Open Brief

PENTAX Image

Geachte leden van het presidium,

Naar aanleiding van mijn WOB verzoek, heb ik inmiddels alweer mijn tweede brief van de gemeente Enkhuizen ontvangen.

Niets bijzonders, gewoon een  bevestiging dat men mijn verzoek heeft ontvangen en voor welke datum men hoopt daar inhoudelijk op te kunnen reageren.

Dat vind ik een normale gang van zaken en ik denk dat een groot deel van de bevolking, ongeacht hun religie of politieke voorkeur, daar net zo over denkt.

Maar een aanzienlijk deel van de gemeenteraadsleden van Enkhuizen, dat deelnam aan het debat over de Drommedaris (afgelopen dinsdag) blijkt volstrekt andere dingen “normaal” te vinden.

Zoals de bewering van een wethouder, dat hij niet in staat is zijn opvattingen te onderbouwen met schriftelijk bewijs. Omdat dit (volgens hem) niet in zijn bezit is.

Deze bewering impliceert twee onderliggende veronderstellingen die beide juist moeten zijn, wil zijn bewering correct zijn:

  1. Dat de wethouder leiding geeft aan (en verantwoordelijk is voor) een jammerlijk falend deel van de ambtelijk organisatie. Dat kennelijk niet in staat is geweest om de afspraken, die zij (namens de gemeente) met een aannemer heeft gemaakt, schriftelijk vast te leggen.

  2. Dat een aannemer, die noodgedwongen een (noodzakelijke geachte) voorziening voor eigen rekening en risico heeft aangelegd, geen enkele poging heeft ondernomen om het daaruit voortvloeiende betalingsrisico te minimaliseren of zelfs tot nul terug te brengen. Door niet de ingenomen positie schriftelijk vast te leggen.

De wethouder heeft nagelaten een logische verklaring te geven voor dit fenomeen en zich beperkt tot de mededeling dat hij geen opdracht heeft gegeven voor de door de aannemer aangelegde voorziening. Waarvan hij de noodzaak overigens niet betwist.

Tot tweemaal toe suggereert de wethouder (in een raadsbrief), dat het ontbreken van een door hem gegeven schriftelijke opdracht resulteert in het ontbreken van een betalingsverplichting voor het uitgevoerde werk.

Deze suggestie is misleidend en feitelijk onjuist. Het ontbreken van een schriftelijke opdracht laat de aanspraak op betaling (van de aannemer voor de uitgevoerde werkzaamheden) onverlet.

De wethouder weet dit ook, gelet op zijn (tot tweemaal toe ingediende) kredietaanvraag om aan die betalingsverplichting te kunnen voldoen.

Zijn suggestie dat er geen betalingsverplichting voor de gemeente bestaat “bewijst” hij vervolgens door te beweren dat er geen documenten bestaan op grond waarvan het tegendeel kan worden aangetoond. Zoals bijvoorbeeld een factuur.

Deze manier van bewijsvoering maakt alleen maar indruk op de gemeenteraadsleden van Enkhuizen. Daarbuiten wordt er met hoongelach kennis van genomen.

Met name de bewering van de wethouder, dat de aannemer niets heeft ondernomen om de eigen rechtspositie veilig te stellen.

De aannemer heeft onmiskenbaar een risico genomen door niet te wachten op een schriftelijke opdracht, maar dat risico kan (met één enkele schriftelijke verklaring) tot nul teruggebracht worden.

Dat de aannemer dit zou hebben nagelaten is daarom ondenkbaar.

De wethouder en de gemeenteraad hebben door te handelen zoals zij gehandeld hebben aanzienlijke schade toegebracht aan de reputatie van het openbaar bestuur.

Aan U de taak om die reputatieschade weer ongedaan te maken.

Welke plannen in die richting hebt U tot dusver ontwikkeld?

In afwachting van Uw reactie.

Met vriendelijke groet,


Chris Segerius.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s