Zachte heelmeesters

DromDat tenminste twee eenmansfracties besloten hebben om kennis te nemen van de tussen de gemeente, aannemer en stichting gevoerde correspondentie over het Drompromis is hoopgevend. Wellicht volgen er meer.

Welk resultaat dit uiteindelijk oplevert horen we waarschijnlijk niet eerder dan tijdens de commissievergadering op  21 juni aanstaande.

Waar het raadsvoorstel, “Huurcontract met de stichting Drommedaris” maar liefst 8 pagina’s telt en mijn commentaar daarop uit minimaal 6 beschouwingen bestaat, achten raadsleden zich competent genoeg de kwestie af te doen in de paar minuten spreektijd die hen wordt gegund.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek mag je daar uit concluderen.

Om het bestuderen van de correspondentie aan te moedigen bij de resterende partijen, een verdere beschouwing over het raadsvoorstel. Met name de paragraaf “Bijdrage stichting in kosten restauratie.”

Wederom wordt hier gesteld dat de stichting € 240.000,- heeft bijgedragen aan de kosten van de verbouwing. In mijn beschouwing “Witte Olifant” heb ik al aangegeven dat de stichting deze bijdrage alleen heeft kunnen leveren nadat zij dit bedrag (via de achterdeur) van de gemeente had ontvangen, dus daar ga ik niet verder op in.

Ik concentreer me in dit bericht op de argumentatie die wordt gebruikt om het compromis te rechtvaardigen. De gemeente noemt de drie uitgangspunten waar zij haar compromis op baseerde. Ik neem ze voor het gemak letterlijk over.

  • op een volume aan kosten dat hiervoor door het stichtingsbestuur meer reëel c.q. waarschijnlijk wordt geacht (€ 30.000,—) 
  • op een gedeelde verantwoordelijkheid (ieder 1/3 deel); 
  • maar vooral ook op het feit dat de stichting financieel gezien niet in staat is een hogere bijdrage te betalen. Met een hogere bijdrage zal de continuïteit en de exploitatie van de stichting in het gedrang komen.

Punt 1 maakt duidelijk dat het compromis niet is gebaseerd op de uiteindelijke kosten van de aanleg, maar op een bedrag dat de stichting waarschijnlijk acht.

Het zou een kleine moeite kosten om de stichting uit haar droom te helpen door de factuur te tonen die H&R heeft verstuurd, maar klaarblijkelijk is dat niet gebeurd.

Daarmee wordt de suggestie gewekt, dat er geen factuur is verstuurd.

Dus dat de aannemer dusdanig onder de indruk is geraakt van de weigering van wethouder Olierook een opdracht te verstrekken, dat zij heeft nagelaten een factuur te maken voor de werkzaamheden die ze heeft verricht.

In plaats daarvan wacht de directie van H&R (al meer dan een jaar) in angstige spanning af of het de raad van Enkhuizen behaagt om haar te betalen voor de bewezen diensten.

olierook 2
Grootheidswaan

Dat Olierook enigszins aan grootheidswaan leidt wordt duidelijk als hij het NHD (afgelopen dinsdag) laat optekenen dat heel Nederland een voorbeeld aan hem moet nemen.

Maar de suggestie dat de aannemer hem (vanwege zijn gezaghebbende uitstraling) geen rekening durft te sturen kan hij beter in Wijdenes doen. Alleen achterin natuurlijk, want voorin weten ze inmiddels wel beter.

Samengevat, de gemeente neemt als uitgangspunt voor haar compromis niet de werkelijke kosten, maar de kosten die de stichting reëel en waarschijnlijk vindt.

Het tweede punt is, zo mogelijk, nog meer bizar en geeft een fraai inkijkje in de wijze van redeneren van de gemeente.

Volgens de gemeente is er sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid en dus dient iedereen 1/3 deel van de (fictieve) kosten te dragen. Het enige wat daar van klopt is dat 3 x € 10.000,- inderdaad € 30.000,- is. Het fictieve bedrag dat de gemeente tot uitgangspunt heeft verklaard.

De aannemer is slechts verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van het bestek dat hij met de gemeente is overeengekomen. Hij is er tevens verantwoordelijk voor de gemeente er op te wijzen dat een uitvoering volgens bestek niet zal leiden tot een bouwtechnisch verantwoord resultaat. Dat heeft de aannemer dan ook keurig gedaan.

Als de opdrachtgever vervolgens weigert een opdracht tot aanpassing te geven kan de aannemer twee dingen doen.

Hij kan het werk verlaten en wachten tot de opdrachtgever bij zinnen komt. Maar als deze vertraging hem bedrijfstechnisch niet uitkomt, dan kan hij ook besluiten het werk uit te voeren, zodat er een veilig en bouwtechnisch verantwoord product wordt opgeleverd.

We hebben het hier niet over de vraag of de kozijnen 2 of 3 keer moeten worden geschilderd. We hebben het over de vraag of de stroomvoorziening voldoet aan de eisen die er aan moeten worden gesteld. Dat bepaalt niet de wethouder sociale zaken van de gemeente Enkhuizen, dat bepalen ter zake deskundige instanties.

Op basis van welke gedachtekronkel meent de gemeente dan ook, dat er dus sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid?

Voor wat betreft de betaling zijn er slechts twee verantwoordelijken. De opdrachtgever en de huurder. Dat die onderling ruzie maken over de betaling, maakt niet dat de aannemer medeverantwoordelijk is.

De ambtenaar die dit heeft verzonnen en de wethouder die het heeft goedgekeurd komen wat mij betreft in aanmerking voor acute herscholing.

Punt 2 is niet meer dan een illustratie van de gemeentelijke redeneertrant. De stichting kan niet meer betalen dan € 10.000,-. Een fictieve kostenpost van € 20.000,- wijkt teveel af van de werkelijkheid en wekt wellicht argwaan. Dus maken we er € 30.000,- van en verklaren we 3 partijen verantwoordelijk.

Tot slot het derde argument. Het enige waarheidsgetrouwe. Het overige is rookgordijn, bedoeld om de waarheid te verhullen.

De pijnlijke werkelijkheid is, dat de stichting alleen kan betalen als de gemeente haar eerst (via de achterdeur) het benodigde geld toestopt.

Hoewel gemeente en stichting pretenderen dat ze op armlengte van elkaar opereren is dat onzin. Men werkt eendrachtig samen teneinde de raad iets op de mouw te kunnen spelden. Het wordt tijd dat raadsleden zich dat realiseren.

Hun taak bestaat er uit om datgene, wat college en stichtingsbestuur met elkaar bekonkelen, goed te keuren. Dat was in het verleden zo en zal in de toekomst zo blijven. Gejammer over de kosten haalt niets uit. Er zal hoe dan ook betaald moeten worden.

De enige les die uit de gang van zaken geleerd kan worden is dat men zich in de toekomst niet meer zo makkelijk iets laat wijsmaken.

Harde woorden zijn in dit verband noodzakelijk. Zachte heelmeesters maken namelijk stinkende wonden

Of de bereidheid daartoe bestaat weten we op 21 juni. Als de commissie vergadert.

Auteur: Pim

Hoe lang blijft een democratie nog een democratie, als alleen het recht van de sterkste geldt?

3 gedachten over “Zachte heelmeesters”

  1. Gelet de zin van ” De ambtenaar die dit heeft verzonnen en de wethouder die het heeft goedgekeurd komen wat mij betreft in aanmerking voor acute herscholing” zou ik willen stellen dat zij in aanmerking komen voor acute ontslag meer op zijn plaats.

    Like

    1. Ik ben wat ouder Claudio en daarom dus wat milder wanneer het gaat om menselijk falen. De rakkers streng toespreken is natuurlijk altijd wenselijk.

      Like

      1. Ik ben meer voor de benadering van het bedrijfsleven. Functioneer je onvoldoende dan mag je uitzien naar een andere job. Helaas hebben we teveel last van ambtenaren die onvoldoende kennis van zaken hebben en bestuurders die zich teveel laten leiden door diezelfde ambtenaren zonder zelf zich in de materie te verdiepen.
        Zeker in het geval van hun opvatting hoe ze denken/dachten de aannemer op te laten draaien voor de noodzakelijke verzwaarde electra-aansluiting. Tenenkrommend om te lezen van zoveel onbenul.

        Like

Reageer !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s