Naar de mond praten.

rechterDe gemeente heeft mijn WOB verzoek ruimhartig opgevat in de zin dat men brede betekenis heeft gegeven aan het begrip correspondentie.

Het dossier bevat niet alleen  briefwisselingen, maar ook verslagen, overeenkomsten en raadsvoorstellen.

Ik neem dan ook aan, dat het dossier dat men mij ter hand heeft gesteld, identiek is aan het dossier dat men aan de raad ter inzage heeft gegeven.

Het dossier heeft één belangrijke tekortkoming. Het bevat geen verslag/gespreksnotitie betreffende de bijeenkomst van 11 maart 2015 tussen aannemer en gemeente. Tijdens die bijeenkomst werd “een knoop doorgehakt” en viel  het besluit dat de aannemer de aanleg voor eigen rekening en risico zou uitvoeren.

Tot op de dag van vandaag bestaat er een verschil van mening over de reden waarom de aannemer dat deed. De aannemer stelt dat hij imagoschade voor gemeente en stichting wilde voorkomen.

De gemeente stelt dat de aannemer imagoschade voor zichzelf wilde voorkomen.

Aangezien er van elke bijeenkomst tussen aannemer en gemeente verslag wordt opgemaakt, is het is volstrekt ongeloofwaardig dat er van deze bijeenkomst geen schriftelijk verslag bestaat.

Dat verslag bevond zich niet in het dossier dat aan mij ter inzage is gegeven.

De rechtsvraag die aan de rechter voorgelegd kan worden is dus, handelde de gemeente rechtmatig door mij het verslag van de bijeenkomst van 11 maart 2016 niet ter inzage te geven, waar zij dat met andere verslagen wel deed.

Het antwoord op die rechtsvraag is tamelijk voorspelbaar, tenzij de gemeente vasthoudt aan haar bewering dat een dergelijk verslag niet bestaat.

In dat geval zal de rechter eerst moeten vaststellen of er een verslag is door het (onder ede) horen van getuigen.

Mijn bezwaar is dus, dat de gemeente niet rechtmatig handelde door mij informatie te onthouden waar ik om gevraagd had. De rechter bepaalt (eventueel na het horen van getuigen) of mijn bezwaar gegrond is.

Alvorens ik mijn bezwaar aan de bestuursrechter kan voorleggen dien ik het eerst aan het bestuursorgaan (de gemeente) voor te leggen, dat dan 14 dagen de tijd heeft om mijn bezwaar weg te nemen.

Anders dan wat de meeste mensen misschien denken gaat het dus niet over wie de kosten van de verzwaring moet dragen. Daarover heeft de gemeenteraad zich gebogen, overigens zonder tot een besluit te komen.

Mijn bezwaar betreft de informatieplicht, zoals die is vastgelegd in wet en regelgeving.

Voor raadsleden maakt het recht op informatie deel uit van in hun arbeidsvoorwaarden. Gewone burgers ontlenen dat recht aan de Wet Openbaarheid van Bestuur en moeten een speciaal verzoek indienen om van dat recht gebruik te kunnen maken.

De praktijk leert, dat raadsleden al snel vinden dat het college aan haar informatieplicht heeft voldaan. Deels liggen daar politieke overwegingen aan ten grondslag.

Ik ben iets minder snel overtuigd en verkies bovendien het oordeel van een onafhankelijke rechter boven het dikwijls politiek  gemotiveerde oordeel van de raad.

De WOB stelt mij in staat een dergelijk oordeel te vragen.

Daaraan zijn echter (griffie) kosten verbonden. Die zijn geschat op € 168,-. Ik vind het bezwaarlijk om die kosten alleen te dragen, vandaar dat ik mijn lezers vraag of zij bereid zijn om een klein deel van die kosten voor hun rekening te nemen. Stuur in dat geval even een email naar segerius@live.nl

Mocht de nood aan de man komen dat stuur ik hen mijn banknr.

Doel is om vast te stellen of de gemeente in dit geval onrechtmatig handelde door niet alle informatie te verstrekken waarover zij beschikt en waartoe ze (krachtens de WOB) toe is verplicht.

Naar mijn oordeel is dat niet gebeurd. Of mijn oordeel juist is, bepaalt een rechter en niet een clubje raadsleden dat van zichzelf meent verstand van zaken te hebben.

Wat de raad wil doen met het oordeel van de rechter is aan henzelf om te bepalen, na het oordeel van de rechter is de kwestie voor mij afgedaan.

Deze moeizame weg zou onnodig zijn geweest als de raad mijn advies van 16 juni 2016 zou hebben gevolgd. Het staat in mijn column “Gele Kaart”. Daarbij slechts één kanttekening.  Daarin verklaar ik de lankmoedige houding van de aannemer uit het feit dat hij inmiddels is betaald. Voor die verklaring heb ik geen bewijs kunnen vinden.

Mijn verklaring voor zijn lankmoedigheid is nu, dat de op 11 maart 2015 gemaakte afspraken kennelijk elementen bevatten die hij (net als de gemeente) liever niet met buitenstaanders deelt.

Voor het overige sta ik nog voor 100% achter hetgeen ik toen heb geschreven. Maar helaas, hoewel men altijd de mond vol heeft over de betrokken kiezer en de noodzaak om hem bij de politiek te betrekken, leert de praktijk anders.

Ik heb inmiddels bewezen redelijk betrokken te zijn, maar dat heeft er niet toe geleid dat mijn adviezen en waarschuwingen serieus worden genomen.

Doodzwijgen is waarschijnlijk nog de beste kwalificatie voor de houding van onze lokale volksvertegenwoordigers.

Ik ben dan ook inmiddels tot het besef gekomen dat elke poging (om tot uitwisseling van opvattingen met onze volksvertegenwoordigers te komen) tot mislukken is gedoemd.

Tenzij je bereid bent om hen naar de mond te praten.

Een bereidheid waar ik helaas niet over beschik.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Eén gedachte over “Naar de mond praten.”

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s