Machteloos toekijken.

Gemeenteraad_Enkhuizen_internetMijn vorige column ging over het feit dat de raad vrij gemakkelijk suggesties aanziet voor feiten.

Zo is men er vrij algemeen van overtuigd dat de wethouder gezegd heeft dat hij de door Langbroek gevraagde documenten niet in zijn bezit heeft.

Uit een nauwkeurige analyse van hetgeen hij gezegd heeft blijkt dat echter niet.

Hij suggereert slechts dat hij de gevraagde documenten niet in zijn bezit heeft en de raad neemt genoegen met die suggestie.

Vandaag aandacht voor een andere suggestie. Namelijk, dat het ontbreken van een (schriftelijke) opdracht resulteert in het ontbreken van een betalingsverplichting voor de gemeente.

De wethouder suggereert dat in mei 2015 en de coalitiepartijen vallen er massaal voor.  Men neemt zelfs een motie aan waarmee de wethouder “de facto” wordt verboden om de aannemer te betalen.

Maar het oordeel of er al dan niet sprake is van een betalingsverplichting is niet  aan de raad. Ze kan daar (net als de wethouder) een mening over hebben, maar of die mening juist is, bepaalt een rechter.

Die zal feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegen om vast te stellen of de aannemer te goeder trouw heeft gehandeld.

Zoals, mocht de aannemer in redelijkheid  verwachten dat hij (zonder over een schriftelijke opdracht te beschikken ) toch betaald zou worden voor het werk dat hij  had verricht. Voor hem pleit in ieder geval dat de noodzaak van de werkzaamheden niet door de gemeente wordt betwist.

Verder pleit voor hem, dat de gemeente zijn recht op betaling niet betwist, maar de raad een krediet vraagt om hem te kunnen betalen. Samengevat men erkent het bestaan van een betalingsverplichting, maar suggereert tegelijkertijd (naar de raad toe) dat die er niet is.

In 2016 is bij een meerderheid van de raad het besef doorgedrongen dat het ontbreken van een opdracht niet automatisch hoeft te leiden tot het ontbreken van een betalingsverplichting.

Alleen van der Pijll (die er prat op gaat mijn blog niet te lezen) blijft hardnekkig volhouden dat het wel zo is. Tot mijn niet geringe verbazing slaagt hij er zelfs in om partijen als D66 en PvdA (die waarschijnlijk mijn blog ook niet lezen) te overtuigen dat zijn simplistische opvattingen juist zijn.

Met als uiteindelijk resultaat dat de raad wederom geen krediet verstrekt waaruit de aannemer kan worden betaald.

Uit het feit, dat de wethouder tot tweemaal toe om een krediet vraagt om hem te kunnen betalen mogen we redelijkerwijs concluderen dat (anders dan wat de wethouder voortdurend suggereert) er wel degelijk een  betalingsverplichting ten opzichte van de aannemer bestaat.

Niettemin suggereert hij in zijn laatste raadsvoorstel dat de raad kan kiezen uit een drietal alternatieven. In werkelijkheid is er maar een werkbare mogelijkheid. Namelijk, de aannemer betalen voor zijn werkzaamheden en (indien mogelijk) een deel van die kosten verhalen op de veroorzaker van de overschrijding, de stichting.

Dat het laatste onmogelijk is, zal de raad zijn meegedeeld tijdens de (besloten) bijeenkomst met het stichtingsbestuur die vooraf ging aan de raadsvergadering.

Een belangrijk deel van het  probleem is dat de raad zich de gewoonte heeft aangeleerd om elke mening of suggestie van het college als “feit” te kwalificeren. Dat verklaart,  waarom vrijwel de voltallige raad geen belangstelling heeft voor het verzoek van Langbroek om inzage te krijgen in de documenten waar de wethouder zijn meningen en suggesties op baseert.

De wethouder suggereert vervolgens dat die documenten er niet zijn, (zie mijn vorige bericht) hetgeen de raad vervolgens weer als “feit” interpreteert.

Er is in deze kwestie sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Omdat de raad (uit gemakzucht of uit politieke overwegingen) niet de moeite neemt om de meningen van het college op juistheid te controleren, neemt het college de vrijheid om meningen en opvattingen te ventileren die niet op feiten zijn gebaseerd.

Beiden hebben er belang bij dat deze gang van zaken verborgen blijft, zodat verwacht mag worden dat men gezamenlijk zal optrekken om te ontkennen wat hun aandeel in de gang van zaken is.

Dat doende brengen zij echter schade toe aan de reputatie van het openbaar bestuur en neemt het vertrouwen van de bevolking (in dat openbaar bestuur) meer en meer af. Of die teloorgang tot stand gebracht kan worden met behulp van een open dag voor de democratie en “kadetjes  voor kiezers” valt te bezien.

Op 12 juli jongstleden schreef ik een open brief aan de leden van het presidium van de raad. De inhoud kunt U hier lezen. Drie leden hebben naar aanleiding daarvan een persoonlijke email gestuurd, maar geen enkel lid heeft zijn opvattingen publiekelijk bekend gemaakt en ik vraag me af of dat ooit zal gebeuren.

Conclusie, we worden bestuurd met behulp van suggesties en meningen die niet op feiten zijn gebaseerd. Tot volle tevredenheid van vrijwel iedereen die daar bij betrokken is. (Ik moet een uitzondering maken voor Langbroek en Quasten).

Behoudens mijn WOB verzoek, rest ons weinig anders dan machteloos toekijken.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Eén gedachte over “Machteloos toekijken.”

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s