Joost Mag Het Weten

duivel

Het Drom dossier bevatte de bevestiging van een eerder door mij uitgesproken vermoeden.

Namelijk dat er niet één, maar twee offertes zijn uitgebracht.

De eerste (die ook aan de raad is voorgelegd) betrof de aanleg “na inhuizing”. De tweede betrof aanleg “voor inhuizing”. Op 1 onderdeel na zijn beide offertes identiek.

In de tweede offerte ontbreekt de kostenpost voor demonteren en monteren van meubilair, waardoor de offerte € 15.000,- lager uitvalt.

Bij het bekendmaken van de eerste offerte ontstond er enig rumoer van de zijde van het stichtingsbestuur die de veronderstelling uitsprak dat in deze offerte kosten waren verwerkt die niets met de elektraverzwaring te maken hadden, hetgeen door de gemeente met kracht van de hand werd gewezen.

Daarnaast heb ik van een insider begrepen dat er een afspraak was tussen de gemeente en de aannemer. Als de gemeente zich zou inzetten voor de betaling van € 100.000,-,  dan zou de aannemer zijn claim op vertragingskosten intrekken.

Bovendien zou er dan ook niet meer gekeken worden naar de verrekening van stelposten.

In overleg met de stichting worden de kosten van verzwaring uiteindelijk bepaald op € 30.000,-. Een aanzienlijk verschil (€ 57.000,-) met de tweede offerte. De stichting stemt er mee in om een derde van die kosten voor haar rekening te nemen.

Dit lijkt een bevestiging van hetgeen er eerder door het stichtingsbestuur en de insider is beweerd. In de offerte voor verzwaring zijn kosten mee genomen die niets met de verzwaring uitstaande hebben en kunnen worden omschreven als kosten voor Joost Mag Het Weten. Ofwel de duivel mag het weten.

In de (tweede) offerte werden die geschat op € 57.000,-. In het uiteindelijk overeengekomen compromis zijn ze terug gebracht tot € 40.000,-.  De gemeente zelf berekent een veel hogere besparing, maar doet dat door haar kredietaanvragen met elkaar te vergelijken.

Dank zij deze reconstructie wordt het duidelijk waarom de aannemer nooit een factuur heeft gezonden. In het dossier bevindt zich een e-mail waarin hij beleefd de vraag stelt of hij er een mag versturen (eind 2015). De gemeente laat weten dat hij moet wachten totdat het overleg met de stichting is afgerond.

Het sturen van een factuur (die aanzienlijk hoger is dan de daarin genoemde werkzaamheden rechtvaardigen) lijkt me geen goed idee als je nog steeds het risico loopt een betaling te moeten afdwingen. Volgens mij is het zelfs strafbaar.

Het verklaart in ieder geval waarom de aannemer tegenover de Enkhuizer Krant opmerkt dat hij eerst een jurist wil raadplegen voordat hij stappen onderneemt.

Men zal (vermoed ik) afzonderlijke facturen moeten indienen. Eén voor de kosten van verzwaring (waarin hij zonder meer recht op heeft op betaling) en een andere voor JMHW (Joost Mag Het Weten). In hoeverre de aannemer daarvoor recht op betaling heeft valt niet te beoordelen zolang je niet weet wat JMHW inhoudt. De gemeente vindt in ieder geval van wel, anders had ze daarvoor geen krediet aangevraagd.

Mogelijk gaat het hier inderdaad om een claim op vertragingskosten.

De voor de hand liggende gang van zaken is dus als volgt. Aannemer en gemeente gooien het (mondeling) op een akkoordje over nog openstaande claims van de aannemer en het college presenteert het geheel vervolgens als “kosten voor verzwaring” aan de raad.

De stichting gooit roet in het eten en protesteert tegen deze voorstelling van zaken waarbij de kosten van verzwaring veel hoger worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Uiteindelijk wordt de stichting op dat punt in het gelijk gesteld door de gemeente.

Omdat de raad weigert een krediet te verstrekken waarmee de gemeente haar (mondelinge) afspraak met de aannemer kan nakomen dient er opnieuw te worden onderhandeld over de kostenpost Joost Mag Het Weten.

Het resultaat daarvan is dat ze van € 57.000,- teruggebracht wordt naar € 40.000,-. De gemeente dikt dat resultaat een beetje aan door kredietaanvragen met elkaar te vergelijken en komt op die manier tot een “bijdrage van de aannemer” van € 40.000,-.

Het staat het college vrij om het op een akkoordje te gooien met de aannemer over tal van aanspraken en die samen te vatten onder de noemer JMHW.

Het staat de aannemer echter niet vrij een factuur uit te maken die een onjuiste weergave is van geleverde goederen en diensten. Een dergelijke factuur bevindt zich dan ook niet in het dossier.

Hoewel het de gemeente vrij staat om het op een akkoordje te gooien met de aannemer over nog uitstaande kosten, staat het (volgens mij) haar niet vrij, om dat vervolgens als kosten van verzwaring te presenteren aan de raad en op grond daarvan haar om een krediet te vragen.

Maar het oordeel daarover berust bij de raad. Als een meerderheid van de raad dat wel acceptabel vindt, dan rest ons (eenvoudige stervelingen) niet anders dan daar genoegen mee te nemen.

Wat blijft is de vraag of de gemeente heeft voldaan aan haar verplichting krachtens de Wet Openbaarheid van Bestuur.

Ondanks de verzekering van de burgemeester ben ik er niet vanovertuigd. Over hoe het dan daarmee verder moet een volgende keer.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Eén gedachte over “Joost Mag Het Weten”

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s