Ten goede komen.

Een verzoek om inzage van documenten die geheim blijken te zijn, moet ook worden opgevat als een verzoek tot opheffing van die geheimhouding. Dat lijkt tamelijk vanzelfsprekend, maar er was een uitspraak van de RvS nodig om die vanzelfsprekendheid in de vorm van jurisprudentie vast te leggen.

Tijdens de hoorzitting deed men voorkomen, dat het college zich dat niet had gerealiseerd en dat ik daarom nog een extra reactie tegemoet kon zien, die zou zijn toegespitst op het verzoek tot opheffing van de geheimhouding.

Thuis gekomen bleek, dat die aanvullende rechtvaardiging inmiddels al aan NH Nieuws was verstrekt.

De oorspronkelijke afwijzing bestond uit niet meer dan, “dat het taxatierapport door het college geheim was verklaard”. Mijn verweer daartegen hield in, “dat die geheimverklaring niet gevolgd was door bekrachtiging van de raad.” Wat maakte, dat deze geheimverklaring van rechtswege was opgeheven.

Met als daaruit voortvloeiende conclusie, dat het college onrechtmatig handelde toen men mij inzage weigerde.

Dan nu de reeds aan NH Nieuws verstrekte extra argumentatie (die mij nog zal worden toegezonden) waarmee het college haar weigering beter denkt te kunnen onderbouwen. Het argument kent 4 alinea’s. Ik behandel vandaag alleen de eerste alinea. Ze luidt als volgt.

“De belangrijkste reden voor het niet openbaar maken van financiële stukken tijdens de looptijd van projecten is meestal mogelijke marktbeïnvloeding. Zowel de ontwikkelaar als de gemeente hebben een financieel belang bij het niet bekend worden van de financiële kaders bij het verstrekken van opdrachten aan derden. Bij een ‘open begroting’ kunnen onderaannemers immers hun offerte afstemmen op het begrote bedrag. Dat komt de marktwerking gedurende het project niet ten goede.

De uitzonderingsgrond die het college van toepassing verklaarde was Artikel 10 lid 2b WOB. Ofwel, de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

In dit geval dus economische of financiële belangen van de gemeente en niet van de gemeente en de ontwikkelaar. Het financiële belang van de gemeente was (na ondertekening van haar overeenkomst met de ontwikkelaar) veilig gesteld. Het bedrag van de bieding (€ 335.000,-.) was vanaf dat moment niet meer onderhevig aan “marktwerking”.

Wat het college omschrijft als financiële kaders zijn in werkelijkheid ramingen van kosten en opbrengsten. Deze ramingen zijn niet tot stand gekomen onder druk van concurrentie. Anders gezegd, er hoefde door Orez dan ook niet scherp gecalculeerd te worden. Orez wist namelijk op voorhand, dat de opdracht haar niet kon ontgaan zolang ze, voor wat betreft haar ramingen, binnen redelijke grenzen zou blijven.

De opvatting die namens het college (tijdens de hoorzitting) werd verkondigd was, dat als onderaannemers de hoogte van de raming zouden weten, zij hun offertes daarop zouden kunnen aanpassen. (In de zin, dat hun offertes hoger zouden uitvallen dan als ze het geraamde bedrag niet zouden kennen.)

Natuurlijk kunnen onderaannemers dat doen, maar er is geen enkele garantie, dat ze, door het toepassen van deze strategie, hun kansen op het krijgen van de opdracht vergroten. Eerder zal het tegenovergestelde waar zijn.

Deze gedachtegang illustreert slechts, dat men van gemeentelijke zijde ofwel geen flauw benul heeft van wat marktwerking inhoud, dan wel dat men er van uitgaat dat anderen op dat punt onwetend zijn.

Maar los daarvan, de uitzonderingsgrond voor het niet openbaar hoeven maken van gegevens was volgens het college;

de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen en niet “dingen die de marktwerking gedurende het project niet ten goede komen”.

Kortom, het college gebruikt pseudo argumenten en in de besproken alinea staat niets, wat het in stand houden van de opgelegde handgeheimhouding kan rechtvaardigen. Morgen bespreek ik de overige alinea’s.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Eén gedachte over “Ten goede komen.”

  1. Is het gerechtvaardigd te stellen, dat de broedende kip niet gestoord wil worden door een gemeenteraad?
    Het is bijna dagelijkse praktijk, dat ” de staat” geconfronteerd wordt met hogere kosten dan geraamd/overeengekomen en de portemonnee getrokken moet worden om het afgesprokene in ontvangst te kunnen nemen.
    Het omgekeerde zou in dit geval ook een optie kunnen zijn.

    Like

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s