Sinterklaaspolitiek

Het schijnt onderzocht te zijn.

Dat velen van ons nog steeds weigeren te aanvaarden, dat het bestaan van de goedheiligman (waar we als kind onvoorwaardelijk in hebben geloofd) uiteindelijk neerkwam op bikkelhard bedrog door onze ouders en grootouders.

Dat velen van ons die harde werkelijk nooit hebben kunnen verwerken en tot op latere leeftijd (heimelijk) in het bestaan van Sinterklaas zijn blijven geloven.

En dat dit onverwerkte jeugdtrauma er de oorzaak van is, dat meer dan de helft van de bevolking nog steeds geloof hecht aan wat er door politici tijdens verkiezingstijd wordt beweerd.

Zo beweren de opstellers van het manifest dat we 22 maart 2022 uit twee heel verschillende organisatiestructuren kunnen kiezen. De “bureaucratie” en een zelf bedacht begrip, de “burgercratie”.

Bij nadere beschouwing bestaat de “burgercratie” uit een reeks (al geruimd tijd bestaande) verplichtingen van College en Raad ten opzicht van de burger.

Verplichtingen, die kennelijk ook naar overtuigingen van de opstellers niet door het huidige college en raad worden nagekomen.

Een constatering, die ik jaren eerder al had gemaakt in het NHD.

Het manifest is dus een pleidooi om (als burger) het plichtverzuim van College en Raad niet langer te tolereren. Uiteraard ben ik verheugd met de steun van onze notabelen voor een standpunt, dat ik al jarenlang heb verkondigd.

Maar waarom een naam bedacht voor zaken die tot de normale bestuurlijke verplichtingen behoren. Waarom de illusie gecreëerd dat er, vanaf 22 maart 2022 een burgercratie in het leven zal worden geroepen. Nieuw en met twee keer zoveel werkzame bestanddelen als die oude “cratie”!!

Helaas staat wat politici vóór de verkiezingen beloven, zelden gelijk aan wat ze na de verkiezingen doen.

Willen we ons tegen het plichtsverzuim van politici kunnen verweren, dan zullen we over meer instrumenten moeten beschikken dan eens in de 4 jaar verkiezingen.

Maar voorlopig zullen we het moeten blijven doen de met Sinterklaaspolitiek. Kritiek daar op is ook 50 jaar oud, gelet op het onderstaande filmpje.

Oude wijn, in oude zakken.

En dan zijn er ook nog onze notabelen, die ons door middel van een manifest hebben laten weten, dat ze bezorgd zijn over de kwaliteit van ons bestuur.

Op grond waarvan ze bezorgd zijn, wordt me zelfs na lezing van hun manifest niet echt duidelijk. Onbekwaamheid van zittende raadsleden is de indruk die wordt gewekt.

Wel wil men ons democratisch bestuur vervangen door wat ze een burgercratisch bestuur noemen.

Niet langer rekening hoeven houden met de wensen van het volk (demos), maar met de wensen van de (gegoede) burger lijkt daar aan ten grondslag te liggen.

Maar een ding is volstrekt duidelijk, de bezorgdheid van onze notabelen vloeit niet voort uit het feit, dat de gemeente (door de onderhandse gunning van het REZ) miljoenen aan inkomsten is misgelopen. Geen woord daarover in het manifest.

Dat is een veel voorkomend verschijnsel, dat “de olifant in de kamer” wordt genoemd.”

De olifant in de kamer is een onderwerp waar iedereen zich bewust van is, maar waar niemand het over wil hebben

De uitdrukking is van toepassing als de “bevoegde instanties” weigeren om een hoofdzaak te bespreken, maar in plaats daarvan de aandacht blijven vestigen op bijzaken, om zodoende de aandacht af te kunnen leiden van de hoofzaak. Zodat daarover geen uitsluitsel hoeft te worden gegeven.

De reden voor dit gebrek aan belangstelling mag duidelijk zijn.

Vier van de zeven ondertekenaars zijn in politiek opzicht door de wol geverfd. Ze zijn (of waren) wethouder of partijvoorzitter. Ze weten hoe de hazen lopen, ze maken zich pas zorgen als ze niet als eerste weten wat er gaande is.

Ze weten dondersgoed wat er mis is met de SED en wat er is mis gegaan met de aanbesteding van het REZ. Alleen, de waarheid over de gang van zaken zult u nooit van hen horen.

Tenminste, als die waarheid een bedreiging vormt voor hun eigen belangen.

Tijdens de afgelopen drie jaar werd er (van bestuurderszijde) geen wanklank vernomen. Omdat de voorstellen van het college vrijwel altijd unaniem werden gesteund. Dus vanwaar die plotselinge bezorgdheid?

Wat voegt een burgercratie toe aan de reeds bestaande democratische verplichtingen inzake openbaarheid en transparantie?

De krant heeft het over bezorgde burgers, die een steen gooien in de politieke vijver van Enkhuizen door een burgercratie te bepleiten,

Ik heb ik het liever over “oude rotten”, die (ter voorbereiding van het opnieuw aantreden van de voormalige wethouders Franx en Boland), oude wijn, in oude zakken proberen te slijten aan een goedgelovig electoraat.

Opdat alles kan blijven zoals het altijd al was.

Namelijk, dat het electoraat zo dom als mogelijk moet worden gehouden, zodat hun bestuurders zich geen zorgen hoeven te maken over het afleggen van enige vorm van verantwoording.

Met een sisser aflopen.

Het is uiteindelijk allemaal toch met een sisser afgelopen en daarmee doel ik natuurlijk op de bezwaren die door de IJsselmeervereniging en het Comité tot behoud van het Enkhuizerzand zijn ingediend.

Veel van de ingediende bezwaren waren voor een gewone sterveling sowieso niet te begrijpen, maar twee bezwaren sprongen er wat mij betreft wel uit.

Het bezwaar tegen de aanleg van de kustboog en het bezwaar tegen bebouwing in de kwaliteitszone. Met de kwaliteitszone wordt een 200 meter brede strook aan de voet van de Westfriese Omringdijk bedoeld.

Dat de kwaliteitszone, in strijd met wat door de provincie was bepaald, toch was vol gezet met bouwsels (sta-caravans) kan door iedereen worden vastgesteld.

Persoonlijk kon me dat niet zo veel schelen, maar als je (als overheid) op het gebied van de ruimtelijke ordening eisen stelt, dan lijkt het me voor de hand te liggen, dat je er als overheid ook op toeziet, dat aan de door jou gestelde eisen wordt voldaan.

In dit geval had dat de provinciale overheid moeten zijn, maar die was kennelijk niet geïnteresseerd in de uitvoering van het door haar uitgestippelde beleid en had het aan particuliere instanties (zoals de IJsselmeervereniging en het Comité ) gelaten om bezwaren naar voren te brengen.

Bezwaren die overigens (op basis van een niet te volgen redenatie) gewoon van tafel zijn geveegd.

Het argument (van de bezwaarmakers) om de kustboog niet aan te leggen vond ik minder sterkt. Aanleg was niet noodzakelijk was hun standpunt. Dat kan zijn, maar de aanleg was wel wenselijk. Zonder kustboog is er nauwelijks sprake van een toegevoegde waarde aan het gebied.

Of de kustboog ook daadwerkelijk zal worden aangelegd is nu afhankelijk van de medewerking van Rijkswaterstaat. Het voornemen was om een stuk water (onder zeggenschap van de gemeente) te ruilen met een stuk water (waarover RWS zeggenschap had), zodat er in het “geruilde” gebied een kustboog kon worden aangelegd.

In het gemeentelijk gebied moet echter een moeras worden aangelegd. Of RWS water op zal geven in ruil voor een moeras zal de tijd leren.

In de krant lees ik, dat de Vereniging en het Comité (ondanks het feit dat ze in geen enkel opzicht bereikt hebben wat ze hadden willen bereikten) toch nog gematigd tevreden zijn. Net als de gemeente en Droomparken trouwens.