Voor kennisgeving aannemen

Raad
Voor kennisgeving aangenomen

Ik weet het, raadsleden vinden dat gedoe met cijfers alleen maar vervelend, maar sommige dingen laten zich met behulp van cijfers nu eenmaal beter uitleggen.

De cijfermatige onderbouwing van de kredietaanvraag in 2015 bestond uit een door Hillen & Roosen op 4 maart 2015 afgegeven offerte in de orde van grootte van € 93.870 (zonder 10% winstopslag).

Een week later (11 maart 2015) wordt er aan de tot dat moment voortdurende impasse over wie verantwoordelijk is voor de meerkosten van elektra-verzwaring een einde gemaakt en wordt een “knoop doorgehakt”.

Hillen & Roosen neemt (zonder formele opdracht van de gemeente) de verzwaring voor zijn rekening, terwijl de gemeente toezegt de raad om een krediet te zullen vragen van waaruit Hillen & Roosen kan worden betaald. Hoezo voor eigen rekening en risico? Er is een toezegging gedaan, met als enig voorbehoud dat de raad die toezegging nog moet bevestigen, wat gewoonlijk het geval is.

De aanspraak van de aannemer is op 11 maart al gedaald naar  € 78.870,- (zonder 10% winstopslag). Niettemin vraagt de wethouder de raad (20 dagen later) om een krediet van € 100.000,-.

Anders gezegd, de wethouder motiveert zijn kredietaanvraag met een document waarvan hij weet dat het verouderd is en inmiddels vervangen is door een ander met lagere kosten.

Wat is de reden voor de verlaging? Wel, de eerste offerte heeft het kenmerk “na inhuizing”. Wat aannemersjargon is voor; “nadat het project is opgeleverd en in gebruik is genomen”.

Ik heb op dit blog meermalen (ook voor de raadsvergadering) betoogd, dat de aan de raad verstrekte offerte geen correcte weergave was van de werkzaamheden die waren uitgevoerd. De werkzaamheden hadden namelijk niet ná, maar vóór de “ inhuizing” plaatsgevonden.

De tweede offerte is identiek aan de eerste, maar mist de stelpost voor het demonteren/verplaatsen van meubilair. Daarnaast is de kwalificatie “na inhuizing” vervangen door de kwalificatie “opdracht”.

Anders gezegd, gemeente en aannemer waren het op 11 maart 2015 eens over een opdracht ter waarde van € 78.870,- (zonder 10% winstopslag), waarin begrepen was de aanleg van de verzwaring.

De offerte bevat ook elementen die niets van doen hebben met de verzwaring. Ze staan gerubriceerd als zijnde gebruikerswensen. Daarbij gaat het om extra armaturen, bewegingsmelders, intercom, data en telefooninstallatie.

De kosten daarvan zijn begroot op € 21.657,-, maar zijn uiteraard voor rekening van de stichting, aangezien het om kosten van de inrichting gaat. Trekken we die kosten af van de (tweede) offerte, dan resteert een bedrag van € 57.213,- (zonder 10% winstopslag).

Maar daarmee zijn we er nog niet. Zowel de eerste als de tweede offerte maken melding van een uitvoeringstijd van 4 weken. Maar in werkelijkheid bedroeg de uitvoeringstijd slechts 1 week. De daar aan gerelateerde kosten worden in de offerte opgevoerd als zijnde “bouwplaatskosten en begeleiding” en zijn begroot op  € 31.510,-.

Het maakt nogal verschil of je “na inhuizing” je bouwplaats opnieuw moet inrichten en uitgaat van een uitvoeringstijd van 4 weken, of dat je van een ingerichte bouwplaats de klus in 1 week afmaakt. Een besparing van € 27.213,- lijkt me niet ondenkbaar en daarmee zit je dan precies op het bedrag dat het college zelf al noemt in haar raadsvoorstel: € 30.000,-

Samengevat, ook de tweede offerte (die op zichzelf al € 15.000,- lager was dan de eerste) bevat kostenposten die enerzijds niets van doen hadden met de kosten van verzwaring en anderzijds geen correcte weergave zijn van de manier waarop de verzwaring is uitgevoerd. Vóór inhuizing in plaats van ná inhuizing.

In datzelfde raadsvoorstel verklaart de gemeente dat de kosten van verzwaring (€ 30.000,-) gedeeld worden door aannemer, stichting en gemeente. Ieder draagt dus € 10.000,- bij. Een te verwaarlozen bedrag, waarvan je je afvraagt hebben ze daar werkelijk een jaar over moeten onderhandelen?

Maar dat terzijde.

Dank zij de “bijdrage” van de aannemer zijn de werkelijke kosten van de verzwaring gedaald naar € 20.000,-. De gemeente heeft echter de raad gevraagd om een krediet van € 60.000,- om hem te kunnen betalen. Het raadsvoorstel bevat geen verklaring voor de extra € 40.000,-.

Waarom de gemeente de aannemer (boven de kosten van de verzwaring) € 40.000,- meer wil betalen moet U niet aan mij vragen, maar aan de SP, VVD, CDA en de CU/SGP. Reken daarbij niet op een antwoord van die partijen, want volgens mij wisten (en weten ze nog steeds) niet op grond waarvan die betaling moest worden verricht. Dat is geen ongewone gang van zaken.

Samengevat, het college probeert eerst op basis van verouderde gegevens een krediet los te krijgen van de raad  en wanneer dat mislukt probeert ze het een jaar later opnieuw. Ditmaal voor een bedrag van € 60.000,-.

Tegelijkertijd erkent men dat de kosten van verzwaring geen € 100.000,- bedroegen (wat men aanvankelijk suggereerde) maar slechts € 30.000,-. Hetgeen bevestigd wordt door een zorgvuldige analyse van de offerte. Aangezien (dank zij een bijdrage van de aannemer) de kosten van een verzwaring terug gebracht zijn tot € 20.000,- terwijl hem een bedrag van € 60.000,- is toegezegd is er een onverklaarbaar verschil van € 40.000,-.

Dat verschil is onverklaarbaar omdat er (zo beweert men) uit efficiëntie overwegingen geen gespreksverslagen zijn gemaakt van de onderhandelingen met de aannemer.

Iets wat in elke bedrijfstak als grove nalatigheid zou worden beschouwd, maar door de Enkhuizer raad voor kennisgeving is aangenomen,

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s