met zo’n 200 kavels voor recreatiewoningen ongeveer 3 miljoen moet kosten.

Volgens BaseValue is het dus zo, dat nadat je 3 miljoen hebt geïnvesteerd in een gebied door het bouwrijp te maken, dat gebied uiteindelijk minder dan 10% van het geïnvesteerde bedrag waard is.

Maar dat is nog niet alles. Het zelfde rapport van C&W geeft aan dat de waarde van een kampeerkavel € 40.000,- is. Omdat daar jaarlijks 5% rendement op kan kan worden gehaald.

De kavels voor recreatiewoningen zijn, om dezelfde reden, het dubbele waard. € 80.000,-.

Bij een gelijke verdeling tussen kampeerkavels en recreatiekavels is de totale verkoopwaarde van het plandeel camping dus € 12 miljoen. Waarboven dan ook nog de opbrengst van de nog te verkopen recreatiewoningen komt.

Cushman & Wakefield, minstens 12 miljoen. BaseValue, € 265.550,- ofwel 2% van de door C&W geschatte waarde, dat kan natuurlijk niet verklaard worden op basis van een rekenfout.

Laat staan dat op basis van deze taxatie beweerd kan worden, dat de overeenkomst met Orez bv marktconform was.

De taxatie is niet anders dan een moedwillige constructie, waarmee de vooraf al bekokstoofde verkoop aan Orez bv ogenschijnlijk kon worden gerechtvaardigd.

Tenminste, zolang die constructie maar niet openbaar gemaakt zou worden en daar hebben de opeenvolgende colleges dan ook hun uiterste best voor gedaan.

Dat het hier om een moedwillige constructie gaat blijkt onder meer uit het feit, dat in het oorspronkelijk bod de toeristenbelasting en de compensatie voor gebruik van het zwembad, als inkomsten voor Enkhuizen golden.

Maar dat de gemeente (als gevolg van de taxatie) die inkomsten (met een gezamenlijke waarde van € 2,65 miljoen) weer moest inleveren.

Omdat anders de (in de taxatie) gemaakte rekensom niet meer klopte.

Feitelijk heeft de taxatie er voor gezorgd, dat Enkhuizen € 2,65 miljoen minder krijgt dan in eerste instantie al met Orez bv was overeengekomen.

Kortom, langs die weg is de gemeente Enkhuizen voor miljoenen benadeeld.

De gang van zaken kan alleen maar worden omschreven als een misdrijf jegens de stad Enkhuizen. Door degenen, die in plaats van het misdrijf aan te geven bij bij de bevoegde instanties, zich alleen maar inspannen, om het bewijs (van dat misdrijf) geheim verklaren.

Van dat misdrijf moet het nu zittende college al geruime tijd op de hoogte zijn geweest.

Dat geldt echter niet voor de gemeenteraad, aan wie het doorslaggevend bewijs van het misdrijf, pas vanaf 28 juni van dit jaar, ter beschikking is gesteld.

Of de gemeenteraad daadwerkelijk kennis heeft genomen van dat bewijs is nog maar de vraag. De raad laat zich gewoonlijk leiden door meningen over feiten en niet door de feiten zelf.

Door vervolgens de feiten, die betrekking hebben op het misdrijf, geheim te verklaren, heeft de raad zichzelf medeplichtig gemaakt aan dat misdrijf.

De keuze waar de nu zittende raadsleden dus voor staan is simpel, ofwel men betwist de juistheid van de door mij verstrekte feiten, dan wel gaat men als medeplichtigen aan een misdrijf (waar Enkhuizen slachtoffer van is geworden) de verkiezingen in.

Het feit, dat de medeplichtigen aan een misdrijf zich kandidaat stellen voor een toezichthoudende functie is binnen de Nederlandse politieke verhoudingen niet uniek. Dat neemt niet weg, dat deze gang van zaken, vroeg of laat, de aandacht van de landelijke media zal trekken.

Verder wens ik al mijn lezers (ook degenen die het nooit ergens mee eens zijn en naar ik aanneem, lid zijn van de gemeenteraad) een prettige jaarwisseling en een voorspoedig Nieuw Jaar.

Feiten en meningen.

Cushman & Wakefield is een gerenommeerd taxatiebureau. Ze heeft in opdracht van Droomparken de residuele grondwaarde van het nog te realiseren plandeel villapark (volgens plan Vesting) op het recreatieoord berekend.

De residuele grondwaarde is wat je als ontwikkelaar voor de grond kunt betalen als je genoegen neemt met 10% winst over je geschatte omzet.

Vrijwel elke ontwikkelaars zal daar geen genoegen mee willen nemen, omdat men gewend is aan hogere winstpercentages.

De door C&W berekende residuele grondwaarde is dus niet anders dan een raming, die bovendien makkelijk is te manipuleren.

Door de opbrengst wat lager in te schatten, dan in redelijkheid mag worden verwacht.

In de hier bovenstaande berekening schat C&W een gemiddelde verkoopprijs van de recreatiewoningen op het villapark op 4 ton per woning (inclusief btw).

Dat is een verkoopprijs van € 330.000,- per woning exclusief btw.

Als ik me goed herinner werden de beachhouses in het villapark aangeboden en verkocht voor € 550.000,- per stuk (exclusief btw).

Met andere woorden, in dit voorbeeld hoeft de door C&W geraamde opbrengt (per woning) maar € 100.000,- hoger uit te vallen (wat waarschijnlijk is) en de met het plandeel te behalen winst is een viervoud van wat er in eerste instantie formeel werd geraamd.

De residuele grondwaarde (het bedrag dat de ontwikkelaar zou kunnen betalen) is becijferd op 18,4 miljoen voor alleen het plandeel villapark.

Het gaat hier niet om een mening, maar om een rekenkundig feit en wat mij tot dusver nog het meest heeft verbaasd is, dat er geen enkele nieuwsorganisatie is geweest die dit rekenkundig feit aan het college en de raad heeft voorgelegd en heeft gevraagd om hun mening over dat feit te geven.

Met als direct gevolg dat college en raad kunnen blijven voordoen of ze niet op de hoogte zijn van dergelijke feiten.

Ik was de eerste die de prijs waartegen de grond op het REZ was verkocht naar buiten bracht. (€ 335.000,-) Ik vond het tamelijk opzienbarend nieuws. Er was echter geen nieuwsorganisatie die dezelfde opvatting had en de moeite nam om het nieuws te delen.

Er is geen lezer van het NHD die weet, dat al de grond op het REZ is verkocht voor € 335.000,-, tenzij hij ook mijn blog leest.

Ook het nieuws, dat Enkhuizen € 2,65 miljoen aan eerder overeengekomen inkomsten weer heeft moeten afstaan om de betaling van die € 335.000,- alsnog mogelijk te maken is door geen nieuwsorganisatie overgenomen.

Laat staan, dat de toezichthouder over de noodzaak van die constructie ooit is ondervraagt.

Kennelijk is er, in de reguliere nieuwsvoorziening, alleen belangstelling voor meningen en doen feiten nauwelijks ter zake.

Elke mening van college en raad, ook als ze niet op feiten zijn gebaseerd, wordt klakkeloos verspreid, terwijl de feiten, die ik in de loop der tijden boven water heb weten te halen door de officiële nieuwsmedia worden genegeerd.

In het gunstigste geval wordt een door mij blootgelegd feit als mijn persoonlijke mening over iets gepresenteerd, maar never nooit als feit.

De reguliere nieuwsmedia zien zichzelf graag als waakhond van de democratie. In werkelijkheid zijn het (op lokaal niveau) slechts verspreiders van meningen van politici. Meningen die vaak volkomen losgezongen zijn van de feiten waar ze (zogenaamd) op gebaseerd zijn.

Een democratie is alleen maar een democratie, als de bevoegde instanties zich gedwongen voelen om verantwoording af te leggen over hun doen en laten. Op lokaal niveau is dat nauwelijks het geval.

Daarom is de lokale democratie een bedenksel geworden, waar inmiddels bijna de helft van de kiesgerechtigden niet meer in geloofd.

Om zeep helpen.

Gisteren stelde ik vast, dat het vorige college (onder aanvoering van de SP) met haar besluit, om de herinrichting van het recreatieoord onderhands te gunnen aan de firma Orez bv, een wanprestatie had geleverd.

Een wanprestatie is een toerekenbare tekortkoming vanwege het niet nakomen van verplichtingen.

De verplichting in deze vloeit voort uit de Europese wet- en regelgeving, welke inhoudt, dat in het geval van een onderhandse aanbesteding van werkzaamheden, er bewijs moet zijn, dat die aanbesteding op basis van marktconforme voorwaarden heeft plaatsgevonden.

De opdracht werd Orez bv gegund op basis van een door Orez bv voorgelegde exploitatieopzet. Vervolgens is die exploitatieopzet (om de marktconformiteit vast te stellen) getaxeerd door de firma BaseValue.

Waarna het college, op basis van de uitkomst van die taxatie, concludeerde, dat de door Orez bv ingediende exploitatieopzet marktconform was en dat daarmee voldaan was aan verplichtingen jegens de Europese wet- en regelgeving, ter voorkoming van ongeoorloofde overheidssteun.

De uiteindelijke rechtsvraag is derhalve, is de bewering van het college, dat ze heeft voldaan aan de Europese wet- en regelgeving juist en vorm de taxatie van BaseValue ook daadwerkelijk het bewijs, dat de door Orez bv ingediende exploitatieopzet van het plan “Vesting”, marktconform was.

Om die vraag te kunnen beantwoorden dient men inzage te hebben in zowel de door Orez bv ingediende exploitatieopzet als de taxatie van die opzet door de firma BaseValue.

Het college heeft tot dusver steeds geweigerd om inzage te geven in de beide documenten, zodat de juistheid van haar bewering, dat ze heeft voldaan aan haar verplichtingen jegens de Europese wet- en regelgeving, niet kan worden vastgesteld.

De enige die dat (in dit stadium) kan vaststellen is de bestuursrechter.

Omdat die de inzage in de beide documenten niet geweigerd kan worden en dus (op basis van de inhoud van die documenten) kan bepalen, of het voorgaande college aan haar verplichting heeft voldaan, dan wel dat zij een wanprestatie heeft geleverd.

Door onderhands werkzaamheden aan te besteden tegen voorwaarden, die in geen enkel opzicht marktconform zijn te noemen.

Het bewijs, dat de destijds overeengekomen voorwaarden niet marktconform waren, bestaat uit een exploitatieopzet, die de nieuwe eigenaar van Orez bv (Droomparken) heeft laten maken van het plan “Vesting”.

Door het gerenommeerde bedrijf Cushman & Wakefield.

Volgens deze exploitatieopzet was de waarde van het gebied ruim 30 miljoen euro hoger, dan de waarde die door de gemeente tot “marktconform” was verklaard en € 1,6 miljoen negatief was.

Op basis van dit bewijs kost het me geen enkele moeite om de onderhandse aanbesteding van werkzaamheden (in het kader van de reconstructie van het REZ) door het voorgaande college, tot een wanprestatie te bestempelen.

Minstens geëvenaard door de wanprestatie van het huidige college, dat zich louter en alleen tot taak lijkt te hebben gesteld, om het bewijs van de eerdere wanprestatie (door het vorige college), geheim te verklaren.

En zodoende de kans, dat het gevolg van die eerdere wanprestatie ongedaan gemaakt kan worden, om zeep helpt.

Hoorzitting

Naar aanleiding van het door Bob Sikkema ingediende bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad (om de taxatie van de exploitatieopzet van Orez bv geheim te blijven houden), vindt er op 6 januari een hoorzitting plaats.

Waarin Bob zijn bezwaren mag toelichten.

Of ik de door mij ingebrachte bezwaren mag toelichten moet nog even worden afgewacht. De vraag voor de gemeente schijnt te zijn, of de door mij ingebrachte bezwaren (naar het oordeel van de gemeenteraad) ontvankelijk zijn.

Zelf had ik al aangegeven, dat de hoorzitting (naar mijn mening) geen enkele toegevoegde waarde had.

Het zigzag gedrag, of de “zo de wind waait, waait m’n jasje” mentaliteit van de raad is inmiddels afdoende gedocumenteerd.

Men had in eerste instantie een motie aangenomen om de taxatie openbaar te maken, maar dat standpunt vervolgens (tijdens een niet openbare bijeenkomst) weer ingetrokken en precies het tegenovergestelde besluit genomen.

Door de opgelegde geheimhoudingsplicht te bekrachtigen.

Waarna de raad (ditmaal in een openbare bijeenkomst) geweigerd had om die geheimhoudingsplicht ongedaan te maken.

De reden voor die weigering bestond uit een reeks van drogredenen, waar ik het college al eerder op had gewezen, zodat het (wat mij betreft)geen enkele zin heeft om daar (in een nieuwe hoorzitting) college en raad opnieuw op te wijzen.

De raad blijft zich toch vastklampen aan het advies van het college. Op dat punt volgt ze keer op keer slaafs het beleid van het college, dat haar (achter gesloten deuren) kennelijk is uitgelegd en waarover ze geen mededeling mag doen.

Ik had de raad op 18 augustus 2020 gevraag om kennis te nemen van de inhoud van de taxatie en op basis daarvan een besluit te nemen. Te weten, was het echt noodzakelijk dat de taxatie nog langer geheim zou blijven?

Of de raad daadwerkelijk kennis genomen heeft van de inhoud van de taxatie waag ik te betwijfelen, maar feit is, dat het college haar daar (sinds 28 juni 2021) wel toe in staat heeft gesteld.

Men is dus in staat geweest om vast te stellen, dat de taxatie niet het bewijs was van een marktconforme exploitatieopzet van Orez bv en dat het college haar, maar ook de rest van de Enkhuizer bevolking, in dat opzicht heeft voorgelogen.

En dat het besluit dat men genomen heeft er op neer komt, dat men het bewijs van een leugenachtige bewering door het college, geheim heeft verklaard.

Niet alleen dat, de raad heeft door haar manier van optreden ook mogelijkheid tot herstel van de inmiddels opgelopen schade onmogelijk gemaakt.

Samengevat, de raad heeft meer dan een jaar de tijd genomen om te doen waar ik om had gevraagd. [Kennis te nemen van de inhoud van de taxatie en op basis van die inhoud bepalen of geheimhouding noodzakelijk was.]

Dat traject ligt nu achter ons. Nu is het zaak de redenen voor die geheimhouding aan de rechter voor te leggen en haar te vragen of dit volgens de WOB gegronde redenen zijn, of (zoals ik beweer) louter drogredenen. Om maar geen gehoor te hoeven geven aan wat door de WOB wettelijk is bepaald.

Om zodoende te verhinderen dat het bewijs van een leugenachtige bewering van het college kan worden geleverd.

Tot slot wens ik mijn lezers prettige feestdagen, een voorspoedig Nieuw Jaar en welgemeend advies van de Traveling Wilbury’s voor dat nieuwe jaar.

Ringeloren.

Ik heb twee verslagen gezien van de hoorzitting op het provinciehuis over de bezwaren van de Enkhuizer raad over de kostenverdeling van het SED. Ze zijn vrijwel identiek.

In beide verslagen wordt de Enkhuizer raad op niet mis te verstane wijze de oren gewassen door de burgemeesters van Drechterland en StedeBroec.

De raad van Enkhuizen liet zich vertegenwoordigen door een advocaat die niet met name werd genoemd en op vrij knullige wijze de opvattingen van de raad mocht verwoorden, terwijl burgemeester van Zuijlen toekeek en zag dat het goed was.

In plaats van er op te wijzen, dat elke inwoner van Enkhuizen gemiddeld € 150,- meer bijdraagt aan de SED organisatie dan de inwoners van StedeBroec en Drechterland, beweerde de advocaat, dat elke gemeente in gelijke mate een beroep deed op de diensten van de SED.

Het bewijs van die bewering zal heel moeilijk te leveren zijn, terwijl het bewijs, dat de inwoners van Enkhuizen jaarlijks € 150,- meer bijdragen dan de overige inwoners van de SED berust op een simpele deelsom.

Wat ik me bij dit alles afvraag is, zijn onze volksvertegenwoordigers werkelijk zo naïef, dat ze niet door hebben, dat ze gepiepeld worden door de uitvoerders van het beleid. De colleges van B&W en hun ambtenaren.

Of hebben ze het wel door, maar kiezen ze er liever voor om goede vriendjes met de uitvoerders te blijven. Dat hebben ze namelijk vaker gedaan.

Bijvoorbeeld bij de verkoop van het REZ. Het feit, dat dit gebied ver beneden de werkelijke waarde is verkocht is natuurlijk een wanprestatie, die thuis hoort in de buitencategorie.

De Enkhuizer gemeenteraad reageert op deze enorme wanprestatie van de uitvoerders, met het geheim verklaren van het bewijs van die wanprestatie.

Deze wanprestatie heeft de Enkhuizer gemeenschap miljoenen gekost en er is (door de uitvoerders) nog geen serieuze poging ondernomen om de opgelopen schade te herstellen.

Het zelfde zal gebeuren met de Enkhuizer bijdrage van de kosten aan het SED. Het zullen opnieuw de uitvoerders (de bureaucraten) zijn, die hun zin weten door te drijven.

Tenzij onze democratisch gekozen vertegenwoordigers er eindelijk eens toe besluiten, om zich niet langer te laten ringeloren.

Zand in de ogen strooien.

Laten we hopen, dat genoeg inwoners van Enkhuizen bereid zijn om “aangifte” doen bij de onderzoeksjournalisten van Pointer en dat die de gang van zaken in Enkhuizen kolderiek genoeg vinden om er verslag van te willen doen.

De situatie is namelijk als volgt. Alle raadsleden, die de moeite hebben genomen hebben om kennis te nemen van de feiten, weten, dat wat ik op mijn blog beweer gebaseerd is op feiten.

Die feiten weerleggen kunnen ze niet en heeft tot dusver ook niemand gedaan. Daarvoor zijn twee redenen aan te voeren. Ten eerste zal een meerderheid van de raad niet de moeite hebben genomen om kennis te nemen van de feiten.

Kennis nemen van feiten is één ding, de betekenis er van begrijpen een tweede.

De meerderheid van de raad verdiept zich zelden of nooit in de onderliggende feiten, maar stelt zich tevreden met de interpretatie die het college er aan geeft.

De interpretatie van het college was, dat het taxatierapport bewees dat het bod van Orez bv marktconform was.

Zolang je maar weigert om kennis te nemen van de inhoud van dat bewijs, kun je jezelf blijven wijs maken dat (vanwege de bewering van het college) er een bewijs geleverd is.

Maar de enkeling, die wel kennis genomen heeft van de feiten, zit opgezadeld met een dilemma.

Hij “weet” dat het taxatierapport geen bewijs is en zou daar ook in vrijheid over moeten kunnen spreken, ware het niet, dat hem door het college (in een besloten bijeenkomst) een zwijgplicht werd opgelegd.

Een zwijgplicht die de raad (alweer in een besloten bijeenkomst) heeft menen te moeten bekrachtigen en die ze (in een openbare bijeenkomst) geweigerd heeft om op te heffen.

Daardoor heeft de raad zichzelf feitelijk buitenspel gezet.

Het deel (dat wel kennis heeft genomen van de feiten) weet, dat wat ik op dit blog naar voren breng gebaseerd is op feiten, maar durft of mag dat (vanwege de zwijgplicht die ze zichzelf hebben opgelegd), niet te bevestigen.

Ook al, omdat hen hel en verdoemenis in het vooruitzicht is gesteld als ze het ook maar zouden wagen om hun zwijgplicht te verbreken.

Of nog erger, dat ze door hun loslippigheid Enkhuizen een miljoenenschade zouden kunnen toebrengen. Althans, dat is wat Keesman (SP) beweerd.

In haar brief aan hen, die bij haar op openbaarmaking van het taxatierapport hadden aangedrongen.

De bewering van Keesman, dat het taxatierapport onderdeel is van een onderhandelingsprocedure, die op haar beurt weer deel uit maakt van een aanbestedingsprocedure, is volledig uit de duim gezogen.

De aanbesteding was voltooid, zodra de Anterieure Overeenkomst een feit was en inhoud van het taxatierapport bevat geen geheimen voor Droomparken en kan daarom geen reden voor een geheimhoudingsplicht zijn. Stomp (VVD)

Bovendien is het een gelegenheidsargument, dat niet gebruik werd om mijn eerdere verzoek om inzage af te wijzen.

Ik neem aan, dat mevrouw Keesman kennis heeft genomen van de feiten en dus inmiddels “weet”, dat de door mij gegeven voorstelling van zaken juist is en dat haar voorstelling van zaken slechts bedoeld is om haar kiezers zand in de ogen te kunnen strooien.

Bezwaar maken.

Het college heeft de bevoegdheid om gemeentelijk grondgebied te verkopen. Ze stelt zich tot dusver op het standpunt, dat ze de grond op het recreatieoord tegen marktconforme voorwaarden heeft verkocht.

Naar mijn mening heeft het college misbruik gemaakt van haar bevoegdheid door door de grond voor 1% (€ 335.000.-) van haar getaxeerde waarde te aan Orez bv te verkopen.

De juistheid van deze opvatting vindt zijn bevestiging in een door het internationaal gerenommeerde taxatiebedrijf Cushman & Wakefield (in opdracht van Droomparken), gemaakte exploitatieopzet.

Deze internationaal bekend staande firma raamt voor het gebied een positieve grondwaarde van 30 miljoen, terwijl Orez bv de waarde van het gebied op niet meer dan € 335.000,- raamt.

Een door de gemeente aangestelde taxateur, de firma BaseValue uit Oldebroek, taxeert de grondwaarde van het gebied op € 340.000,-.

Waarop het college concludeert, dat de door haar ontvangen exploitatieopzet van Oreze bv marktconform was en wordt (op basis van die exploitatieopzet), op 20 november 2018, een Anterieure Overeenkomst gesloten.

Het enorme verschil in grondwaarde maakt duidelijk, dat het (in opdracht van de gemeente) door BaseValue gemaakte taxatierapport (anders dan het college tot dusver beweerde) NIET het bewijs is van een marktconforme verkoop.

Maar het bewijs, dat het college misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid door de grond op het recreatieoord ver beneden haar eigenlijke waarde aan Orez bv te verkopen. Met als gevolg dat er ongeoorloofde steun door de overheid aan Orez bv is verleend.

Sinds eind juni 2021 heeft de raad kennis kunnen nemen van de documenten waarop de bovenstaande conclusie is gebaseerd.

Zijnde, de exploitatieopzet van Cushman & Wakefield en het taxatierapport van BaseValue. Tevens de Anterieure Overeenkomst, die feitelijk (vanwege het taxatierapport ) een aangepaste versie is van de oorspronkelijk door Orez ingediende exploitatieopzet.

Onmiddellijk nadat de raad inzage had verkregen in het taxatierapport, werd haar door het college (in een besloten bijeenkomst op 29 juni 2021) een plicht tot geheimhouding over de inhoud van dat rapport, opgelegd.

In alweer een besloten bijeenkomst op 16 september heeft de raad die plicht tot geheimhouding bekrachtigd. In een openbare vergadering op 26 oktober 2021 heeft de raad besloten om een verzoek tot opheffing van die geheimhouding af te wijzen.

Door middel van deze afwijzing heeft de raad de facto het bewijs van misbruik van bevoegdheden door het college voor onbepaalde tijd geheim verklaard.

Tegen dit beluit heb ik vandaag bij de gemeenteraad bezwaar aangetekend.

Morgen meer over de bezwaarprocedure.

Collaborateurs.

Collaboreren komt uit het Frans en betekent samenwerken (of heulen) met een vijandelijk gezag. Zoals bijvoorbeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter.

Het gebruikelijke excuus van collaborateurs was, dat zij, door samen te werken een erger kwaad zouden kunnen voorkomen. De Nederlandse taal kent hiervoor ook de uitdrukking “burgemeesters in oorlogstijd”.

Weigerden die de bevelen van de bezetter op te volgen, dan zouden ze worden ontslagen en zou hun plaats worden ingenomen door NSB burgemeesters. Om dat te voorkomen werd er (door de overheid) op grote schaal gecollaboreerd.

Niettemin een lastig dilemma.

Hoewel de Enkhuizer gemeenteraad, als gevolg van desinteresse, lange tijd een volstrekte onwetendheid m.b.t. het REZ heeft weten vol te houden, moet haar de harde werkelijkheid eind juni van dit jaar duidelijk zijn geworden.

Ze krijgt dan namelijk inzage in een tweetal documenten.

De door Cushman & Wakefield (en in opdracht van Droomparken) gemaakte exploitatieopzet (hierna EO) van het plan Vesting.

De (in opdracht van de gemeente gemaakte) taxatie van de EO van hetzelfde plan Vesting. Door Orez bv voorgelegd aan de gemeente en door de gemeente acceptabel gevonden.

Onder het voorbehoud, dat door middel van een taxatie, de marktconformiteit van de Orez EO zou worden bevestigd.

Omdat je alleen maar datgene kunt taxeren wat er in een EO wordt opgesomd, vormt het (in opdracht van de gemeente gemaakte) taxatierapport van de EO een afspiegeling van de EO, zoals die aan de gemeente was voorgelegd.

Zowel de Exploitatieopzet als de taxatie ervan mogen niet worden ingezien door de gewone burgers vanwege hun vertrouwelijke inhoud. De taxatie wordt zelfs op verzoek van het college door de raad geheim verklaard.

Zowel de Exploitatieopzet als de taxatie ervan bevatten een berekening van de residuele grondwaarde, die de basis vormt van de uit te brengen bieding.

Cushman & Wakefield berekent een residuele grondwaarde van € 18,4 miljoen voor het plandeel Vesting. Het plandeel Camping zal bij gebruik van de gelijke methode zeker € 10,- miljoen opleveren. Zodat de residuele grondwaarde van het gebied geschat kan worden op circa € 28,4 miljoen.

Een uittreksel van het taxatierapport laat zien, dat de door Fakton/BaseValue getaxeerde grondwaarde voor het hele gebied negatief is en er een verschil van € 30 miljoen zit tussen de door C&W geraamde waarde en de door Fakton getaxeerde waarde.

Uittreksel van het taxatierapport met berekening van residuele waarde voor het hele gebied en ook het “bewijs” dat het bod van € 335.000,- marktconform was.

Hoewel de gemeenteraad de bovenstaande cijfers (op verzoek van het college) geheim heeft verklaard en daarmee zichzelf de mogelijkheid heeft ontnomen om er over te kunnen praten, bestaan ze natuurlijk wel en heeft de raad er ook kennis van kunnen nemen.

Met andere woorden, het bewijs dat het college de raad en bevolking doelbewust heeft misleid, door voor te wenden, dat het bod van Orez bv marktconform was, is wel degelijk aanwezig en ook bekend bij de gemeenteraad.

Alleen heeft de raad er toe besloten om het bestaan te blijven ontkennen en het vervolgens voor zichzelf onmogelijk gemaakt (door haar weigering om de geheimhouding op te heffen) om daarover nog vrijelijk met haar kiezers over te kunnen spreken.

En dat is het lot van elke collaborateur. Wie er voor kiest om samen te werken met bedriegers, wordt uiteindelijk zelf ook een bedrieger.

Which side are you on boys, which side are you on.

%d bloggers liken dit: