Motie tot openbaarmaking stukken REZ

Gastbijdrage van Frank van Gangelen – Enkhuizen Vooruit!

Enkhuizen Vooruit! neemt het initiatief tot het, in de gemeenteraadsvergadering van 25 mei a.s., indienen van een motie waarin het college verzocht wordt de stukken die betrekking hebben op de ontwikkeling van het Enkhuizerzand volledig leesbaar en per omgaande openbaar te maken. Na het eerder inzien van deze stukken is er voor ons voldoende aanleiding om deze motie in te dienen om in de openbaarheid met elkaar een oordeel te kunnen vellen over de gevolgde procedures en gemaakte afspraken.

Voor zover het zich nu laat aanzien zal deze motie door een meerderheid van de gemeenteraad gesteund worden en daar zijn wij erg blij mee. Er vanuit gaande dat het college deze motie niet naast zich neerlegt (formeel heeft het college dat recht) komt er een eind aan het gissen en speculeren en kan dit houvast bieden voor verder onderzoek indien daartoe aanleiding is.   

De uiteindelijke tekst van de motie volgt maar kan in samenspraak met de overige fracties nog wijzigen. De strekking en het doel zal echter gelijk blijven.

Schot voor de boeg

Gastbijdrage van Frank van Gangelen – Enkhuizen Vooruit!

Het gezegde ‘een schot voor de boeg’ houdt een waarschuwing in. Of, wanneer je een schot voor de boeg geeft of neemt, een aanzet tot een discussie. Je loopt hierbij vooruit op iets dat te gebeuren staat.

Hier stond eigenlijk een ander vrij lang stuk tekst maar na er letterlijk een nacht van wakker gelegen te hebben alles maar geschrapt. Bottom-line komt het er op neer dat gemaakte afspraken, gevolgde procedures en verkregen uitkomsten ten aanzien van het REZ gewoon niet (lijken te) kloppen. Na het inzien van de anterieure overeenkomst, een allonge, het taxatieverslag van BaseValue en de gekregen mondelinge en schriftelijke antwoorden op vragen zijn er veel nieuwe vragen en onduidelijkheden gerezen. De wethouder noemt de hele zaak “maximaal complex in juridische zin”. Ik ben het met haar eens alleen vanuit een andere optiek. Door het college wordt gewezen op bescherming van de belangen van de Gemeente Enkhuizen en OREZ/Droomparken. Ik denk dat dat wel meevalt. De stukken kunnen voor beide partijen geen geheimen bevatten en iemand met een beetje verstand van zaken op dit gebied lepelt ze vanuit zijn/haar ervaring zo op. Niets bijzonders dus.

De complexiteit zit hem in de gemaakte afspraken, de uitkomsten hiervan en hoe ga je dit als college naar buiten brengen. Een omvangrijk gebied met zo’n commerciële waarde “verkopen” (laat ik het netjes houden) voor € 335.000,- kan natuurlijk nooit. Hier staat dan wel een investering in, en 10 jaar onderhoud van het openbare gebied mede tegenover maar ook dit bedrag kan met gemak uit de winst op de verkoop van de percelen gedragen worden door de exploitant.

Door wat financieel gegoochel lapt de Gemeente Enkhuizen nog een fors bedrag bij in de realisatie van het project door af te zien van inkomsten uit het gebied en de chaos lijkt compleet. Je kunt in ieder geval niet meer spreken van een budgetneutraal project of een nieuw recreatieoord “met gesloten knip”. Door 10 jaar lang de ontvangen toeristenbelasting en de bijdrage voor het gebruik van het zwembad weer terug te laten vloeien als kwaliteitsbijdrage (lees: investering in de aanpassingen) in het openbaar gebied mis je als gemeente inkomsten. Inkomsten die we heden ten dage keihard nodig hebben. En op het eind betaal je dus als gemeente (lees: burgers van Enkhuizen) zelf de investeringen in het openbaar gebied en tegen welke prijs?

En dat allemaal grotendeels buiten de gemeenteraad om. Beslissingen met grote financiële consequenties (10 jaar inkomsten uit toeristenbelasting en bijdrage voor zwembadgebruik weer teruggeven) zijn genomen zonder vooraf de gemeenteraad daar überhaupt in te kennen laat staan te laten beslissen. En slechts als “marktconform” beoordeeld door een taxatiebureau en daarmee een voldongen feit.        

Een aantal oorzaken liggen aan dit debacle ten grondslag. Een gemeenteraad die zich buiten spel heeft laten zetten, achtereenvolgende colleges die op eigen houtje hebben geacteerd, gewiekste exploitanten en een op het oog weinig kritisch taxatiebureau. Daarnaast is het hele plan zo drastisch  veranderd (vervallen van vestingmodel) en zo anders uitgevoerd (groot aantal vakantiewoningen op het campingdeel) dat de uitgevoerde taxatie absoluut niet meer van toepassing en bruikbaar is. En dat kunnen we nu staven aan de stukken die we hebben ingezien.  

Valt dit nog recht te zetten? Financieel gezien wellicht deels. Dit hangt af van de kwaliteit van de aanvullende afspraken over eventuele verrekening die zijn gemaakt in de recentelijke allonge(s) maar wij vrezen met grote vrees.

Het zou het huidige college sieren dit dossier per omgaande volledig te openen zodat de gemeenteraad haar controlerende taak alsnog zonder beperkingen uit kan voeren. Door niet te breken met voorgaande colleges en de geheimhouding in stand te laten zet zij het gevoerde beleid voort. Nogmaals en wellicht ten overvloede wil Enkhuizen Vooruit! zo spoedig mogelijk openheid van de geheime/vertrouwelijke stukken. Er is voldoende aanleiding om in de openbaarheid kennis te nemen van de gesloten overeenkomsten en hier het debat over te voeren. Wellicht is ook de inzet van een rekenkamer onderzoek wenselijk en wij beraden ons op de inzet van een raadsinstrument hiertoe. Maar mogelijk is de omvang zo groot en is specifieke kennis dusdanig vereist dat een onafhankelijk onderzoek op een heel ander niveau nodig is.      

Met zo’n onderzoek kan of alles in het juiste perspectief gezet worden en zal blijken dat wij het volledig bij het verkeerde eind hebben gehad en het een gouden deal is geweest… of de beerput gaat open… Nou ja, bij deze dus het schot voor de boeg.

Even geduld a.u.b.

Gastbijdrage van Frank van Gangelen – Enkhuizen Vooruit!

Laten we voorop stellen dat wij, Enkhuizen Vooruit!, blij zijn met ontwikkelingen op Recreatiegebied het Enkhuizerzand. Dat er na zoveel jaar gewerkt wordt aan een nieuw vakantiepark, de camping is verplaatst en dat, hopelijk binnenkort, het openbaar terrein aangepakt gaat worden is positief. Dat er nog wel wat water naar de zee moet voor het allemaal zover is moge duidelijk zijn.

En dat er het één en ander anders of beter had gekund? Absoluut! Moeten we daarom niet meer achteruit kijken en enkel blij moeten zijn met het (toekomstige) resultaat? Absoluut niet! Zeker dat toekomstige resultaat lijkt zeer onzeker te zijn.

De aankoopkosten van de gronden van de camping en het vakantiepark en de ontwikkelings-, inrichtings- en onderhoudskosten van het hele project afgezet tegen de opbrengsten (direct door de verkoop van de percelen met daarop de vakantiehuizen (park) en de vakantiewoningen (camping) en indirect door de exploitatieopbrengsten van het vakantiepark en “camping” over 10 jaar genomen) lijkt bijna onmogelijk 3,5 ton (naar verluid) te kunnen zijn. Dat kan iedereen met een beetje boerenverstand en kennis van zaken beredeneren.

Begin maart hebben wij, samen met een aantal andere partijen uit de raad, de stukken in kunnen zien op het stadhuis. De gepresenteerde informatie riep op een aantal punten vragen op en vraagt zeker om nader onderzoek. Alleen door openbaarmaking van de geheim verklaarde stukken waaronder de volledige Anterieure Overeenkomst (dus inclusief leesbare bedragen en getallen) en de gebruikte taxatie is het mogelijk een goed oordeel te vormen.

Half maart heeft er een openbare vergadering plaatsgevonden over het REZ. Wij hebben hier een aantal aanvullende vragen gesteld aan de wethouder. Hierop is mondeling antwoord gegeven. Wij hebben recentelijk de gegeven antwoorden op papier gekregen en in een notendop komt het erop neer dat alles tussen de gemeente en de exploitant geregeld is in de Anterieure Overeenkomst (AO) en meer recentelijk in allonges (aanvullende afspraken). Waar er is afgeweken van de afspraken in de AO zou dat in de allonges geregeld moeten zijn en leiden tot nieuwe onderhandelingen. Hoe sterk deze onderhandelingspositie is is uiteraard afhankelijk van de kwaliteit van de gemaakte afspraken in de allonges.  

Om dus als gemeenteraad ook zelf te kunnen bepalen of de overeengekomen verkoopprijs marktconform was en correct is vastgesteld is een openbaar debat en onderzoek noodzakelijk. Om ook te kunnen bepalen of het college en de exploitant zich hebben gehouden aan de gemaakte afspraken opgenomen in onder andere de Anterieure Overeenkomst en in hoeverre hier in de allonges in is voorzien dienen de tot nu toe geheim verklaarde stukken zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt te worden. Dan kan iedereen zich een beeld vormen en kunnen we stoppen met speculeren. Ook kan dan geconcludeerd worden waar het college, de raad en de ontwikkelaar steken hebben laten vallen. Maar die laatste zal er niet zoveel hebben laten vallen vermoeden wij.  

Wij ijveren dan ook nog steeds voor de openbaarmaking van deze stukken maar dat vraagt tijd en geduld. Wij hebben op de 16e maart een aantal vragen gesteld over deze geheimhouding en wachten dus nog op die informatie. Het college laat op dit moment juridisch advies inwinnen over de consequenties van het al dan niet geheimhouden van de stukken. Er wordt aan gewerkt zullen we maar zeggen. Het blijft natuurlijk gissen wat er uit dit juridisch advies gaat komen en wat het college hier mee zal doen. Ons inziens kan er in de stukken geen informatie staan die de ontwikkelaar niet ook zelf zal weten. En in hoeverre het de onderhandelingspositie van de gemeente kan schaden?

Maar we wachten de uitkomst van het college nog even af. Mocht het college toch vasthouden aan de geheimhouding dan zal Enkhuizen Vooruit! alles op alles zetten om die er vanaf te krijgen!

Fire… fire… fire!!!

Gastbijdrage van Frank van Gangelen – Enkhuizen Vooruit!

Volgens ex-wethouder Struijlaart maken een aantal raadsleden zich vooral druk om de oneerlijke verdeelsleutel van de kosten van de SED-organisatie. De interne perikelen lijken, volgens hem, volledig aan hen voorbij te gaan. “Ze maken zich druk om de verbouwing, terwijl het huis in brand staat”. Waarvan akte in het Noordhollands Dagblad van zaterdag 20 maart 2021.  

Dat een aantal fracties zich druk maken om die verdeelsleutel lijkt me logisch. Je kunt op zijn minst al je vraagtekens hebben bij de initiële verdeling maar nu, na vijf jaar deze afspraak gerespecteerd te hebben, is het tijd voor een herziening. Want dat was ook een afspraak. In het vijfde jaar gaan we evalueren en herzien vanaf 2021. Dat de andere gemeenten daar niet, of juist wel, op zitten te wachten moge duidelijk zijn.

Het ter sprake brengen van deze herziening moest bij “een aantal” raadsleden vandaan komen want wat bleek, in de SED begroting 2021 werd zonder overleg gewoon de oude verdeelsleutel toegepast. En hoewel het onderwerp van de herziening al vaker ter sprake was gekomen, tot irritatie van weer een aantal andere raadsleden (die het schijnbaar allemaal wel prima vinden), was dit toch wel de druppel. Dat binnen de SED-organisatie ter sprake brengen bleek nog niet zo eenvoudig. Vanwege de corona bleken “live” gesprekken hierover erg moeilijk te organiseren te zijn en inhoudelijk zit men nu in een patstelling.     

Maar goed. De oorzaak van het feit dat de zeer ervaren heer Struijlaart zijn werkzaamheden moeilijk kon uitvoeren ligt, naast nog enkele andere oorzaken buiten zijn macht, dus grotendeels aan een onvoldoende presterende SED-organisatie die ook nog eens te veel tijd geeft aan het sociaal domein en de, volgens hem, ruime regelingen op dit gebied. Doelt hij dan op een aantal taken uit het sociaal domein die door, onder andere, zijn eigen landelijke partij (VVD) bij de lokale gemeenten zonder passende budgetten over de schutting zijn gegooid? Of wellicht wat bijzondere bijstand voor mensen die dat voor hun kinderen hard nodig hebben? Wat hij precies bedoelt wordt niet duidelijk.  

Kortom, een aantal raadsleden die strijden voor een wat eerlijker verdeling van de bijdrage in de kosten van de SED-organisatie moeten niet zeuren en in gaan zien dat de problemen veel groter zijn dan zij beseffen. Dus we moeten op basis van een oude verdeelsleutel nog meer geld pompen in een organisatie die in de brand staat en wellicht als verloren beschouwd moet worden? Het punt “brandmeester” lijkt in ieder geval nog niet te zijn bereikt. Dus moet er meer water op het vuur in de vorm van extra bijdragen. Al een aantal keer eerder moest er fors geld bij en was de oplossing nabij zo spiegelde men ons voor. Was dat werkelijk zo of had men slechts de batterijen uit de rookmelder gehaald om het piepen even te stoppen en staat men tegen de wind in te blussen?  

Welke kant het op gaat en moet met de SED-organisatie is voor ons ook nog onduidelijk. De synergie van één ambtelijk apparaat tegen gelijke of lagere kosten is een utopie gebleken. Ook overgaan naar één bestuurlijke organisatie is wellicht noodzakelijk maar gezien de verhoudingen lijkt dat verder weg dan ooit.

Dat de heer Struijlaart olie op het vuur heeft gegooid is duidelijk. Iedereen krijgt er van langs maar misschien had hij zelf veel eerder op de brandmelder moeten drukken!