Naar behoren

Drommedaris_Enkhuizen_Zuidwestzijde[1]
Geen verslag
In het WOB dossier bevindt zich een brief van Hillen & Roosen gedateerd op 8 april 2016 dus tamelijk kort voor het raadsvoorstel van 31 mei 2016.

De brief is (zo blijkt uit de voorafgaande uitwisseling van emails) geschreven op verzoek van de gemeente. Inhoudelijk is het een recapitulatie van hetgeen er voorafging aan het besluit tot verzwaring, een motivatie waarom men daar toe over is gegaan en het bedrag van de uitstaande vordering. € 86.757,- .

De ingediende vordering wijkt af van de vordering die in 2015 aan de raad is getoond. Die bedroeg € 103.257,-.

Het verschil valt te verklaren uit het feit dat de ene vordering (offerte) de kwalificatie “na inhuizing” bevatte,  terwijl de tweede vordering (offerte) de kwalificatie “opdracht” meekreeg. Waarom de raad wel de hogere, maar niet de lagere offerte te zien heeft gekregen valt niet uit het dossier op te maken. Het raadsvoorstel dateert 31 maart 2015.

De eerste offerte is gedateerd op 4 maart 2015, de tweede op 11 maart 2015. Het besluit om tot verzwaring over te gaan is op 11 maart genomen. Aannemelijk is dat de gemeente (althans haar vertegenwoordiger) op 11 maart 2015 gezwicht is voor het argument dat aanleg nu, aanzienlijk goedkoper was dan de aanleg achteraf.

De bovengenoemde brief bevat een bijlage waarmee (met behulp van foto’s) de aard en omvang van de werkzaamheden worden geïllustreerd. Ze omspannen het tijdvak van een week. 16 t/m 20 maart 2015.

De brief van Hillen en Roosen is een recapitulatie van de gang van zaken en heeft in die zin dezelfde bewijskracht als de recapitulatie die het college geeft in haar raadsvoorstel. Er is echter een kenmerkend verschil. De gemeente suggereert dat Hillen & Roosen met de aanleg haar eigen reputatie wilde beschermen. Voor die opvatting is in het dossier geen bewijs aanwezig.

Hillen & Roosen suggereert dat zij imagoschade voor gemeente en stichting wilde beperken. Voor die opvatting is in het dossier wel bewijs. Feit is dat partijen al geruime tijd met elkaar in de clinch lagen over de vraag wie de kosten voor de verzwaring zou moeten betalen.

Tot op de dag van vandaag houdt wethouder Olierook vol dat hij geen opdracht heeft gegeven en in de strikte zin van het woord zal dat ook het geval zijn geweest.

Maar het contact tussen gemeente en aannemer verliep hoofdzakelijk via de door de gemeente aangestelde projectleider.

Als die door middel van woord en gebaar aan de aannemer te kennen heeft gegeven dat de gemeente akkoord ging met de verzwaring en dat het wel goed zou komen met de betaling, dan leggen de achteraf opvattingen van de wethouder over het geven van een opdracht (anders dan bij raadsleden) weinig gewicht in de schaal.

Maar mijn mening daarover is niet relevant. Wat voor mij van belang is dat in het dossier het verslag ontbreekt van de bijeenkomst tussen aannemer en gemeente waarin besloten werd dat de aannemer (voor eigen rekening en risico) de verzwaring zou aanleggen.

Het dossier bevat een aantal werkverslagen over overleg tussen de gemeente en stichting. Wat ontbreekt is het werkverslag tussen gemeente en aannemer van 11 maart 2015, waarin het besluit werd genomen om tot verzwaring over te gaan.

Volgens de gemeente bewijst zij daarmee dat het niet bestaat, volgens mij bewijst ze daarmee dat ze mijn WOB verzoek niet naar behoren heeft uitgevoerd. Het zal aan de rechter zijn om te bepalen wie er gelijk heeft.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s