Met een kluitje in het riet.

baas
Niks in de gaten

Langer dan een jaar koestert de voltallige raad het kluitje waarmee ze zich ooit het riet in heeft laten sturen. Stilzwijgend en goed verborgen wacht men op de dingen die komen gaan. Misschien wel op het resultaat van de procedure die ik tegen de gemeente heb aangespannen.

Naar ik aanneem, in de stille hoop, dat ik in het ongelijk zal worden gesteld en de rechter mijn opvatting, “dat het college volstrekt ongeloofwaardig is” niet zal delen.

Deze raad heeft (na jarenlange voorbereiding door de griffier) gedragsregels voor zichzelf vastgesteld. Het wachten is op gedragsregels voor burgemeester en wethouders. Daar wordt aan gewerkt door de griffier. Ik heb niet de indruk dat hij er haast achter zet.

Typisch geval van het stellen van verkeerde prioriteiten. Ik heb de afgelopen 8 jaar eigenlijk geen raadslid meegemaakt dat zich aan wangedrag schuldig heeft gemaakt. Uiteraard heb ik gedurende die 8 jaar kritiek uitgeoefend, maar dat betrof geen wangedrag zoals dat in de gedragsregels staat omschreven.

Dat wangedrag heb ik wel geconstateerd ten aanzien van twee wethouders. Boland en Olierook. Boland had het budgetrecht van de raad aan zijn laars gelapt. Olierook had de raad onjuist en onvolledig geïnformeerd.

Beide zijn politieke doodzonden die alleen maar tot ontslag kunnen leiden.

Geen van beide wethouders is ontslagen, ze hebben zoals dat heet, “de eer aan zichzelf gehouden” en hebben zelf (met behoud van wachtgeld) ontslag genomen.

Dit wangedrag van wethouders vond plaats onder voorzitterschap van burgemeester Baas, die er op miraculeuze wijze nooit in geslaagd is dat wangedrag te ontdekken. Wellicht heeft dat iets te maken met het feit, dat beider wangedrag betrekking had op het dossier Verbouwing Drommedaris en burgemeester Baas voorstander was van die verbouwing en zelfs voorzitter was van een comité van aanbeveling.

Gegeven deze historische feiten had de griffier er wellicht beter aan gedaan om zich eerst bezig te houden met de gedragsregels voor burgemeester en wethouders dan die voor leden van de raad.

De belangrijkste reden voor gedragsregels is, te vermijden dat er zelfs maar de schijn van iets (belangenverstrengeling of wangedrag) kan ontstaan. Maar aan het vermijden van de schijn heeft het Enkhuizer college geen enkele boodschap.

Het grijze gebied, waarbij het gaat om het voorkomen van de schijn, bestaat in Enkhuizen alleen voor raadsleden, maar niet voor burgemeester en wethouders. Die mogen doen en laten wat ze willen en als daardoor de schijn (of het vermoeden) van onoorbaar gedrag ontstaat, dan wordt iedereen geacht dat vermoeden voor zich te houden en niet uit te spreken. Tenzij je kunt “bewijzen” dat er daadwerkelijk sprake is van onoorbaar gedrag.

Dat is althans de gebruikelijke opvatting van de meerderheid (coalitie) van de raad, die ook (bij meerderheid van stemmen) mag bepalen of er een bewijs geleverd is van ontoelaatbaar gedrag.

Marcel_Olierook
Schijn tegen

Als Olierook beweert, dat er geen enkel document bestaat waarmee hij het in het raadsvoorstel gestelde kan onderbouwen, dan laadt hij op zijn minst de schijn op zich dat hij niet helemaal de waarheid vertelt.

Als Langbroek en Quasten vervolgens weigeren om (vanwege een gebrek aan informatie) deel te nemen aan de besluitvorming dan worden ze daar op aangevallen door de leider van de coalitie, mevrouw Keesman (SP).

Dan gaat het plotseling niet meer over de vraag of Olierook de schijn tegen heeft, maar dient er onmiddellijk bewijs geleverd worden dat hij een leugenaar is.

Met de kennis van nu kun je stellen dat Olierook niet alleen de schijn tegen had, maar ook dat hij een ordinaire leugenaar was en dat veel van wat hij tijdens de raads- en commissievergadering had beweerd gewoonweg niet waar was.

Het oordeel over de ontbrekende documenten staat echter nog steeds open. De gemeente heeft daar een verklaring voor gegeven. De rechter is gevraagd te beoordelen of die verklaring geloofwaardig is. Die mogelijkheid staat alleen open voor burgers. De raad is autonoom en mag zelf beslissen of ze iets geloofwaardig vindt of niet.

Aangezien de raad een dergelijke beslissing niet heeft genomen, kun je concluderen dat de raad het standpunt van het college niet geheel ongeloofwaardig vindt. Wat ik, op zijn minst, weer heel opmerkelijk vind.

Ik vind de gemeentelijke verklaring niet geloofwaardig, omdat je op basis van de aan mij (maar ook aan de raad) getoonde documenten niet kunt verklaren, hoe de kosten van verzwaring (oorspronkelijk begroot op € 100.000,-) binnen een jaar gedaald kunnen zijn naar € 20.000,-.

Tevens kun je op basis van de getoonde documenten niet vaststellen wie er voor de kosten van de (zogenaamde) gebruikerswensen is opgedraaid. De gemeente of de stichting? Dat zou op basis van de gemaakte afspraken de stichting moeten zijn, maar die weigert dat (om onduidelijke redenen) te bevestigen.

Zoals ook de aannemer weigert antwoord te geven op gestelde vragen (uit angst zich te verspreken) en ze doorspeelt aan de gemeente. Tezamen wekt dit de schijn op, dat er tussen gemeente, aannemer en stichting afspraken zijn gemaakt die het daglicht niet kunnen verdragen.

Maar in plaats van pogingen te ondernemen die schijn weg te nemen houdt de voltallige raad zich al meer dan een jaar schuil in het riet. Zich nog steeds vastklampende aan het kluitje dat ze destijds kreeg aangereikt. Treurig natuurlijk, maar waarschijnlijk kunnen ze niet beter.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

3 gedachten over “Met een kluitje in het riet.”

  1. en toch ben ik bang dat je in het ongelijk gesteld gaat worden , de ene ambtenaar zal niet snel optreden tegen een andere ambtenaar , en het is en blijft overheid , ,maar we zullen zien ( nederland is tenslotte niet corrupt ) zeggen ze 🙂

    Like

    1. John, ik heb de moed nog niet opgegeven. Volgens de Hoge Raad is het aan de eiser om te bewijzen dat de ontbrekende documenten bestaan als de verklaring van de overheidsinstantie niet ongeloofwaardig is. Die geloofwaardigheid is dus een voorwaarde om de bewijslast bij de eiser neer te leggen.

      Ik heb er op gewezen dat de gemeente niet aan die voorwaarde heeft voldaan en haar verklaring volstrekt ongeloofwaardig is.
      Je kunt niet beweren dat de kosten van werkzaamheden van € 100.000,- binnen een jaar gedaald zijn naar € 20.000,- zonder dat er ook maar één ambtelijk stuk is van waaruit die daling verklaard kan worden.

      Kortom de Hoge Raad legt de bewijslast bij de eiser (ik dus) maar verbindt daar ook een voorwaarde aan. Namelijk dat de verklaring voor het ontbreken van stukken niet ongeloofwaardig mag zijn.

      Het verweer van de gemeente was, we hebben ze niet gemaakt (en bewijs jij maar dat we ze wel gemaakt hebben). Ik denk dat deze interpretatie van het vonnis van de Hoge Raad veel te kort door de bocht is en geef mezelf dus nog steeds een kans. Maar we zullen zien. Het zou zo maar kunnen dat de rechter een voorlopig vonnis wijst, waarin ze ruimte schept voor een getuigenverhoor.

      Op dat moment kunnen de drie deelnemers, die nu nog elkaar de hand boven het hoofd houden, onder ede verklaren hoe de vork in de steel zit.

      Like

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s