Kat en muis

katenmuisIn de Enkhuizer Krant van zaterdag staat een ingezonden brief van mede Enkhuizer Jan Lakenman.

Daarin adviseert hij me (inzake mijn WOB verzoek) contact op te nemen met de ombudsman. Hoewel ongetwijfeld goed bedoeld zal ik zijn advies niet opvolgen.

Laten we de zaken niet gecompliceerder maken dan ze zijn.

Ik heb de gemeente een WOB verzoek gedaan. De gemeente heeft daar aan voldaan, alleen niet op een wijze die mij tevreden stelt. Er ontbreken naar mijn mening een aantal documenten die men mij (op grond van mijn verzoek) ter inzage had moeten geven.

De voornaamste heb ik genoemd. Het verslag van de bijeenkomst tussen gemeente en aannemer waarin besloten werd dat de aannemer, zonder uitdrukkelijke opdracht van de gemeente, toch zou overgaan tot aanleg van het elektra-netwerk.

Wethouder en burgemeester hebben de raad er van weten te overtuigen dat er niet meer documenten zijn dan er ter inzage zijn gegeven. De burgemeester heeft dat ook tegenover mij persoonlijk verklaard.

Op grond van behoorlijk bestuur zou dat document er echter wel moeten zijn. Zelfs al gaat het (in dit geval) om de hoogste ambtenaar van de gemeente, dan nog is het ondenkbaar dat hij namens de gemeente een betalingsverplichting van € 100.000,- ten opzichte van een aannemer aangaat zonder dat hij daarover schriftelijk verantwoording aflegt ten opzichte van zijn superieur en de politiek verantwoordelijke. De wethouder.

Als het document daadwerkelijk ontbreekt (wat me ondenkbaar lijkt) dan is er sprake van onbehoorlijk bestuur.

Dat is niet mijn verantwoordelijkheid, maar de verantwoordelijkheid van de raad. Die heeft, door te accepteren dat het document niet bestaat, kennelijk ook geaccepteerd dat het in Enkhuizen de normaalste zaak van de wereld is dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur.

Hoewel het de taak van de raad is passende maatregelen te nemen om onbehoorlijk bestuur tegen te gaan, heeft men (net als in voorgaande gevallen) besloten om die niet te nemen. Men kan dat betreuren, maar daartegen valt verder niets anders te doen dan over anderhalf jaar andere raadsleden te kiezen .

Mij opvatting is echter dat er geen sprake is van onbehoorlijk bestuur, maar van onwil om de wet naar behoren toe te passen. Die onwil vloeit naar mijn overtuiging voort uit het feit dat het college een tamelijk eenzijdige interpretatie heeft gegeven van de afspraken die er met de aannemer zijn gemaakt.

Feiten die inmiddels naar buiten zijn gekomen en die in tegenspraak zijn met hetgeen de gemeente tot dusver beweerde, zijn:

De betalingsverplichting die de gemeente was aangegaan betrof niet alleen de verzwaring, maar omvatte ook andere aanspraken van de aannemer.

De door de gemeente overlegde offerte (als zijnde het bewijs voor de krediet aanvraag) was allang vervangen door een tweede (lagere) offerte die de kwalificatie opdracht vermeldde.

Die offerte werd niet aan de raad voorgelegd. Begrijpelijk, het college beweert strak en stijf dat men geen opdracht heeft gegeven.

Men heeft er slechts in toegestemd dat de verzwaring werd uitgevoerd met de gelijktijdige toezegging, dat (behoudens instemming van de raad) er betaald zou worden voor de noodzakelijk geachte werkzaamheden.

Het begrip “voor eigen rekening en risico” krijgt daarmee een wonderlijke betekenis als je gelijktijdig een betalingsverplichting op je neemt. [Het risico blijft in dat geval beperkt tot de theoretische mogelijkheid dat de raad zich als wanbetaler zou willen opstellen.]

Uiteraard is de raad bevoegd om zichzelf tot wanbetaler te maken en ze heeft dat deze keer op  overtuigende wijze gedaan, maar dat zegt iets over de kwaliteit van onze raadsleden en niets over de rechtsgeldigheid van de vordering van de aannemer.

Tot slot bestaat er een aantoonbaar verschil van opvatting over het motief voor de tussen aannemer en gemeente gesloten overeenkomt, waarbij er geen enkel bewijs bestaat voor de door de gemeente gegeven motivatie, maar er wel ruimschoots bewijs is voor de door de aannemer gegeven motivatie.

Op dat punt heeft het college de raad aantoonbaar proberen te misleiden.

Maar als gezegd, wat de raad zich allemaal laat wijsmaken is ter beoordeling van de raad zelf. Mijn geschil met het college gaat over de vraag of het college de wet naar behoren heeft uitgevoerd. Door mij vitale documenten (die op grond van behoorlijk bestuur aanwezig zouden moeten zijn) te onthouden.

Degene die in dit land bepaalt of de wet is uitgevoerd (rechtmatig gehandeld is) is niet een college of gemeenteraad, maar een rechter.

Voor hem die vraag gesteld kan worden dien ik echter een formeel antwoord te krijgen van het college. Hun bewering tot dusver is, dat het gevraagde document niet bestaat. [Waarmee ze feitelijk bewijzen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur.]

Als dat inderdaad het geval is (en het document niet bestaat), dan hoef je natuurlijk geen wekenlang na te denken over het antwoord dat je zult geven.

Maar kennelijk wil de gemeente er een kat en muis spelletje van maken. Het zij zo. Maar tenzij de gemeenteraad besluit haar bestaan te rechtvaardigen door datgene te doen wat ze behoort te doen, bepaalt een rechter uiteindelijk wie in dit geval de kat en wie de muis is.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

3 gedachten over “Kat en muis”

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s