Pseudo Argumenten

Het college heeft geweigerd mij inzage te geven in een tweetal documenten. De door Orez gemaakte exploitatieopzet en het taxatierapport dat de beoordeling vormde van die exploitatieopzet.

Aan de eerder motivatie voor haar weigering heeft de gemeente gemeend een extra motivatie te moeten toevoegen. De eerste alinea van die toevoeging heb ik gisteren besproken. De resterende drie bespreek ik vandaag. Alinea 2 luidt.

Daarnaast bevat de inhoud van financiële aanbestedingsstukken concurrentiegevoelige informatie van de marktpartij. De belangen van de marktpartij kunnen geschaad worden bij het openbaar worden hiervan. Partijen geven over het algemeen geen toestemming voor openbaarmaking.

Door middel van pompeus taalgebruik (financiële aanbestedingstukken en concurrentiegevoelige informatie van de marktpartij) wordt de indruk gewekt dat het hier gaat om algemene waarheden. Ook het gebruik van de meervoudsvorm draagt daar toe bij.

Maar financiële aanbestedingstukken zijn in doodgewoon Nederlands, de ramingen van kosten en baten in een exploitatieopzet.

Terwijl concurrentiegevoelige informatie van de marktpartij niet gauw zal worden aangetroffen in een taxatierapport, dat concludeert, dat de ramingen die men heeft bestudeerd, marktconform zijn.

Hoe de gemeente financiële schade kan leiden door het openbaar maken van een taxatierapport wordt nergens aangetoond en dat is toch waar artikel 10 2b van de WOB over gaat. Daarin gaat het niet over “partijen” die over het algemeen geen toestemming geven voor openbaarmaking.

Die “partijen” doen er goed aan om geen zaken te doen met de overheid. Want bij de overheid is openbaarheid de norm en niet de uitzondering.

De derde alinea bestaat uit de volgende nietszeggende bewoordingen.

Tegenover de verkoop en ontwikkelingen van gebieden komt onder de streep een uitkomst te staan. In algemene zin maken verschillende aspecten deel uit van een totaal ontwikkelingscontract. Niet alleen een grondprijs dus.

Dit is het credo, dat SP fractievoorzitter Keesman ooit het NHD heeft laten weten. Vage omschrijving van een proces. Lege woorden, zonder betekenis.

Waarom dit de rechtvaardiging zou kunnen vormen voor het in stand houden van een opgelegde geheimhouding is me een raadsel.

De vierde alinea luidt als volgt.

Een overeenkomst bevat dus meerdere (financiële) componenten. Aangezien de overeenkomst in verband met voornoemde redenen geheim is verklaard, kunnen wij hier op dit moment niet nader op ingaan. Bij aanvang en ook tussentijds wordt de gemeenteraad onder geheimhouding geïnformeerd en over een raadsvoorstel besloten. Gebruikelijk is dat na afronding van het project de geheimhouding wordt opgeheven en verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad.”

Artikel 25 punt 3 van de gemeentewet bepaalt, dat een opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, als ze niet tijdens de eerstvolgende vergadering door de raad is bekrachtigd. Dat is niet gebeurd, derhalve is de verplichting tot geheimhouding vervallen en kan dat dus ook geen reden zijn om mij inzage in het gevraagde document te weigeren.

Het college probeert hier een beetje omheen te redeneren met de mededeling dat men de raad bij aanvang en tussentijds heeft geïnformeerd. Dat laatste is niet echt waarschijnlijk.

Zowel de exploitatieopzet als het taxatierapport zijn documenten die geen tussentijdse beoordeling behoeven. Het college suggereert iets, dat nooit heeft plaatsgevonden. De raad heeft kennis genomen van het feit, dat de documenten vertrouwelijk dan wel geheim waren en verder (als gewoonlijk) geen interesse getoond in de inhoud van die documenten.

Kortom het college verzint voortdurend pseudo argumenten waarmee ze haar weigering probeert te rechtvaardigen. Men gebruikt pompeuze zinconstructies en haspelt begrippen door elkaar of geeft er een nieuwe betekenis aan.

Maar in haar afwijzingsbrief van 4 augustus 2020 verklaart het college, dat geheimhouding is opgelegd, gelet op het belang als genoemd in artikel 10 2b van de WOB.

Het in dit artikel genoemde economische, dan wel financiële belang betreft het belang van de gemeente en niet het belang van marktpartijen. Bovendien, degene die het taxatierapport op verzoek van de gemeente heeft gemaakt, is helemaal geen marktpartij.

Toch heeft het college gemeend het rapport geheim te moeten verklaren.

In geen van de 4 alinea’s is tot dusver duidelijk gemaakt, welk gemeentelijk belang schade zal ondervinden door openbaarmaking van het taxatierapport.

En dat maakt, dat het college de genoemde uitzonderingsgrond ten onrechte heeft gebruikt om geheimhouding te rechtvaardigen.

Mogelijk heeft men achteraf spijt over het sluiten van de overeenkomst, maar dat is geen uitzonderingsgrond, die een geheimverklaring rechtvaardigt.

De plicht tot geheimhouding was sowieso vervallen vanwege de nalatigheid van het college om de opgelegde geheimhoudingsplicht door de raad te laten bekrachtigen. Haar nieuwe poging tot argumentatie, met behulp van pseudo argumenten, maken dat niet anders.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s